De ouwe communist
Geplaatst op: 24 juni 2015 Hoort bij: Oosterpoort 1 reactieToen ik gister zat te zoeken naar een toepasselijk plaatje voor bij het rapport over het Oost-Groninger communisme, kwam ik vier portretfoto’s uit 2006 tegen van een man die destijds bij mij in de Oosterpoort om de hoek woonde. Hij heette Henk Groenhof en was een ouwe communist.
Van beroep was hij schilder, taxichauffeur en bouwvakker geweest. Maar dat is niet het belangrijkste, want eind jaren 40, begin jaren 50 fungeerde hij naar eigen zeggen een tijd als voorzitter van de Groninger afdeling van de ANJV (de CPN-jongerenclub) en in de jaren 70 stond hij nog meermalen op een CPN-verkiezingslijst. Terwijl zijn vrouw rond 90 lid was geworden van GroernLinks, ging hij daar niet in mee. Hij moest niet zoveel hebben van nieuwlichterij. Hij was een tikje horizontaal, zeg maar. Toch konden we, als hij wegens warm weer zijn bovenwoning ontvluchtte en op het stoepje voor zijn deur plaatsnam. heel gemoedelijk kletsen over de politiek. Ik plaagde hem dan wel eens met het feit dat niemand zich meer arbeider wilde noemen, maar zo gemakkelijk joeg je hem niet op stang:




Geheim rapport over het communisme in Oost-Groningen (1919)
Geplaatst op: 23 juni 2015 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenIn 1919 inventariseerde de Groninger afdeling van de Centrale Inlichtingendienst voor de haven Delfzijl en het Oost-Groningse grensgebied wie daar de communistische kopstukken waren, waarbij tevens getaxeerd werd hoe groot de kans was dat deze voormannen contact onderhielden met buitenlandse revolutionairen. Het rapport voor Oost-Groningen laat een groot verschil zien tussen enerzijds de Westerwolder gemeenten Bellingwolde, Vlagtwedde en Wedde en anderzijds de Oldambtster gemeenten Nieuweschans, Beerta en Finsterwolde. In Westerwolde stelde het communisme weinig voor. Tekenend is, dat het rapport voor Bellingwolde zowat alle zeven CPH-stemmers met naam en toenaam noemt. Voor Beerta en Finsterwolde echter, valt daar wegens de massaliteit van het prille communisme niet aan te denken. Bij dit verschil was de overeenkomst, dat men zowel in het Oldambt als in Westerwolde vrij gemakkelijk over de grens kon komen. De grensbewaking bleek weinig in tel en er liepen ook communistische soldaat-commiezen rond.
NB: Voor de leesbaarheid heb ik dit rapport van witregels voorzien, terwijl ik de gemeentenamen vet heb gezet. Verder is de weergave getrouw de bewaard gebleven doorslag van een typoscript.
POLITIE GRONINGEN.
Afdeeling: INLICHTINGENDIENST
No. 497. Kabinet.
ZEER GEHEIMRAPPORT
Als vervolg op rapport No. 482 d.d. 22 April 1919 wordt het navolgende gerapporteerd
Het meerendeel van de bevolking te Bellingwolde staat vyandig tegenover het communisme. By de verkiezing voor de Prov. Staten zyn slechts 7 stemmen op C.P. uitgebracht. De SDAP is er sterk vertegenwoordigd. Als Communisten worden genoemd de fam. Boersma, bestaande uit eene weduwe en 3 volwassen zoons en eene dochter. Ook woont te Bellingwolde Jacques Ottens, kunstschilder, wonende by zyn broer Jan Ottens te Bellingwolde. Laatstgenoemde is volbloed SDAP’er, maar Jacques helt over tot het Communisme en is beslist revolutie-gezind. Hy heeft kamers in Den Haag, Korte Houtstraat. Nadere byzonderhden over dit adres onbekend.
De gemeenten Vlagtwedde en Wedde zyn, wat de arbeidersbevolking betreft, byna geheel SDAP-gezind. Het Communisme beteekent er weinig. Als voornaamste Communist wordt genoemd Berend Harkema, arbeider, wonende te Boertange (gem. Vlagtwedde).
In Nieuweschans is de CP vry sterk. Even voor Paschen heeft op Duitsch grondgebied, in de nabyheid van onze grens, by Nieuweschans een rooftocht plaatsgehad. Een zekeren Berend Klooster en een Jan Edens werkten toen in Duitschland op eene boerdery van de firma Zwaan & de Wiljes. Deze firma is gevestigd te Scheemda. Deze 2 personen, die te Nieuweschans wonen, gingen regelmatig van en naar Duitschland. Zy hebben zich erop beroemd, de aanvoerders van die strooptocht te zyn geweest. De Duitsche politie heeft aan Klooster het verblyf op Duitsch grondgebied ontzegd, hy heeft thans door tusschenkomst van het Steuncomité werk te Nieuweschans. Edens schynt nog in Duitschland te werken. Klooster is candidaat voor de gemeenteraad te Nieuweschans van de C.P. Verder worden als communisten aldaar genoemd C. Blauw en A. Kollen, beiden machinist