Een ode aan de vrouwen van Appingedam

Dame in Groninger klederdracht

Volgens de zeer eigengereide en bruuske taalgeleerde en veelschrijver Knut Jungbohn Clement (1803-1873) vormden de Noord-Friezen, en dan met name die van zijn geboorte-eiland Amrum, “het edelste ras der mensheid”. Toch zag deze chauvinist in zijn voorkeursregio  niet de allermooiste vrouwen. Die ontwaarde hij namelijk toen hij in 1845 met de trekschuit op doorreis was in Appingedam:

“Het eerste stadje, dat men met de schuit van Delfzijl doorkomt, is Appingedam. Men komt midden door de stad; wij des namiddags tegen drie uur. Overal uit de vensters boven ons knikten uiterst hupsche en slanke vrouwen en meisjes, uitnemend schoon van gelaat, wier schoonheid het gouden oorijzer nog verhoogde. Ze waren veel knapper dan ik tot dusver nog ergens gezien had. Haar teint is onvergelijkelijk helder en zuiver, de huid als doorschijnend, de gestalte rijzig en slank, het gezicht langwerpig, het voorhoofd hoog en bizonder welgevormd, de oogen blauw en veelzeggend, de neus gestrekt en fijn besneden, mond en kin vriendelijk, de tanden echt en blank.

Een buitengewone evenredigheid vertoont zich in haar ganschen bouw, welke de schoonheidslijn in hooge mate kenmerkt. Haar trekken zijn regelmatig, maar meer gezond dan bij andere Friezen; zij hebben geen uitstekende wangbeenderen, het vrouwelijk geslacht in Oost-Friesland en ook in Holstein is grover dan dat in Groningerland; de vrouwelijke schoonheid in Groningen nadert reeds meer tot de Engelsche. Appingedam is de eerste plaats, waar ik het gouden oorijzer der Friezinnen zag. Dit is de fraaiste vrouwelijke hoofddracht, die ik ergens gezien heb en past volmaakt bij de soort van schoonheid en de onvergelijkelijke gelaatstint der vrouwen in deze streken.”

Bron: Knut Jungbohn Clement , Reise durch Frisland, Holland und Deutschland im Sommer 1845 (Kiel 1847) pag. 35. De vertaling is van T. (Jacob Tilbusscher) in het Nieuwsblad van het Noorden d.d. 30 mei 1914.


Rondje Rodervaart

Pootjebaaiende kievieten  in de Onlanden:
2014-09-06 013
Kalverliefde bij de Waalborg:
2014-09-06 022
Bij de Rodervaart – een elzenhaantje vreet zich door zijn favoriete blad heen:
2014-09-06 032v
Alle neuzen wijzen één kant op:
2014-09-06 038Door de hoge luchtvochtigheid werd het een kleiner rondje dan ik in gedachten had.


Nieuweschans-Stedum

Tussen Nieuweschans en Nieuw-Beerta:
2014-09-05 003
Zinnebeeldig ornament in topgevel van boerderij te Nieuw-Beerta:
2014-09-05 005
Schuur, Nieuw-Beerta:
2014-09-05 007
Bij Beersterhogen:
2014-09-05 010
Het paardje op de toren van Beerta lijkt wel pumps aan te hebben:
2014-09-05 011
De heilige Laurentius, weleer de schutspatroon van het kerspel Beerta en daarnaast onder meer van Rotterdam, koks, banketbakkers, brandweerlieden en leveranciers van barbecuebenodigdheden. Zijn attribuut is het rooster waarop de Romeinen zijn heilige vlees schroeiden, een mishandeling waarbij hij gezegd zou hebben: “Keer mij maar om, ik ben al gaar”:
2014-09-05 014
Grote Canadese ganzen in het natuurgebied Reiderwolde.  Bij het maken van deze foto kwam me een mountainbiker achterop, die riep: “Opvreters bennent”. Mijn antwoord dat het hier een natuurgebied was, ontlokte hem een schampere lach:
2014-09-05 020
Op de wieken:
2014-09-05 023
Brigade van eggende tractoren bij de Wagenborgerweg onder Nieuwolda:
2014-09-05 030

Een eindje verder, aan de Kopaf, vloog er een zwarte ooievaar op uit een sloot. Helaas over een bomenrij heen en uit zicht, zodat ik er geen foto van heb. Op 24 augustus werd er al zo’n vogel op de es van Leutingewolde gezien. Blijkbaar houdt hij van kaal en pas geploegd en/of geëgd land?

