Klant is voetveeg bij cafetaria De Halte
Geplaatst op: 18 juli 2014 Hoort bij: autobio, Ommelanden 5 reactiesEr waren twee cafetaria’s in Finsterwolde: Het Trefpunt en De Halte. Normaliter kom ik vanuit de polder of vanaf de kerk en dan is Trefpunt de logische keuze, als je honger of dorst hebt, want die kom je van oost naar west het eerste tegen.
Maar Het Trefpunt is dicht. Resteert De Halte, annex aan café Van der Paard.
Gisteravond om een uur of half zeven, kwam ik daar aan met een dorst als een edel dier. Ik had in Termunterzijl nog een veel te zoete milkshake in mijn mik geslurpt en trapte me zestien kilometer door de warme Dollardpolders heen. Ik dorstte. Ik smachtte. Ik wilde verschrikkelijk graag een blikje drinken kopen bij De Halte. Maar daar kwam het niet van.
Bij mijn aankomst bleek het parkeren van mijn fiets nog niet zo eenvoudig. Een stukje schutting rechts van het terras (foto) was al bezet, terwijl de stoep voor het cafetaria-terras schuin naar de weg afliep. In de lengterichting van de stoep kon ik mijn fiets dus niet op de stander plaatsen, dan zou hij gemakkelijk om kunnen vallen. Breeduit over de stoep, daarvoor was de stoep met zijn vijf tegels breedte te smal. Ook is het asociaal om op die manier de passage voor voetgangers te belemmeren, bovendien zou het achtereind van mijn fiets dan over de rijweg heen hangen.
De oplossing die ik, uiteraard in een flits, voor deze netelige problematiek bedacht, was het standeren van mijn fiets op het lege cafetariaterras, evenwijdig aan de gevel, tussen de linkerruit en enkele terrasstoelen in. Niemand had er op die positie last van, dacht ik, en het zou toch ook maar voor heel eventjes zijn…
Als ik binnenkom, vraagt de uitbater me meteen, nog voor ik dat blikje fris kan bestellen, of ik mijn fiets op de stoep wil neerzetten. Ik zeg dat ik maar héél weinig tijd nodig heb en meteen weer wegga. Hij negeert dat en vraagt me opnieuw, maar met nog wat meer nadruk, of ik mijn fiets op de stoep wil neerzetten. Zo’n discussie kan je natuurlijk niet winnen. Heel formeel gezien had hij ook nog eens gelijk. Ook was ik moe en had helemaal geen zin in een ruzie over zoiets onbenulligs. Dus ik zeg: “Okee, ik bèn hier meteen weer weg”. Zonder nog wat te bestellen heb ik mijn fiets van het slot gehaald en ben ik weggereden. Tegen de klanten op het belendende caféterras heb ik nog wel even opgemerkt dat de baas liever geen klanten had.
De klant is koning, zeggen ze wel eens, maar voor De Halte was in elk geval deze klant voetveeg. U begrijpt dat ik van mijn levensdagen geen stap meer over de drempel van cafetaria De Halte zet. Ik kom nog liever om van de dorst, dan dat. Voortaan neem ik wel wat meer flessen water mee, als ik die kant opga. Als dat water opraakt, is er vast op het kerkhof nog wel een kraan te vinden.
Naar Finsterwolde over Termunten
Geplaatst op: 17 juli 2014 Hoort bij: Ommelanden 1 reactieGrazend vee in een natuurgebied bij Schaaphok:

Clarence, de bejaarde schele leeuw van de TV-serie Daktari, wordt middels een snijraam in perpetuum memoriam gehouden te Noordbroek:

Tussen Noordbroek en Siddeburen waren ze aan het combinen. Dat gebeurde vandaag nog niet zo veel en wordt de komende dagen wellicht anders:

De koolzaad lijkt ook wel dorsrijp:

Nieuwolda over een uithoek van het Hondhalstermeer:

Lalleweer – perfide iconoclasten hebben deze hond het bijten afgeleerd:

