Iets over de namen Hoogkerk en Leegkerk

De kerk van Hoogkerk is niet hoger dan die van Leegkerk (leeg = laag). Ook ligt die eerste kerk niet hoger. Hoe komt het dan dat Hoogkerk Hoogkerk en Leegkerk Leegkerk heet?

Zoals gezegd, is de onginning van Lieuwerderwolde (grofweg de latere gemeente Hoogkerk) al in de tiende en elfde eeuw begonnen. Als we afgaan op archeologische waarnemingen is er in de twaalfde en begin dertiende eeuw een oponthoud geweest, veroorzaakt door overstromingen vanuit zee die klei-afzettingen achterlieten. Daarna echter, zet de kolonisatie onverminderd door, want bij bijna alle opgravingen in dit gebied kwam er aardewerk tevooorschijn dat uit de dertiende eeuw dateert.

Die dertiende eeuw was kennelijk een bloeitijd, want nog in die eeuw wordt Lieuwerderwolde opgesplitst in een Noord-Lieuwerderwolde en een Zuid-Lieuwerderwolde. Onder het eerste moeten we Leegkerk verstaan en onder het tweede Hoogkerk, namen die vanaf ongeveer 1300 langzamerhand en aan het eind van de Middeleeuwen helemaal de plaats innemen van Noord- en Zuid Lieuwerderwolde.

Uiteraard hangen deze nieuwe namen samen met de twee kerken die de bewoners hier hebben gesticht. De eerste kerkgebouwen waren waarschijnlijk net als overal elders nogal bescheiden constructies van hout, maar later werden de kerken allengs groter en van steen opgetrokken. In hun nieuwe, grotere formaat, werden de kerken ook steeds zichtbaarder in het landschap. Mensen gingen zich erop oriënteren als ze zich door het landschap voortbewogen, vandaar dat de oude namen Noord- en Zuid-Lieuwerderwolde langzamerhand verdwenen en plaatsmaakten voor Leegkerk en Hoogkerk, een proces dat tegen het eind van de Middeleeuwen voltooid was.

De namen Leegkerk en Hoogkerk sloegen daarbij niet zozeer op de hoogte van de kerkgebouwen, als wel op de relatieve laagte en hoogte ten opzichte van elkaar van de gebieden waar ze stonden, de kerspelen. Het kerspel Hoogkerk lag aanvankelijk gemiddeld een stuk hoger dan het kerspel Leegkerk. Als je echter op de actuele hoogtekaart kijkt, is dat nu precies andersom, en dat komt doordat het veenpakket – dat bij Leegkerk en de kwelder nog vrij dun was, naar het zuiden toe steeds hoger opliep, zodat het in de omgeving van de Peizerweg wel een meter of twee, drie dik was – in de loop van het ontginningsproces vrijwel helemaal verdween.

Voor de ontginningen lag het maaiveld in Hoogkerk dus een stuk hoger dan nu. Dat het veen verdween kwam overigens niet primair door turfwinning. Als je veen voor agrarische doeleinden met greppels en sloten ontwatert, zoals de kolonisten deden, dan help je een onomkeerbaar bodemdalingsproces op gang. Het organische veenmateriaal oxydeert namelijk – het verbindt zich, blootgesteld aan de open lucht, met zuurstof en vervliegt dan als het ware in de dampkring, waarbij overigens enorm veel co2 vrijkomt.

Om het maaiveld droog te houden, moesten de veenboeren van Hoogkerk hun greppels en sloten dus steeds weer uitdiepen, waarmee ze de afkalving van de veenlaag steeds verder bevorderden. Uiteindelijk verdween zo bijna al het veen van Lieuwerderwolde, en dat vooral in de omgeving Hoogkerk, waardoor die naam achteraf een beetje onlogisch lijkt ten opzichte van Leegkerk, maar het destijds, toen deze namen ontstonden, dus niet was.

(Uit een lezing over de velsnamen van de voormalige gemeente Hoogkerk die ik een paar keer heb gehouden.)