Oude hooiwagen tussen Wagenborgen en Siddeburen:
2014-09-05 040
Het molentje van Laskwerd bij Appingedam:
2014-09-05 042
Veldboeket bij de Eikemaheert nabij Stedum
2014-09-05 055

Daar heerlijk en genoeglijk gegeten in de Meidenkamer bij Angela en Piet.

In totaal 62 kilometer gefietst.


Bakkers aan de schandpaal

In december 1920 was de graanprijzen weer wat gedaald. Maar dat betekende nog niet dat de broodprijs ook zakte. In de gemeente Finsterwolde heerste daarover grote ergernis:

Tot prijsdaling gedwongen
De bakkers te Finsterwolde (Gr.) hielden den prijs van het grof roggebrood maar steeds op 60 cent per 2,8 KG., niettegenstaande de roggeprijs aanmerkelijk was gedaald.
De burgemeester heeft daarom (…) den bakkers aangeschreven om den prijs spoedig en belangrijk te verlagen, daar anders zal worden voorgesteld dat de Gemeenteraad in de broodprijzen regelend optreedt.
De bakkers hebben daarop den prijs gebracht op 56 cent.

Bron: Het Centrum 3 december 1920.

Als het niet linksom kan, dan maar rechtsom, dachten de bakkers van Finsterwolde blijkbaar, want een paar maanden later viel er een nieuwe klacht te horen:

Bakkersgeknoei
De burgemeester der gemeente Finsterwolde (Gr.) heeft zich gewend tot de bakkers met betrekking tot het gewicht van het brood, dat lang niet in overeenstemming is met den prijs. Daartegen wordt ernstig gewaarschuwd. Ter bestrijding van dat kwaad zal (…) op ongeregelde tijden door de politie een onderzoek worden ingesteld en mocht het dan voorkomen, zoo zullen de namen der betrokken bakkers ter openbare kennis worden gebracht.

Bron: De Tijd 23 februari 1921.


Kinderen kwamen van de honger over de Dollard

Voor de Eerste Wereldoorlog kostte grof roggebrood – “een zeer veel gebruikt volksvoedsel in de provincie Groningen” – 8 cent per kilo te Finsterwolde. Na de Eerste Wereldoorlog, in september 1920, was dat 27 cent per kilo geworden, dus ruim drie maal zoveel.

Heerste hier schaarste, aan de andere kant van de landsgrens was het nog veel beroerder. Zo berichtten de kranten in juli dat jaar:

Hongerige kinderen
Een visscher uit Finsterwolde (Gr.) trof dezer dagen op da Dollardsaanwassen vier Duitsche kinderen aan van 11 tot 13 Jaar, die te Ditzumerverlaat (Oost-Friesland) een boot hadden weggenomen, om daarmee over de Dollard naar ons land te varen. Ze waren van honger uit Emden gekomen. In de marechausseeskazerne te Finsterwolde werden de hongerigen gevoed. De burgemeester van Finsterwolde droeg den visscher op, de Duitsche boot binnen den dijk te halen, doch toen hij kwam, was de boot niet meer te vinden. De kinderen zijn over Nieuwe Schans weder naar Oost-Friesland gebracht.

Ik denk dat de ouders heel blij waren dat ze hun kinderen terugzagen.

Door de oorlog en nadien nog de voortdurende blokkade en de aan Duitsland opgelegde herstelbetalingen heerste er een chronische ondervoeding in Duitsland, soms overlopend in een regelrechte hongersnood. Her en der in Duitsland bedelden haveloze en uitgehongerde kinderen om eten bij de Britse en Amerikaanse legerkampen. Soms konden militairen dat niet meer aanzien en vroegen overplaatsing aan.


