Ingeblikte zultkop versjteert fietsvriendelijk beleid

Zonet stond ik als fietser weer voor het stoplicht van de Eeldersingel richting Eendrachtsbrug. Heb het daar zodoende mogen meemaken dat de auto’s op de baan links van mij drie maal groen kregen, voordat het fietsstoplicht eindelijk die kleur gaf.

Eerder is me al menigmaal opgevallen dat auto’s vanaf de Peizerweg richting Paterswoldseweg twee maal groen licht krijgen, tegen fietsers uit dezelfde richting één keer.

Het beleid van de gemeente Groningen is officieel fietsvriendelijk. In de praktijk blijkt er nog wel eens wat aan te mankeren. Ik vraag me dan ook af hoe deze opmerkelijke implementatie van het beleid tot stand gekomen is. Ik kan eigenlijk alleen maar bedenken dat een ingeblikte zultkop van een ambtenaar de boel geniepig zit te versjteren. Mocht er inderdaad sprake zijn van een of meer van dergelijke figuren, dan krijgen ze wat mij betreft een schop onder hun hol zonder wachtgeld.

NB: Fietsers hebben in Groningen uit vier richtingen tegelijkertijd groen, iets wat bij automobilisten uiteraard onmogelijk is. Dit betekent wel dat de totale tijd die fietsers krijgen voor het oversteken, sowieso al minder is, dan die van de gezamenlijke automobilisten. Wat mij betreft impliceert een ècht fietsvriendelijk beleid, dat fietsers in tijd minstens evenveel groen krijgen, als automobilisten.


Almanak! Aalmanak! Alamanak!

almanakverkoper b

De revelatie van de dag was deze almanakverkoper. Deel uitmakend van een drietal “Groninger celebriteiten” (studentikoos voor stadsfiguren, straattypes) en voorkomend in een feestalbum van het Groninger studentencorps Vindicat atque Polit uit 1889.

Van zijn beide metgezellen zijn de namen niet goed leesbaar. Die van hem is dat wel.  Maar “Alamanak” was ik ook al eens eerder tegengekomen.

Hij lijkt wel wat op de zeebonk James Onedin van de Onedin Line.  Hij heeft een houten poot, blijkbaar overkwam hem ooit een ongeluk. En aan zijn zijde draagt hij de mand met almanakken – tenminste, in de tijd rond de jaarwisseling zitten er almanakken in die mand. Mogelijk verkocht hij in andere jaargetijden ander klein drukwerk: liedvellen, prentjes, pamfletten en blauwboekjes.

Dat Alamanak inderdaad een bekende Groninger was, blijkt uit een krantenbericht uit 1888, toen hij een openbaar feest opluisterde met zijn speciaal voor de gelegenheid mobiel gemaakte aanwezigheid:

Beide muziekkorpsen presenteerden hunne diensten en boven aller geluid klonk de roep „almanak” van onzen bekenden houtenbeenigen almanakverkooper, die gedekt door eenen deftigen steek met kokarde op den bok van een der rijtuigen zat.”

In een hoofdartikel uit 1891 komt zijn ventersroep in duplo voor, ook hier weer zonder de vierde a die zijn naam bij zijn konterfeitsel kreeg:

“Almanak, Almanak! probeert ons te herinneren, dat het nog voor zoo kort Nieuwjaar was en we dus nog niet al te véel op het zachtere weer moeten vertrouwen…”

Met dank aan Harry Kraaij voor de revelatie.


