Rondje Midlaren
Geplaatst op: 18 september 2014 Hoort bij: Drenthe, Ommelanden 6 reactiesOp de Bolham, waar helaas een hotel neergezet wordt, zijn landmeters al bezig. Ook zijn er nieuwe sloten gegraven, waardoor je goed kunt zien hoe venig de bodem hier is:

Teunisbloem (met dank aan Hendrika) bij de Madijk – van boven en voor het grootste deel in herfstbruin, maar van onder nog bloeiend:

Huisje, bootje, feestje in Eelderwolde:

Steeds verder vervallend brugje:

Koeien bij een waterkuip, Ydermade:

Oever van de Drentse A bij Okkenveen, op de grens van Groningen en Drenthe;

Stoffig oogstwerk, Tolhuisweg bij Midlaren:

Uithangbord restaurant Midlaren:

Vervallen toegangshek bij doodlopende weg in Noordlaren:

Circus Renz treedt op in Haren:

Veel bekijks langs de Hereweg voor de olifanten:

Jongleertraining:

Langs het Hoendiep naar Eiberburen en linksom terug
Geplaatst op: 17 september 2014 Hoort bij: Ommelanden 9 reactiesHeen met de wind in de rug langs het Hoendiep/Van Starkenborghkanaal naar Eiberburen, dan linksaf en over Lutjegast, Westerzand, Oosterzand en Niekerk etc. terug.
Hoendiep in de buurt van Zuidhorn, met de Fanerbrug in de verte:

Dorpsgezicht Zuidhorn vanaf het Hoendiep:

Doodlopend wegje bij Briltil:

Zeeslag op surfplanken bij Briltil:

In de verte, over het spoor naar Friesland, een boerderij met een hoe heet-die-boom-ook-alweer. Ze zien er momenteel prachtig uit:

Rondvaartboot uit Eernewoude dobberde rond voor de Gaarkeukensluis. Deed een dagtoctje Groningen, zag ik op hun website:

Aardig hoekje op Westerzand:

Een van de vijf ooievaars die ik op hooilanden zag tussen Enumatil en Den Horn:

Onlander avondrondje
Geplaatst op: 16 september 2014 Hoort bij: Onlanden 1 reactieBij de Madijk:

Bij de laan van het Stadspark naar Peizermade:

Het roemruchte Hermelijnenbruggetje onder Roderwolde: ik zie die beesten hier nooit:

Een onverwachte zitgelegenheid:

Verkeerde borden, heldere visie
Geplaatst op: 15 september 2014 Hoort bij: Stad nu 9 reactiesDe gemeente heeft het fietspad langs de Peizerweg vorige week bij gedeelten van een nieuw laagje steentjes laten voorzien. Hoe zij tegen dit fietspad aankijkt, wordt in één oogopslag duidelijk uit de waarschuwingsborden:

De automobilist wordt gewaarschuwd tegen opspattend gesteente en slipgevaar. Of een fietser hier wat overkomen kan, maakt totaal niet uit.
Beelden van een aangenaam tochtje
Geplaatst op: 14 september 2014 Hoort bij: Ommelanden 6 reactiesDat tochtje naar en van Middelstum en Kantens, gister, was überhaupt een aangenaam tochtje.
Zonnebadende paarden op de Koningslaagte:

Pompoenen te koop bij zorgboerderij De Golden Raand aan de Wolddijk:

Fraamklap:

Koekplank met blije leeuw in museumbakkerij Mendels te Middelstum:

Oude tractoren op het Kerkplein aldaar:

Romaans doopvont in de kerk van Kantens:

Dorpsgezicht door kerkraam, Kantens:

Uitzicht vanaf het kerkhof van Stitswerd – de doden liggen hier niet in het grondwater:

Putdeksel op het kerkhof van Stitswerd (op termijn gevaarlijk voor jongens die overal opklimmen):

Raden van een acrobaat, Stitswerderweg:

Zonnebadende blaarkoppen, Stitswerderweg:

Klein minpuntje was dat de boeren overal aan het bemesten waren geslagen. Nou vind ik koeienpoep helemaal niet vies ruiken. Ik kan stil blijven staan op een plek waar een stalwind het pad kruist, om mijn neus daar vol behagen te vullen met zoveel godzalige heerlijkheid. Maar het spul waarmee ze het land tegenwoordig bemesten, daarvan waardeer ik de geur een stuk minder. Soms denk ik dat er varkensdrek uit Brabant wordt geïmporteerd, dat hier dan over de weilanden gaat. In elk geval wordt de plicht om te injecteren niet overal opgevolgd – deze ouderwetse manier van bemesting zag ik gister tussen Wierumerschouw en de Steentil:

De Nachtwacht van de Soendastraat
Geplaatst op: 14 september 2014 Hoort bij: Stad nu 2 reactiesMan verkoopt oude inboedel voor zijn huis in de Soendastraat. Een van zijn pronkstukken is deze Rembrandt in kruissteek:

Kantens zweert bij Jeremia
Geplaatst op: 14 september 2014 Hoort bij: Ommelanden 1 reactieOpmerkelijk in de kerk van Kantens: drie Statenbijbels.
De eerste, op een tafel bij het romaanse doopvont, is opgeslagen bij Jeremia:

De tweede, op het marmeren blad van een barokke avondmaalstafel. opgeslagen bij – hé alweer – Jeremia:

En de derde, ook op het koor, maar dan op een lessenaar, opnieuw geopend bij de openingspagina van Jeremia:

De man die in de kerk oppaste wist niet waarom dit zo was. “Misschien omdat Jeremia midden in de bijbel zit en het boek zo het minst te lijden heeft”, giste hij. Toen ik de maat nam met duim en wijsvinger, bleek dit wel zo ongeveer te kloppen. Achteraf bedenk ik me dat het ook wel ongeveer midden in het kerkelijke jaar kan zijn (met een oogje dicht voor eventuele vertragingseffecten door de zomervakantie).
O ja, wat ook opvalt als ze op deze manier opengeslagen zijn: het betreft drie verschillende statenbijbels, met verschillend zetwerk en opgelegd in verschillende perioden. De derde is denk ik het oudst en mogelijk uit de zeventiende eeuw, de eerste zal uit de decennia rond 1700 zijn en de tweede zal in de volle achttiende eeuw opgelegd zijn.

Topstukken in de kerk van Middelstum
Geplaatst op: 13 september 2014 Hoort bij: Ommelanden 1 reactieDe kerk van Middelstum, hier gezien vanuit het westen, vormde vandaag de hoofdbestemming op mijn Monumentendagrondje:

Een Saenredammetje direct na de entree:

De kerk is bepaald niet een van de oudste Ommelander kerken, ze stamt pas uit de vijftiende eeuw, net als de gewelfschilderingen waar ze befaamd om is. Een ervan is deze zondeval waaruit blijkt dat schoonheidsidealen al net zo vergankelijk zijn als de menselijke schoonheid zelf:

Engel met bazuin:

Christus als rechter bij het Laatste Oordeel:

Nog meer hemelse muziek:

Salvator Mundi:

Epitaaf voor pastoor Egbert Onsta, eveneens vijftiende eeuw:

Van een paar eeuwen later dateert het overdadige houtsnijwerk, dat het jonkersgeslacht Lewe van Middelstum nog meer luister moest bijzetten. Wapen met leeuw en griffioen als schildhouders, gemaakt door Jan de Rijk:

Een andere leeuw:

Topstuk op de afscheiding van kerk en koor:

Detail:

De voorgangers van de Lewes als plaatselijke potentaten waren de Van Ewsums. Dit is de ingang van hun grafkelder op het koor (ca. 1600):

In die die tijd gaven de steenhouwers de memorabele doden van de mannelijke kunne op hun verzoek meestal geharnast weer. Hier niet. De man ligt bloot maar devoot op een soort doodskleed waarvan de uiteinden omhooggehouden worden door nogal atletisch ogende engelen. Eentje raakte zijn gezicht kwijt:

De koster van de kerk is een verzamelaar van theezeefjes en aanverwante artikelen. Hij had er in de zijvleugel een expositie mee ingericht. Klein stilleven:

Verkwikt door het kopje thee van de koster stapten wij de kerkdeur weer uit.