Wachter bij de busbaan (2)

Het raadsel van gister is opgelost. De man tegen de boom bleek de eigenaar-bewoner van de tegenoverliggende boerderij (oudtijds het Lingenhuis) waar ik al wel eens een praatje mee gemaakt had, maar die ik niet herkende. Vanmorgen zat hij er weer, en dit keer herkende ik hem pas toen hij mijn vraag beantwoordde wat hij daar deed.

Hij ging de snelheid van de passerende bussen na. De busbaan ligt vlakbij zijn huis, sommige bussen rijden volgens hem veel harder dan de toegestane 50 kilometer per uur en hij wil weten welke en hoeveel dat er zijn. Zijn eigen adviessnelheid ligt wat lager:

2014-09-03 000 vooruitgeschoven
Vanmiddag liet hij me zijn boerderij zien. Volgens hem veroorzaakte het voorbijrazende busverkeer o.a. scheuren in muren. Zoals deze:
2014-09-03 001
En deze:
2014-09-03 012
Soms ligt hij ’s avonds te trillen in bed, want dan rijden ze harder. Hij heeft geprobeerd de verantwoordelijkheid bij de gemeente te leggen, de eigenaar van de busbaan. Die vond echter dat hij dan eerst een rapport door experts moest laten opmaken. Maar daarvoor heeft hij het geld niet. Nu wil hij de busmaatschappijen gaan benaderen en intussen hangen er dus bordjes die de chauffeurs tot snelheidsmatiging proberen te bewegen:
2014-09-03 019


Wachter bij de busbaan

Toen ik vanochtend, op weg naar mijn werk, het uiteinde van de Peizerweg opreed, zag ik eerst twee pylonen langs de busbaan staan, pylonen met zwaailichtjes in top. “Ha” dacht ik: “Kleine vuurtorentjes”. Er was ook een wachter bij, tegen een boom gezeten op een bureaustoel, turend op zijn smartphone. Weinig aan de hand.

2014-09-02 009

Ik heb de man niet gevraagd wat hij daar precies deed, wat me achteraf wel een beetje spijt. Een collega suggereerde dat hij aan het verkeerstellen was, maar de verkeersintensiteit op de busbaan kan je toch vrij eenvoudig opmaken uit de dienstregeling der diverse busmaatschappijen?

Bij nader inzien heeft hij een zwarte pet en een zonnebril op en een bollend blauw jasje aan onder die oranje overgooier. Bovendien hangt er een vierkant geval voor zijn oor. Kwam er misschien een belangrijk persoon voorbij?


Er voer een coaster langs de Peizerweg

Dinkla 1 Peizerweg 1936 Dinkla 2 Peizerweg 1936

Bron: Nieuwsblad van het Noorden, 10 januari 1936.

Ik vraag mij af, zou het schip van de oude heer Dinkla nog bestaan?


Fietskunst

fietskunstDe Fongers-fietsambulances sluiten in het foto-overzichtje van Twitter (1, 2) bijna zo op elkaar aan, dat het lijkt alsof ze samen een soort van kunstwerk vormen.


Het stempel Groningen

Het stempel, ooit gebruikt in een Limburgse lagere school:

Het stempel Groningen a

De afdruk (let niet op de Hunze):

Het stempel Groningen b

Degene die dit het mooist weet in te kleuren met de grondsoorten klei (groen), zand (geel) en veen of dalgrond (roze) wacht een leuk prijsje!