Ommetje Leegkerk

Mebin, Aduarderdiep:
2015-04-06 004
Roodwit hek moet voorkomen dat auto’s hier rechtdoor gaan, in plaats van linksaf. Naburige autosloperij voorzag het bord van reclame voor zijn webnering:
2015-04-06 007
Beetje vreemd vastgelegd roestig vat op opslagterreintje van boerderij:
2015-04-06 016
Mislukte fietsbelselfie.
2015-04-06 031


Rondje Marum

Vanaf het Roderwolderdijk-viaduct over de A7 – de vloeivelden van de Hoogkerker suikerfabriek:
001
Bij het Leekstermeer ter hoogte van Oostwold:
004
Paarden met blok hooi bij Lettelbert:
006
Gekapt perceel bos bij de Roordaweg tussen Boerakker en Marum:
012
Uitzicht vanaf een uitkijktorentje aan het Nuismerpad:
015
In de buurt van Marum:
028
Merkwaardige structuur in de berm van de Turfweg:
029
Te Lucaswolde geeft een reiger een showtje weg voor langhoornige Hooglanders:
040
De torenklok van Boerakker zou best wel een likje verf kunnen gebruiken:
043
De houtvoorraad heeft de winter overleefd:
044
Dakenlandschap op de Pasop:
050
Een van de vele futen op het Hoendiep:
062


Dienstmeisje at 28 eieren op

Schager Courant 20 april 1884 Paasgebruik dienstmeisje at 28 eieren op

Bron: Schager Courant 20 april 1884.


Stad op en neer

Onder het Emma-viaduct – reclame voor Noord-Koreaanse propaganda in het Drents Museum:
2015-04-04 002
Bij de kapper – een schaal met paaseitjes:
2015-04-04 008
Op de voormalige suikerfabriek – een koksmuts?, een kip, pot en kop thee en diverse groenten, waaronder bloemkool of broccoli de prominentste is, dat alles gecreëerd door ene Michel:

2015-04-04 011

Wilde dit doek wel eens van wat dichterbij en uit een betere hoek bekijken en dacht dat die nieuwe metalen brug welke de gemeenschap zoveel gekost heeft, wel open zou zijn. Hoorde een politicus van de week immers nog oreren dat het terrein iets van de hele stad moest zijn. Maar het hek was dicht en slechts telefonisch te openen en aangezien ik geen mobiele telefoon heb, ging het feest niet door:
2015-04-04 015
Enfin, men krijgt er vast de loop op.


Rondje Roderwolde – Matsloot

Zonnebadende pony bij de Eelder Madijk:
2015-04-3 a 013
Mollerit bij de Bruilweering:
2015-04-3 a 017
Stormschade:
2015-04-3 a 025
Galloway-stiertje bij de Langmadijk:
2015-04-3 a 043
Boerderij op de Onlanden:
2015-04-3 a 061
Daar ook deze ooievaar:
2015-04-3 a 083
De Waalborg, Roderwolde:
2015-04-3 a 096
Eik bij de Bommelier, Peizerwold:
2015-04-3 a 123
Daar ook de eerste bosanemonen van het seizoen:
2015-04-3 a 129
Snoeihout:
2015-04-3 a 143
Wilgenkatjescoulissen:
2015-04-3 a 148
Elzenlaantje bij Roderwolde:
2015-04-3 a 157
Palendans:
2015-04-3 a 160
Solide afscheiding:
2015-04-3 a 163
Elzenbloei:
2015-04-3 a 168
Flikflooiende fuutjes op het Hoendiep:
2015-04-3 a 212


Vandaag kwam ik deze darlings tegen

Over ruim een maand is RHC Groninger Archieven het toneel van een expositie over het Groningen van Otto Eerelman, simultaan aan een schilderijententoonstelling in Museum Nienoord. Eerelmans (potentiële) opdrachtgevers uit de bovenlagen van de bevolking vormen ’t hoofdthema, waarbij er wordt ingezoomd op hun smaak, zoals blijkend uit hun eigen productie van beeldende kunst.
001 was 045

Voor deze expositie zijn onder meer zo’n 800 persoons-, familie- en huisarchieven doorgenomen. Nou bestaan die voornamelijk uit akten en andere minder goed toonbare paperassen, maar dan nog hou je een berg bezienswaardig spul over en moet je schiften. Of elke darling de expositie haalt, is dan ook hoogst onzeker.

