Nogmaals Meerland

img595 a

Deze foto is al wat langer in mijn bezit, misschien al wel veertig jaar. Waarschijnlijk gaat het om een luxe-editie, want zo’n dikke kartonnen passe-partout tref je niet vaak en zo’n plastic-achtig afschermlaagje al evenmin. Duurkoop is niet altijd duurzaam – juist dat laagje heeft de foto op den duur mogelijk verslechterd. Je kunt nu nog maar moeizaam onderscheiden wat erop staat. Aanvankelijk dacht ik dat het een boerderij was, maar op zeker moment heb ik er met potlood achterop gezet dat het de schoolmeesterswoning van Meerland was, waar mijn oud-tante Jeurine en haar man Harm Sprang woonden. Ook noteerde ik er, dat het beeld “verkeerd om” was.

Vorige de week dacht ik: “Laat me Picassa eens loslaten op dat ding”. Vooraf had ik er weinig fiducie in, omdat er vanwege dat dikke passe-partout ruimte zit tussen de foto en de glasplaat van de scanner.  Maar de afbeelding werd wel scherp en liet zich ook bewerken. Met Paint is ze gespiegeld en in Picassa zijn licht en contrast vergroot. En dan wordt ze zo:

img595 picassa-versie gespiegeld

Afgaande op de bomen lijkt de foto een jaar of wat eerder gemaakt dan de onconventionele schoolfoto. Toch is er ten aanzien van de afgebeelde mensen sprake van eenzelfde afstand. Gaat het misschien om dezelfde fotograaf met dezelfde camera, die geen groothoeklens heeft, waarmee je zowel mensen dichtbij als een gebouw op de achtergrond kunt inkaderen?

De mensen zijn in dit geval mijn oud-tante Jeurine (links) en haar man (rechts), beide staand met tussen hen in een oudere man, mogelijk de vader van Harm Sprang. Hij zit op een bankje. Een redelijk forse, herdersachtige hond staat voor beide mannen.

Links van het huis de voorste twee fruitbomen van de kleine boomgaard die ook op de schoolfoto te zien is. Deze bomen staan in bloei, het is voorjaar. Achter mijn oud-tante bevindt zich een hoog keukenraam, met eronder een kelderraam. Uiterst links lijkt ook nog een stukje van de school zichtbaar.


Ommetje Eiteweert – Leegkerk

Vanmiddag tussen drie en vier uur.

Langmadijk en Hamersweg:

2016-10-01 003
Even de blik richting Onlanden:
2016-10-01 006
Leegkerk:
2016-10-01 019
Leegkerk, bomen voor de weem:
2016-10-01 027


Tussen klerken en commiezen

In wat voor gebeurtenis de carrière van mijn oud-tante Siene culmineerde, heb ik hier al eens beschreven. Op onderstaande foto poseert zij (uiterst rechts) eind jaren 20 met haar collega’s op de stoep van het belastingkantoor aan het Boschplein te Winschoten:
img605

Groot was de afdeling niet: acht mannen en drie vrouwen. Sommige mannen dragen een pet, dat zullen de klerken zijn geweest. De commiezen droegen hoeden, denk ik. Op het bordje links naast het portaal staat: “Kantoor der registratie en domeinen, zegel- en successierechten”, met eronder de openingstijden. Klerk of schrijver Elsiena Perton zat op laatstgenoemde heffing.

Blijkbaar is de foto gemaakt bij een feestelijke gebeurtenis, want bij diezelfde gelegenheid werd er een toneelstukje opgevoerd. Man met hoed pleegt overval op de kassier en tante Siene kijkt lachend toe:
img606
Van vijf tot tien jaar later, toen ze overgegaan was naar het belastingkantoor in Groningen, dateert de volgende foto. Alles wat nu in een computer ingeklopt wordt, gebeurde toen nog met de hand. Een mooi, helder handschrift gold dan ook als een pre en aan die eigenschap voldeed het pootje van haar beslist. Overigens zit ze op een stoel van de lokale meubelfabriek Pander of Huizinga – over het rijksmeubilair dus geen klagen:
img608
Het bord op de laatste foto toont een groot cijfer 25 – het ging dan om haar 25-jarige ambtsjubileum. De familie zit er omheen, alleen mijn grootvader ontbreekt. Die wordt waarschijnlijk vertegenwoordigd door mijn grootmoeder, linksboven. Midden- en rechtsboven, dat zijn Sienes zusters Jeurine en Marie, linksonder zit mijn overgrootvader Geert Perton naast de jubilaresse, die rechts wordt geflankeerd door haar oudste zuster Geeske:
img609 a