Op een achtererf te Borgsweer – iets wat lijkt op een voormalige kampbarak:

Antieke zweler achter een dressuurwagentje tussen Borgsweer en Termunterzijl (filmpje):

Sluisbrug, Termunterzijl:

Kolonie kokmeeuwen aan de voet van de Eemsdijk, Termunterzijl:

Termunten in de verte, vanaf de dijk:

Natuurgebiedje met grazend vee tussen Termunterzijl en Termunten:

Johannes Kerkhovenpolder

Rooie Lakenvelders aan de voet van de dijk bij de Carel Coenraadpolder:

Gele kwikstaart met prooi in tarweveld:

Vergeten boerenwagen buigt door onder ladinkje dakpannen, Finsterwolde:

‘De verweerde stem van onzen ouden kameraad’ of: Stakingsmartelaar blijkt familie
Geplaatst op: 16 juli 2014 Hoort bij: Familie, Geschiedenis Een reactie plaatsenDat de broer van mijn overgrootmoeder, Harm Tuin, in 1929 bij de grote landarbeidersstaking aan het graf van de doodgeschoten Eltjo Siemens sprak, is weer zo’n ontdekking, die mede mogelijk gemaakt wordt door de krantendatabank Delpher.
Al menigmaal heb ik het hier over die Harm Tuin gehad. Hij was boerenarbeider, vrij socialist en secretaris van de geheelonthoudersvereniging THOS te Finsterwolde en hij verschafte meermalen logies aan Domela Nieuwenhuis, die hem als dank een geschilderd portret gaf, dat tot Harms dood in 1950 boven diens schoorsteenmantel hing.
De enige krant in Delpher, die Harm Tuin expliciet noemt in haar verslag van Siemens’ teraardebestelling, is De Tribune, het weekblad van de Communistische Partij. De Tribune karakteriseert Harm in opmerkelijk positieve termen:
“Nog klinkt in ons na de verweerde stem van onzen ouden kameraad
HARM TUIN,
toen hij met ingehouden woede, terwijl de verbittering zijn mannnelijk gezicht tot haast onherkenbaar wordens toe vertrok, woorden van troost en bemoediging sprak. In de eerste plaats tot “het lieve, zachte vrouwke”, zoals hij met tranen in de ogen Eltjo’s jonge weduwe noemde.”
De waarderende kenschets moeten we, denk ik, ook zien tegen de achtergrond van de plaatselijke politieke verhoudingen van destijds. In de gemeenteraad van Finsterwolde werkte Harms zoon Beeno, eveneens een vrij socialist, nog samen met de communisten. Toen die meer en meer aan de leiband van Moskou gingen lopen, spoorden ze weer uiteen en werd Beeno als “renegaat” in De Tribune verketterd.
In het Tribune-verslag volgt onmiddellijk na de passage over Harm Tuin het neerlaten van de kist, waarbij die jonge weduwe op de rand van het graf neerzeeg, terwijl ze haar doodgeschoten man “in hartbrekende smart” nariep: “Eltjo! Eltjo! Eltjo!”
Voor de begrafenis, die bijgewoond werd door zo’n duizend mensen, hoofdzakelijk landarbeiders uit Finsterwolde en Beerta, moest er een uitzondering gemaakt worden op het samenscholingsverbod, dat in verband met de landarbeidersstaking afgekondigd was. Burgemeester Roelofs van Finsterwolde, zelf een dikke boer, bleek daartoe alleen bereid als men aan enkele voorwaarden voldeed. Van belang is hier vooral de eerste, dat slechts drie mensen aan de groeve mochten spreken: een vertegenwoordiger van de moderne landarbeidersbond, een predikant en een familielid. De burgemeester was duidelijk bang dat de begrafenis uit zou monden in een demonstratie, want de sprekers mochten samen slechts drie kwartier aan het woord zijn en de mensen moesten meteen na de begrafenis weer naar huis.
Harm Tuin was niet de predikant. Geen krant noemt een predikant, die ontbrak dus waarschijnlijk op deze begrafenis. Harm Tuin was ook niet de vertegenwoordiger van de moderne landarbeidersbond. Dat was Pieter Feddes Hiemstra, in het Tribune-verslag neergezet als een reformist die de weg voor het fascisme baande. Voor Harm Tuin blijft dus de rol van bloedverwant over. Dat blijkt ook als we het beknoptere verslag van het Nieuwsblad van het Noorden ernaast leggen, want dat noemt alleen de speech van Hiemstra en een dankwoord door een anoniem gelaten familielid.
Wel vraag ik me af hoe Harm Tuin dan familie van Eltjo Siemens kon zijn, want een korte sondering bij Alle Groningers gaf wat dat betreft geen aanknopingspunten. Maar wellicht is de Winschoter Courant wat uitvoeriger. Die krant staat helaas niet in Delpher, maar zal ik eerdaags eens in de papieren vorm gaan raadplegen.
