De parvenu onder Neerlands gewesten
Geplaatst op: 17 april 2015 Hoort bij: Het Noorden 5 reactiesIk wil nog even terugkomen op een kaartje dat het CBS een paar weken geleden op Twitter publiceerde:

Het gaat om panden van voor 1350 – ik neem aan op onderdelen en dat een minder oude voorgevel zo’n pand niet diskwalificeert, want dan houden we heel weinig over.
Wat het kaartje dan laat zien: de vier of vijf gebieden waar in de Middeleeuwen al flink veel bouw in (bak)steen bestond. Het oude Friesland valt op (Oostergo, Hunsingo, Fivelingo), evenzo doen dat de boorden van de grote rivieren zoals IJssel en Rijn, en verder Zuid-Limburg en Zeeland.
Holland, daarentegen, is karig bedeeld. Qua beschaving liepen ze daar wat achter. Het is de parvenu onder de Nederlandse gewesten.
Oldambtster witten
Geplaatst op: 16 april 2015 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenJe had altijd een boel rooien in het Oldambt, maar je had ook Oldamtster witten. Geen contrarevolutionaire miesgasters maar bonen om op te eten. Deze ondergaan tijdens de groei aan de stam een opmerkelijke tweevuldige kleurmetamorfose. Henk Scholte, die sowieso alles weet over Groninger mondkost, en dus ook over Oldambtster witten, vertelde er gisteravond met smaak over op de ALV van de cultuurhistorische vereniging Stad en Lande. De Oldambtster witten, die enkele decennia geleden nog maar in één enkele Musselkanaalster volkstuintje werden geteeld, zijn nu bezig aan een opzienbarende comeback op de tafels der vaderlandse lekkerbekken.
Een presentabel polletje
Geplaatst op: 16 april 2015 Hoort bij: Hoogkerk 1 reactieDe Peizerweg biedt weinig natuurschoon. Maar de polletjes dotterbloemen op de rand van de sloot maken ieder jaar april wat goed van dat mankement:

Nog een smokkelaar
Geplaatst op: 16 april 2015 Hoort bij: Familie Een reactie plaatsenDit is dan de vierde smokkelaar in mijn familie. Een naamgenoot ook nog.
Op 8 december 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog, stonden Harm Perton (40) en de twaalf jaar jongere Derk Kuiper voor de rechter in Winschoten. Beide waren ze arbeider en woonachtig in Veelerveen. Nog geen anderhalve maand eerder, op 25 oktober, waren ze Harm en Derk ’s avonds na zonsondergang op verboden terrein gesnapt, namelijk vlakbij de Duitse grens onder de gemeente Bellingwolde. Ze voerden vijf levende schapen met zich mee in de richting van die grens, zonder te beschikken over de papieren, vereist voor zulk vervoer. Beide werden ze daarom aangehouden door soldaten, waarvan en eentje buitengewoon commies was. Die nam de schapen in beslag.
De rechter verklaarde Harm Perton en zijn kameraad schuldig aan:
” In het door de Koningin aangewezen gedeelte van het grondgebied des Rijks goederen vervoeren in andere dan binnenwaartsche richting, zonder dat dit geschiedt met geldige tot uit- of doorvoer en zonder dat het gedekt is doort binnenlandsche paspoorten.”
Harm en Derk kregen elk een boete van 50 gulden opgelegd. Betaalden ze die niet dan volgde honderd dagen hechtenis. Ook verklaarde de rechter hun vijf schapen voor verbeurd. Dat moet dus best een strop geweest zijn.
—
Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 882 (rechtbank Winschoten) inv.nr. 532, rolnummer 702 d.d. 8 december 1916. Wederom met dank aan Jan-Paul Wortelboer voor het attenderen!
Commentaar: Terwijl zijn verre achterneef zich nog onledig hield met smokkel, werd mijn gelijknamige grootvader als soldaat juist commies. In de Eerste Wereldoorlog was smokkel extra lucratief doordat er in Duitsland al gauw grote schaarste aan allerlei levensbenodigdheden ontstond, zodat die hoge prijzen op de zwarte markt deden, terwijl in Nederland juist allerlei maximum-prijzen golden, o.a. voor vlees.
Op de huid van de kloostermop
Geplaatst op: 16 april 2015 Hoort bij: Drenthe 3 reactiesIk ben mijn kloostermop voorzichtig met mijn borstel aan het aaien. De dikste modder gaat eraf. Schokkend feit: hij loopt taps toe. Aan de ene kant is hij minder dik dan aan de andere kant. Een misbaksel? Of moedwillig fabricaat?
Waar ook de vette, zwarte smurrie onmiddellijk op de huid van de kloostermop weg is, komen er allerlei patroontjes tevoorschijn. Vooral deze halfronde indruk met dwarslatjes intrigeert. Riet van het zetveld?:

