Doortrapte propaganda uit 1914

Op affiches van vlak voor de Eerste Wereldoorlog, zoals deze uit de collectie van het Vredespaleis, probeerde Duitsland al zijn aanval op België aan den volke te verkopen. De Britten konden maar zo door België heen lopen, heette het, en binnen tien dagen stonden die dan in het Rijnlands-Westfaalse industriegebied:
Dld 0
Een ander affiche wil aannemelijk maken dat België in een toekomstige oorlog fungeert als basis voor Britse luchtaanvallen. Duitslands industrie zou meteen aan vernietiging blootgesteld zijn:
dld 1
In feite lagen de Duitse aanvalsplannen allang klaar en was het ook Duitsland dat het neutrale België aanviel, onder andere met vliegtuigen en luchtschepen. Met het brute geweld en de terreur tegen gewone Belgische burgers verspeelde Duitsland veel krediet. En dankzij de taaie tegenstand van de Belgen, verzandde het geplande Duitse offensief, zodat de uitkomst van de oorlog eigenlijk in de eerste maanden al vast stond. Er moesten alleen nog miljoenen mensenlevens doorgedraaid worden, voordat de aanvaller er eindelijk aan wilde geloven.


Op de antiekmarkt

De zondaagse antiekmarkt aan het Zuiderdiep stelde vandaag maar weinig voor. Dankzij de overbezorgde voorspelling van het KNMI waren meerdere kramen onbezet, maar misschien zit de klad er ook sowieso al een beetje in.

Man zoekt in stapel ansichtkaarten:
004
Gebrandschilderde Christus bij plataan:
006
Typenaam van de Ford Cortina in chroom:
009
Assortiment postpapier:
012
Schoolliniaaltjes:
014
Budgetteerdoos van Brabantia:
015
Bak met lepeltjes:
019
Jugendstil tegeltje:
020


Huis in Obergum verraadt zijn geheimen (2)

Weer in het pand in Obergum geweest. Er was een met gele waaltjes overwelfd, ooit met puin volgestort inpandig regenwaterkeldertje leeggehaald en wat bleek? Onderin lagen allemaal kapotte tegels en tegelfragmenten, overduidelijk afkomstig uit de woonkeuken zelf.

Tableau de la troupe:

019
Naast een waterkan, een theepot enn een herenpijp lag ook wat bestek tussen, zo te zien niet al te oud:
022
Fragmenten van het vogelkooitje, waarvan andere fragmenten zich nog op de muur bevinden:
027
Nog een landschapje:
030
Stuk van een kinderspeltegel – hinkelen op genummerde vakjes:
032
Mooie diepblauwe scheepjes:
035
Nog meer scheepjes, met hetzelfde patroon ter aanduiding van golven:
043
Er was enige discussie of de tegelwanden wel origineel in het pand zaten, immers de tegels komen uit zeer verschillende perioden: van de zeventiende tot de negentiende eeuw. Denkbaar is dat er een verzamelaar heeft gewoond, die zijn collectie op de muur heeft aangebracht. Hiertegen pleiten de specieresten op de muur, die authentiek zouden zijn. Mogelijk is dan de tegelwand met de tijd veranderd – stukken vielen af en werden vervangen door spul dat in de mode was.
054
NB: Op Open Monumentendag in september wil de eigenaar het pand openstellen voor het publiek. Mogelijk wordt dan ook een tipje van de sluier opgelicht over de onderaardse gang die naar in Obergum verluidt, naar de waterkelder zou hebben gelopen. Men zegt dat deze gang vanaf de Blauwborg liep en als vluchtroute heeft gefungeerd voor de beruchte Obergumer Blauwbaard. ;-).


Op- en neergang van het scheldwoord ‘mispunt’

Door al dat gedonder met ISIS in Noord-Irak, schiet me weer het scheldwoord ‘mispunt’ in de zin.  Mijn moeder maakte me er nogal eens voor uit, in mijn jonge jaren. Heb het nu echter allang niet meer horen bezigen. Het lijkt warempel wel uit de tijd.

Een  woordenboekenagregaat op interner geeft als synoniemen voor mispunt onder meer: akelig kind, meisje of mens, vervelend en onuitstaanbaar persoon, beroerling, ellendeling, etterbak, fluim, klier, kreng, kwal, lammeling, lummel, misbaksel, naarling, stuk ongeluk, ploert, rotzak, sekreet en schoft.  Het zal je maar gezegd worden, dat mispunt!