Pastorie in de storm, door het dienstmeisje

Tantje Bruins was negentien, toen ds. Ader van Nieuw-Beerta haar vroeg om dienstmeisje te worden in zijn pastorie, waar joodse onderduikers zaten. In een gesprek met Engel Lameijer vertelt ze over het leven in die pastorie gedurende de laatste oorlogsjaren.

De clip maakt deel uit van Lameijers documentaire ‘Littekens’. Lameijer werd begin 1945 geboren op een steenworp afstand van de spoorlijn in Nieuweschans, waarover ruim honderdduizend mensen naar de kampen in het oosten werden afgevoerd. Die geboorteplek vormt in Littekens het uitgangspunt voor een zoektocht naar de pijn en de onmacht die de deportatie achterliet. Littekens komt naar verwachting nog dit jaar gereed.


De kleinere schatten van het Rijks

Vandaag met het personeelsuitje naar het Rijksmuseum geweest.

Grote drukte in de hal met de mondiaal bekende topstukken:
2014-10-27 001 was 41
Terwijl zo’n Nachtwacht – ik vind er eigenlijk geen kloot aan, als ik eerlijk ben.

Geef mij maar de kleinodiën in veel minder drukke zalen, zoals deze drie anonieme weldoeners met de fundatiebrief van hun stichting, geportretteerd door Hendrick de Keijser:
2014-10-27 021
Of deze twee drinkebroers van roodbakkend aardewerk:
2014-10-27 025
Het portret van Johan de Wit, jammerlijk vermoord en verscheurd door het Oranjegepeupel in het rampjaar 1672:
2014-10-27 031
Erg gecharmeerd was ik van de Middeleeuwen-afdeling in de kelders, met deze pelgrim op een van de Zeven Werken van Barmhartigheid:
2014-10-27 069
Een koperen ridder te paard:
2014-10-27 078
Een tympaan van de Abdij van Egmond:
2014-10-27 084
Bij het zilver dit miniatuurkeukentje:
2014-10-27 102
Zelfs leuk: het porselein, met dit reclamebord uit de achttiende eeuw:
2014-10-27 104
Een prijskoe:
2014-10-27 107
In een zaaltje met toverlantaarnvoorstellingen een agressieve olifant:
2014-10-27 119
Verrassing: dit tegeltableau van tegels met scheepjes, ongeveer zoals die het huis in Obergum hebben gestoffeerd.
2014-10-27 121


Reigers decimeren rattenpopulatie

Gister zag ik een reiger met een rat bij Niebert en vanmiddag laat zag ik een jonge reiger met een rat bij Dorkwerd:

2014-10-26 006blog

Twee maal zo’n waarneming vlak achter elkaar leidt tot de conclusie dat reigers ware rattenverdelgers zijn.


Aan tafel!

2014-10-25 053

(Iwema Steenhuis, Niebert.)


Schilderswerkplaats

2014-10-25 021

2014-10-25 024

2014-10-25 025

2014-10-25 026

2014-10-25 029

2014-10-25 031

2014-10-25 048

2014-10-25 050
In Steenhuis Iwema te Niebert. Waar ook een kapperswinkeltje, een schoolklasje, een kroegje en een bakkerij geëvoceerd worden. Leuk museum, maar vandaag – de laatste zaterdag van het seizoen – was het er wel erg druk dankzij een actie van de regionale RABO.