Daarboven een rond iets – misschien ontstaan tijdens het bakproces. Links ervan ingekraste (?) vierkantjes:

Midden boven – vier rechte, parallelle streepjes. Een telmerk?

Eerder zag ik hier muizenpootjes in, maar nu niet meer:

Zo’n kloostermop is even moeilijk te interpreteren als Mars.
En dan kom je thuis met een kloostermop
Geplaatst op: 15 april 2015 Hoort bij: De actuele wereld, Drenthe 1 reactieWilde eigenlijk het Westerkwartier in, maar tegen windkracht 5 in fietsen is niet mijn hobby. Daarom op herhalingsbezoek geweest. De kuil van zondag bleek alweer grotendeels gedicht met schoon zand:

Vlakbij, aan het Omgelegde Eelderdiepje, stond een onbeheerde landmetersdinges – ik mag toch hopen dat die magnifieke berk blijft staan?:

Vrachtwagens reden af en aan, een shovel zorgde voor de verspreiding van het aangevoerde zand:

Keek of er in de venige grond op de kant van de weg nog iets bijzonders lag. Zo te zien niet, behalve dan dat hier op de voorgrond rechts van het midden een hele grote baksteen uit de bult aarde piepte:

Hij paste zelfs niet in mijn bakkie, zo’n joekel was het:

Nog even verderop gekeken, waar het patroon van zandopduikingen met veen ertussen zich herhaalde:

Ook liggen daar nog twee betonnen voetstukken voor lang verdwenen hoogspanningsmasten – dit is er een van:

Thuis gekomen meteen de baksteen gemeten. Hij blijkt 32 x 15,3 x 8 cm. Een klassieke kloostermop dus, uit de Hoge Middeleeuwen:

Nu was dit het enige exemplaar, verder wijst er weinig op dat hier ooit stenen gebouwen hebben gestaan. Maar zo’n baksteen kan ook hebben gediend als onderligger voor een stookplaats, bijvoorbeeld op een veenterpje, of als fundament voor een dampaal. In het eerste geval is zo’n veenterpje hier mogelijk niet onderkend.
Overigens lijkt zich bij het schoonmaken een (plantaardige?) structuur in het oppervlak van de baksteen af te tekenen.
Een schetsje van de Midwolder meenscheer
Geplaatst op: 14 april 2015 Hoort bij: Geschiedenis, Veldnamen 3 reacties
Nee, dit is geen schatkaart. Het kaartje is op zich een schat.
Het betreft een ruw, heel snel getekend potloodschetsje uit 1808-1810 van de Midwolder meenscheer, een gemeenschappelijk weidegebied waar boeren naar rato van het bedrag dat ze aan grondbelasting betaalden, paarden en vee mochten laten grazen.
Volgen we de contouren vanaf linksboven (het noordwesten) met de klok mee. Linksboven zien we allereerst de term hooiland staan en de aanduiding voor een huis met de naam Pasop. Het is de oudste naamsvermelding van Pasop, destijds een herberg. Over de weg hier zien we ook een aanduiding van de wring (= boerenhek) die passanten niet open mochten laten staan: Pas op!
Ter weerszijden van de oostelijke uitstulping van de meenscheer, rechtsboven en rechtscentraal, de kant van Lettelbert op, lag er ook boerenhooiland. De Midwolder meenscheer werd hier omgeven door drassige gronden, waar alleen in de zomer een snee hooi vanaf te halen viel. Hier in het oosten is de grens van de meenscheer niet direct herkenbaar gemarkeerd, maar de uiterste oostgrens lag zo ongeveer op dezelfde lengte als de kerk van Lettelbert.
Helemaal onderaan het schetsje, in het zuiden, zien we de kerk van Midwolde. Vanaf die kerk had je iets voorbij de dubbele kniebocht ter hoogte van de Hondehoek de oosterwring die toegang gaf tot de meenscheer. Op dezelfde hoogte, maar dan in het westen, bij de Hoge Traan en aan het begin van de Traansterweg, lag de westerwring, die het drietal toegangen tot de meenscheer completeerde. Vandaar naar het noorden kreeg je eerst de petgaten van de Traan en daarna een eendenkooi. Het hooiland waarmee we deze rondgang begonnen, bestond gedeeltelijk nog uit heide.
Over de meenscheer liep een tweetal wegen. Vanaf het noorden langs het huis Pasop had je de meenscheerweg, nu de N978 of Pasop, die naar het zuiden toe richting de westerwring zwenkte. De andere weg, richting oosterwring en kerk van Midwolde, heette “nieuwe weg” en was kennelijk recenter aangelegd dan de oude meenscheerweg.
Ten noordwesten van de meenscheerweg viel de grens van de meenscheer zo’n beetje samen met de huidige Traansterweg. In het tussenliggende gebied staan een rondje met het woord Bult en een slordig rechthoekje met de term Zantvoor. Bult was een lokale boerenfamilienaam, wellicht afkomstig van een huis- en/of veldnaam en van Zantvoor(t) ben ik geneigd hetzelfde te denken. Rond de nogal willekeurig aangegeven lokaties Bult en Zandvoort was de meenscheer al voor 1808 overgegaan in handen van particulieren die haar verkavelden. Iets wat in de decennia na het maken van de kaart met de hele meenscheer zou gebeuren.
—
Bron: RHC Groninger Archieven Toegang 626 (Huisarchief Nienoord) inv.nr. 604 (Processtukken die het recht van Nienoord op een groot aandeel in de meenscheer van Midwolde moesten verdedigen, 1808-1810).
Het probleem is de hond. Van welk ras is hij?
Geplaatst op: 13 april 2015 Hoort bij: Geschiedenis, Kunsten 8 reacties
Wolter Wolthers, portret van een hond, ca. 1840. Aquarel. Collectie RHC Groninger Archieven 598-140**.
Wolter Wolthers (1814-1870), telg uit een stad-Groninger regentenfamilie en later burgemeester van diverse Groninger gemeenten, vertoefde in de jaren 1840 meermalen in Bad Bentheim om te kuren. Hier maakte hij meer dan 200 verdienstelijke portretjes van mede-kuurgasten. Mogelijk stamt ook dit hondenportret uit die periode. In elk geval bevindt het zich in een portefeuille met werk van Wolthers.
Waar ik mee zit, is met die hond. Althans: de determinering van het ras. Ik ben absoluut geen hondenkenner en meende met een dobermann van doen te hebben – en wel een exemplaar met ongecoupeerde oren – maar dat ras blijkt pas in de tweede helft van de negentiende eeuw gefokt door een deurwaarder die er zich boze wanbetalers mee van het lijf wilde houden. Een Duitse pinscher zou misschien ook nog kunnen. Een collega van me dacht aan een teckel, maar dat ras heeft nogal een ander lijf.
Weet iemand van jullie het misschien?
Alvast bedankt voor je reactie!
Bouwput, nieuwe natuur, opgraving of wat?
Geplaatst op: 12 april 2015 Hoort bij: Drenthe 4 reactiesAan de westkant van de Eelder Madijk, ter hoogte van het Transferium Hoogkerk, is een groot terrein vrij diep afgegraven:

In eerste instantie dacht ik dat het de bouwput voor de nieuwe Van der Valkhotel zou wezen. Dat kan nog best zijn, maar het lijkt er ook op dat er een oude beekbedding is uitgegraven:

Zou het dan om nieuwe natuur gaan?