Een huldeblijk voor de sluiswachter van Ganzedijk

INGEZONDEN

Jan Rotmans

   M. de Red. !

Een zeer bescheiden en toch hoogst belangrijk persoon gaat de gem. Finsterwolde met Mei a.s. verlaten, ’t Is de heer Jan Rotmans, sluiswachter bij de sluis van Reiderland. In 1847 te Bellingwolde geboren, kwam hij in 1852, toen zijn vader sluiswachter werd van de sluis van Bellingwolde te Ganzedijk. Van ’52 tot ’66 beheerde deze de Bellingwoldster sluis, toen hij in ’66 door ’t Hoofdbestuur van Reiderland aangesteld werd als wachter bij de Dollardsluis. In ‘98 trad de vader wagens hoogen leeftijd, af. Natuurlijk werd toen zijn zoon Jan Rotmans zijn opvolger. Ik zeg: „natuurlijk”, want wie zou beter dien veteraan hebben kunnen opvolgen? Al was nu de zoon de chef in naam, de ziel van alles bleef toch de oude man tot zijn dood in 1905. Na dien tijd treedt de jonge Rotmans meer op den voorgrond. Reeds op 10-jarigen leeftijd hielp hij zijn vader de buitendijksche vaargeul “ploegen”, en was sindsdien zijn vader !n alles behulpzaam. Hij groeide als met de Dollard op. Hij herinnert zich nog levendig de hoogo vloeden van ’77 en ’83, toen de heele familie moest vluchten, maar zij — vader en zoon — bleven. Hij schildert u levendig, hoe de Kerkhovenpolder bij dien laatsten vloed overstroomde, en hoe die doorbraak van gunstigen invloed was op „hun” sluis. Ja, wie ’n oogenblik tijd heeft en met den heer Rotmans praat over den Dollard en zijn ontstaan, die gaat met ’n schat van opmerkingen en wetenswaardigheden weer heen. —

Achtereenvolgens dienden ze drie voorzitters: eerst den heer Alb. Waalkens, daarna den heer H.B. Muntinga, beiden overleden, en thans den heer H.P. Waalkens, burgemeester van Blijham. Noch zijn vader, noch hij heeft in al die jaren ooit wegens ziekte gemankeerd. ’t Was dan ook steeds ‘n eenige huishouding, waar ieder graag een poosje zich ophield. De „oude vrouw”, bij velen nog zoo goed bekend, was de gulheid, de vriendelijkheid, de voorkomendheid in persoon. Toen zij in 1909 overleed, was dat dan ook een groot verlies voor de familie. Gelukkig — de tijd heelt alles. Langzamerhand herstelde alles zich weer.

En zoo zijt gij heden, vriend Rotmans, er dan nu toe gekomen, uw ontslag te vragen, dat u met 1 Mei a.s. op de meest eervolle wijze is verleend. Zestig jaren waart ge hier werkzaam, onvermoeid en steeds tot groote tevredenheid uwer superieuren. Was er soms verschil van inzicht, gij kwaamt steeds rond en eerlijk voor uwe meening uit. Vaak bleek die meening de juiste. —

Welnu, al gaat gij ons verlaten, uw naam blijft bestaan; „Rotmans huis” en „Rotmans ziele”, ze zullen nog duizenden malen worden genoemd. Geniet, onder de meest gunstige omstandigheden, uw welverdiende rust en neem bij uw vertrok naar Nieuwolda, dat trotsch mag zijn op zulk een inwoner, den oprechten dank mee van allen, die u hier kennen. Het ga u ook daar wel! De Ganzedijksters wenschen het u van ganscher harte toe.

    Met vriendelijken dank voor de plaatsing,

Uw dw.:

O.

Bron: Nieuwsblad van het Noorden 1 mei 1918.

Jan Rotmans overleed in 1932 te Nieuwolda, 84 jaar oud.


Een curieus portret van Bommen Berend

Nog niet zo gek lang geleden zag ik dit portret  op Marktplaats, waar het inmiddels ook alweer van af is gehaald:

Bommen Berend portret met pet

Volgens een geverfde notitie in dezelfde menie-achtige kleur rood als ’s mans muts, onderboord en knopen zou het gaan om een portret uit 1653 van Bernard von Gahlen:

Bommen berend de ht

Bernard von Galen, dat is ‘onze’ Bommen Berend, de prins-bisschop van Munster die de stad Groningen in 1672 belegerde, maar afdroop, wat we op de 28e augustus plegen te vieren.