Rondje Nuis

Roderwolderdijk, Hoogkerk:
2014-10-25 002
Langs een oprit bij Niebert:
2014-10-25 013
Iwema Steenhuis in Niebert deed de was:
2014-10-25 018
Merk kippenvoer:
2014-10-25 035
Evocatie van een kroegje, eveneens in Iwema Steenhuis:
2014-10-25 041
Oprit bij de Mienscheer te Nuis:
2014-10-25 063
Reiger heeft rat bij de kop, in een weiland langs de Halbe Wiersemaweg tussen Niebert en Leek:
2014-10-25 067
Als je erop let, zie je overal grote waternavel, zoals hier in de vervallen sluis van het Leekster Hoofddiep:
2014-10-25 072
Een eindje verder aan de Roomsterweg deze kolonie geschubde inktzwammen:
2014-10-25 075
Boven de Jarren bij het Leekstermeer ging een grote groep ganzen op de wieken – wat kwam door twee ultra light vliegtuigjes, die wat later leken te landen bij Nietap:
2014-10-25 092
Mannetjesfazant bij de Woudrustlaan onder Peize:
2014-10-25 097
Langmadijk, Perizermade:
2014-10-25 105


Bloedend België – de lijdensweg van een onschuldig volk

005

006

Bron.


In de bottelarij

Woldring en Idema ranja

Onlangs kwam G.W. langs om dit affiche te laten zien. Het is van Woldring & Idema, een bottelarij die van 1908 tot 1991 bestaan heeft, meestentijds in de Brugstraat, waar nu het Noordelijk Scheepvaartmuseum zit.

Eind jaren 70 heb ik als student via een uitzendbureau nog een weekje bij dit bedrijf gewerkt, toen het aan de Struisvogelstraat zat. Dat was vlak voor de kerstdagen, het drukste seizoen voor de bottelarij.

De voorman, Bathoorn, zette me in eerste instantie aan de boerenjongenstafel. Aan die tafel werkten vier man: naast mij een vaste arbeider en twee jonge schoolverlaters. Het werk bleek hier zo slecht nog niet. Een van ons vieren maakte een soort van weckflesje open en plaatste een rubberen ring om de rand van het deksel. De tweede kieperde een afgepaste hoeveelheid rozijnen in het flesje. De derde goot er tot een maatstreepje citroenjenever bij en de vierde sloot het weckflesje weer af. De potjes gingen in kratten en de die verdwenen in een cel waarin de hele handel verhit werd.

De citroenjenever lag opgeslagen in een mobiele tank met een kraantje eraan. Als het jouw beurt was om citroenjenever in de weckflesjes te doen, zette je, om je werkvoorraad aan te vullen, regelmatig een emmer onder dat kraantje. Op de derde dag liet ik dat kraantje stromen. Zo kwam onze hele werkvloer onder de citroenjenever te staan.

Na het dweilen verbande Bathoorn mij naar de lopende band: flessen opzetten. Dat was minder aangenaam. De lopende band werd bediend door iemand die naar verluidt aandelen in de bottelarij had. In elk geval wilde hij het tempo nogal eens opschroeven. De flessen stonden in etages op pallets. Met zoveel mogelijk vingers greep je zoveel mogelijk flessen, die je zo heel mogelijk op de band probeerde te zetten. Afgezien van het gerammel van de flessen op de band gaf de machine die ze vulde een hels kabaal. Af en toe greep je in een kapotte fles op de pallet, Ook op de lopende band wilde er nog wel eens een exemplaar sneuvelen. Als de hele handel werd stilgezet, omdat er iets anders in de flessen moest, had je tijd voor een shaggie.

Naast me aan de band stond een ouwe baas. Aardige kerel die uit dezelfde hoek van Drenthe bleek te komen als ik. Af en toe gebaarde hij dat ik het wat rustiger aan moest doen. Hij werkte er al dertien jaar en vertelde dat in die tijd het personeelsbestand met tweederde was ingekrompen, terwijl de nog resterende medewerkers een dubbele productie haalden. De vermeende aandeelhouder aan het begin van de band had dus geen reden tot klagen.

Achterzijde programmaboekje Tentoonstelling Groningen 1948.

Achterzijde programmaboekje Tentoonstelling Groningen 1948.

 


‘Blijf kalm, eerst denken, dan doen’

Bij een vooronderzoek voor een Koude Oorlogproject stuit ik op deze envelop met BB-voorlichting:
2014-10-21 001
De envelop dateert uit 1961 en is verspreid in Winschoten, maar bij ons thuis in Drenthe stond er precies zo een in het standertje met belangrijke post. Ik denk dus dat het een landelijk ding was.