Echt heel oud lijkt het woord niet, in deze negatieve strekking voor personen. Het WNT gaf in 1906 ook nog als eerste woordverklaring:

“term in het biljartspel: een stoot waarbij men geen der ballen raakt, en daardoor zijne tegenpartij een punt bezorgt.”

Hoewel het WNT elders legio middeleeuwse, zestiende-, zeventiende- en achttiende-eeuwse voorbeeldzinnen aanhaalt, neemt het inzake ‘mispunt’ zijn toevlucht tot een werk van Beets uit 1839. Voor de tweede, overdrachtelijke betekenis in de zin van het scheldwoord, komt de adstructie uit iets later werk van Jan Gouverneur. Hoe dan ook waaide de term over uit het biljartspel, dat zich pas in de negentiende eeuw ontwikkelde van een aristocratische tot een populaire liefhebberij.

Men kan dus een opgang en een neergang in het gebruik van de term vermoeden. Om die in kaart te brengen, ging ik te rade bij de krantendatabanken Krant van Toen en Delpher, de eerste voor de Leeuwarder Courant vanaf 1753 en het Nieuwsblad van het Noorden vanaf 1970, en de tweede voor het Nieuwsblad tot 1970. Het aantal keren dat in beide kranten het woord mispunt viel, heb ik vervolgens per decennium bij elkaar opgeteld:

Frequentie van de term ‘mispunt’ in de Leeuwarder Courant, het Nieuwsblad van het Noorden en beide kranten samen, per tien jaar.

De eerste maal dat de term in een van beide kranten voorkomt, is in 1890, in de Leeuwarder Courant. Dat gebeurde in een feuilleton. Het eerste nieuwsbericht in de LC met de term dateert van 1901, toen een Franse journalist de burgemeester van Reims ervoor uitschold wegens diens vermeende wangedrag bij het bezoek van de tsaar aan Reims. Voor typisch lokaal gebruik van de term ‘mispunt’ moeten we wachten tot 1906 – dat jaar gold het als belediging van een ambtenaar in functie, te weten de veldwachter van Makkum.

Kijken we naar de grafiek, dan laat die zien dat de term ‘mispunt’ een opgang maakte tot een hoogtepunt in de jaren 30 en 40. In feite zijn de cijfers voor de jaren 40 nog fors gedrukt omdat de kranten toen wegens papierschaarste een poos behoorlijk dunner waren, of zelfs (NvhN) helemaal niet verschenen. Erg vaak viel de term nou ook weer niet in de krantenkolommen, een keer per twee weken is het slechts op zijn hoogtepunt bij de LC.

Dat de oorspronkelijke betekenis in 1952 geheel verdrongen is door de maledictische, blijkt uit een stukje in het NvhN. Sindsdien neemt het gebruik van mispunt door de bank genomen af, waarbij we ook nog moeten bedenken dat de cijfers voor de jaren 70 en 80 alleen maar zo hoog kunnen zijn, doordat in een NvhN-strip de heks Eucalypta haar aartsvijand Paulus de Boskabouter nogal eens uitscheldt voor mispunt, terwijl dit maledictum ook nogal eens valt in de NvhN-verhalenrubriek ‘Berichten van ’t Oosterend’ door Simon van Wattum.

Kortom, mijn moeder bezigde rond 1970 een scheldwoord dat al enigszins op zijn retour was en dat ze waarschijnlijk oppikte toen het ’t vaakst gebruikt werd. Als ouderwets scheldwoord is het nu zijn kracht kwijt. Momenteel is het te slap om nog toe te passen op de ISIS.

 


‘Op je gezondheid, Beschaving!’ en wat andere cartoons uit de Eerste Wereldoorlog

Ben bezig met de beeldredactie voor de volgende Stad & Lande, een themanummer over de Eerste Wereldoorlog. Op voorhand had ik er een hard hoofd in, maar het valt ontzettend mee. Er is veel meer beeld dan je denkt.

Wat me bijvoorbeeld weer een beetje verrast (en toch ook weer niet), is de grote hoeveelheid voortreffelijke cartoonisten uit die periode. Iedereen kent natuurlijk Louis Raemaekers, over wie vorig jaar al een boek verscheen en zo meteen weer een. Al ligt de partis-pris er in zijn werk soms duimendik op, Raemaeker maakte ook tekeningen met een wat subtielere, Goya-achtige kwaliteit. Bijvoorbeeld deze, die nog steeds actueel is, als je bijvoorbeeld kijkt naar het oosten van de Oekraïne, de Gaza-strook of het Noorden van Irak: ‘Op je gezondheiod, Beschaving!’:
1 - Louis_Raemaekers, Beschaving, op je gezondheid 1916