Alles in rode kleur lijkt door een veel latere hand opgebracht., Vooral bij de kardinaalsmuts is die operatie niet helemaal geslaagd. In plaats van op een kardinaal lijkt de bisschop op een prins carnaval. Ik attendeerde een conservator van het Groninger Museum op het curieuze konterfeitsel met de opmerking:

“Het is wel een opknappertje hoor, maar misschien iets voor jullie?”

Dat bleek niet het geval. Hij vond het wel een mooi voorbeeld van hoe de bisschop na zijn dood nog vereerd werd, daar niet van, maar het museum had al meer representatieve portretten van Bommen Berend, waar deze niets aan zou toevoegen. Overigens ging het ook beslist niet om een unicum:

“Er moeten, zo begreep ik van een collega in Munster, tientallen van dergelijke portretten bestaan.”

 

 


Rondje stad

Een sleepboot bij de Sluiskade, wat ooit een poos de ligplaats voor sleepboten is geweest:
2014-08-27 029
Portaal in de Broerstraat:
2014-08-27 036
Op het plein voor het Academiegebouw was er een informatiemarkt voor buitenlandse studenten:
2014-08-27 037
Douwe van de bieb deed er goeie zaken:
2014-08-27 039
Strenge meneer boven de deur van de oude rechtbank (Boteringestraat):
2014-08-27 051
Brullende leeuw bij de dakgoot van de Corps de Garde:
2014-08-27 061
Over de kermis terug:
2014-08-27 088
De verleiding van het absolute kwaad trotserend:
2014-08-27 093


In memoriam Duco Kuiken (1943-2014)

Deze boekband vol hints:

2014-08-27 021

herbergt geen enkele pagina, maar wel een heupflacon Beerenburg, die overigens nimmer aangesproken is:

2014-08-27 025

Het betreft een Sinterklaas-surprise, ooit ten geschenke gedaan bij het gemeente-archief Groningen, zoals dat van 1971 tot 1997 gevestigd was aan de Viaductstraat, vlakbij de Hereweg aan het spoor. De toenmalige afdeling conservering zette het in elkaar en schonk het aan chef studiezaal Duco Kuiken, die qua alcoholica inderdaad een voorkeur had voor dit ‘Friese’ drankje.

Het pseudoboek, of beter dus de doos, kwam vandaag tevoorschijn bij de herdenkingsbijeenkomst van Duco Kuiken. Want Duco is niet meer, zijn ziekte MS heeft hem zaterdag na een kwart eeuw toenemende last en bedlegerigheid definitief gesloopt. Bijna 71 is hij geworden.

Zijn dood kwam vroeger dan gedacht. Hij had zich zelf niet veel om zijn uitvaart bekommerd en zijn naasten maakten er een eenvoudige, sobere plechtigheid van met wat herinneringen en evergreens.

Een jongere neef vertelde over hun jeugd. Duco was een beetje een Einzelganger, niet primair uit op gezelligheid, zeker geen spelletjesmens, hij zat liever met een boekje in een hoekje. Zeilen was zijn vakantiepassie, met als uitvalsbasis Sneek.

Duco kwam uit Friesland, wat hij niet onder stoelen of banken stak op het Groninger gemeente-archief, waar hij begin jaren zeventig binnenkwam als de nieuwe man van de foto-afdeling. In die hoedanigheid bivakkeerde hij in een glazen werkkamer, gelegen naast de studiezaal, welke werkruimte niet geheel ten onrechte het aquarium heette. Om op zijn afkomst terug te komen: hij onderzocht later eens de historie van het Groninger stadsjacht en vertelde met smaak dat de Groninger stadsbestuurders uit de zeventiende en achttiende eeuw zo’n schip steevast bij Friese scheepsbouwers lieten maken. Dus niet bij een Groninger hellingbaas.