In de envelop zitten twee vouwbladen van redelijk stevig papier, voor de snelle naslag:
2014-10-21 003
De beschermingswenken gaan in op wat er gebeurt als de bom valt:
2014-10-21 004
Terwijl het vouwblad voor de eerste hulp de meest voorkomende kwetsuren behandelt, zulks onder een motto dat de hedendaagse Nederlander zich ook wel eens mag aantrekken
2014-10-21 008
Het leukst is de toegevoegde brochure die een en ander nog wat uitvoeriger uitlegt:
2014-10-21 013
Als de bom valt kan je het best met je gezin onder de keldertrap gaan zitten:
2014-10-21 017
Wat voor risico je loopt, hangt natuurlijk van de afstand af:
2014-10-21 021
Mocht je op je werk zitten, dan kan je altijd nog schuilen onder je bureau:
2014-10-21 024
Zo’n stevig metalen bureau – maken ze dat nog ergens?


Hoogkerk in de herfst

2014-10-21 052


‘Wi zitten hier an ’t voutenende’

“In de twintiger jaren reisde ik vaak van Amsterdam naar de woonplaats van mijn ouders (in het Noorden, HP). En voorwaar, over de Zwolse perrons hing duidelijk….. het gordijn (van kranten waarmee het Noorden dichtgeplakt was, HP).

Men stapte daar over voor de richting Leeuwarden en Groningen. Wij sjokten naar het slecht verlichte, gure, open tweede perron en hesen ons met onze zware koffers met moeite de hoogte in; één opstap, nog een en hoep, daar waren we dan in onze coupé. Eigenlijk een veel te wijdse naam voor die vaak smerige en vunze wagenhokken, die wel zeer ongunstig afstaken bij de voor die tijd reeds weelderige rijtuigen, die we juist verlaten hadden, en die vóór het gordijn bleven staan.

Zo sukkelden we dan noordwaarts. Ja, het was sukkelen, want de railstukken op die trajecten waren korter, met het gevolg, dat de gang van de toch al slecht verende wagons schokkend en onpleizierig was. Afdankertjes, restanten! De resten van die restanten werden op de zijlijntjes gebruikt van Groningen naar Winschoten b.v., een binare tragedie van vervoersellende.

Is het dan niet verklaarbaar, dat de ‘noordeling’ zich wel eens achteruitgezet gevoelde en zijn houding ten opzichte van het andersoortige daardoor soms bepaald werd?

En is het wonder, dat men in die jaren sprak van: ‘Wi zitten hier an ’t voutenende’. Een gezegde, dat met een zekere berusting werd geuit…”

Bron: Johan Koch, ‘Van gene zijde van het krantengordijn’, Neerlandia LXI (1962) 57, 58.


Rondje Stad

Pittig Galloway-stiertje bij de Madijk:
2014-10-18 001
Even verderop, bij de brug over het Omgelegde Eelderdiepje naar de Bruilweering, zijn rustig voortgrazende oom:
2014-10-18 005
Stadspark:
2014-10-18 009
Bij de Paterswoldseweg deze zeer vrolijke ijscoboer:
2014-10-18 011
Bij wie ik dus een ijsje kocht:
2014-10-18 014
Hoek Singelweg en Korreweg,  ouwe reclamevakken opgevuld met middeleeuwse figuren naar de trant van 19e-eeuwse gravures:
2014-10-18 018
Bij het sluisje tussen Zuiderhaven en Eendrachtskanaal:
2014-10-18 023
Patroon van gevallen sierappeltjes, of wat het maar zijn:
2014-10-18 024


Variant U, Ebola en terrorisme

In de jaren tachtig onderzochten Sovjet-wetenschappers hoe ze het Marburg-virus, dat verwant is aan Ebola, en net als Ebola waarschijnlijk afkomstig is van Afrikaanse vleermuizen, via raketten konden verspreiden over westelijke bevolkingscentra, Bizar onderdeel van dit verhaal:

“Nadat een van de wetenschappers, dr. Nikolai Ustinov, zichzelf per ongeluk geïnjecteerd had met Marburg, konden zijn collega’s uit zijn stoffelijk overschot een nog dodelijkere versie van het virus isoleren en cultiveren. Deze werd variant U genoemd naar Dr. Ustinov. Volgens Alibek waren de Sovjets in 1991 zo ver, dat ze Marburg-variant U in grote hoeveelheden konden produceren.”