Voor de krant, de destijds zeer Engelsgezinde Telegraaf, zat Raemaekers natuurlijk wat dichter op de actualiteit met zijn tekeningen. Hier hekelt hij het doorsluizen van door Engeland geleverde oliën en vetten naar Duitsland (1915). Kijk eens hoe verlekkerd die leeuw zich om zijn bek slikt, zo worden ze tegenwoordig niet meer gemaakt:

2 - telegraaf 11 sept 1915 Het zoete winstje te Rotterdam

Iemand die zich sterk met de ruim één miljoen Belgische vluchtelingen vereenzelvigde, was Leo Gestel. Deze prent van hem uit 1914 sierde een affiche voor een fondswervingsactie:

3 - Vlucht u belgie Tentoonstelling van illustraties en teekeningen door Leo Gestel georganiseerd door het Comité de Secours aux Victimes Belges 1914

Albert Hahn, oorspronkelijk een Groninger, kennen we vooral van zijn politieke tekeningen voor De Notenkraker, een bijvoegsel van de socialistische krant Het Volk. Toen de Belgische vluchtelingen teruggekeerd waren naar hun vaderland, kwamen daar meerdere rijen prikkeldraad omheen. Deze barrière kostte menige nieuwe vluchteling het leven:

4 - aan de belgische grens

 


Avondrondje Eiteweerd-Leegkerk

2014-08-07 006

2014-08-07 009

2014-08-07 017

2014-08-07 022


De omzwervingen van een Russische scheepskat

“G. G. verhaalt in „de Reddingboot”: Bij een bezoek in Januari j.l. aan het eiland Rottum trof de secretaris van het bestuur der N-Z.  Holl. Redd. Mij van de scheepbreukelinken van “De Zwerver” nog slechts de scheepskat aan. Zij zou veel kunnen vertellen, ware zij een kat uit een sprookje, die spreken kan. Het zou dan echt Russisch zijn. Geboren te Riga nam een matroos van een Nederlandsch stoomschip haar aldaar mede aan boord. Het stoomschip liep in het Kattegat op een mijn, bemanning en de kat verlieten het schip in de boot en landde te Skagen.
Daar wisselde de kat van meesrter.
Een matroos van de Nederl. Zeetjalk De Zwerver nam haar mede aan boord en dit schip strandde na een stormachtige reis vol wederwaardigheden op Rottumerplaat. Wederom ging de bemanning met de kat in de boot en landde op Rottumerplaat, een uitgestrekte plaat, geheel omgeven door water. Achter de [be]manning aan moest zij de geheele plaat overloopen, om eindelijk te bemerken, dat er nog diep water was tusschen Rottumerplaat en het eiland Rottum. Eindelijk werd overgestoken naar dit eiland, en zat de kat daar, spinnende op tafel, in overdenking.”

Bron: Nieuwsblad van het Noorden dd 9  mei 1919.

Gek genoeg staat ditzelfde verhaaltje, maar dan elegant verkort en met een leukere uitswinger onder de data 1, 2 en 3 juni 1911 (dus acht jaar eerder!) in het dagboek van Hendrik de Booij, de in het bovenstaande krantenbericht bedoelde secretaris van de Noord- en  Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij:

“Een kat op Rottum was te Riga aan boord van een Hollands SS (= stoomschip) gekomen. Dit SS liep in het Kattegat op een mijn, de equipage met de kat kwam in een sloep aan wal op Skagen. De kat werd overgegeven aan een Hollandse tjalk De Zwerver, deze strandde op de Rottumerplaat. De kat liep de hele Rottummerplaat over en zit nu op Rottum en spint. Het spijt hem zo dat alle eilanden nu door hem gezien zijn.”


Een anecdote over Prins Hendrik

“Op Texel met den Prins (Red. Prins Hendrik). De Prins is een zeer weinig ontwikkeld man, niet ontbloot van gezond verstand, wel sympathiek, zéér eenvoudig. Toen wij te Koog aankwamen juichte het volk hem toe. Hij steeg uit het rijtuig en … ging een plasje doen tegen een heg. Het gejuich verstomde. Toen hij klaar was begon het weer.”

Bron: aantekening bij de data 1, 2 en 3 juni 1911 in het dagboek van Hendrik de Booij, destijds secretaris van de Noord- en  Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij.