Een opgraving kan ook nog. Binnen de meanders van de beek liggen gele zandkopjes:

Nog even vanaf een hogere positie:

De zandkopjes maken vast deel uit van de Rug van Tynaarloo, die parallel aan de Hondsrug loopt. Van het zand komen flinke hoeveelheden veldkeien:

De zuidhoek van het terrein:

Deze hoek wat dichterbij:

Naschrift 16.45 uur:
Volgens stadsarcheoloog Gert Kortekaas ziet dit er niet uit als een opgraving, maar als een vergraving voor nieuwe natuur.
Naschrift II, 18.50 uur:
Uit de link, aangedragen door Hendrika, begrijp ik dat er 226 parkeerplaatsen voor het nieuwe Van der Valkhotel komen. Maar waarvoor er dan zoveel grond opzij moet?
Een onverwachte achterachterachterneef
Geplaatst op: 11 april 2015 Hoort bij: Familie Een reactie plaatsen
Dankzij het feit dat de film over Kees van der Hoef nu in zijn geheel op internet staat, merk ik dat ik onze familierelatie hier nog niet uit de doeken heb gedaan.
Die verwantschap is geen vondst van mij, maar van Frans Westra. In een primaire versie van zijn artikel over Kees voor de laatste Stad & Lande (jrg. 2015 nummer 1), schreef Frans namelijk dat Kees via zijn moeder een kleinzoon is van een Trientje Perton die zich in mei 1896 als dienstbode te Groningen vestigde, om daar een paar jaar later te trouwen.
Volgens de trouwakte was Trientje destijds 22 jaar en in Heiligerlee geboren als dochter van Jan Perton en diens vrouw Arina Ravensberg.
Bij haar geboorte, in 1876, stond vader Jan Perton, destijds 29 jaar oud, nog te boek als arbeider. Blijkbaar had hij zich opgewerkt – op het zand was dat ook gemakkelijker dan op de klei.
Op zijn beurt was hij weer zoon van een Haiko Perton, boerenknecht in Oude Pekela en 23 jaar oud bij de geboorte van Jan in 1847.
Met Haiko hebben we een oude, veel voorkomende voornaam in onze familie te pakken. Hij werd in 1824 geboren als zoon van de arbeider Aiko Haikes Perton (35) en diens vrouw Foktjen Geerts Wubbenaar, wonende te Beerta.
Dit nu, zijn de gemeenschappelijke voorouders van Kees van der Hoef en mij. Zijn betovergrootvader Haiko en mijn betovergrootvader Elzo, waarover ik hier eens wat heb verteld, waren broers van elkaar.
Je moet er inderdaad een eind voor terug, namelijk vijf generaties, maar dan heb je ook wat: een onverwachte achterachterachterneef!
Rondje Middelstum, Bedum, stad
Geplaatst op: 10 april 2015 Hoort bij: Ommelanden, Stad nu 6 reactiesDoorkijkje op Slapertstil:

Zwanen bij de Zijlvesterweg:

Schaap in de rui bereikt poedelstadium:

Scholeksters op de Reitdiepdijk:

Hekkumer schapenvangers in actie (1):

Hekkumer schapenvangers in actie (2). Een van de lammeren wist steeds te ontsnappen, tot hilariteit van de passanten die achter een hek over de weg moesten wachten tot de schapenverplaatsingsoperatie volbracht was:

Dakenlandschap Wetsinge:

Heb er een paar ganzenlijstjes voor nagekeken, maar trof ze niet aan – wie weet wat voor soort ganzen dit zijn?:

Ophaalbruggetje in Fraamklap:

Uit een sleuf kwamen daar grote brokken ijzerhoudende grond:

Villa Mentheda en de toren van Middelstum:

Bij Westerwijtwerd:

De kerk van Westerwijtwerd:

Bij Westerwijtwerd in de buurt deze tuin vol follies:

Pronkjuweel op een achtererf:

Ter Laan onder Bedum:

Skyline Beem Town:

Waar de koolzaad voorzichtig begint te bloeien:

Boterdiepse fuut is al aan het nestelen:

Grutto op stukje drasland nabij Zuidwolde:

Doorkijkje naar Noordwolde:

Tafereel in het Noorderplantsoen:

Waar een giga jongerenpicknick aan de gang was:

Barbeknoei van studenten aan de Kraneweg:

Zo kan je je vergissen…
Geplaatst op: 10 april 2015 Hoort bij: Kunsten 5 reacties
Honden in een berglandschap bij een grotendeels met sneeuw overdekte man. Aquarel, ca. 1850 gemaakt door een lid van de familie De Marees van Swinderen. Collectie RHC Groninger Archieven 552-205.
Van deze aquarel, te vinden in het familiearchief De Marees van Swinderen, dacht ik in eerste instantie dat het een gruwelscène uit de terugtocht van Napoleons leger uit Rusland betrof. Een stilistisch nauw verwant werkje in dezelfde map beeldt namelijk wèl die terugtocht uit, met een Napoleon die, recht voor zich uitkijkend, per arreslee over een ijzige vlakte gesneuvelde mensen en paarden passeert.
Door dat andere plaatje ga je dan denken dat de honden in dit geval het stoffelijk overschot van een gestorven soldaat aanvreten. Kijk je echter beter, dan zie je dat de rechter hond niet toehapt of verscheurt, maar de pols likt van de grotendeels onder de sneeuw liggende man. Bovendien heeft die hond een vaatje om zijn hals. Het is verdorie een Sint-Bernhard, net als die andere hond!
Zo wordt ook de roepende man met zijn opgeheven armen links in beeld begrijpelijk. Er is een lawine geweest, de uitgebeelde scène is een reddingsoperatie ergens in de Alpen. Het voorwerp links naast het hoofd van de man is nu ook te identificeren: het betreft een soort narrenmuts of zotskap. ’s Nachts op de terugweg van een (carnavals)feest werd het slachtoffer door de lawine overvallen.
Mogelijk is het werkje een copie van een schilderij. Mocht iemand dat schilderij kennen, dan hou ik me aanbevolen!
Naschrift 22 mei 2015:
Uit de reactie van de fam. Visser blijkt, dat deze aquarel geïnspireerd is op een werk van Landseer.
Hoe de fiets Groningen veroverde
Geplaatst op: 8 april 2015 Hoort bij: Stad toen 1 reactie
Stadhuis met fietsers, ca. 1910. Bron: HJRNoorden op Flickr.
“De jeugd van het rijwiel
Het rijwiel verscheen te Groningen voor het eerst in 1869.
Er was toen in de Schoolstraat een kachelmakerij gevestigd van den ouden heer Elzinga, die kinderloos was en daarom een neef, Kiewiet de Jonge, in zijn bedrijf als leider had opgenomen. De zaak grensde aan onze zeepziederij, zoodat de wederzijdsche bewoners elkaar veel zagen en spraken.
Kiewiet de Jonge hield van nieuwigheden en zoo was het niet vreemd op zekeren dag van hem te hooren, dat hij twee velocipèdes – zooals ze toen en nog lang daarna – heetten, besteld en ontvangen had. Dat was een groote nieuwigheid! Men had te Groningen al eens van dit moderne speeltuig gehoord, maar beschouwde het ook als zoodanig.
Het eene toestel was een driewieler, het andere een tweewieler van de grootte der tegenwoordige fietsen, maar dan zéér primitief. Houten geraamte, houten wielen met een zware ijzeren band er omheen, geen versnelling, zoodat er heel wat kracht voor noodig was om het ding aan den gang te brengen, een hard zadel, een primitief stuur, geen rem: in één woord een leelijk, log, onhandelbaar ding. De driewieler was van ’s gelijken.