Het “klapperwater” op de pseudo-boekband slaat op het feit dat Duco Kuiken enorm veel stad-Groninger bronnen uit de periode 1500-1850 ontsloten heeft, door er indexen op te maken, waarvan de meeste nu gelukkig op internet staan. Hij was ook trots op zijn kennis van oude handschriften, zo hoorden we vandaag. Die trots was terecht. Veel minder bekend is dat Duco als geldschieter op de achtergrond fungeerde van een beste serie genealogische toegangen, meest gemaakt door ervaren archiefbezoekers. Een transcriptie van het Diarium Julsingh uit de zestiende eeuw gaat vast nog verschijnen.

Misschien kwam Duco Kuiken als eerstelijns vraagbaak in het gemeentearchief wel eens over als wat afhoudend, korzelig, of nurks . Een oud-collega vertelde dat Duco tien minuten voor sluitingstijd wel eens hinderlijk met zijn sleutels heeft zitten rammelen. Ook zou hij nogal vaak tegen bezoekers hebben gezegd: “Daar beginnen we niet aan”. Ik moet hier echter meteen verzachtende omstandigheden aanvoeren, die volgens mij van doorslaggevende aard zijn. Je hebt mensen die wel om hulp komen vragen, maar dan niet naar je luisteren, of niets van je willen aannemen, of zelfs door je heen gaan praten als je ze antwoord geeft. Ook zijn er mensen die in alles bij de hand genomen wilden worden, niet een keer, maar voortdurend. In dergelijke gevallen dreigt wel eens ongeduld, waar tact geboden is. Toen er in de krant een keer een lelijk stukje over Duco verscheen, vond ik dat in elk geval buitengewoon onbillijk en heb ik het in een ingezonden brief voor hem opgenomen.

Want ik heb Duco ook vaak genoeg vrolijk gezien en soms zelfs blozend als een schooljongen. In elk geval stak ik bijzonder veel van hem op, in al die jaren dat ik op het gemeentearchief onderzoek deed. Daarbij varieerde Duco’s leerstof van woordverklaringen (“korremorre is drank”), tot uitleg van op het eerste gezicht nogal ingewikkelde toestanden (zoals “afmijning bij brennende keersen uitgang”), tot regelrechte tips (“weet je dat er in dat familiearchief De Sitter ook nog een brief over die materie zit?”).

Duco Kuiken is niet meer, maar voor al die leerzame momenten wilde ik hem graag nog bedanken.

Waarvan akte.

 


Omkeerbare ontginningen

natuur

Dit speciale nummer van Natura uit 1935 bevat onder meer een overzicht door G.A. Brouwer van natuurgebieden in en zeer nabij de provincie Groningen. Een paar frapperende citaten:

Uit de paragraaf over laagveenmoerassen:

“Onder de veengraverijen namen tot voor enkele jaren de prachtig begroeide Tolberter Petten (ca, 300 Ha.) in het Westerkwartier de eerste plaats in. Verschillende moerasvogels w.o. Zwarte Stern en Witgesterde Blauwborst, vonden hier een ideaal broedterrein, maar helaas is dit gebied in 1931 en volgende jaren als werkverschaffingsobject drooggelegd en volkomen geëgaliseerd.”

Voor een groot deel is dit gebied al lang en breed weer natuur. Er hebben maar drie generaties op geboerd. Min of meer geldt dat ook voor de Eelder- en Peizermaden;

“Ook de uitgestrekte madelanden (onbemeste hooilanden) die in de zomer een uitverkoren broedgebied voor de verschillende weidevogels vormen en die enige winters geleden, toen zij nog ten deele onder water kwamen, talrijke troepen ganzen (anser albifrons, brachyrhinchus en fabalis) tot zich trokken, komen langzamerhand in cultuur. In het westen werden het Peizer- en Eelder diepje in de laatste jaren genormaliseerd en voor de gelijknamige maden werd een waterschap opgericht. Aan verbetering van de hooiwegen wordt hard gewerkt (werkverschaffing) en met den bouw van boerderijtjes is reeds begonnen, zoodat binnenkort het aantal menschen zal toe en dat der Grutto’s zal afnemen, terwijl aan de baltsvluchten van den Wulp boven de Eeldermade wel heelemaal een einde zal komen.”