Een veiling van strandhout
Geplaatst op: 2 februari 2016 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Nota met Jugendstil-vormgeving van het hulppostkantoor te Finsterwolde in 1916, voor de burgemeester aldaar wegens door hem geplaatste advertenties in kranten. Blijkbaar kon je die hier opgeven en afrekenen. En dat niet voor één krant, maar voor meerdere. In afkorting worden namelijk genoemd de Provinciale Groninger Courant, het Nieuwsblad van het Noorden en de Nieuwe Winschoter Courant. Van deze drie was de Provinciale Groninger per advertentie het duurst en het Nieuwsblad het goedkoopst, maar toch adverteerde de burgemeester het vaakst in de Provinciale.
Overigens ging het in alle gevallen om de aankondiging van een veiling waar aangespoeld hout onder de hamer kwam namens de burgemeester in zijn hoedanigheid van strandvonder:

Nieuwsblad van het Noorden 30 augustus 1916.
—
Bron van de nota: Archiefbewaarplaats in het voormalige gemeentehuis van Scheemda, gemeente-archief Finsterwolde 1811-1989, inv.nr. 580 (strandvonderij).
Pekelder smakschip kaalgeplukt door zeerovers
Geplaatst op: 1 februari 2016 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen“Den 31 july is tot Rouaan gearriveert Schipper Jurjen Derks Tikker voerende ‘t Smak Schip de oude Noorthooren, en heeft den 22 dezer in ’t Kanaal aan boord gehad twee Engelsche Zeerovers, die hem met geweld hebben afgenomen een partie Geld, zyn draibassen (= geschut HP), Scheeps Victallie een partie Touwerk, en nog ander Goederen meer, en dit ongelukkig noodlot hebben nog twee ander Smakken moeten ondergaan , om van de Zeerovers geplundert te worden.”
Bericht uit de Groninger Courant van 9 augustus 1768. In Rouaan haalden Groninger kustvaarders destijds wijn op. Wat dat betreft hadden de Engelse zeerovers beter even kunnen wachten, dan hadden ze een gratis oorlam gehad. Dat de term zeerovers in plaats van kapers hier volkomen terecht was, moge blijken uit het feit dat er op dat moment al vijf jaar vrede bestond tussen Engeland en Frankrijk, zodat deze Engelsen absoluut niet met officiële kaperbrieven hebben kunnen varen. Ook plunderden ze een schip van een bevriende natie. Ik heb zo’n idee dat ze aan beide kanten van het kanaal opgehangen zouden zijn, als men ze had gevat.
Jurjen Derks Tikker kwam uit Oude Pekela, maar zijn schip, de Oude Noordhoorn, was waarschijnlijk gebouwd door, want genoemd naar een scheepstimmerman en hellingbaas Noordhoorn even buiten ’t Klein Poortje van de stad. Tegenwoordig staat op de plek van diens werf de Oude Graansilo aan het Winschoterdiep.
Drenkeling komt bij dankzij fundamentele inblazing via tabakspijp
Geplaatst op: 31 januari 2016 Hoort bij: Geschiedenis, Stad toen 2 reacties“Heden heeft de Maatschappye tot het behoud der Drenkelingen te Amsterdam opgerigt, door Haaren Correspondent, den H[oog] Gel[eerde] Heere Prof. P. CAMPER, de prys van zes Gouden Dukaten doen uitdelen aan Gerardus Cremer, en Hilligjen Alders Vroedvrouwe dezer Steede, te zamen, wegens het behouden van Melle Martens, eenen jongeling van 14 Jaaren, die in de verledene Maand July, zig badende by Bottering Poort in de diepte zonk , eenige minuten onder Water bleef, en door Gerardus Cremer opgehaald en aan de Wal gebragt zynde, geene tekens van Leven gaf, dog na dat hem Hilligje Alders eenigen tyd in het Fondament geblazen hadde door een Tabakspyp, wederom bygekomen is, en nog heden zonder eenig overgehouden ongemak leeft.”