Vandaag kwam ik tegen:

– Over de top zo zoete engeltjes:
007
Honden, natuurlijk honden. Wat zou een Eerelman-expo zonder de trouwe menschenvriend?:
008
Vogels, zoals deze putter:
010
Stoere zeelui en vissers:
016
Paarden, uiteraard paarden. Een Eerelman-expo kan niet zonder de edele viervoeters:
026
Oeroude stadspoorten:
042
En Vader Tijd met zijn zeis en zandloper:
052 was 022


Lentebericht

“Men schrijft ons uit ’t OLDAMBT: Na lijden komt verblijden. Een mensch klaagt eigenlijk altijd veel te gauw. En een landbouwer vooral, maar… geen die er bij een kikkernatuur, als ons klimaat er doorgaans toont te bezitten, ook zooveel reden toe heeft. De pruttelbacil is een beestje, dat in den laatsten tijd zeker niet ontdekt is, maar dan toch in onzen tijd, zoo schijnt het althans wel, steeds duidelijker zijn bestaan openbaart door de groote verwoestingen, die het in onze oud-Hollandsche blijmoedigheid en gelijkmoedigheid ook al aanricht.

Maar nu kan men het er weer voor houden, dat het voorshands, als door een stortbad van kokend water, in zijne vaak al te ijverige kolonisatie belemmerd wordt. Want de vroolijke bedrijvigheid, die alle schaduwen voor een tijdlang voor een zee van licht wegvaagt, heerscht, nu de Lente zoo schoon haar intocht gehouden heeft, weer allerwegen. Verstomd is de klacht, dat men niet meer op tijd gereed zal komen. Overal met man en macht aan den arbeid, om de scha nog weer in te halen, is thans de leus. De boer heeft zooveel span „in het veld”, als waarover hij te beschikken heeft. Een goed begin is toch alles waard.

Lente schijnt er ook zoo over te denken. Moge het begin niet van te korten duur zijn. Dan zal spoedig het „bouwen” gedaan zijn. Dan gaan we zoo waar een groene Paasch nog tegemoet. In een tiental dagen, om dezen tijd, kan er wat gebeuren. De knoppen uit de kiempjes, de bladeren uit de knoppen — ze dringen en springen naar buiten, als de warme lentelucht daartoe uitnoodigt.”

Bron: Nieuwsblad van het Noorden 26 maart 1896.


Nuver poestje wiend

Zware klappen op het Cascadeplein vanmiddag. Ondanks de winddoorlatendheid bleken de scheidingsmuren rond de ingang van de centrale parkeergarage iets te windgevoelig. Hele stukken donderden naar beneden, zoals onder andere op de stationwagen van iemand die dacht hem daar in de luwte te hebben neergezet:
2015-03-31 004
Die muren waren verlijmd, niet gemetseld. Vermoedelijk was de gebruikte steen ook niet al te zwaar:
2015-03-31 009
Drie stadia scheidingsmuur: in puin, nog half overeind en ongebroken:
2015-03-31 011
‘t Gehavend otootje van voren:
2015-03-31 013
Nog even het zaakje van bovenaf bekeken:
2015-03-31 028
Nog één kiekje dan, op weg naar huis:
2015-03-31 031
Waar deze afgeknapte boom te bezichtigen viel:
2015-03-31 034
Dat was hier in de buurt ook de enige zichtbare schade, gelukkig.
2015-03-31 036


Kikkerstreek, Kikkersteeg, Kikkerpolder

img291

Drie jaar geleden schreef ik hier over de toponiemen Kikkerstreek en Kikkersteeg, zoals die in Hoogkerk, De Poffert en Zuidhorn bestonden. De Kikkerstreken van Hoogkerk en De Poffert waren geen officiële namen en zijn in vergetelheid geraakt. De steeg in Zuidhorn daarentegen, waar de huisjes net zo klein waren, bestaat nog steeds, maar dan als Kikkerstraat. Naderhand ontdekte ik dat die officiële straatnaam ook in Aduard voorkwam, maar daar is verdwenen. Waarschijnlijk omdat hij stigmatiseerde. Zoals ik destijds al schreef, hadden al deze kikkerige woonoorden gemeen, dat ze relatief laag ten opzichte van hun omgeving lagen en dat de status van de bewoners ook een nederige was.