De datering van deze laatste foto vormt een probleem.  Over de 2 van 25 zit namelijk de datum 1 april 1947, terwijl de 5 is overstempeld met de datum  1 april 1942. Ik denk dat de foto in 1947 te Groningen is gemaakt, en dat de datum van 1942 erop wijst, dat ze voorafgaand aan haar vaste dienstverband bij de fiscus volontair of iets dergelijks is geweest. In dat geval zal ze in 1917 op het belastingkantoor van Winschoten terecht zijn gekomen, waar ze dan vijf jaar later in vaste betrekking kwam. Het zou wel eens kunnen dat er bij het bepalen van de datum voor het ambtsjubileum enige discussie was omdat die eerste vijf jaar niet werden meegeteld.


Hoogkerk-Zuid vanuit de lucht

Drone-filmpje van Hoogkerk-Zuid. Toch wel curieus om de eigen woonomgeving op deze manier vanuit de lucht te zien:

Filmpje van Dutch Drone


Het illegale einde van een eik

omgezaaagde eik

Tussen de oud- en nieuwnieuwtjes van aanvang 66 staat dit berichtje in het Nieuwsblad van het Noorden. De desbetreffende eik stond schuin voor ons huis in de berm en belemmerde in het groeiseizoen het ochtendlicht, zodat het gazon in die hoek van onze tuin vol mos zat en bepaalde planten er niet in de borders wilden gedijen. Hetgeen mijn moeder zeer verdroot. Zij beloofde daarom een fles jenever aan een stel oudere jongens uit het dorp, als ze hem om gingen hakken. Ze had niet gedacht dat ze het zouden durven, maar ’s ochtends lag de eik daar, in al zijn trotsheid geveld. (Meen dat er dezelfde nacht een boerenwagen bovenop het dak van onze lagere school gezet is. Die mocht de gemeente ook weghalen.)

Blijkbaar kregen de autoriteiten weldra in de smiezen, wie er achter het illegale rooien van de eik zat, want naderhand kwam ‘politie Wester’, zo’n beetje een achterbuurman, bij mijn moeder informeren of zij wellicht iets meer van deze snode euveldaad afwist. Ze deed net of haar neus bloedde: nee, ze had helemaal niets gehoord of gezien, zei ze. En ook verder hield iedereen die ervan wist zijn kaken stijf op elkaar. Al mocht mijn moeder er jaren later wel graag over vertellen op verjaardagen, bruiloften en partijen. Dat gebeurde dan bijna altijd wat giechelig, met besmuikte trots: ze vond het best een gewaagd stukje van zichzelf, maar durfde er toch ook niet al te hard op te pochen, uit schaamte voor de eventueel aanwezige natuurliefhebbers.

Vond het berichtje net terug bij het archiveren van mijn bookmarks. Het is  vijftig jaar geleden alweer, dat die eikeboom daar lag.


Ook Josef Cohen was dwangarbeider op vliegveld Havelte

Vlak voor kerst 1940 werd Josef Cohen op non-actief gesteld als directeur van de Openbare Bibliotheek aan de Vismarkt in Groningen. De eerste maanden hield hij nog zijn inkomen, maar dat raakte hij op 1 maart 1941 kwijt. Intussen liep hij nog niet rond met een jodenster omdat hij meende dat hij slechts twee joodse grootouders had. Doordat zijn broer David voorzitter werd van de Joodse Raad, liep dat echter in de gaten en voelde Josef zich gedwongen om alsnog het racistische kenteken te gaan dragen. Als gemengd gehuwde jood werd hij (voorlopig) niet weggevoerd en hield hij zich thuis bezig met schrijfwerk, terwijl hij in het najaar van 1941 en 1942 ook wat bijverdiende in de suikerfabriek.