Bron: Groninger Courant 16 december 1768.
Commentaar: Voor verlichte geesten was de redding van drenkelingen een belangrijk project, waar vast een mooi boek over te schrijven valt (zo dat niet gebeurde). In Groningen hield de onvermijdelijke Petrus Camper zich bezig met het belonen van mensenredders. De geschetste-mond-op-kontbeademing gold destijds nog als het eerst aangewezen middel om drenkelingen weer bij bewustzijn te laten komen.
Friese el zoveel langer dan Groningse, dat je van het verschil de belasting kon betalen
Geplaatst op: 30 januari 2016 Hoort bij: Geschiedenis 3 reacties“J. BOSCH, Fabriquer tot Leeuwaarden , maakt en verkoopt, zwart en kouleurde Fluwelen, alle in zyn zoort met gereed geld voor een zeer lage prys, en dewelke boven de 25 gl. koopt, kan voor gerede betalinge korten 4 perc. en 10 Elle gelyk kopende krygt een Elle toe dat is 11 Elle voor 10 Ellen boven de kortinge van ’t perc. Daar worden ook gemaakt Zyden Pluis, zwart en kouleurt, zwart Partezooy , Grodetoer en Gewatert Moor , alles op dezelfde Conditiën. NB. De Elle Maat is in Vriesland zoo veel groter dan in Groningen dat de Pontkamers daar uyt kunnen betaald worden.”
Deze advertentie van een Friese fluweelmaker in een Groninger Courant van eind 1768 wil Groninger klanten met diverse voordeeltjes naar Leeuwarden lokken, zolang ze daar maar contant betalen. Zo ja, dan gold bij aankoop boven de 25 gulden een korting van 4 %. Bovendien was bij aankoop van 10 el de 11e el gratis.
De man had diverse soorten fluweel in zijn assortiment, die lang vergeten namen droegen. Let speciaal op de laatste zin: de Friese el was volgens hem zoveel groter dan de Groningse, dat de Groninger invoerrechten en/of accijnzen uit het verschil betaald konden worden.
Dit laatste maakt uiteraard nieuwsgierig naar de twee ellematen. De Friese, eigenlijk de Workumer, was destijds 0,709 meter lang, de Groninger 0,669 meter. Dat verschilde dus 4 centimeter of 5,6 à 5,9 % al naar gelang je het van de Friese of de Groningse kant bekeek. Heb zo’n idee dat de Friese fulpenfabrikeur hier de Groningse fiscaliteit wel wat onderschatte, maar welke rechten er precies voor fluweel golden, ga ik niet uitzoeken.
Ruimtewezen hapt Forum weg
Geplaatst op: 30 januari 2016 Hoort bij: Kunsten, Stad nu 4 reactiesDe panelen van Bart Nijstad hangen er al een poosje, op de bouwschutting van het Groninger Forum aan de oostzijde van de Grote Markt, maar ik was niet eerder in de gelegenheid ze te fotograferen. Vanmiddag was dat trouwens nog best moeilijk, met al het verkeer (bussen, fietsers, voetgangers).
Het betreft een glimlachend ruimtewezen met slappe hanekam en reptielenogen die met losse handen een stralend kristal voor zich verschijnen ziet:

Zijn handen ontfermen zich over dit kristal:

Dat floep! verandert in het Groninger Forum:

Met tedere vingertoppen plaatst het ruimtewezen het Forum op een display:

Om het hele zwikkie zonder boter en suiker door zijn keelgat te schuiven:

Hoewel er onder het hoofd van het ruimtewezen geen lijf zichtbaar is, spiraalt het zwikkie door een slokdarm naar een ongewisse verte:

Smeerkezerij
Geplaatst op: 30 januari 2016 Hoort bij: Stad nu 4 reacties
Veel kauwgumkauwers maakt het niet uit waar ze het afgewerkte product lozen. Zo liggen er bij de onderdoorgang van het Cascadecomplex in de stad nogal wat stippen bij de uitgang van de fietsenkelder. Met malende kaken op je werk verschijnen geeft geen pas, maar het spul even in een papiertje wikkelen om het dan in de prullenbak te gooien, is blijkbaar al te veel moeite. Eigenlijk zou je er een camera op moeten richten om de beelden mee te laten wegen bij het al dan niet bevorderen van personeel. Dan zeef je de geesteijke luilakken eruit en is het gauw afgelopen met die smeerkezerij.
Bovenstaande foto is gemaakt bij het station. Hier betreft het de categorie kauwgumkauwers die denkt dat kauwgum oplost in water, dan wel, dat het onmogelijk is dat het riool met jouw rommel verstopt raakt.
Lijklakens en grafhekjes
Geplaatst op: 29 januari 2016 Hoort bij: Geschiedenis 4 reactiesIn een reglementje op een nieuwe begraafplaats te Finsterwolde, gedateerd op 1925, kom ik het verschijnsel dood- of lijklaken weer tegen:
“Den eigenaren van grafruimten of hunne recht verkrijgenden is het geoorloofd op het graf een los houten raam te plaatsen met of zonder een zwart laken, echter niet langer dan gedurende drie maanden na de begrafenis.”
In Diaconie-archieven als bron (Assen 1988) geeft Harry Gras een omschrijving van dat laken voor Drenthe. Het werd er gehuurd van de lokale diaconie, de kerkelijke armenkas, om het bij een begrafenis over de doodskist te kunnen draperen. Vaak beschikten een diaconie over meerdere exemplaren. Meestal waren deze nieuw gekocht als het oude lijklaken versleten raakte, maar soms kreeg een diaconie er ook wel eens een cadeau van beter gesitueerden. Het oude laken bleef dan in gebruik, terwijl de diaconie het nieuwe tegen een hoger tarief verhuuurde. Zo beschikte de diaconie van Peize begin twintigste eeuw over een “beste laken” en een “minste laken”. Het ene deed qua huur een daalder en het andere een gulden. Aan het gehanteerde tarief in de diaconierekening kan je dus de status van een overledene aflezen.Bovendien had de diaconie van Peize nog een kinderlaken te huur voor een halve gulden.
De beschrijving van Gras geldt ook voor Groningerland. Zo kwam ik als student in 1980 bij een familiehistorisch onderzoek naar het negentiende-eeuwse diaconiearchief van Westeremden twee tarieven voor lijklakens tegen: een algemeen van een gulden, en een lager van 60 cent per dag. Dat lagere tarief werd vrijwel uitsluitend door nabestaanden van overledenen uit een daglonersmilieu betaald. Het zal om het mindere laken zijn gegaan.
Daarnaast was er in Westeremden een verschijnsel, dat Gras niet noemt voor Drenthe. Bij een begrafenis lag in het Groningse dorp bijna sowieso een zwart laken over de kist, dat hoorde zo als je niet arm was. Maar men kon er het laken ook zes zondagen huren voor over het hek rond de groeve en men betaalde dan navenant. Vanwege de veel hogere kosten gebeurde dit echter veel minder vaak, en alleen in bepaalde gevallen. Erfgenamen uit de gezeten boerenstand betaalden de hoogste sommen aan lakengeld (meestal ƒ 6,30 à ƒ 7,-) voor overleden ouders en echtgenoten, maar voor hun overleden kinderen huurden ze het zwarte laken slechts een dag, dus voor een gulden.