by de SS (= Staats Spoorwegen, HP). Klooster en Edens waren of zyn door hun regelmatig verblyf in Duitschland in de gelegenheid, om relaties te onderhouden met de buitenlandsche communisten. Of dit werkelyk het geval is, is niet kunnen blyken. Op 25 April j.l. heeft Klooster bezoek gehad van een zich noemenden Buurma, die rechercheur van politie zou zyn in dienst [van] den Overste der Kon. Marechaussee. Hy (Buurma) schynt in het bezit te zyn van een boekje, waaruit zyn lidmaatschap van C.P. zou blyken en zal daarvan gebruik hebben gemaakt. Hy heeft een langdurig onderhoud gehad met Klooster.
In de gemeente Beerta wonen vry veel communisten en anarchisten. Hun aantal wordt geschat op 160. De C.P. heeft 3 candidaten gesteld voor den gemeenteraad, nl. Volders, Fokken en Bösken. Als verdere leiders aldaar worden genoemd: de onderwyzer Hendrik van Delden te Finsterwold, oud ongeveer 23 jaar, die studeert voor de hoofd-acte door middel van een Ryksbeurs van ƒ 800,- per jaar en bestemd is voor den dienst in Oost-Indië, S. Jonker, onderwyzer te Beerta en Pieter Aukes, postbode te Beerta, door wien het kleine postkantoor te Beerta wordt waargenomen. Uit hoofde van deze betrekking kan hy als gevaarlyk worden beschouwd.
In de gemeente Finsterwolde zyn de communisten ook sterk. De 2 arbeiders Beno Tuin en Berend Pals zyn door de C.P. candidaat gesteld voor den Gemeenteraad.
Over het algemeen wordt over de grensbewaking in deze streken door de bevolking met weinig lof gesproken. De soldaat-commies Johan ter Berge, daar in de buurt gestationneerd, gehuwd met eene dochter van D. Gruis te Veelerveen en de soldaat-commies Gort, die verkeering zou hebben met eene andere dochter van genoemden Gruis en in de buurt van Veelerveen gestationneerd is, zyn Communisten.
Niet is kunnen blyken, dat ergens in de provincie Groningen een geheim Comité bestaat voor in- en uitlating van koeriers tusschen de Nederlandsche en buitenlandsche communisten. Dat een dergelyke verbinding bestaat, is zeer wel mogelyk, maar Wynkoop behoefde daarvoor niet een geheim comité in het leven te roepen, omdat het passeeren van de grenzen zonder gecontroleerd te worden, geenszins tot de onmogelykheden behoort en bovendien voldoende is gebleken, dat langs de grens genoeg communisten wonen, die, voorzien van passen, Duitschland kunnen bereiken (bv. de genoemde Waterborg en Klooster) en die te allen tyde berichten kunnen overbrengen van Wynkoop naar zyn geestverwanten in het buitenland en omgekeerd.
Rondje Luchtland
Geplaatst op: 22 juni 2015 Hoort bij: De actuele wereld, Drenthe, Hoogkerk 2 reactiesOf: in het stille hart van de depressie.
Bij het Transferium Hoogkerk:

Hamersweg in de verte:

Richting Den Horn:

Vanaf de Tichelwerkbrug over het Aduarderdiep:

Buurtommetje langs de provinciegrens
Geplaatst op: 21 juni 2015 Hoort bij: Drenthe, Hoogkerk 11 reactiesHet nieuwe fietspad tussen stad en Hoogkerk is deels gereed:

Ierse, Schotse en Nederlandse vlaggen maken langs de A7 attent op een folkfestival van Rapalje, volgende week in het Stadspark:

Doorkijkje met een hoge luchtvochtigheid langs de oude huisplaats bij de Boltham naar de Eelder Madijk:

Haflingers bij de Hamersweg – daarachter begint het te betrekken:

De oudste schuren van Peizermade:

Stier koestert zich in het kortstondige zonlicht:

Hamersweg met in de verte het oude dieselgemaal:

En het vee graasde voort:

Rondje Roderwolde – Matsloot
Geplaatst op: 20 juni 2015 Hoort bij: Drenthe, Onlanden 1 reactieIn de berm bij het Transferium Hoogkerk: 
Bij het beekje op de Peizermaden: 
Distels zijn even paars als heide, maar wat minder in tel: 
Een haas in de sterk geurende kamille: 
Bij de Stenhorsten, Peizerwolde: 
Vlierbloesem 1: 
Vlierbloesem 2: 
Roderwolde – fouragerende ooievaars met op de achtergrond een zeskamp in het kader van het dorpsfeest: 
Een kieviet in de prille mais (Sandebuur): 
Rawhide.2 bij Roderwolde: 
Vingerhoedskruid op een bult organisch afval: 
Matsloot – ganzenfamilie gaat er vandoor : 
Rooie Egbert Wagenborg en het communisme in Delfzijl
Geplaatst op: 19 juni 2015 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Na de Russische revolutie (oktober 1917), de Duitse revolutie (november 1918) en de Spartacusopstand (januari 1919) was de Nederlandse overheid bijzonder gespitst op contacten van Nederlandse communisten met buitenlandse revolutionairen. De Centrale Inlichtingendienst volgde daarom nauwlettend de communistische voorlieden, terwijl hij voor de havens en de grensgebieden inventariseerde wie daar de communistische kopstukken waren, hoe groot de communistische achterban was en met wat voor gemak zich communisten over de grens konden bewegen. In Groningen viel de Inlichtingendienst onder de commissaris van politie van de stad, die weer rapporteerde aan de Commissaris van de Koningin. In het kabinetsarchief van de laatste bevindt zich daarom een tweetal rapportjes uit het voorjaar van 1919 over de situatie in Groningen. Het ene gaat over Delfzijl, het andere over het oosten van de provincie. Dit keer komt het rapport over Delfzijl aan bod, aan dat over Oost-Groningen wil ik binnenkort nog aandacht besteden.
POLITIE GRONINGEN M.LB.
Afd. Inlichtingendienst.
No. 482. ZEER GEHEIM.
22 April 1919RAPPORT
Omtrent het communisme in Delfzijl wordt het n[a]volgende gerapporteerd.
Te Delfzijl woont zekere EGBERT WAGENBORG, oud 53 jaar, cargadoor, scheepsbevrachter en reeder. Hij is voor Delfzijl een persoon van beteekenis, iemand met veel ondernemingsgeest, die voor Delfzijl veel doet. Hij was vroeger tjalkschipper en heeft zich langzamerhand opgewerkt. Voor den oorlog en en ook nog in de eerste tyden van den oorlog had hy een geregelde stoombootdienst van Delfzyl op Emden. Ook heeft hy gedurende het badseizoen een geregelde stoombootdienst onderhouden van Groningen via Zoutkamp op Schiermonnikoog. Op politiek gebied behoort hy tot de Communisten. Onder zyn invloed was zyn zoon Piet dienstweigeraar en heeft deze daarvoor een half jaar gevangenisstraf ondergaan. Hy is voorstander van het vrye huwelyk en vegetarier. Zyn dochter leeft in concubinaat met zekeren Jan Niestern, die vroeger met zyn broer te Delfzyl een scheepswerf had. Deze werf is verkocht aan een Duitscher, genaamd Hemsoth, reeder, vroeger wonende te Dortmund. Hy moet deze werf gekocht hebben, omdat de toestanden in Duitschland onzeker zyn. Jan Niestern is nog deelhebber in deze zaak. Op deze werf is werkzaam als klerk Jan Sterringa, geboren te Schoterland, 25 Februari 1870, wonende te Farnsum, eveneens een communist. Sterringa, die vroeger in Amerika is geweest, was voorheen werkzaam op het kantoor van E. Wagenborg. Ofschoon Hemsoth doorgaat voor iemand, die beslist anti-bolsjewiek is, is het toch eigenaardig, dat hy veel omgaat met personen als Wagenborg en Sterringa.
Wagenborg reist veel in Duitschalnd, ook thans moet hy zich daar bevinden met zyn zoon en een zekere De Vries, een schipper, voor den aankoop van een boot. Hy zou het plan hebben, om wederom een regelmatigen dienst van Delfzyl op Emden te openen. Als reden dat hy nu reeds ongeveer 3 weken in Duitschland is, werd opgegeven de omstandigheid, dat hy geen olie voor de bedoelde motorboot kan verkrygen.
Over het algemeen staat Wagenborg by de ingezetenen van Delfzyl gunstig bekend en ziet men in hem niet iemand, die aan revolutie en geweldpleging zal meedoen.
Toch mag niet uit het oog worden verloren dat Wagenborg, gezien zyn politieke overtuiging, een byzondere rol zou kunnen vervullen, speciaal in verband met zyne reizen en zyn groote bekendheid in Duitschland. Het is niet kunnen blyken, dat in Delfzyl een geheim communistisch comité bestaat, hetwelk zorgt voor een geregelde koeriersdienst tusschen de Nederlandsche en buitenlandsche communisten, maar men mag niet uit het oog verliezen dat genoemde Wagenborg, die in het bezit is van een buitenlandsch paspoort en bovendien toegang heeft tot de haven van Delfzyl en alle daar komende schepen bezoekt, zeer zeker in de gelegenheid is, om alle mogelyke berichten over de grens te brengen. Het bovenstaande is niets dan eene veronderstelling, zekerheid daaromtrent bestaat niet en zal ook moeilyk zyn te verkrygen.