Net als Bennie Behr kreeg Cohen medio maart 1944 een briefkaartje dat hij zich voor een keuring diende te melden in Meppel. Hij moest alvast werkkleren en bestek meenemen. Na de keuring werd hij direct doorgestuurd naar Havelte:

“Hier was een barakkenkamp ingericht voor de arbeiders die graafwerk moesten uitvoeren voor een aan te leggen vliegveld. Er werd gewerkt in kolonnes van zestien man, van acht uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds, met anderhalf uur pauze, waarin men een kop warme soep kon kopen voor vijfeneenhalve cent. “Diese Suppe soll jedoch sehr schlecht sein.”

De arbeiders kregen eenmaal in de vier weken verlof en verdienden hetzelfde als ‘arische’ arbeiders. Lang heeft Cohen hier geen graafwerk gedaan. Hij was voor een dergelijk lichamelijk werk niet geschikt en daarom kreeg hij administratief werk. Inderdaad is hij, onder andere met Pasen, enige keren met verlof geweest. Ook in het kamp hield hij de moed erin en hij probeerde dat eveneens bij anderen te doen. Hij zal verhalen verteld hebben, zoals hij in de crisisjaren voor een groep arbeiders in de slikken deed, toen hij ze ademloos liet luisteren naar ‘Faust’.

In september 1944 raakten de Duitsers, na de luchtlandingen bij Arnhem, in paniek. Alle arbeiders in Havelte werden naar huis gestuurd. Vervoer was er niet meer en Cohen, die zichzelf een verlofpasje had verstrekt, is lopend naar Groningen gegaan.

Voor hem, als geoefend wandelaar, niet zo’n opgave, maar als jood met een ster op zijn jas was dat een gevaarlijke onderneming. Hij koos binnenweggetjes en bereikte na een dag Assen. Hier vond hij onderdak bij vrienden van zijn bure in Groningen.

De volgende dag ging hij verder. Twee maal werd hij aangehouden, maar dankzij zijn verlofpasje en door zich van de domme te houden, liet men hem gaan. Na twee dagen kwam hij in Groningen aan. In de tussentijd had het Duitse gezag zich hersteld. Cohen besloot – mede onder druk van zijn familie – onder te duiken.”

Bron: Doeke Sijens, Josef Cohen : literator en bibliothecaris (Groningen 1987) 29-31.


Een oplichter van armenkassen en weldoeners

Daniel Dorenbusch was er gloeiend bij, begin 1717. Deze Duitser vroeg toen bij een Meppeler armvoogd om een milde gift voor een gereformeerd stadje in Rijnland, dat door Franse soldaten deerlijk geplunderd en in de as gelegd was. Met zijn aanbevelingsbrief van drost Van Echten, de hoogste baas van Drenthe, hoopte Dorenbusch ook in Meppel een lieve duit in te kunnen zamelen. Maar dit keer had hij pech. Want de Meppeler schulte, het hoofd der plaatselijke politie, was juist bij de armvoogd op visite, toen Dorenbusch daar kwam. De speurneus zag dat de handtekening van de drost vals was en vatte Dorenbusch in de kraag.

Meteen ontving de drost in Echten bericht. Deze herinnerde zich inderdaad een kerel, die hem daar om toestemming vroeg voor het houden van een collecte in Drenthe. Maar zo’n permissie gaf de drost helemaal niet. Integendeel, hij waarschuwde de man dat hij moest maken dat hij uit Drenthe wegkwam, anders liet de drost hem opsturen naar het Asser hondegat.

Begeleid door twee landschapssoldaten ging Dorenbusch alsnog naar deze onaantrekkelijke bestemming. Omdat veel landerijen en wegen tussen Meppel en Assen onder water stonden, mochten de gevangenbewaarders paard en wagen huren. Anders hadden ze dat hele eind moeten lopen, met de gevangene tussen hen in.