Maar niet alleen in het Westerkwartier werd de kikker vernoemd op zompige vestigingsplaatsen. Dat gebeurde ook in het Oldambt, aldus Jan Pieter Koers in het laatste nummer van Duvekoater. Tussen Midwolda en Scheemda had je daar namelijk de Kikkerpolder, een onofficiële aanduiding voor de Zuiderpolder. Ondanks het lage maaiveld (– 0,5 NAP)  woonden hier halverwege de negentiende eeuw al vier gezinnen, een aantal dat in 1900 tot vijftien vermeerderd was. Deze mensen leefden volgens Koers in kleine arbeidershuisjes, maar met grote tuinen:

“Net als Meerland en Niesoord was de Kikkerpolder de plek voor de allerarmsten. Ze moesten genoegen nemen met laag en daardoor dikwijls nat land, vochtige woningen en een onverharde laan naar de bewoonde wereld. In herfst en winter was het ploeteren door de modder.”

De Kikkerpolder bleef nog lang gevoelig voor wateroverlast. In de eerste decennia van de twintigste eeuw stond de omgeving er regelmatig blank.

J.P. Koers, ‘Kikkerpolder vroeger waterrijke woonplaats’, Duvekoater 55 (maart 2015).

Naschrift 29 november 2023

In Oostwold bij de Kronmme Elleboog had je nog een Kikkerbaarge in het land, nu nog een eilandje in het meer tussen Oostwold wn Meerland (bron  Duvekoater nr. 72, november 2023):


Het Groninger platteland, zoals Abe Kuipers het zag in de zomer van ‘56

In het Groninger VVV-archief zit een kwartet vierkante boekjes, geheel bestaande uit eveneens vierkante, mooi afgedrukte, ‘echte’ foto’s die ruggelings tegen elkaar zijn geplakt en vervolgens met spiraalbandjes zijn ingebonden. Vermoedelijk zijn deze foto’s gemaakt met een 6×6 camera – meestal zijn ze in zwartwit en soms in kleur, maar zo door elkaar geplaatst, dat er vermoedelijk steeds een nieuw negatief in die camera is geschoven.

Begeleidende tekst ontbreekt geheel, maar dat de foto’s geen gewone kiekjes zijn, wordt bij het doorbladeren vrij snel duidelijk. Ze zijn afkomstig  van iemand met een eigen kijk op zaken – zo verraden ze hier en daar een grafische blik. Enerzijds maakte de fotograaf ze in de stad Groningen – vooral bij de Oosterhaven en wijde omgeving – anderzijds op een zomers platteland. Mogelijk betrof het een proefproject voor een VVV-uitgave, maar kwam het nooit tot publicatie, bijvoorbeeld omdat de foto’s iets te artistiek bevonden werden voor een toeristische wervingscampagne. Dat de VVV de boekjes toch bewaarde, zal dan hebben gelegen aan hun bijzonderheid.

Op het eerste gezicht is er geen fotograaf kenbaar, daarom staat er ook geen naam in de archief-inventaris  vermeld. Bij sommige foto’s laat echter de lijm los, waarmee ze ruggelings tegen elkaar geplakt zijn, en in één geval zie je daar dan een stempel:

A.J. Kuipers
Korreweg 90a
Groningen

De Groninger adresboeken van 1950, 1958 en 1961 noemen de A.J. Kuipers op dit adres ‘tekenleraar’.  Toen ik die naam en dat beroep zag, viel er nog geen kwartje.  Dat gebeurde pas met het raadplegen van de woningkaart: het betreft Abe Kuipers, op die kaart ‘kunstschilder’ genoemd. Inderdaad de bekende kunstenaar en graficus, over wie ik hier al eens heb geschreven.