Naschrift vrijdag 18 juli 2014:
De Winschoter Courant bevat geen nadere bijzonderheden. Zijn verslag is nagenoeg gelijkluidend aan dat van het NvhN.
Paniek in Beerta: kerkdak stort in
Geplaatst op: 15 juli 2014 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen“In de maand Augustus (1783 HP) stortte gedurende de godsdienstoefening een gedeelte van het dak der kerk te Beerta naar beneden op het gewelf, waardoor eene groote opschudding en verwarring onder de toehoorders ontstond, dewijl ieder het eerst naar buiten poogde te komen. Echter wegens het openslaan der kerkdeuren naar binnen, en nu door den aandrang des volks tegen dezelve, werd de uitgang bemoeijelijkt en eerst onmogelijk gemaakt. Gelukkig echter kwamen de meesten er met den schrik af. — Het dak en het gewelf dezer kerk werden nu vernieuwd.”
Bron: A. Smith (arts te Beerta), Geschiedenis der Provincie Groningen (Groningen 1849) pag. 282.
Dit geval haalde zo te zien geen enkele krant. Wel stond in de Groninger Courant van 8 augustus 1783 deze aanbestedingsadvertentie:
“Kerkvoogden en Volmagten van de BEERTA gedenken op Vrydag den 15 Augustus 1783 ’s nademiddaags om 2 uur, ten Huize van Wubbelt Pieters Swart, uit te Besteden het maken van een nieuw Dak op de Kerk, met daar in een Gewulfte, als mede eenig Metzelwerk; waarvan de Bestekken en Tekening twee dagen, voor de Uitbesteding zyn te zien by J. Timmer in de Eexta en in de Beerta ten Huize voornoemd.”
In het secretariearchief van de stad Groningen zijn de kerkvoogdijrekeningen over deze periode in afschrift bewaard. Hoeveel de reparatie van het dak gekost heeft, is dus na te gaan.
De winkeldeur van meneer Vissia
Geplaatst op: 13 juli 2014 Hoort bij: autobio, Drenthe vrogger 6 reacties
Tot mijn vreugde zag ik dat het deurbeslag van IJssalon Rimini nog hetzelfde is als een halve eeuw geleden, toen de kruidenier Hendrik Vissia hier zijn winkel had.
Tussen ons huis en die winkel lag enkel weiland, hemelsbreed zo’n 120 meter. ’s Avonds kon je in het donker de lichtreclame zien van die winkel: D.E. in een geel afgerond vierkant.
Meneer Vissia was, voor zover ik me herinner, een joviale, goedlachse man en een klant van mijn vader. Met mijn moeder ging ik wel eens mee naar zijn winkel om boodschappen te doen, en ik moet er naderhand ook wel eens in mijn eentje zijn heengestuurd. Er stond een molen met zwart-wit ansichtkaarten in de winkel. “Uitgave H. Vissia”, kon je achterop die kaarten lezen. Je kreeg er altijd een snoepje bij de boodschappen: Engels drop of een zuurtje uit een grote glazen bol.
Midden jaren zestig werden er woningwetwoningen op het weiland neergezet en verdween het avondlijke uitzicht op het warme winkellicht in de verte. Meneer Vissia en zijn gezin verhuisden ongeveer tegelijkertijd uit het dorp.
Als ik hun familienaam natrek in ouwe kranten, merk ik dat ze hooguit vijftien jaar in Havelte hebben gewoond. Ze kwamen oorspronkelijk uit Friesland, vestigden zich per 1 december 1953 te Havelte en hoewel ‘import’, was meneer Vissia vrij actief in middenstandsclubs en VVV. Mede door hem kwam in 1960 weer een schaapskudde in Havelte, als magneet voor dagjesmensen.
In 1964 vertrok de familie naar Wapenveld, waar ze een drogisterij en een pension begon. Meneer Vissia overleed er medio 1968, slechts 59 jaar oud, “na een gedurig gedragen lijden”.
Terug van een onbedoeld eindpunt
Geplaatst op: 12 juli 2014 Hoort bij: Ommelanden 3 reactiesBeetje een sof vanmiddag, Ik wilde naar Nieuweschans om met de wind in de rug door de Dollardpolders naar Termunten te rijden, om dan via Slochteren weer op huis aan te gaan. Maar in Hoogezand bleef de trein staan. Eerst kregen we over de intercom te horen dat er een probleem met “de infra” was. Vervolgens dat er een vrachtwagen tegen een viaduct opreed en dat ze dat viaduct niet vertrouwden. Na tien minuten bleek dat de bouwkundige inspectie van dat viaduct nog ruim een uur zou duren. Daarom ging de trein terug naar Groningen. Aangezien ik toch wel wat wilde fietsen, ben ik subiet uitgestapt, evenals de meeste mensen trouwens, uit mijn coupé.
In Groningen is de stille zomertijd weer aangebroken. Op het Hoofdstation was het uiterst rustig om iets over tweeën:

Kauwtje op trein:

Station Hoogezand-Sappemeer, het onvrijwillige eindpunt van deze treinreis:

Opeengeperste dozen bij een supermarkt in Sappemeer:

Arbeiderswoning van het krimpjestype bij de Langewijk tussen Sappemeer en Froombosch:

Korenveld, Kolham:

Kansel te Harkstede:

Tegenwoordig zie je overal gerestaureerde ouwe tractoren in de provincie. Deze spotte ik even voorbij Harkstede:

Op het Groninger Hoofdstation bij het Arriva-loket nog even gevraagd of ik verhaal kon halen voor mijn afgebroken reis. Een man die welhaast van top tot teen de onwil belichaamde, meende van niet, maar zei uiteindelijk nog wel dat ik niet bij hem, maar op de Arriva-website moest zijn. Ik twijfel nog een beetje of ik het zal doen.
Winschoten-Veendam over Bellingwolde, Oude Pekela en Zuidwending
Geplaatst op: 11 juli 2014 Hoort bij: Familie, Ommelanden 3 reactiesAan de Winschoter kant van Bellingwolde ligt deze akkerrand van Bloeiend Bedrijf:

Waar vanmiddag gretig gebruik van werd gemaakt:

Bellingwolde, ornament in een begroeide topgevel:

Voor het eerst bij mijn naamgenoot langsgeweest. Eerder kwam ik altijd op zondag langs of tijdens zijn vakantie, nu bleek de winkel open. Hij liet me een familie-album zien, met onder andere deze foto van de 1 mei-optocht in Bellingwolde, 1937. Op de achtergrond renteniershuizen:

Ben ook nog bij de genealoog van onze familie langs geweest. Hij bleek helaas niet thuis. Hij woont vlakbij het Oude Rechthuis van Bellingwolde:

Niet verder vertellen hoor, maar Bellingwolde is met haar prachtige, hoogopgaande bomenlanen en weelderige groen een van de mooiste dorpen van Groningerland:

Ben er ook nog bij een gigantische uitdragerij geweest om een ijsje te halen (daar deden ze ook in):

Onderweg naar Oude Pekela – geurig vezelhennepveld met Jacobskruiskruid:

Overdadige ornamentiek in Oude Pekela;

Groeten uit Oude Pekela:

De Juliana Kapel, een paar jaar geleden gerestaureerd:

Oude Pekela – overspannen wereldverbeteraar kalkt zijn huis onder. Typografisch hangt het nog wel samen:

Het veruit schattigste huisje van Zuidwending staat te koop:

Zuidwending – afschrikwekkend fabeldier bewaakt een toegang:

De middenstand van Zuidwending bestaat hedentendage uit De Massagerie:

Achter het bord stond inderdaad een paard (van wilgentenen als ik het wel heb). Ome Loeks nam de benen en bleek verstijfd van schrik in Ommelanderwijk te staan:

Nee hoor, het is een scheepsjager. Met alle scheepsjagersbeelden in de provincie Groningen kan je onderhand een aardige tentoonstelling vullen. Eigenlijk zou er eens een historische verhandeling over deze beroepsgroep moeten komen, maar ja, welke sponsor betaalt het onderzoek?
Dit lieten ze van hun buit achter
Geplaatst op: 10 juli 2014 Hoort bij: Hoogkerk Een reactie plaatsenDe magneetvissers waren weer bezig geweest bij het bruggetje over het Omgelegde Eelderdiepje, nabij het Transferium Hoogkerk. Dit lieten ze van hun buit achter:
Een damesrijwiel:

Voorheen een vrolijke fietsbel:

Ooit stevig hang en sluitwerk:

Verdonkeremaande grenspaal:

Een hardnekkige hersenspoeling
Geplaatst op: 10 juli 2014 Hoort bij: Geschiedenis, Het Noorden 3 reactiesAls zelfs Groningers, zoals nu onlangs weer bij het WK voetbal, over Hollanders gaan spreken, terwijl het toch duidelijk om Nederlanders gaat, waar Hollanders maar een beperkt deel van uitmaken, dan is er nog steeds veel zendingsarbeid nodig om deze helaas niet onderkende hersenspoeling ongedaan te maken. Inderdaad is dit een kwestie van lange adem, want in 1831 werd de kwaal al gediagnosticeerd:
Aan de Redactie der Groninger Courant.
Waarom roemt men thans in alle tijdschriften, na de scheiding van België, de Noordelijke Provinciën van het Koningrijk der Nederlanden met den enkelen naam van Holland — ja, waarom gaat men zelfs zoo verre, dat men Zijne Majesteit ook Koning van Holland noemt, daar Hoogstdezelve toch in alle publieke staatsstukken Koning der Nederlanden heet? Dat men in buitenlandsche bladen dus te werk gaat, laat zich begrijpen wegens derzelver onkunde, zoowel in deze als in andere inrigtingen van onzen Staat; doch dat onze inlandsche nieuwstijdingen dit zoo getrouw napraten, komt den schrijver dezes vrij zonderling voor, en gaarne zoude hij hiervan de reden weten of onderrigt worden indien Zijne Majesteit Hoogstdeszelfs titels mogt hebben veranderd; opdat bij hierin meer verlicht worde en zijne dwaling hem in dezen moge blijken. Zoolang dit niet gebeurt, blijf ik onzen Koning te regt Koning der Nederlanden en onze getrouw geblevene Provinciën Nederlanden noemen. Het zoude mij en vele anderen Uwer lezers zeer aangenaam zijn , dat in Uwe geachte Courant dit ook opgevolgd wierd, te meer, daar er tot nog toe geene redenen schijnen te bestaan , om willekeurig eenen naam af te leggen, waaronder ons klein plekje Lands overal bekend is. (…)
Groningen
den 28 Julij 1831Eenen Uwer Geabonneerden.
Bron: Groninger Courant 29 juli 1831.
Tjabering Pauwels (II)
Geplaatst op: 9 juli 2014 Hoort bij: Familie Een reactie plaatsenIk noemde mijn voorvader Tjabering Pauwels gister “zo te zien vroom”.
Het mag dan zo zijn dat Tjabering drie bijbels bezat en ook nog wat andere, waarschijnlijk stichtelijke boeken, maar toch had ds. Eyssonius van Finsterwolde, een echte ‘fiene’, weinig met hem op.
Dat bleek in 1745, toen dominee geruchten ter ore kwamen over “seer ontugtige woorden en weddenschappen” door Tjabering. Dominee liet verklaringen dienaangaande afleggen. Volgens hem pasten dergelijke zaken noch een lidmaat, noch een “naam Christen”. Eyssonius hield Tjabering dus voor iemand die je weliswaar voor het uiterlijke een christen mocht noemen, maar die innerlijk onbekeerd en daarmee eigenlijk een christen van de minste soort was.
Voor de kerkeraad geroepen, erkende Tjabering dat hij een weddenschap had afgesloten, al was dat heel anders gegaan dan dominee beweerde. Van de ontuchtige uitlatingen herinnerde de zondaar zich hoegenaamd niets, omdat hij destijds dronken was geweest. Voorlopig hield de kerkeraad onder Eyssonius‘ leiding hem van het Heilig Avondmaal af, tot zijn gedrag zou verbeteren en hij ook openlijk voor zijn wangedrag zou uitkomen en dit zou betreuren. Tjabering was ’t allemaal best, hij wilde nog wel graag het een en ander op papier hebben, maar dat deed de kerkeraad alleen als de classis dat zou bevelen.
Weldra stierf ds. Eyssonius, maar onder diens opvolger, de even bevindelijke ds. Janssonius, bleef Tjabering van het avondmaal uitgesloten. Toen hij eind 1745 zijn schuld voor de kerkeraad beleed en weer om toelating verzocht, bleef de kerkeraad hem voorlopig nog afhouden wegens de “zo grote ergernis” in de gemeente. Pas tegen het volgende Avondmaal zou het consistorie deze schorsing heroverwegen. Blijkbaar was dit tegen het zere been, want Tjabering vertoonde zich toen niet in de kerkeraad. Pas in februari 1748 verzocht hij bij een huisbezoek weer om toelating. Inderdaad liet de kerkeraad hem nu weer toe, zij het met een ernstige vermaning.