Dat de Drenten vreemd tegen dat Groninger hekjesgebruik aankeken, blijkt impliciet uit een stukje dat de Provinciale Drentsche en Asser Courant op 28 juni 1864 plaatste. Het betreft een beschrijving door ene L uit W. over de gewoonten bij begrafenissen in Groningerland , die eerder in de Steenwijker Courant had gestaan:
“Als blijk van hulde of liever als bewijs van rijkdom (want naar ’t vermogen der familie duurt dit langer of korter, terwijl de arme slechts een bloot rekje verkrijgt), staat nu op het graf van den overledene een rekje in den vorm ener doodkist, waarover elken morgen een zwart laken wordt gehangen, dat des avonds weer wordt weggenomen door oude vrouwtjes…”
De scribent verondertelde dat dit “kerkdienaressen” waren , maar ik denk eigenlijk eerder aan bedeelde bejaarden. Dat het lijklaken elke dag werd opgehangen in deze voorstelling van zaken, lijkt conform de praktijk in Finsterwolde, maar verschilde van die in Westeremden.
In Westeremden maakten de lakenhuren maar een klein deel uit van de diaconale inkomsten. Dat ze desalniettemin wel degelijk van belang konden zijn, toont een advertentie van de stad-Groninger diaconie in de Groninger Courant van 15 mei 1838. Hier waren particuliere ondernemers lijklakens gaan verhuren en de diaconie deed een moreel appel aan het publiek, om de armen te blijven steunen:
“Sedert onheugelijke jaren heeft het verhuren der Lijklakens door de Kosters der drie Hoofdkerken TEN VOORDEELE DER ARMEN bij onze Diakenie plaats gehad en geschiedt nog heden ten dage. Doch in den laatsten tijd hebben partikulieren , zoo als wij vernomen hebben , ditzelfde bedrijf bij de hand gevat, om er winst mede te doen. Het staat natuurlijk regtens ieder vrij , dat bedrijf uit te oefenen , hetwelk de wet hem vergunt, al benadeelt hij ook de armen; maar de Ingezetenen zullen zich toch wel zedelijk gedrongen gevoelen, om, bijaldien zij zich in de treurige noodzakelijkheid bevinden, van tot de ter aarde bestelling hunner Betrekkingen Lijklakens te moeten gebruiken, ook in dezen bij voortduring aan de Armen te geven wat der Armen is. Deze herinnering moge niet overbodig schijnen in een’ tijd , waarin aan de inkomsten onzer Diakenie zulke gevoelige slagen zijn toegebragt en waarin men meer dan ooit op de krachtdadige ondersteuning van Weldoeners der Armen zijne eenige hoop moet vestigen
Groningen T. P. TRESLING,
den 10 Mei 1838. Archidiaken”
Ongedoopte kinderen werden stil begraven
Geplaatst op: 29 januari 2016 Hoort bij: Familie 6 reactiesHet graf van de zeer jong gestorven broer van mijn moeder heb ik tot nu toe niet kunnen vinden. Misschien geeft dit citaat uit hetzelfde jaar 1928 aan, waarom dat tot nu toe onmogelijk bleek:
“Ook nu is dat nog altijd op het platteland in het geheele Oosten van Nederland en in Friesland het geval. Dit blijkt uit het merkwaardige feit dat een ongedoopt kind dat sterft, nergens een „groene” d. i. een officieele begrafenis krijgt. Het wordt niet „verluid”, de dood wordt niet „aangezegd” en het lijkje wordt alleen door den vader met den koster of doodgraver naar het graf gebracht. Maar is het kind gedoopt, en sterft het den volgenden dag, dan volgt een volledige „groene” met verluiden, noodiging van alle familie tot in verren graad, begrafenismaal. burendiensten en rouw. Alleen een gedoopt, d.i. in het religieus-ceremonieel verband opgenomen kind, heeft dus een sociaal bestaan.”
Bron: W.J. van den Berg, predikant van Nijeveen, in een beschouwing over doodsgebruiken in de NRC van 1 januari 1928.
De vos taalt niet naar kaas
Geplaatst op: 28 januari 2016 Hoort bij: autobio, Stad toen 3 reacties