Doordat er enkele reclameaffiches en een bouwproject voorkomen op de foto’s, zijn deze te dateren. Zo correspondeert een poster voor de Boldoot Sunstick met een advertentiecampagne die in 1955 plaatsvond, terwijl het affiche voor de Regent bolknak samenhangt met krantenadvertenties uit 1956 en 1957. Verder is er een “verbouwing” van de C&A te zien. Op de plek waar deze zaak zich nu nog steeds bevindt, aan de Herestraat oostzijde, begon in januari 1956 inderdaad een grootscheepse verbouwing, die zoveel casco-problemen aan het licht bracht, dat men een half jaar later maar besloot om de oudbouw te vervangen door nieuwbouw. Deze data bij elkaar overwegende, luidt de conclusie dat de foto’s hoogstwaarschijnlijk in 1956 zijn gemaakt.

Hoe de VVV destijds het copyright regelde, is onbekend, maar van de zijde van de (plausibele) maker kreeg ik toestemming om ze te publiceren.  Dat doe ik bij deze met een aantal plattelandsopnamen. De Oosterhaven en omgeving komen wellicht een andere keer aan bod. Omdat de foto’s vanwege de ringbanden niet te scannen zijn, heb ik ze met ringband en al gefotografeerd. Vervolgens heb ik ervoor gekozen ze in hun geheel te laten zien, dus inclusief ringband en gaatjes.

Bij Huizinge:
014 bij Huizinge
Boterdiep bij Zuidwolde of Bedum? Op het erf staat een Lanz-tractor en achter enkele volle wagens wordt er druk gedorst:
heerd 044 Lanz op het erfg + vrijwel niet zichtbaar - dorsers
Grazende blaarkoppen bij de kerk van Oostum, die gefotografeerd zijn vanuit een ongebruikelijke hoek:
hi koe 043 oostum
Hoekje met melkbussen en een teems. Op de achtergrond een wagen:
hi melk 049
Hokken van korenschoven op land bij Westerwijtwerd (als ik het wel heb):
hooi 040 bij Westerwijtwerd
Bij Garnwerd?
hooi 041 was 017 dacht ik bij Garnwerd
Gedaan werk op een onbekende locatie:
hooi 042 was 061
Hooien:
hooi 052
Bult hooi bij de kerk van Stitswerd. In dit dorp had Abe Kuipers een atelier. Op de voorgrond het Stitswerdermaar (de Wikipedia heeft een foto vanuit dezelfde hoek, maar dan een halve eeuw later):
hooi 059 stitswerd
Ontmoetingsplek voor jeugd bij een dijk (Aduarderzijl?):
m 047 jongens, kletsend bij een dijk. Een met gympen, een ander in overall.
Boer met schimmel:
v peerd 064
De klei is onder de ploeg geweest en de herfst komt eraan:
zzz 032 vette klei, geploegd.


Opmerkelijk weekje, qua bezoek aan Groninganus

stats Groninganus eind mrt 2015Wat een linkje vanaf de rtv Noord-website al niet kan doen. Het bezoekersrecord werd dankzij een culinair onderwerp verpulverd. Maar zo gewonnen, zo geronnen – anders dan een vorige keer bleven er dit keer geen nieuwelingen hangen.