Een zwanenfamilie bij de Peizerweg

Vanochtend voor de opslag van Niemeijer, waar je anders alleen maar eenden ziet:

2014-08-06 003


Teltweets

teltweets


’t Witte Bierhuis, de Beat Bar en de Kroeg van Klaas

In 2008 schreef ik hier iets over termen als beatbar, beatmuziek en beatkelder. Een klein onderzoekje aan de hand van de toen juist gedigitaliseerde Leeuwarder Courant leverde op, dat die termen vooral in 1966 gebezigd werden. Daarna ebde het gebruik ervan weg.

Aanleiding voor dat onderzoekje was een bericht over een Beatbar aan de Oosterweg in de Oosterpoortwijk. Heb toen nog wel gezocht in andere bronnen, om achter de locatie te komen, maar dat leverde niets op.

Inmiddels is het Nieuwsblad van het Noorden ook al lang en breed gedigitaliseerd, maar dat heeft tot vanavond niet tot heropening van het onderzoek mogen leiden. Bij toeval zag ik echter de openingsadvertentie van de Beat Bar staan:

Nieuwsblad van het Noorden 21 oktober 1965.

Nieuwsblad van het Noorden 21 oktober 1965.

De uitbater was kennelijk een H. Koning, maar wat die Bartels dan bovenin de advertentie deed, behalve het welkom heten van “al zijn vrienden, vriendinnen en dochters”, mag Joost weten. Of zou het een barkeeper met een hekel aan zonen zijn geweest?

Enfin, het belangrijkste is, dat ik nu de lokatie weet: Oosterweg 26. Op dat adres zit tegenwoordig de Kroeg van Klaas. Kennelijk bestaat er op die plek al bijna vijftig jaar een poptraditie, in afwijking van (de) overige horeca van de wijk, waar het Hollands repertoire nog decennialang de toon aangaf.

Dat er een jonger publiek in de Beat Bar kwam, blijkt uit de student (25) die er stennis maakte en de Kloosterbuurster valsemunter (26) die er tegen de lamp liep (berichtjes uit 1966).

Voordat Koning er de Beat Bar van maakte, heette de tent dus ’t Witte Bierhuis. Die naam zou te maken kunnen hebben met witte buitenmuren, maar ook – naar analogie van de witte (benzine) pomp – met goedkope pils. Ik denk dat het onder die naam nog een traditioneel, mogelijk vrij eenvoudig gehouden café was. Het Witte Bierhuis bestond in 1958 al, eerder zat er een slijterij.

De naam Beat Bar lijkt minder lang te hebben bestaan. In 1968 heette de kroeg hier café Koning, en dat was ook de naam in 1970. Zo te zien continueerde de uitbater van de Beat Bar onder een andere bedrijfsnaam, eentje die aan zijn eigen achternaam ontleend was. Kreeg de Beat Bar door de akkefietjes een minder goede naam? Was Koning toe aan bezadigder klandizie?

De eerste keer dat de Kroeg van Klaas in het Nieuwsblad genoemd wordt, is in een bericht over de brand van 1975. Het staat me bij dat ze toen (ruim) een jaar bestond. In elk geval zal ze tussen 1970 en 1975 opgericht zijn.

Ze bestaat dus nog steeds. Veertig jaar, dat is een gevorderde leeftijd voor éen café.

 

 


Westerveld stuurt fietsers het bos in

Had ik laatst verteld hoe ik soort van verdwaald ben in de bossen bij Dwingeloo? Nee, zo blijkt.

Ik was Beilen al voorbij gereden – meer verdient dat oord ook niet – en zat vrij dichtbij Spier, toen de gedachte bij me postvatte: “Kom, ik rij nog even door naar Dwingeloo en Havelte”. Bij Spier echter, word je als fietser letterlijk het bos ingestuurd. Je mag eerst een eind haaks van de Spieregerweg (of N855) in noordoostelijke richting wegfietsen, wat voor je gevoel op de terugtocht is, dan moet je ergens linksaf, maar als er dan geen richtingaanwijzer staat of je mist zo’n geval – mind you, ik let op die bordjes als ik ergens niet bekend ben – dan kom je helemaal uit bij Lheebroek. Dat is op ruim 8 kilometer van Dwingeloo, terwijl dezelfde afstand nog bij Spier op het bordje stond. Heb je dus een half uur voor Jan Joker zitten fietsen (fijn, zinloze lichaamsbeweging).

Dat ik een afslag gemist moet hebben, blijkt uit dit kaartje – de afstand Spier-Lhee bedraagt per fiets op zijn kortst 4,8 kilometer:

spier lhee fiets

Maar of dit nou allemaal verharde fietspaden zijn?