De vraag of verstandhouding met buitenlandsche bolsjewieken in de omgeving van Delfzyl mogelyk is, kan ook overigens niet ontkennend worden beantwoord. Het is zeer wel mogelyk dat met kleine zeil- of roeibooten des nachts tusschen den landtong van Reide en Delfzyl aan wal komt, zonder dat dit opgemerkt wordt. Eveneens is dit mogelyk tusschen Delfzyl en de bocht van Wattum.
Twee rechercheurs zyn de zeedyken vanaf Holwierde naar Delfzyl en van daar naar Oterdum gevolgd, zonder door iemand te zyn aangehouden en zonder politie, militairen of commiezen te zyn gepasseerd. Dit was een afstand van ongeveer 2½ uur gaans en geschiedde niet by nacht, doch overdag.
Duiding
Opmerkelijk is de centrale rol die Egbert Wagenborg (1866-1943) in Delfzijl wordt toegedicht in dit rapport. Hij was scheepsbevrachter, reder, hoteleigenaar en grondlegger van het huidige Wagenborg-concern. Daarnaast was hij voorzitter van de lokale Kamer van Koophandel. De kenschets van Wagenborgs zakelijke en maatschappelijke activiteiten en familiale banden klopt globaal wel ongeveer, maar geldt dat ook voor de karakterisering van diens politieke overtuiging?
“Op politiek gebied behoort hy tot de Communisten”, zo stelt het rapport, dat Egbert Wagenborg verder een voorstander noemt van dienstweigering, vrij huwelijk en vegetarisme. Mij doet dat standpunten-complex eerder denken aan vrij socialisme of anarchisme, dan aan marxistisch-leninistisch communisme, en uit de biografische passages die Hans Beukema aan Egbert Wagenborg wijdt in zijn bedrijfsgeschiedenis van het Wagenborg-concern, blijkt ook dat we de veelzijdige ondernemer eerder in de vrij socialistische hoek moeten zoeken dan in de marxistische.
Na zijn huwelijk (1888) was Wagenborg geheelonthouder geworden. Hij dronk en rookte niet en propageerde ook een dergelijke abstinentie. Rond 1900 weigerde hij als scheepsbevrachter nog langer vanuit een kroeg te opereren en werd zelfs vegetariër, anti-militarist en theosoof. Zijn kleinzoon, als wees opgegroeid bij zijn grootouders thuis, herinnerde zich later dat z’n opa bevriend was met een redacteur van De Arbeider, een anarcho-syndicalistish weekblad:
“Daar ging hij op 1 Mei altijd heen en toen hij eens terugkwam hadden ze zijn gevel in de rode menie gezet. Dat was in de Waterstraat. Hij werd ook rooie Egbert genoemd, niet alleen omdat hij een rode snor en rood haar had, maar ook vanwege zijn overtuiging.”
Beukema meldt net als het rapport dat het antimilitarisme van Egbert Wagenborg “navolging ” vond bij zijn zoon, in dit geval echter Abel, “die de dienstplicht ontweek door naar het buitenland uit te wijken”. Het rapport van de Inlichtingendienst noemt een zoon Piet als gevangen gezette dienstweigeraar, maar dat blijkt dus Egbert Wagenborgs vijf jaar jongere broer te zijn geweest.
De conclusie mag zijn dat het communisme van Egbert Wagenborg zeker niet dat van het marximse-leninisme was. Maar communisme was eind negentiende, begin twintigste eeuw nog een gangbaar synoniem voor anarchisme, ook anarchisten noemden zich wel communist, dus het over één kam scheren van beide uiteenlopende politieke richtingen zullen we de rapporteur maar niet verwijten. Anders wordt dat, waar diens schriftuur na het vaststellen van Wagenborgs vredelievendheid overgaat op de omstandige speculatie dat Wagenborg als contactpersoon voor buitenlandse revolutionairen zou kunnen optreden. Met die uit de lucht gegrepen beweringen begint ook het besmeuren van de persoon. Het rapport maakt zo mooi duidelijk hoe een inlichtingendienst zijn opdrachtgevers op een dwaalspoor kan leiden.
In Delfzijl had de Communistische Partij in het voorjaar van 1919 niet eens leden (zie nr. 11 op de lijst). De tweede “communist” die het rapport van de Inlichtingendienst noemt, Jan Sterringa (1870-1951), was getuige diens biografie eveneens anarchist, en zeker geen bolsjewiek.
Deze Sterringa was een bekend uitgever van vooral individueel-anarchistische bladen en brochures geweest en daarmee wellicht de figuur bij wie Egbert Wagenborg, althans volgens diens kleinzoon, op 1 mei altijd op bezoek kwam. Toch lijkt Sterringa minder afkerig van geweld dan de ondernemer. Stapsgewijze hervormingen achtte Sterringa niet mogelijk, de staat was de grootste vijand, en die moest worden vernietigd. Sterringa stond dan ook kritisch tegenover gebroken geweertjes en toonde begrip voor gewelddadige anarchisten die aanslagen pleegden op vorsten en staatshoofden .