Voor de Etstoel, de Drentse rechtbank die alle lijfstraffelijke zaken behandelde, was het verder gemakkelijk. Dorenbusch had twee soorten inkt bij zich, die overeenkwamen met de inkten op het vervalste geschrift. Ook bezat hij verschillende aanbevelingsbrieven van Friese en Groninger heren, eveneens vals. Kennelijk had Dorenbusch al een hele toernee achter de rug, voordat hij tegen de Meppeler lamp liep. Zijn verweer dat hij in dienst van iemand anders collecteerde, voor de kost en vijf stuivers per dag toe, was in de ogen van de Etstoel ongeloofwaardig.

Omdat Dorenbusch ettelijke kerkelijke armenkassen en particuliere weldoeners oplichtte, en zo plaatselijke armen benadeelde, veroordeelde de Etstoel hem tot geseling, bij welke straf de valse aanbevelingsbrieven boven zijn hoofd moesten hangen. Voor de rest van zijn leven werd de Duitser uit Drenthe verbannen. En de beul verbrandde de brieven, op ééntje na.

Verhaaltje dat ik ooit eens opschreef voor De Riepe. Deze versie is iets langer en luchtiger geworden.


Ook in Hoogkerk schaatsen mensen op straat

Ben thuis aan het werk, want er rijdt geen bus en mijn botten waag ik er niet aan door te gaan fietsen. Had geen brood of warm eten meer in huis, anders dan wat soep. Ging daarom net even lopend naar de buurtsupermarkt, via de rijbanen van Zuiderweg en Jan Ensinglaan. De zijwegen zijn dusdanig met ijs bezet, dat mensen erop schaatsen:

2016-01-05 001

2016-01-05 004

2016-01-05 007

2016-01-05 008

Overigens nauwelijks ijzel in de bomen, wat in 1987 tal van takken deed breken.


Het kan altijd erger

2016-01-04 007

Tegen de muur stond al een hele tijd een plastic zak. Ik was al bijna vergeten wat er in zat, maar het betrof boeken en knipsels, gekregen van mijn schoonzus. Zij had de verzameling op haar beurt van een overleden buurman. Diens fascinaties bleken vooral te bestaan uit honderdjarigen,  Groningse grafzerkenpoëzie, en de archeologie van Drenthe en ik kan wel wat met die onderwerpen, vandaar dat die zak met documentatie er nog steeds staat.

Tussen de knipsels zaten ook wat hele krantenkaternen over bijzondere gebeurtenissen. Zoals uit het Nieuwsblad van het Noorden van woensdag 14 en vrijdag 16 februari 1979, toen het pas goed winterde, getuige de koppen:

14

Noorden vast in sneeuwstorm. Dorpen afgesneden van buitenwereld. Politie sluit rijkswegen af. Noodweer komt uit Duitsland. De witte tornado in beeld. Beetje pret maar veel ellende.

16

Gevecht tegen het isolement. Barre winter eist drie mensenlevens. Veel dorpen in Groningen nog onbereikbaar. Een dagje ontbering. Eigen trein uitgraven.

Ja kijk, dan viel het vandaag nog wel mee. Hoewel een extra kwartier blauwbekkend moeten wachten op een bus ook geen pretje is.

 


Ootje

img598 blog 2

Maria Tuin-Glazenborg (1828-1917), was de grootmoeder van mijn grootvader. Door hem en haar andere kleinkinderen, zoals de latere burgemeester Jan Tuin van Groningen, werd zij gewoonlijk Ootje genoemd.

De z en de o in haar achternaam willen in de akten burgerlijke stand ook nog wel eens een s, respectievelijk een e en een u zijn, wat een zoektocht naar de feiten van haar leven wat omslachtig maakt. Bovendien waren er naamgenotes in omloop. Maar uiteindelijk kwamen we er wel uit.

Heel haar leven heeft Ootje in Finsterwolde gewoond. Ze was de dochter van een arbeider en een dagloonster en trouwde er in 1856 als 27-jarige dienstmeid met de drie jaar jongere boerenknecht Harm Tuin, met wie ze vijf kinderen kreeg, waarvan er twee op jonge leeftijd vlak achter elkaar stierven (december 1862). De overblijvende kinderen heetten Jurjen (geboren in 1856, twee maanden na het huwelijk), Antje (1863) en Harm (1866). Jurjen werd later visser, Antje is mijn overgrootmoeder en Harm, een boerenarbeider, was de bekende anarchist die hier al wel vaker ter sprake kwam.