In een doos met paperasserij die ik sinds mijn verhuizing, nu vijf jaar geleden, niet meer ingekeken had, vond ik dit kassabonnetje van boekhandel Vos, rechtsonder gedagtekend op 7 juni 1985.
Ik moet er toen ongeveer tien jaar klant geweest zijn. Het was een kleine, nogal opgepropte boekhandel met vrij veel ondogmatisch links gedachtengoed in het assortiment. Je kon er bijvoorbeeld anarchistische blaadjes en brochures kopen. Verder hadden ze vrij veel geschiedenis, maar dat was ook wel verstandig met het Instituut voor Geschiedenis zo dichtbij. Dat de historici in 1981 verhuisden naar de Rozenstraat, moet zakelijk een tik geweest zijn voor boekhandel Vos.
Eerlijk gezegd vond ik meneer Vos, de eigenaar, wel een beetje een ouwe zuurpruim. Ik heb hem nooit zien lachen. Het schijnt dat uitgever Geert van Oirschot er regelmatig langskwam met nieuwe boeken en een fles jenever, maar die heb ik daar helaas nooit gezien. Wel kwam er, toen ik eens in de winkel stond te neuzen, een vertegenwoordiger langs met joodse oorlogsherinneringen. De arme man werd afgepoeierd door Vos: “Want joodse oorlogsboeken, daar hebben we nu wel genoeg van”.
Het vignetje op bovenstaande kassabon zal overigens getekend zijn door Peter Vos. Het toont een vos die genoeglijk tegen een boomstronk aan zit te lezen. Boven hem zit een raaf met een hele kaas in de snavel. Volgens de bekende fabel is de vos uit op de kaas, en slijmt hij de raaf net zo lang met complimenten over diens buitengewoon voortreffelijke zangkunst, tot de raaf gaat zingen en de kaas laat vallen. Maar die situatie lijkt zich hier niet voor te doen. Daarvoor is de vos te zeer verdiept in zijn boek. Hij taalt niet naar kaas.
Instructie voor de lijkbezorgers van Finsterwolde
Geplaatst op: 27 januari 2016 Hoort bij: Geschiedenis 3 reacties
Instructie voor de lijkbezorgers
Art. 1
Het begraven van lijken in de gemeente Finsterwolde zal geschieden door 6 personen, daartoe door Kerkvoogden der Hervormde gemeente aangesteld.Art. 2
Zij zijn verplicht bij iedere begrafenis hunne diensten te verrichten, en worden benoemd voor den tijd van vier jaar. Ieder 2 jaar, met den 1en Januari treedt de helft af volgens op te maken rooster.Art. 3
De diensten in art. 2 bedoeld, bestaan uit het brengen der lijkkist uit het sterfhuis in den lijkkoets, het begeleiden der lijkstatie in zoodanige orde, als zal worden gelast en het dragen van den lijkkist naar – en het neerlaten in de groeve. Van het kerkhof teruggekeerd kunnen zij de stoet verlaten. Bij ontstentenis één hunner zonder geldige redenen, kan op kosten van den teruggeblevenen een plaatsvervanger worden genomen.Art. 4
De lijkbezorgers moeten voor eigen rekening gekleed zijn in een net zwart pak, lage hoed en gepoetste schoenen. Voor rekening van Kerkvoogden zal hun in bruikleen worden gegeven een sjerp met tressen benevens handschoenen.Art. 5
Gedurende den dienst is ’t misbruik maken van en ‘t vragen om sterken drank zoowel als rooken verboden en kan ontslag ten gevolge hebben, tot het geven waarvan Kerkvoogden ten allen tijde bevoegd blijven.Art. 6
De belooning voor iedere begrafenis zal per hoofd ƒ 1,- bedragen. Nadat op ’t einde van elk dienstjaar is vastgesteld, wat ieder heeft te vorderen, zal hun deze som door het Burgerlijk Armbestuur worden voldaan.Aldus vastgesteld door Kerkvoogden en notabelen in hunne vergadering gehouden den 6 December 1899.
Namens dezelve:
T. Kremer (voorz.)
A.T. Roelofs (secr.)
Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 232 (archief hervormde gemeente Finsterwolde), inv.nr. 80.
Drie graven overgedragen
Geplaatst op: 26 januari 2016 Hoort bij: Familie Een reactie plaatsen
Notitie in een registertje van de begraafplaats bij de kerk van Finsterwolde (1917-1949), klasse II, vierde rij zuid, nummer 5. Eerst is iets in het oorspronkelijke handschrift overgeschreven, van die regel is alleen F. Randa blijven staan. Bleef hij er liggen, in dat graf?
Dat zo’n nummer uit meerdere graven bestaat, toont de overschrijving: “Drie graven overgedragen aan G. Perdon”. Die d in Perdon moet een t zijn, maar dat geeft niet, dat doet het Gronings. Volgens een andere notitie in een chronologisch opgebouwde lijst werd mijn overgrootvader Geert Perton in 1949 namelijk op dit nummer begraven, twintig jaar na zijn vrouw Antje Tuin. Dat Randa in de notitie niet overgeschreven of doorgehaald is en Perton er typografisch onder duikt, wijst er mijns insziens op dat Randa er al lag en er nog steeds ligt. Vermoedelijk mèt zijn Duitse onderwijzeres naast Geert en Antje en tante Siene.
Fokko Randa overleed in 1920. Hij was de schoenmaker die mijn overgrootvader het vak leerde. Hij en zijn vrouw hadden geen kinderen, later zouden mijn overgrootouders het een en ander van Randa hebben geërfd. Misschien hoorden daar wel deze drie graven bij. Dat zou dan in 1920 geweest moeten zijn. Ik ga maar eens op zoek naar het testament van die Randa.