Anderzijds koesterde Sterringa zijn hele leven theosofische sympathieën. Hij behoorde in 1897 zelfs tot de stichters van het Theosofisch Genootschap. In 1900 begon hij in Amsterdam een geheelonthouderscafé, de vaste hangplek van de Socialistische Jongeliedenbond in Amsterdam. Twee jaar later emigreerde hij inderdaad met zijn vriendin naar de VS, waar het leven ze niet beviel, zodat ze in 1910 terugkeerden en zich met hun drie zoons vestigden in Delfzijl. Daar werkte Sterringa eerst op het kantoor van Egbert Wagenborg en later als boekhouder voor diens schoonzoon J. Niestern, “die ook revolutionair was”. Volgens Sterringa’s biograaf Jannes Houkes kenden Delfzijl en Farmsum “een harde kern van individueel-anarchisten rond de havenarbeider Remko Tamminga”. Die naam valt nu juist niet in het rapport van de Centrale Inlichtingendienst. In 1915, dus tijdens de Eerste Wereldoorlog, tekende Sterringa nog een dienstweigeringsmanifest – ook de militaire geheime dienst hield hem daarom in de gaten, maar na de Wapenstilstand manifesteerde hij zich niet meer in politieke zin. In 1930 verliet hij Delfzijl.
—
Bronnen op papier:
- RHC Groninger Archieven Toegang 1152 (Kabinet CdK), inv.nr. 228 (Rapporten van de Cenrale Inlichtingendienst, vooral uit 1919), rood potloodnummer VII d.d. 22 april 1919.
- Hans Beukema, Wagenborg 100 jaar. Transport over water, wadden en wegen (Haarlem 1998) hoofdstuk I.
Drinklied op de zoute haring (1645)
Geplaatst op: 18 juni 2015 Hoort bij: Muziek Een reactie plaatsen
Het filmpje is van Leo Borst.
Voor de oudste tekst zie DBNL.
Varianten staan op de Liederenbank (en dan m.n. via de DBNL-icoontjes).
Jeugdvermaak veroorzaakt miskraam? Een treurige historie ontzenuwd
Geplaatst op: 17 juni 2015 Hoort bij: Drenthe vrogger 11 reactiesHet was een “treurige geschiedenis” volgens de Utrechtse en de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 14. respectievelijk 19 maart 1856. In Havelte was ’s avonds bij een jong en pas getrouwd boerenstel op het venster gebonsd door opgeschoten jongelui, “gelijk zulks op de dorpen dezer omstreken dikwijls gebeurt”. Daarna was dat venster plotseling opengetrokken. Omdat zijn vrouw hoogzwanger was, en schrik in die toestand volgens de gangbare opvattingen heel gemakkelijk tot een miskraam kon leiden, liep de man des huizes woedend zijn woning uit, op zoek naar de daders. Buiten op de weg voor zijn huis wist hij een overbuurjongen, zoon van een dikke boer, bij de lurven te grijpen en begon op hem in te slaan. Die jongen verweerde zich, er ontstond een geweldige matpartij, en toen die eindelijk afgelopen was, liep de jonge boer zijn huis weer in met een gezicht vol schrammen, wonden en bloed, “zoodat hij er monsterachtig uitzag en bijna niet te kennen was”. Wat hij had gevreesd, gebeurde nu:
“Zijne jeugdige vrouw in hoogst zwangeren toestand verkeerende, is daarop onmiddelyk van een levenloos kind bevallen en daarna weldra overleden.”
De suggestie dat de kloppartij tot de miskraam en de dood van de vrouw leidde, bleek echter onjuist. In een volgende editie van de Drentsche en Asser Courant stond namelijk een ingezonden stuk van ‘Een vriend van waarheid en orde’ (mogelijk ds. Swiers van Havelte), die meldde dat de meeste feiten op zich misschien wel klopten, maar dat er geen oorzakelijk verband tussen bestond.
Ten eerste kon de boerin volgens briefschrijver niet geschrokken zijn door de aanblik van haar bebloede man. Want haar echtgenoot had uit voorzorg een doek om zijn hoofd gewikkeld, voordat hij de kamer binnenkwam. Ook waren zijn wonden binnen een paar dagen al genezen en niet of nauwelijk meer te zien – ze stelden dus maar weinig voor. Ook was de vrouw niet meteen, maar pas de volgende dag, “na eene allermoeijelijksie verlossing” bevallen. Haar eigen overlijden volgde weer enkele dagen later:
“Wy meenen dus te mogen beweren, dat er tusschen die schermutseling en de ongelukkige bevalling der jeugdige vrouw niet het minste verband bestaat.“
Interessant is wat de briefschrijver zegt over het vermaak van de jeugd, om mensen de stuipen op het lijf te jagen door het onverwacht kloppen op vensters en het opengooien daarvan:
“Van het openen van eene deur of venster door jongelieden schrikt eene Havelter boerin niet, dewijl men daaraan wel gewend is. “
Toch maakt de briefschrijver duidelijk dat hij niets van dit vermaak moet hebben:
“Hartelijk is het intusschen te wenschen, dat deze veel besprokene gebeurtenis aanleiding mogt geven, dat onze jongelieden betamelijker uitspanningen zoeken, dan het zwerven bij avond door wegen en stegen, dikwerf onder woest gezang, en het gluren door deuren of vensters.“
Waterloofeest
Geplaatst op: 16 juni 2015 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenDe particuliere kant van het gouden Waterloo-jubileum, zoals blijkend uit advertenties in de Groninger Courant van respectievelijk 4, 14 en 18 juni 1865.
Van deze prachtbundel, samengesteld door meester Van de Woude van Nieuwolda, lijkt geen enkel exemplaar bewaard:

Bijverdienste van een middenstander:

Voor de mensen die er geen genoeg van konden krijgen was er na het openbare en officiële programma nog een extraatje in de Kleine Pelsterstraat:

Havelter veldwachter overleefde Slag bij Waterloo
Geplaatst op: 15 juni 2015 Hoort bij: Drenthe vrogger Een reactie plaatsenAls de Provinciale Drentsche en Asser Courant in 1863 een kort lijstje publiceert van nog levende Drenten die in 1815 in de Slag bij Waterloo mee hadden gevochten, staat daarop de Havelter Albert ter Haar:
“Deze is in 1814 uit Frankrijk teruggekeerd en dadelijk ingelijfd bij het 5e bataillon jagers; hij heeft den slag bij Waterloo bijgewoond en is daarna weder mede Frankrijk ingetrokken.”
Voordat Napoleon naar Elba werd verscheept, maakte deze Ter Haar dus net als zoveel andere Nederlandse mannen en jongens deel uit van Napoleons armee. Bij zijn terugkeer in Nederland kon hij meteen in dienst bij een Nederlands legeronderdeel, waarmee hij in Waterloo vocht, waarna dat onderdeel van hem de vluchtende Franse troepen tot in Frankrijk achtervolgde.
Ongetwijfeld kon Ter Haar veel vertellen, als hij dat wilde. Na zijn militaire loopbaan werd hij veldwachter in Havelte, zo blijkt uit een bericht van 2 september 1865 in dezelfde krant. Een paar maanden eerder herdacht men dat de Slag bij Waterloo voor vijftig jaar plaatsvond en de gemeente Havelte zette haar veteraan daarom alsnog in het zonnetje:
“Havelte, 29 Aug. Heden was ‘t voor onzen oud-brigadier-veldwachter Albert ter Haar een ware gedenkdag. De Burgemeester dezer gemeente reikte hem, onder hartelijke toespraak, in tegenwoordigheid van den vollen raad en anderen, het eereteeken uit voor de oud-strijders van Waterloo, 1813-1815, ook aan hem toegekend. Het bijbehoorende certificaat was in eene sierlijke lijst vervat. De lijst werd aan A. ter Haar door den Burgemeester, namens de gemeente, uit achting ter hand gesteld. De toespraak van den Burgemeester maakte op de aanwezigen een diepen indruk. A. ter Haar kon ternaauwernood zijnen dank betuigen; ’t gemoed was hem vol. Dat dit eereteeken nog langen tijd de borst van den oud-strijder, onzen immer ijverigen veldwachter, moge versieren, is onzer aller wensch.”
Ter Haar heeft nog bijna negen jaar van zijn medaille en het bijbehorende ingelijste diploma kunnen genieten. In 1874 overleed hij op 77-jarige leeftijd, hij was dus 18 toen hij Waterloo meemaakte.
Bij zijn overlijden was hij al weduwnaar. Oorspronkelijk kwam hij van Meppel, waar hij in 1824 ook was getrouwd. Van beroep was hij destijds nog hoedemakersknecht, terwijl zijn drie jaar oudere vrouw, van Oldemarkt afkomstig, als dienstmeid had gewerkt. Het was een moetje, want hun oudste zoon Berend werd vier maanden na het huwelijk geboren. Ook zoon Derk kwam in Meppel ter wereld (1827). Bij de geboorte van de derde zoon, Jan (1830), bleek Albert ter Haar echter veldwachter te Havelte. Hij moet hier dus tussen 1827 en 1830 door de gemeente in dienst zijn genomen. In 1860, bij het huwelijk van zijn zoon Jan, werd Albert ter Haar echter kleermaker genoemd, terwijl hij in 1861 bij het trouwen van zijn zoon Berend “zonder beroep” heette te zijn. Puur afgaande op de akten burgerlijke stand liep zijn aanstelling als veldwachter dus voor 1860 af , terwijl het krantenbericht over zijn huldiging daarover ambigu is, want dat noemt hem zowel “oud-brigadier-veldwachter” als “immer ijverigen veldwachter”. Mogelijk dat gemeentelijke stukken hierover wat meer duidelijkheid kunnen verschaffen.
Somberdags rondje
Geplaatst op: 14 juni 2015 Hoort bij: Hoogkerk 6 reactiesBrugje over het Eelderdiepje in de staart van het Stadspark naar de Groningerweg:

Onlander groente – dit ziet er wel eetbaar uit, ergens:

Haas gaat er vandoor (Leegkerk):

Heb zo’n idee dat iemand de karpers in de Ruskenveense Plas bijvoert – deze zwom met me mee:

Boer verpletterd onder eik die het hout voor zijn doodskist moest leveren
Geplaatst op: 14 juni 2015 Hoort bij: Geschiedenis 2 reacties“In de vorige week liet de landbouwer L. te Tilligte, te Denekamp, op zijn erve een eik hakken, met het doel om daaruit planken te laten zagen voor zijne doodkist, zooals de boeren in deze streken dit bij hun leven gewoon zijn te doen. Toen de boom in zooverre gereed was, dat hij moest worden neergehaald, bragt de knecht met een ladder het touw in den boom, terwijl de boer aan het touw stond. De knecht, bovenop den ladder gekomen, bemerkte dat de boom begon te bewegen, sprong van den ladder en riep zijn boer toe, dat hij zich moest verwijderen. Doch te laat: de boer geraakte onder den vallenden boom, met het ongelukkig gevolg dat hij werd verpletterd, en niettegenstaande hij nog bewijs van leven gaf en er onmiddellijk geneeskundige hulp werd ingeroepen, na weinige uren den geest gaf.”
Bron: Rotterdamsche Courant 5 maart 1864.
Commentaar: Jammer genoeg vertelt het bericht er niet bij of de eik meteen tot planken is verzaagd. Ik las het jaren geleden voor ’t eerst in de Groninger Courant, en kwam het vanavond weer tegen in mijn notities van toen. Helaas staat die krant voor wat betreft de jaargang 1864 niet op Delpher, maar andere kranten bevatten het bericht dus ook, met zo te zien minieme variaties. Mij doet het verhaal een beetje denken aan De Tuinman en de Dood, met dien verstande dat de Twentse boer de dood niet wilde ontvluchten, maar er juist goed op voorbereid wilde zijn. Juist door zijn regelzucht tartte hij zijn noodlot.
Rondje Roderwolde, Winde, Eelde
Geplaatst op: 12 juni 2015 Hoort bij: Drenthe, Stad nu 6 reactiesOnlander contrast:

Koe lest dorst in Roderwolde – ik vind dat schrikdraad? niet erg empathiek opgehangen:

Colonne koeien tussen Winde en Eelde op weg naar de melkstal:

Een eindje verder een stuw in het Eelderdiep – eronder zit een vispassage:

Zelfde landschap, maar dan stuwloos:

Een koe bij het begin van de Hoornsedijk lekt na het drinken nog wat na:

Het ooievaarsnest aan de Hoornsedijk wordt wel bewoond, maar jongen zijn er niet te zien:

Fraai scheepje, “Vischhandel” geheten, liggend aan de Sluiskade in de stad – wat nu het vooronder is, zal een bun voor het bewaren van vis geweest zijn:

Van Nieuweschans naar Stad
Geplaatst op: 11 juni 2015 Hoort bij: Ommelanden 8 reactiesNieuweschans. Muren beneden straatniveau van een pand dat verbrand zou zijn. Althans volgens een paar kerels die uit het belendende pand kwamen. Deze noemden ongevraagd de naam van de eigenaar en meldden me tevens dat weer een sexclub zou komen:

Jugendstil met iets wat folkloristisch aandoet – laten we het eclectisch noemen, dit topgeveltje, ook in Nieuweschans:

Nog steeds Nieuweschans – plaatselijke horecabaas bouwde Big Ben na:

Graansilo met viskottertje uit Wieringen:

Nieuw-Beerta – de bekroning van een Jugendstil-pand:

Nieuw-Beerta – grafsteen uit 1811 van Anje Oljes:

Op het kerkhof van Finsterwolde had ik een afspraak met Louis Hagen, die met een ploeg vrijwilligers de graven daar opknapt. Het monument voor Eltjo Siemens is inmiddels schoongemaakt en ziet er stukken beter uit dan in 2007. Maar er zitten wat scheuren in de marmeren platen en in de band om het graf en voor het repareren daarvan zou er eigenlijk wat geld moeten komen:

Bij het nieuwe sluisje dat het Oldambtmeer verbindt met een kanaaltje naar het Termunterzijldiep deze houtconstructie. “Gebint eer ge begint” staat er op de voorste balk:

De nieuwe brug doet denken aan de Kinderverlatenbrug bij Hoogkerk:

Het nieuwe kanaaltje werd nog niet echt druk bevaren (maar op het Zuidlaardermeer was het gistermiddag ook niet echt druk):

Nieuwe natuur achter Midwolda:

Uitzicht vanaf het viaduct bij Scheemderzwaag:

Tussen Scheemda en Noordbroek heb je een bankje met wat bosjes erachter. Een wietkwekerij heeft hier overbodige spullen gedumpt:

Bij Sappemeer-Noord waren ze de aardappelvelden al aan het beregenen:

Zusterschepen op stapel bij het Winschoterdiep:

Zwelende boer bij Westerbroek werpt veel stof op:

Toertje Kropswolde-Slochteren-Lageland
Geplaatst op: 10 juni 2015 Hoort bij: Ommelanden Een reactie plaatsenFouragerende ooievaar in hooiland bij Waterhuizen (in totaal liepen er vijf):

Gezicht op de Onner watermolen vanuit de Kropswolderbuitenpolder:

Kropswolderbuitenpolder:

Botenhuizen bij De Leine, oostkant Zuidlaardermeer. In een ervan woont een jaargenoot van me:

Zijn uitzicht – vanuit het riet klonk even een karekiet:

Een strakke noordenwind liet de vlaggen van Groningen, Drenthe en Friesland eendrachtig strak staan bij een hotel in Foxhol:

Schuur bij Denemarken, tussen Slochteren en Lageland:

In Harkstede bleek vanwege het dorpsfeest een ruimteveer geland:


Recente reacties