Ootjes man maakte het huwelijk van hun oudste zoon nog mee, maar niet meer die van hun twee jongere kinderen. Hij stierf in 1883 op 51-jarige leeftijd. Van hem is er geen foto.

Ik meen me te herinneren dat Ootje later bij haar dochter (mijn overgrootmoeder) in de kost kwam wonen. Ze overleed op 88-jarige leeftijd in 1917, waarna er van bovenstaand portret, rond 1900 gemaakt door de fotograaf Heiman Sanders in Groningen, minstens drie afdrukken besteld werden bij zijn vakgenoot Tonnis Post in Winschoten. Een aantal dat volgens mij wel van een zekere geliefdheid getuigt. Zowel mijn grootvader als minstens twee van zijn zusters bewaarden zo’n portret.


Boernbrulfte

Mijn moeder bleek zelf een hele serie foto’s van Oude Koninginnedag 1949 te hebben, weggeplakt op onverwachte plekken, zoals in een plakboek met klederdrachtknipsels en -ansichten.

Zij en haar broer maakten die dag deel uit van een gezelschap jongelui dat op wagen nr. 7 het dorp rondreed. Thema van de wagen was “Boernbrulfte”. Dat staat tenminste op een bord opzij met een groot wapen van Dwingeloo . Links de koetsier, centraal het gezelschap op knopstoelen, met de braandewien op taofel. Links ziten mijn moeder en haar broer:

1

Blijkbaar was er in Dwingeloo iemand die een voorraad ouwe klederdracht aanhield, want in de jaren 30 en rond 50 werd zo’n beetje elke feestelijke gebeurtenis opgeluisterd met dergelijke kledij. In de jaren 60 was dat afgelopen, misschien zat toen de mot er wel in. We kunnen constateren dat het gezelschap op de wagen in een goede stemming verkeert, want het zingt. Rechts mijn moeder en haar broer:
2
De bovenste twee foto’s zijn matige kiekjes van een klein formaat, maar deel van de foto’s is ter grootte van briefkaarten en stukken beter van kwaliteit. Tussen de twee mannen rechts zit mijn moeder en in het midden of vooraan haar broer, die de theatrale mogelijkheden van zijn sigaar ten volle uitbuit. En daarmee onbewust een persiflage weggeeft op zijn vader, die werkelijk altijd een sigaar in de mond had:
3
Voor of na de optocht poseerde het gezelschap met een harmonicaspeler. Voor heel even laat mijn moeders broer zijn sigaar uit de mond:
4
Maar als de fotograaf inzoomt, zit-ie er weer in:
5
Mijn moeder heeft de namen van het gezelschap in paren genoteerd:
6
Diezelfde dag? kwamen ook de fanfare en de gymnastiekclub langs het Westeinde (nu Heuvelenweg):
7
De fanfare had nog geen uniformen, en eerlijk gezegd vind ik dat ook wel zo’n mooi gezicht:
8


Statistieken 2015

Het aantal pageviews op Groninganus groeide het afgelopen jaar sterk:

stats Groninganus 2014-2015

Maar gezien de Top 10 van bekeken logjes, kwam dat voornamelijk door één enkel logje, namelijk dat met de UFO-foto:

Heb ik weer: een UFO

243.853

Eierbal uitvinding van Sloots

3.968

Kroegen die ik gekend heb

1.672

Pinox, woar bistu bleven?

964

Henk Jurriaans obiit

851

De eerste gemotoriseerden te Finsterwolde

772

Kastie of kastiebal

771

Wat zijn mollebonen?