Deze schrobbering hielp echter niet afdoende. Althans, eind 1756 ging er een gerucht door Finsterwolde dat Tjabering met Egbert Garbrants op de vuist was gegaan in het huis van Jan Zijl (waarschijnlijk een zijlwaardershuis dat tevens als herberg fungeerde). Beide vechtersbazen beschuldigden elkaar ervan, als eerste te hebben geslagen. De nieuwe predikant van Finsterwolde, ds. Busscher, anders dan zijn voorgangers juist geen bevindelijke scherpslijper, vroeg vervolgens aan de vrouw en de oudste zoon van Jan Zijl, hoe de vork precies in de steel zat en zij gaven aan dat Tjabering loog. Met dat gegeven ging ds. Busscher bij Tjabering langs en hij hield deze “met een vriendlik wezen en met een vriendlike stijl van zeggen” voor, dat de waarheid toch anders was, dan Tjabering aangaf. Impliciet blijkt hieruit, dat je bij Tjabering op eieren moest lopen. Maar ondanks de diplomatieke tact ontstak Tjabering in woede. Ook kwam hij, zoals wel vaker in dit soort gevallen, met een jijbak op de proppen: hoe durfde dominee hem dit te verwijten terwijl dominee zèlf in vijandschap leefde met zijn buren, die daarom op zondag niet eens in de kerk kwamen? Tjabering beweerde dat hij de ruzie met Egbert Garbrants allang bijgelegd had. Hij daagde ds. Busscher uit om er een kerkeraadszaak van te maken, wat voor de zielzorger het sein was om te vertrekken:
“Als gij u an de vermaning van mij als predikant niet wilt onderwerpen, dan heb ik hier niet langer te doen.”
Tjabering liep de predikant echter vanuit zijn huis achterna om hem toe te roepen dat hij wel eens wat vaker op huisbezoek mocht komen. Waarop dominee antwoordde dat hij Tjaberings huis nooit gemeden had, maar nu merkte dat hij er al te vaak kwam.
Kennelijk zat Busscher toch wel wat met het geval in zijn maag, want de volgende dag stelde hij een verklaring op, die twee ouderlingen naar Tjabering brachten. Tegen deze kerkeraadsleden beloofde Tjabering de punten in de verklaring na te zullen komen.
Helaas is die verklaring niet bewaard. Tjaberings naam komt verder niet voor in het kerkeraadsprothocol van Finsterwolde.
Intussen doen beide kerkeraadszaakjes vermoeden dat Tjabering ook figureert in de civiele prothollen van het Oldambster gerecht, waarin onder meer boetstraffelijke gevallen opgetekend staan. Maar daarover graag een andere keer.
Tjabering Pauwels (I)
Geplaatst op: 8 juli 2014 Hoort bij: Familie 2 reactiesIn de kelder van mijn kwartierstaat zit mijn grootvader tot de vierde macht (de opa van de opa van de oma van mijn opa): Tjabering Pauwels.
Hoewel van mijn moeders kant, woonde hij net als enkele voorvaderen van mijn vaders kant in Finsterwolde, zij het ruim een eeuw eerder dan zij. Omdat zijn typisch Reiderlandse voornaam, ook wel gespeld als Tjaber(e)n, nogal opvalt, wist ik ook meteen dat ik hem vaker tegengekomen was, toen ik hem in die kelder aantrof.
En ja hoor, met een simpele zoekactie komt er al wat tevoorschijn: een boedelinventaris, opgemaakt op 4 februari 1743, vlak voordat deze Tjabering Pauwels hertrouwde met mijn verre voormoeder.
Hij had toen een eigen huis. Het daar aanwezige schoenmakersgereedschap wijst op zijn hoofdberoep, maar hij boerde erbij, want hij had ook twee paarden, twee koeien en een toom kippen. De koeien zullen voor de melk en de kippen voor de eieren hebben gezorgd, maar wat deed een eenvoudige schoenmaker met paarden? Makkelijk zat: hij had ze voor een kar, een wagen, een eide, een bodde en een ploeg, gerei dat elders op zijn inventaris staat. De waaier, twee zeven, twee dorsvlegels, een korenschop en een halfmudvat wijzen al helemaal op akkerbouw. Dat kan kloppen, want in het achterhuis en op zolder lagen enige gedorste en een bult ongedorste haver, twee mud rogge en enige gerst en bonen. De schoenmaker-boer had echter geen land van zichzelf – dat zal hij los hebben gehuurd en daar zullen veel van zijn schulden dan mee te maken hebben gehad.
De inboedel blijkt verder heel gewoon. Maar deze verre voorvader van me was zo te zien wel vroom en leesgraag, hij bezat immers drie bijbels en nog enige boeken, die hij in een heuse “boeckkaste” opborg. Drie lampen verschaften hem bij het lezen een helder licht en met een “uirglas”of zandloper hield hij af en toe de tijd in de gaten.
Wind mee naar Roodeschool
Geplaatst op: 6 juli 2014 Hoort bij: Ommelanden 5 reactiesHoewel ik een redelijk tempo fiets, halen twee skeelersters me bij Bedum in:

Op Ter Laan – de nu lege huisplaats van de eerste wegens aardbevingsschade gesloopte woning:

Westerwijtwerd:

Dorpsgezicht Kantens:

Ingang kerk, Kantens:

Met erboven een wapen vol swingende beesten (alleen de haringen doen niet mee):

Helwerd, ooit woonoord van de blinde Friese bard Bernlef:

Deels al gemaaid en gedorst:

Tussen Rottum en Doodstil:

De toren van Uithuizermeeden staat in de steigers:

Bij Oosternieland:

Tussen Oosternieland en Roodeschool betrekt de lucht:

Als ik in Roodeschool het perron opstap, vallen de eerste regendruppels.
Man krijgt bijenzwerm op zijn togus
Geplaatst op: 6 juli 2014 Hoort bij: Drenthe vrogger 4 reactiesEen ervaring die weinigen zouden willen hebben
“Een zeldzaam voorval heeft j.l. zaturdag te Uffelte plaats gehad. Een boerenzoon was aan ’t grasmaaijen in de nabijheid van eenige korven met bijen. Onverwachts ziet hij zich omringd van een bijenzwerm. Geen kans ziende om te ontkomen, bukt hij zich en de zwerm zet zich aan zijne broek neer. De eigenaar der bijen zulks bemerkende, komt spoedig toeschieten om hem van dezen zonderlingen last te ontdoen. Gelukkig, dat eerstgemelde met bijen wist om te gaan, anders zou de aangevallene er waarschijnlijk niet zoo goed zijn afgekomen.”
Bron: Provinciale Drentsche en Asser Courant 22 juli 1865.
Gemeente Groningen, hoe hypocriet kan je zijn?
Geplaatst op: 5 juli 2014 Hoort bij: Hoogkerk, Stad nu 7 reactiesBegin deze week waren er wegmarkeringsschilders actief in Hoogkerk e.o. Naast het opfrissen van bestaande wegmarkeringen, zoals bij de Hoogkerkerbrug, brachten ze ook een paar nieuwe aan, zoals hier bij het fietspad tussen de Johan van Zwedenlaan en het uiteind van de Peizerweg:

Ter plaatse heb je een soort plateau van klinkers, dat de verkeersdeelnemers uit alle richtingen al attendeerde op de situatie. Aan die shared space heeft de gemeente nu dan een eind laten maken. Fietsers moesten hier uiteraard al voorrang geven aan verkeer, vooral auto’s, van rechts, maar die voorrang strekt zich nu ook uit tot verkeer, vooral auto’s, van links.
NB: In al die jaren dat ik hier nu langs kom, heb ik nog nooit een (bijna-)ongeluk meegemaakt, maar kennelijk hebben automobilisten zitten klagen over de onveilige situatie hier, waarna de gemeente Groningen het raadzaam achtte om de fietsers, komende vanaf de Johan van Zwedenlaan, hun voorrang af te pakken.
Deze dadendrang van de gemeente Groningen steekt schril af tegen de laksheid die zij tentoonspreidt aan dezelfde noordkant van de Peizerweg, maar dan een kilometer of wat dichterbij de stad. Bij de af en toe levensgevaarlijke uitgangen van de parkeerterreinen bij Tuinland en Gamma, die gemeentelijk eigendom zijn, weigert de gemeente immers haaietanden neer te laten zetten, zulks op het argument
“dat door het aanbrengen van haaientanden het gedrag niet verandert”.
Niet alleen blijkt nu dat de gemeente Groningen eigenlijk helemaal niet gelooft in haar eigen argumenten, en dat deze dus gelegenheidfsflauwekul zijn om bezorgde burgers met een kluitje in het riet te sturen, ook blijkt dat de gemeente Groningen automobilisten eigenlijk veel hoger heeft zitten dan fietsers. De gemeente Groningen laat zich er weliswaar graag op voorstaan dat Groningen een echte fietsstad is, maar dat is de hypocrisie ten top, want in feite legt ze heel andere prioriteiten. Groningen is momenteel eerder een fietsstad ondanks, dan dankzij de gemeente Groningen.

Zelfs de hulplijntjes staan er nog bij.





Recente reacties