Gymnasiaal tekentalent leeft zich uit in zijn schoolagenda

Duco Gerrold Rengers Hora Siccama was zeventien en zat op het gymnasium, toen hij in 1893 voor zijn huiswerk een Duitse agenda ging gebruiken. Uiteraard staan er te maken thema’s in, wiskundige sommen en andere opdrachten, maar die vormen zeker niet het interessantste deel van de inhoud. Nee, dat bestaat uit de vele karikaturen en andere tekeningen, die hij vaak eerst in potlood opzette en dan met oostindische inkt uitwerkte. Het eerste kan op school gebeurd zijn, het laatste thuis, maar als je de tekeningen ziet, zou je het haast betreuren dat de man later hoogleraar rechten is geworden.

De openingspagina verraadt meteen al enkele terugkerende preoccupaties:
035 (2)
Portret van een medeleerling?
037 (2)

Aap met vogeltje:
039 (2)
Heraldische interesse:
043 (2)
Geslachtslijst van WH Wyt, met links de orgeldraaier Wijd, en rechts de makelaar Wijd, de hereboer Wijdt van Valkenburg en rechts de bankier Wyt van Valkenburg, welke drie laatste heren zijn voorzien van steeds grotere geldzakken:
046
Dan het vervolg op deze genealogische fictie, namelijk de opperstalmeester W.M. graaf Melchior Wijt van Valkenburg tot den Doornberg en de 3 Pollen. Rechts een stoomlocomotief, een andere terugkerend motief (achterin de agenda staan lijsten met namen van de toenmalige locomotieven):
052
Een predikant en zijn gemeente – twee jeugdigen kijken door het kerkraam naar binnen:
055
Links een onvoltooid wapen Hora Siccama, rechts een portret – van een leraar? – dat me sterk doet denken aan het werk van een Amerikaanse karikaturist wiens naam me is ontschoten:
061
Agent met hond:
066
Rechts een leraar? met sigarenpijpje:
072
Vier onafscheidelijke vrienden:
093
Augustus – op vakantie naar een vreemde kust met een koffer van het merk Perry:
095
Landschap met kanaal en zeilboten:
101
Een figuur die sterk doet denken aan de portretten van postbode Roulin door Vincent van Gogh:
116
Leraar? en familiewapens:
134
Op het eind van het jaar figuurstudies van diverse hoofddeksels, zoals deze bolhoed:
140


Waarom de Spijkerboor meer opbracht dan het Vlonust

1 - rek 1706

Fragment boekhouding verlaatsgelden Spijkerboor en Vlonust, met ontvangsten uit 1706. Bijzonder is de post van 5 gulden en 12 stuivers die schippers betaalden wegens het breken van de verlaatsdeur van het Vlonestverlaat. Mogelijk was het een droge tijd, waarin de boeren het water graag ophielden. Bron: RHC Groninger Archieven, Toegang 587 (archief familie Trip) inv.nr. 257.

Rond 1700 hadden de vooraanstaande Noord-Drentse families Nijsingh en Ellents het recht om verlaats- of sluisgelden te laten innen bij de ten oosten van Annen gelegen Hunzeverlaten van de Spijkerboor en het Vlonust, dat ze zelf in een bewaard gebleven fragment van hun administratie het Vlonèst noemden. Gewoonlijk droegen de verlaatsmeesters – Hein Hermens en diens zoon Hermen Koiter wegens het Vlonust en Jan Albers Plaisier vanwege de Spijkerboor – de sommen twee keer per jaar af: eenmaal in mei of juni en de tweede keer in de winter. Die wintersommen waren veel hoger, waaraan je kunt zien dat de turfvaart zich vooral in de tweede helft van het jaar voordeed – van maart tot de langste dag werd de turf immers gestoken en te drogen gelegd, terwijl na de langste dag telkens het vervoer van de turf over de Hunze of Oostermoesche Vaart naar Groningen op gang kwam.