Bron

Commentaar: Je moet er toch niet aan denken dat zulk spul in handen valt van terroristen. Een industriële aanmaak zullen ze wellicht niet van de grond krijgen, maar op een huis-, tuin- en keukenniveau is de terroristische inzet van virussen helemaal niet zo onwaarschijnlijk. Ik las ergens dat de eerste Ebola-gevallen in Marokko zijn geconstateerd, voor jihadi’s met doodswensen zal het naarmate de ziekte zich in West-Afrika verspreidt steeds eenvoudiger worden om zich te laten besmetten en zo de ziekte in persoon naar het doel over te brengen.

Ik vermoed trouwens dat de een of andere thriller-auteur een dergelijke gang van zaken al eens uitgewerkt heeft.


Achilles – Feyenoord (1971)

Tevens kwamen tevoorschijn enige fotootjes van een oefenwedstrijd tussen een Drentse ploeg tegen Feyenoord, anno 1971. Mij stond bij dat die Drentse ploeg Hoogeveen was, maar dat klopte niet, zo bleek bij een sondering in krantendatabanken, want die zomer speelde Feyenoord niet in Hoogeveen. Wel in Assen, tegen de tweedeklasser Achilles namelijk, dat voor de gelegenheid versterkt werd met enkele coryfeeën van elders uit Drenthe.

Feyenoord had in 1970 de Europacup voor landskampioenen gewonnen, en werd in 1971 Nederlands kampioen. Op zo’n oefenwedstrijd kwamen dus aardig wat mensen af. Het was daarom zaak tijdig entreebiljetten te bekomen. Vermoedelijk zijn de kaartjes betrokken via mijn oud-oom Klaas Vondeling, die jarenlang secretaris van Achilles was en naar wie ze daar in Assen nog een bokaal en een jeugdtoernooi hebben genoemd.

Van de wedstrijd op zich herinner ik mij hoegenaamd niets, maar Van Hanegem en Kindvall deden niet mee en dat was vast een domper. Uiteindelijk won Feijenoord, dat maar liefst vijf keer wisselde, met 5-1.

De wedstrijd vond plaats op zaterdag 24 juli. De foto’s echter, die ik maakte met mijn waarlijk eenvoudige AGFA ISO Rapid I, zijn volgens het datumstempel aan de achterzijde pas afgedrukt op 27 september. Zo lang deed je destijds dus over een rolletje van zo’n 24 foto’s.

De plaatjes zijn niet tijdens de wedstrijd geschoten, maar na afloop, toen het veld bestormd werd door handtekeningenjagers. Voor de spelers rechts op de eerste foto bestond er wat minder belangstelling. De derde van die kant af is de nog piepjonge Wim Rijsbergen, die net van PEC overkwam. In de traumatiserende WK-finale van 74 was hij de directe tegenstander van Gerd Müller, de man die ons de das omdeed. Rijsbergen is later nog coach van FC Groningen en de Indonesische nationale ploeg geweest. Tegenwoordig woont hij weer in Nederland, dacht ik:

1

Wim Jansen, de bekende middenvelder:
2

Linksbuiten Coen Moulijn.  Toen ik ook een handtekening van hem wilde hebben, schold hij me uit onder aanroeping van enkele vreselijke ziektes en spurtte keihard weg, wat maakte dat ik definitief voor Ajax koos:
3

De reserve-doelman Bram Geilman, die later zijn naam zou veranderen:
4