Onlander rondje
Geplaatst op: 25 januari 2016 Hoort bij: Drenthe, Ommelanden, Onlanden 1 reactieMeer dan manshoog riet:

Bij de Matsloot zijn de ganzen terug, die met de vorst even in geen velden of wegen te zien waren. In de verte de molen van Roderwolde:

De Zuidwendinger molen bij de Poffert:

Op het bouwterrein van het Van der Valkhotel bij de A7 staat een schitterende kraan:

Havelte gaf meer aan Winterhulp dan Dwingeloo
Geplaatst op: 25 januari 2016 Hoort bij: Drenthe vrogger, Familie 4 reacties
Deze grafiek toont de gemiddelde opbrengst in centen per inwoner van de zeven eerste Winterhulpcollectes in de winter van 1940-1941, en dat voor de gemeenten Dwingeloo en Havelte. De totaal-opbrengsten per gemeente haalde ik uit het Agrarisch Nieuwsblad, dat ook een bevolkingsstatistiek per 31 december 1940 bevat, waarmee je de gift per inwoner kunt berekenen, die een vergelijking tussen de gemeenten mogelijk maakt.
De nazistische liefdadigheidsclub Winterhulp hanteerde verschillende collecte-methodes: met de rammelende bus op straat, maar ook wel met lijsten langs de deur. Lijstcollectes brachten, hoewel er meer administratie aan te pas kwam, met hun sociale controle ook meer op – dat zal mogelijk de piek bij de derde collecte verklaren. Die collecte was ook de enige, waarbij Dwingeloo Havelte qua gemiddelde gift overtrof, zij het maar zeer licht. Bij de andere collectes was de gemiddelde gift in Havelte steeds veel hoger, deze tendeerde zelfs naar het dubbele van die in de gemeente Dwingeloo.
Dat ik zoiets ga uitrekenen, heeft een persoonlijke achtergrond. Mijn moeder mocht op het punt van familiale oorlogservaringen graag Dwingeloo en Havelte vergelijken. Terwijl haar vader in 1943 als electriciën in Dwingeloo met het register van de luistergelden verschillende radio’s van dorpsgenoten onder de winkelvloer verstopte, en zelf ook een radio aanhield om naar de BBC en Radio Oranje te kunnen luisteren, werd de radio van mijn vaders familie in Havelte wèl ingeleverd. Mijn grootvader hier had hem willen verstoppen in zijn bijenstal, maar daar stak mijn wat bang uitgevallen grootmoeder een stokje voor.
Dit familiale verschil in houding (geduid als dapper of angstig), liet zich ook gemakkelijk doortrekken naar de dorpen in het algemeen. In Dwingeloo was het verzet vrij sterk, er kwamen zeker tien, twintig ‘partizanen’ om. In Havelte, met zijn zeer sterke Duitse aanwezigheid, stelde het verzet weinig voor – het bestond hier eigenlijk maar uit één man, de postkantoorhouder Jetten, die als spion het Duitse vliegveld voor de geallieerden uittekende en fotografeerde.
Er was ook een verschil tussen de burgemeesters van beide plaatsen. Die van Havelte, Eggink, mocht de hele oorlog aanblijven. Hij maakte ondubbelzinnig propaganda voor Winterhulp. Die van Dwingeloo, Stork, werd al in 1941 ontslagen en in een Brabants gijzelaarskamp vastgezet. Daaruit vrijgekomen, ontsnapte hij in 1944 ternauwernood aan executie door een Silbertanne-commando. Bovendien waren verschillende andere sleutelfiguren in Havelte, zoals de huisarts en de gemeente-architect, ook ronduit Deutschfreundlich. De huisarts van Dwingeloo, dokter Dinkla, redde daarentegen een geallieerde piloot uit handen van de Duitsers.
Naast zulke verschillen tussen sleutelfiguren bestond er nog een ideologisch onderscheid tussen Dwingeloo en Havelte. In beide gemeenten was volgens de volkstelling van 1930 het overgrote deel van de mensen hervormd, respectievelijk 86,1 en 88,6 %. In Dwingeloo had je echter een redelijk grote gereformeerde minderheid (12,7 %), terwijl het aantal gereformeerden in Havelte weinig voorstelde (2,6 %). Daar was de onkerkelijkheid juist veel groter (4,4 %) dan in Dwingeloo (0,2 %). De kerkelijk gemotiveerde weerstand tegen de nazi-ideologie lijkt in Dwingeloo dan al van meet af aan groter te zijn geweest, dan in Havelte.
Zwieren op de baan van Hoogezand (1927)
Geplaatst op: 24 januari 2016 Hoort bij: Geschiedenis 5 reactiesBeelden uit het bioscoopjournaal van 1 december 1927. Ze zijn gemaakt in Hoogezand, waarschijnlijk bij het provinciaal kampioenschap schoonrijden voor dames, waarvan in kranten sprake is. Let vooral ook op het paarsgewijze rijden, dat zie je volgens mij nergens meer.
Rollatorsporen
Geplaatst op: 24 januari 2016 Hoort bij: Hoogkerk 2 reacties
Meerdere buren van me zijn hoogbejaard en kunnen alleen lopen met een rollator. Hun verkeer gaf gister dit effect op de galerij.

Recente reacties