Dat de gemeente Westerveld fietsers een eind omleidt, is ook zonneklaar. Want dezelfde afstand per auto bedraagt 4,2 kilometer, wat dus volgens de aloude mr. Bartjens 600 meter korter is:

Spier Lhee auto

Voor mensen die er alle tijd van de wereld voor over hebben om perpetueel slenterfietsend met volle teugen van de inderdaad prachtige natuur te genieten, is die omweg heus niet erg. Maar soms wil een fietser ook wel eens wat vlotter van A naar B. Volgens de gemeente Westerveld had hij dan beter de auto kunnen nemen. Ik vrees echter, dat die fietser menigmaal met zijn kwetsbare vehikel de veel kortere autoweg neemt.

 

 


Ommetje Zuidhorn – Oldehove – Winsum

Tante Til in Enumatil kreeg vanmiddag de Friese Harley Davidson Club op bezoek:
2014-08-03 001
Bij het Hoendiep zoekt een kudde koeien de laatste restjes schaduw op:
2014-08-03 004
De Zuiderweg naar Zuidhorn:
2014-08-03 008
Zuidhorn, dorpsgezicht:
2014-08-03 010
Pal achter het kerkhof in Noordhorn staat een ouwe dorpspomp:
2014-08-03 014
Tussen Noordhorn en Oldehove = twee soorten populieren:
2014-08-03 028
Engel boven de deur van de kerk in Oldehove:
2014-08-03 031
Eindelijk daar eens binnen geweest – dolfijnekop op herenbank:
2014-08-03 043
Griffioen op een andere herenbank
2014-08-03 055
Kerkhof Maarslag – weegschaal op grafsteen:
2014-08-03 076
De contouren van de kerk die er ooit stond, zijn, net als die van het koor in die kerk,  aangegeven met veldkeitjes. Binnen die contouren liggen er danig vervallen zerken uit de zeventiende eeuw:
2014-08-03 091
Er zijn nog steeds mensen die menen dat het kunnen indrukken van een gaspedaal sport is:
2014-08-03 108
v


Ooievaars verschalken mol

In de Heerlijkheid Harssens dit keer zes ooievaars en nu een stuk noordelijker, want voorbij het boerderijtje van stichting het Groninger Landschap.

Een stelletje was aan het klepperen en het leek erop dat de een de ander wilde bestijgen, wat niet doorging, maar toen ik dit volgende stelletje bezig zag met interessante manoeuvres, dacht ik in eerste instantie ook aan baltsgedrag:

2014-08-03 129
Beiden bleken echte meer gefixeerd op iets op (of in) de grond, dan op elkaar:
2014-08-03 130
Ze waren bezig met het tevoorschijn brengen van een buitengewoon vette mol, waar een van de ooievaars (het mannetje vermoed ik) subiet mee vandoor ging:
2014-08-03 131
Het leek erop of hij in de verte de mol liefdevol neervlijde:
2014-08-03 133
Maar dat was niet zo, want zodra de mol op de grond lag werd er keihard en nietsontziend op ingepikt.  De ooievaar liep nog verder met zijn prooi uit beeld, en herhaalde deze procedure. De mol moet danig lek geraakt zijn. Helaas geschiedde het verorberen van de mol uit zicht.


Fiets op diek

Op verzoek van Reen laatst en nu weer Giny, plaats ik een foto van het vehikel waarop ik me pleeg voort te bewegen door Stad & Lande en belendende contreien. Zoals men ziet heeft het dikke banden, zodat je er ook zandpaden of, zoals gisteren, een weiland mee berijden kunt:

2014-07-20 063

Om een eventuele vervolgvraag naar de lokatie voor te zijn: hij staat hier bovenop de dijk tussen de Carel Coenraadpolder en de Reiderwolderpolder.

Het merk is Cortina en de stangen zijn handmatig gelast. Overigens heb ik hem in 2010 gekocht bij Richard Wierenga, de fietsenmaker die Rem Buiter opvolgde op de hoek van de Oosterweg en de Sophiastraat in mijn ouwe wijk de Oosterpoort. Richard, sowieso al een aardige vent, adverteerde trouw in onze wijkkrant, daarom kocht ik mijn fiets bij hem. Hij was een verdienstelijk amateur-wielrenner geweest en sportte nog steeds veel, onder meer in een sportschool. Een paar maanden nadat ik uit de Oosterpoort verhuisde, zakte hij daar tijdens het trainen in elkaar en overleed, bijna 41 jaar oud.  Als anderen me naar mijn fiets vragen, dan vertel ik dit er altijd bij, dus dat doe ik hier dan ook maar.