Het Pekelderdiep, vol blauwe vlammetjes
Geplaatst op: 12 september 2014 Hoort bij: Geschiedenis 4 reactiesGister kwam heel even de veranderde waardering voor de veenkoloniën ter sprake.
In de agrarisch-ambachtelijke era, de achttiende en een goed deel van de negentiende eeuw, zijn reizigers vaak opmerkelijk positief over de Groninger veenkoloniën. Ze roemen de welvaart, het nijvere aspect. Ze houden van het rechtlijnige, rationele landschap waar bijna alles zijn nut heeft.
In de industriële era met zijn aardappelmeel- en strokartonfabrieken en de ernstige watervervuiling van dien werd dat heel anders en kwamen de veenkoloniën in een steeds kwadere reuk te staan. Tenminste bij buitenstaanders.
Bij de veenkolonialen zelf niet altijd. De halve meter schuim met zijn rotte eierenlucht op de kanalen bood namelijk ook vertier.
Want dat schuim bevatte methaan. Als je daar een aansteker bij hield, ging het branden. Volgens degene die me dit vertelde zag hij als kind in Oude Pekela zo eens een heel kanaal vol met blauwe vlammetjes. Denk je dat eens in, bij donkere avond moet zoiets een welhaast magisch gezicht geweest zijn.
Omdat ik even bang was dat ik bij de neus genomen werd, zocht ik in de gedigitaliseerde leggers van het Nieuwsblad van het Noorden of er ook voorbeelden van zo´n kanaalbrand die krant haalden. Dat bleek inderdaad het geval, zij het wat laat. Een kader op een pagina over veenkoloniale nostalgie uit 1977 meldt:
“De soms decimeters dikke schuimlaag die het Pekelder diep vanuit de verte altijd op een slecht gelegde asfaltweg deed lijken, was niet alleen maar een bron van ergernis. Je kon er ook lol aan beleven. Want het schuim van het fabrieksafval en de gasvorming op de bodem van het diep wilde heel goed branden.
Vooral op mooie zomeravonden als het gas in het schuim vrij kwam en boven het water zweefde. Een krant aangestoken op het schuim gegooid bezorgde de aanwonenden een prettig avondje. Kleine blauwe vlammetjes lekten dan van brug naar brug en als het een beetje donker aan het worden was, viel daar best van te genieten.
Het leukste was (voor de Pekelder jeugd, maar ook volwassenen deden er gretig aan mee) het gooien van stenen in het brandende schuim. Er ontstonden dan heuse steekvlammen van wel twee meter.
De schippers waren die dagen minder te spreken over deze grappenmakerij van de Pekelders. Meer dan eens vloog een schip vol stro in brand en moets het brandende diep geblust worden. Wat lang niet altijd lukte.”
Er was dus zelfs nog een overtreffend effect met steekvlammen. Mogelijk naar aanleiding van deze publicatie meldde zich een paar weken later een oude heer Kannegieter bij de krant. Als zesjarige had hij op Sint Maartensdag 1916 met een lampion gelopen. Op zich niets bijzonders, maar:
“Na afloop streken we de overgebleven lucifers af. Tot onze grote schrik stond in een oogwenk het hele kanaal in brand. Gelukkig lagen er geen stro-schepen in de buurt.”
De Eerste Wereldoorlog in Groningen
Geplaatst op: 11 september 2014 Hoort bij: De actuele wereld 1 reactie
De redactie bleek vanmiddag wel aardig tevreden. Komt dit weekend uit: het themanummer Eerste Wereldoorlog van het Groninger cultuurhistorisch tijdschrift Stad & Lande. Met artikelen over Belgische vluchtelingen, Engelse soldaten, de haven van Delfzijl, smokkel aan de Duitse grens, waakzaamheid op Rottumeroog en de Held van Durazzo.
Uitstapjes naar Leek
Geplaatst op: 10 september 2014 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenDe advertentie die ik zocht, over de recreatieve mogelijkheden te Leek en omgeving, vond ik helaas niet terug. Maar deze wel:

NvhN 25 juni 1908.
Bij dit prille toerisme alweer een salonboot. Met de familiën zullen geen arbeidersgezinnen bedoeld zijn. De reis duurde twee uur, zodat men zich van 11 tot 15 uur te Leek kon vermeien.

NvhN 14 juli 1927.
De voornaamste bekoorlijkheden van deze landstreek zijn dat deels nog steeds. Telefoon 1 echter, bestaat niet meer, net zo min als de serres en waranda’s.
Soms doet zonne-energie pijn aan de ogen
Geplaatst op: 9 september 2014 Hoort bij: De actuele wereld 11 reacties
Een tijdje geleden zag ik dit pand in Borgercompagnie. De foto borg ik op in een speciaal nieuw mapje, dat een serie van dit soort schrijnende gevallen moest gaan bevatten. Van die serie is het evenwel niet gekomen. Er kwamen heus wel wat panden in overweging, maar die werden afgekeurd als zijnde lang niet zo erg.
Op de enige foto in het mapje staat dan een redelijk authentiek pand, waar, vermoed ik, een café of een winkel in heeft gezeten. Misschien zijn de drie arcunelen op het rode pannendak ook wat veel voor een gewoon woonhuis. Het zou dan een klein hotel of een pension geweest kunnen zijn.
Wat stoort zijn de donkerblauwe zonnepanelen op het dak. Ze liggen er schots en scheef bij, waarschijnlijk omdat dat dak eronder ook niet meer zo recht is. De panelen maken een destructieve inbreuk op het architectonische beeld van dat dak Ik ben een warm voorstander van zonne-energie, maar soms doet het pijn aan de ogen.
Clement over de trekschuiten (1845)
Geplaatst op: 8 september 2014 Hoort bij: Geschiedenis 3 reactiesIn Groningerland, Friesland en Holland wordt gewoonlijk per trekschuit gereisd, weinig te voet, nog meer met een wagen dan te voet, namelijk meest met opvallend gevormde eenspannen (sjezen, HP).
(…)
Er is geen gerieflijker manier van reizen dan per trekschuit, hoewel het niet snel gaat, hoogstens een kleine Duitse mijl per uur.
(…)
Vergelijkbaar met de huidige Engelse flyboats , waarmee ik ook in Schotland en Ierland gereisd heb, zijn de nu onlangs in Holland ingevoerde bargen, die scherp gesneden zijn en daarom sneller en lichter varen, en ook langer zijn dan de trekschuiten. Beide worden door paarden getrokken, gewoonlijk door een, soms door twee. De schuiten zijn 40 à 50 voet lang en bijna 8 voet breed, de bargen echter tegen de 60 voet lang. Enige schuiten hebben twee roeven, een voor de eerste en de ander voor de tweede klas, andere hebben er maar eentje. De schuiten in Groningerland zijn aangenamer om te zien en gerieflijker, dan die in Friesland. Een grote schuit neemt wel eens tegen de honderd passagiers mee, wat zelden voorkomt en waarbij het reizen per trekschuit niet aan te raden is. Tussen Groningen en Winschoten varen er 15 trekschuiten, 8 van Groningen en 7 van Winschoten. Tussen Groningen en Delfzijl zijn het er 14, namelijk 7 van Groningen en 7 van Delfzijl en tussen Groningen en Stroobos op de grens van Friesland 12, welke allemaal te Groningen thuishoren. Nog weer andere schuiten varen van Groningen naar nog weer andere dorpen in Groningerland. De gewone prijs, zo zei me een Groninger, is 1200 gulden. Een schuitenvoerder van Friesland verzekerde me echter dat zijn schuit hem 3000 gulden had gekost. De schuitenvoerders bezitten hun eigen paarden, zo’n paard doet gewoonlijk 60 tot 100 gulden. De lijn, waaraan het paard trekt, kost ongeveer 4 gulden en is in de regel 40 tot 45 vadem lang. Van Groningen tot Dokkum wordt in de trekschuit per persoon 25 stuivers (ƒ 1,25) betaald, namelijk van Groningen tot Stroobos 15 stuivers, en van daar naar Dokkum 10 stuivers, bovendien betaalt men op deze trajecten 4 stuivers voor een koffer. Van Dokkum naar Harlingen kost de vracht een paar stuivers meer. Dus voor anderhalve Pruisische thaler legt men in Groningerland en Friesland een afstand af van 18 tot 20 Duitse mijlen (…).
Andere vaartuigen moeten behoorlijke sommen voor het bevaren van de kanalen betalen, de schuiten betalen in verhouding weinig, de 12 van Groningen (naar Stroobosch) dragen met elkaar jaarlijks 200 gulden af, waarvan100 in Groningen en 100 in Stroobos worden betaald aan de daar woonachtige commissarissen van het veer. Bovendien betaalt een schuitenvoerder voor de vaarbiljetten in het geheel jaarlijks ongeveer 25 gulden. In Friesland geeft de schuitenvoerder voor iedere passagier 3 stuivers aan de commissaris, waarvan de wegen, kanalen enz, in stand worden gehouden. Omdat het verkeer in Zuid-Holland natuurlijk drukker is dan in Noord-Holland, Friesland en Groningerland, is daar vanwege de grote hoeveelheid reizenden het reizen, hetzij met trekschuiten, diligences of per spoor, niet zo gerieflijk als hier. Ook wordt men in het noorden des lands beter behandeld aan boord van de schuiten, dan in het zuiden. De Friese schuitenschipper is in de regel ook veel interessanter, want intelligenter, dan een Hollandse.
Bron: Knut Jungbohn Clement , Reise durch Frisland, Holland und Deutschland im Sommer 1845 (Kiel 1847) pag. 36-39.
Nog een andere Duitse reiziger over de trekschuiten.
Rondje Schaphalsterzijl
Geplaatst op: 7 september 2014 Hoort bij: Ommelanden 4 reactiesAduarderdiep nabij Nieuwklap – de vangst van de dag:

Aalscholver op een kanalenkruisbord nabij Steentil:

In 1597 overleed de vrouw van Gerrit Crabbe. Het wapen op haar graf in de kerk van Den Ham toont twee kreeften:

Binnenkort sneuvelt deze fabriekspijp van de gewezen zuivelfabriek in Ezinge:

Daar vlakbij stond deze Amerikaanse legertruck op een dieplader geparkeerd:

Windvaan op de toren van Ezinge:

Groeten uit Ezinge:

Engel met romeinse trekken op het doophek, in de kerk aldaar:

Leeuwekop:

Sinds kort vaart het Reitdiepveer tussen Aduarderzijl en Schaphalsterzijl. Dit pontje vandaag maar eens uitgeprobeerd, als allerlaatste klant van de dag in noordelijke richting. Bij de afvaartplaats in Aduarderzijl dit aardige salonbootje, de Nynke van Hichtum van rederij De Maren:

In de achterliggende boerderij zat ‘rond 1971 al horeca. Er stond een tafeltennistafel waar mijn jongere broer en ik wel eens op speelden.
Voor de boeg de oude zijl, waar mijn broertje eens door het dak van een kruisertje sprong, maar ook eens sensationeel grote Chinese wolhandkrab ophaalde:

Helaas trok tijdens het vaartochtje net deze donkere wolk over:


Recente reacties