748

Hoe de slachtoffers van IJje Wijkstra begraven werden

728

Extreem laag fietsen

508

Zonder dit logje, dat nog steeds elke dag aanloop krijgt, zou het aantal pageviews op 203.137 hebben gelegen. De bezoekers van dit toplogje kwam via links op allerlei mediasites, om te beginnen die van de Telegraaf en de Daily Mirror, en vervolgens allerlei Aziatische, Australische en Zuid- en Noord-Amerikaanse, maar ook plaatselijke. Het ging dus in een paar weken tijd de hele wereld over. De grote mediasites linkten rechtstreeks naar het logje, maar omdat sommige kleinere naar het algemene adres van mijn weblog linkten, kwamen daar ook een 20.000 à 25.000 binnen. Zonder het UFO-logje, netto netto, zou het aantal pageviews dus op een 180.000 hebben gelegen, wel iets meer dan de bijna 170.000 van vorig jaar, maar slechts een bescheiden toename implicerend.

Nog even inhoudelijk terugkomend op dat logje – ik ben absoluut geen UFO-gelovige zoals sommige geharnast-rationele bezoekers meenden. Niet voor niets had ik onder de foto een link naar het liedje van de Byrds aangebracht. Meende dat dat het wel voldoende zou relativeren, maar veel mensen klikken niet op links, zo bleek ook hier.

Over de oorzaak van het verschijnsel is hartstochtelijk gediscussieerd. Destijds zag ik ter plaatse bij een check geen druppel op mijn lens. Op foto’s met lens flare geeft dat verschijnsel ook vrijwel altijd een veel grootschaliger effect: het neemt er veel meer ruimte in. Ik dacht in eerste instantie dan ook aan een weersverschijnsel, namelijk dat het door een kiertje in de donkere wolk piepende zonlicht het optische effect met de halo gaf. Uiteindelijk wees een Amerikaan me op een filmpje, gemaakt in Joshua Tree National Park. Het vertoont precies zo’n kwalachtig fenomeen, maar dan verschuivend over de lens, en daar gaat het onmiskenbaar om lens flare. Door dat filmpje ben ik ervan overtuigd geraakt dat het inderdaad om lens flare ging.


Gelukkig, 2016

2015-08-02 005


Vader Tijd wenst u een

024


Het stigma van ’t sociale

Over haar studie sociale geografie (1931-1937) schrijft Daisy Stork dat zij en haar medestudenten aan het eind van hun eerste jaar een zelfstandig onderzoek moesten beginnen naar een maatschappelijk verschijnsel. Als onderwerp kiest ze ‘De voeten  van de Chinese vrouw’ en haar onderzoeksverslag blijkt uiteindelijk van een dusdanige kwaliteit, dat het goedgekeurd wordt voor een publicatie in het tijdschrift China. Maar dan krijgen zij en haar hoogleraar, Steinmetz, verschil van mening met de China-deskundige prof. Ariëns Kappers sr. Die vindt het namelijk ongewenst dat achter haar naam als auteur ‘sociaal geografisch studente’ komt te staan:

“…dat moet [volgens hem] geografisch studente zijn. Als ik er op wijs dat het heus sociale geografie is, wat ik studeer, luidt zijn commentaar: “dat dit zo slecht zou zijn voor mijn toekomst en vooral voor mijn goede naam, want dat iedereen dan zou denken, dat ik een socialist was”!”

Kappers kreeg zijn zin ook nog. Het is een mooi voorbeeld van hoe een groot deel van de academische elite tijdens het Interbellum nog over socialisme dacht. Destijds, moeten we bedenken, was ook slechts 1 op de ruim 1000 burgemeesters socialist, namelijk Kornelis ter Haan in Zaandam.

Ook in het communiqué-achtige, waarschijnlijk uit officiële bron overgenomen bericht van eind november 1936 over de benoeming van haar partijloze, maar vrijzinnige verloofde Bob Stork als burgemeester van Dwingeloo, wordt haar studie deels verloochend:

“Hij is verloofd met mej. Van der Kuyle te Amsterdam die oeconomische geografie studeert aan de Gemeentelijke Universiteit aldaar.”

In de kennisgeving van haar huwelijk, begin maart 1937 gepubliceerd in diverse kranten, zet de pas afgestudeerde Daisy dit weer recht:

huwelijk Daisy Stork 1937

Het is weliswaar tot soc. afgekort, maar iedereen wist waar dat voor stond. “Wat krijgen we nu in huis?”, moeten de conservatieve krachten in Dwingeloo hebben gedacht.