Van de genoteerde opbrengsten waren de salarissen van de verlaatsmeesters al afgetrokken. Tenminste, wat betreft het Vlonust staat dat incidenteel genoteerd. Voor de Spijkerboor is dat niet het geval, maar je mag  aannemen dat de praktijk daar niet anders was. De uitbetaalde salarissen van de verlaatsmeester daar staan namelijk evenmin bij de uitgaven. Andere kostenposten, vooral aan onderhoud, werden wèl apart verantwoord. Deze konden van het ene op het andere jaar nogal uiteenlopen, maar gemiddeld ging het om een 80 à 90 gulden. De netto opbrengsten vielen daarmee nog een stuk lager uit dan in onderstaand grafiekje:

2 - Opbrengsten verlaatsgelden Vlonust en Spijkerboor 1699-1708

Bron: Rekeningen van de wed. Ellents voor haar zwager Lucas Nijsingh wegens de Spijkerboor- en Vloonustverlaten, 1698-1709. RHC Groninger Archieven 587-257.

Gemiddeld droegen de verlaatsmeesters samen zo’n 300 à 350 gulden per jaar af aan de aandeelhouders Ellents-Nijsingh. Wat opvalt is dat het leeuwendeel, ruim 200 gulden of minstens tweederde, steeds van de Spijkerboor kwam. Van veel geringer belang was het Vlonust, dat meestal nog geen 100 gulden per jaar opbracht.

Aangezien je mag aannemen dat de doorvaarttarieven en de salarissen van de verlaatsmeesters niet sterk van elkaar afweken, moet er een andere oorzaak zijn geweest voor het verschil in opbrengsten tussen het Vlonust en het slechts twee kilometer stroomafwaarts gelegen Spijkerboor. Wat was die oorzaak?

Daarvoor kunnen we kijken naar de omgeving van beide verlaten. Bij het Vlonust bleef de familie Koiter de verlaatsmeesters leveren. Zo werd er bij een schouw in 1790 (pag. 108) ten onrechte geklaagd dat L. Kuiter er het water ophield, terwijl er in 1830 nog steeds een Lucas Koiter als “vallaatsmeester” fungeerde. Dankzij diens naam en het later ter plaatse nog steeds voorkomen van de veldnaam Vlonust, kunnen we ons via de Drentse versie van HisGis een beeld vormen van de situatie ter plaatse rond 1830:

3 - verlaat Vlonust HisGis

Het Vlonust en zijn omgeving volgens het kadaster van ca. 1830. Bron: HisGis Drenthe.

Vanaf Annen liep er een openbare weg – tegenwoordig De Bulten geheten – naar het Vlonust, welke weg doodliep op het verlaat. Achter het Vlonust ging er niet zo’n weg in de richting van (Nieuw) Annerveen. In het kadaster staat Lucas Koiter als landbouwer te boek en hij had daar inderdaad vrij veel land (zie het merkteken x). Er kan natuurlijk een particuliere landweg hebben gelegen, maar hoe aantrekkelijk zo’n wagenspoor was, mag je je afvragen. In elk geval was Spijkerboor anno 1830 veel beter voorzien van openbare wegen, het gehucht gold zelfs als een soort van knooppunt:

4 - verlaat Spijkerboor HisGis

De Spijkerboor e.o. volgens het kadaster van ca. 1830. Bron: HisGis Drenthe.

Anno 1830 lag er verhoudingsgewijs ook nog veel meer heide in het achterland van het Vlonust, terwijl je in het Annerveen ten oosten van Spijkerboor relatief veel meer percelen landbouwgrond zag. De vervening en de ontginning van de afgeveende grond voor agrarische doeleinden was hier dus verder voortgeschreden. Er werd bij Spijkerboor, met andere woorden, veel eerder en veel meer turf afgevoerd. En dat zal dan de verklaring zijn voor het feit, dat rond 1700 de opbrengsten van het verlaat aldaar veel hoger waren.

Dankzij de betere infrastructuur bleef de Spijkerboor haar voorsprong ook houden. Niet voor niets bestaat Spijkerboor nog steeds, terwijl er op de plek van het Vlonust nu een natuurgebied ligt.