Nu zou het berijden aangaan; in de stille Schoolstraat vonden de eerste oefeningen plaats. Opzitten evenwicht houden, trappen: de meesten brachten het niet zoover. Ik kreeg de tweewieler ter leen, en heesch hem naar de bovenste zolder der fabriek, die leeg was en ruim. Hier, zonder bekijks, mocht het mij gelukken op de kar te blijven en te besturen, waarna ik mij ook in de Schoolstraat waagde en daar natuurlijk veel bekijks had. Ook Kiewiet de Jonge en enkele anderen kregen den slag beet, terwijl ook in andere buurten een exemplaar verscheen waarmee oefeningen verricht werden die de belangstelling opwekten, al had niemand het flauwste vermoeden van de overgroote betekenis, welke het rijwiel in verloop van tijd zou verkrijgen.
Op een keer maakte ik een tochtje naar De Punt en terug. De driewieler, waarbij geen balanceeren te pas kwam, werd door een vriend bereden, ik nam den tweewieler. Dien zondag ochtend lieten wij de beide fietsen door een knecht van Elzenga brengen naar den Heereweg en bestegen daar onze voertuigen. Het rijden op den effenen en rustigen weg viel ons mee, maar het trappen vonden we vermoeiend. We hadden de vaart van een vigilante, maar telkens na verloop van een minuut of tien moesten we stoppen ons eens uit te blazen. We hadden nogal bekijks, en keerden na een uurtje rustens aan De Punt huiswaarts, terwijl de man van Elzenga de voertuigen buiten de stad in ontvangst nam.
In die dagen zag men ook enkele tweewielers met een enorm groot voorwiel. Een enkele equilibrist probeerde erop te rijden, maar ’t bleef een halsbrekend vermaak dat weldra verdween.
Intusschen werd het rijwiel steeds verbeterd. Gummibanden, eerst massief en later met lucht gevuld, een metalen frame, versnelling, beter stuur, rem en bel en andere verbeteringen maakten het tot het volmaakte rijtuig van thans. Engeland was het land vanwaar de beste machines kwamen, maar die kostten ook ongeveer ƒ 200,-. Het rijwiel kreeg pas greep op de massa, nadat de Nederlandsche fabrikanten den prijs tot minder dan de helft hadden teruggebracht. Toen pas begon het rijwiel universeel vervoermiddel voor alle standen te worden.
Dit proces heeft nog jaren geduurd. Ikzelf heb van 1866 tot 1886 voor zaken het platteland bereisd, en in dien tijd toch niet van het rijwiel gebruik gemaakt, hoewel ik het gaarne had gedaan om tijd te besparen. Maar er waren maar heel enkelen die het deden en zich de bezwaren niet ontveinsden. Men had last van de toen nog minder goede wegen, klei- en zandwegen waren niet te berijden, evenmin als de smalle klinker-voetpaadjes. En dan bovenal: waar liet men het rijwiel, terwijl men den klant bezocht? Buiten de deur laten staan ging niet; die mooie kar trok de lieve jeugd aan en menig rijwiel werd langs dien weg beschadigd.
Maar vooral: men zag in het rijwiel niet meer dan een aardig speelgoed voor de jongelui. Een man van middelbare leeftijd die zich respecteerde, dacht er niet aan van een rijwiel gebruik te maken.
Eerst in de 90er jaren kon men van een algemeen gebruik spreken.”
—
Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 1501 (Verzameling losse stukken Gemeentearchief Groningen) inv.nr. 369.6 (aantekeningen door Waalko Jan Roelfsema Hzn. over het dagelijks leven in Groningen, eind 19e – begin 20e eeuw) katern VI, pag. 59-62 (notitie gedateerd april 1932).






Recente reacties