De meest bezochte logjes van Groninganus in 2013

Blanke boeman was voorganger van Zwarte Piet 1.333
Eierbal uitvinding van Sloots 1.037
Kastie of kastiebal 766
Bij de dood van Ypke Gietema 447
Dozen, dozen, dozen 409
Pinox, woar bistu bleven? 335
Kunstenaarssociëteit de Baboen (1967-1976) 322
Dichte gordijnen ten teken van rouw 312
Gedumpt bij de Aduarderdiepsterweg 306
De teloorgang van het begrip arbeider 278

Achter de titels staan de aantallen keren dat er doelgericht naar de desbetreffende logjes is geklikt. Nummer 1 hangt uiteraard samen met de Zwarte Piet-discussie en nummer 2 met een Groninger fascinatie. Dat logje is al wat ouder evenals de nummer 3, die vooral bezocht is in het voorjaar en in de tijd dat de scholen weer begonnen. De enige andere evergreen (dus niet uit 2013) op het lijstje is het logje over Pinox.


Wachtend op de tram, Tussen beide Markten ca. 1910

blokhuis met trams 1910, 1911

Groningen, Tussen beide Markten. Links een wachthuisje van de tram en het Blokhuis (waarin nu Bakker Bart zit). In het verschiet voorbij het Blokhuis de A-toren. Centraal op de voorgrond een perronnetje waar mannen met petten, snorren en witte boorden op de trem staan te wachten. Rechts van het midden de panden die de toenmalige Waagstraat flankeerden. En dan uiterst rechts nog een glimp van het stadhuis.

Bij nader inzien is de prentbriefkaart, een uitgave van J.H. Schaeffer te Amsterdam, vrij nauwkeurig te dateren. In het Blokhuis zit namelijk nog het bureau van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij, waar telefonistes de verbindingen legden voor de toen nog slechts 1600 telefoon-abonnees van de stad. Op 1 juli 1911 verhuisde hun bureau naar het nieuwe post- en telegraafkantoor aan de Munnekeholm – de foto moert dus van voor die tijd zijn.

Een begindatum is er ook, want de electrische tram werd zonder veel officiële poespas voor het publiek opengesteld op 1 maart 1910, hetgeen gebeurde met een rit tussen de remise bij het Noorderstation en het Hoofdstation via de Grote Markt. Zoals het openbaar vervoer betaamt, viel daarbij meteen de eerste klacht te horen:

“Een fijne motregen viel neer en toen de tram voor het wachthuisje op de Groote Markt stond, kwamen van achter dit huisje te voorschijn ’n viertal reizigers die naar ’t station moesten, die mopperden en die zich de vraag stelden, waarvoor dat huisje eigenlijk diende want het was gesloten. En dat bij zulk weer.”

Men begon met twee lijnen, 16 motorwagens en 4 bijwagens, De motorwagens hadden elk een capaciteit van 16 zitplaatsen en 14 staanplaatsen, dat was dus nogal beperkt. Vrijwel meteen werd er een druk gebruik van de nieuwe voorziening gemaakt, zodanig zelfs dat overtallige passagiers aan de buitenkant van de wagens gingen hangen. Weldra deed zich de eerste ontsporing voor.  Ook de eerste aanrijding liet niet lang op zich wachten.

Het gemopper en de ongelukken namen niet weg dat de officieuze stadsdichter van die dagen,  G.B. Kuitert, met een ode kwam, waarin hij terloops ook inging op de door hem verafschuwde, maar nu eindelijk afgedankte paardentram, de annexatie van Kostverloren en de komst van de waterleiding. Een en ander zou de stad, naar hij vreesde, flink op kosten jagen. Hier het eerste couplet van zijn lofdicht:

“Zoo rusten we eind’lijk dan in ’t Noorden
Van sukkeldraf en zot geknoei,
En rolt de tram weer in deez’ oorden,
Ontslagen van den paardenboei!
Heur vaart ontsnelt aan de oude toomen,
En ’t marktvolk. zwaaiend met zijn hoed,
Brengt vader Raad den jubelgroet,
Als kampioen voor grootheidsdroomen,
Die, van ’t Stadhuis-bordes gedaald,
De bliksemkoets er langs ziet strijken,
Geen vrees voor „’t hinkend paard” doet blijken
En elks belastingssom bepaalt.”

Film van een tramrit in 1916


Ommetje Eiteweert – Leegkerk

Berk aan het Omgelegde Eelderdiepje:
2013-12-38 005
Het oorspronkelijke Eelderdiepje:
2013-12-38 009
Bruilweering:
2013-12-38 010
Langmadijk:
2013-12-38 014
Onlanden:
2013-12-38 018
Onlanden richtring Roderwolde:f
2013-12-38 021
Bij Eiteweert:
2013-12-38 023
Op Leegkerk:
2013-12-38 024


‘Twintig papflessen sneuvelden’ en andere curieuze ongelukken in Havelte e.o.

Was een dagje op zoek naar krantenberichten over mijn geboorteplaats Havelte en verwonderde me daarbij over het enorme aantal verkeersongelukken, in de jaren vijftig. Op elk kruispunt loerde het gevaar. Pardoes overstekende kinderen en bejaarden waren naast venters nogal eens de dupe, ook omdat auto’s naar onze maatstaven veel te hard reden en dus nog een veel langere remweg kenden. De snelheidbeperkingen hebben wat dat betreft enorm goed gewerkt.

Naast tragische, waren er curieuze ongelukken. Zo kantelde in 1957 bij de Pijlebrug een tankwagen met ruim 16.000 liter bloed. Er vloog een afsluiter af, zodat de inhoud over een afstand van honderd meter over de weg heen stroomde. Hier er en daar was de laag wel 15 centimeter dik en de lokale brandweer had meer dan een uur nodig om het van de weg af te spuiten.

Een jaar later lag daar niet ver vandaan anderhalve ton aan pakjes boter op de rijksweg. Een vrachtwagenchauffeur was die ongemerkt kwijtgeraakt. Automobilisten reden door de pakjes heen, waardoor er een enorme smurrie op de weg kwam, andere automobilsuten raapten nog intacte pakjes op en kregen, voor zover de politie ze kon achterhalen, een bekeuring aan de broek.

Je reinste slapstick met zuivel was er in 1956 in Uffelte. Een boerenpaard schrok bij het uitspannen zo van een wapperende overall aan een waslijn, dat het de benen nam en de dorpskom in galoppeerde. Hier denderde het een bakfiets compleet met melkventer omver, die gezamenlijk in een bermsloot belandden. “Twintig papflessen sneuvelden”, aldus de krant, terwijl de melkventer een gekneusde schouder opliep. De schade zou men onderling regelen.

Soms blijkt ook iets van collectief mededogen met iemand die een ernstig ongeluk meegemaakt had. In mei 1955 was een timmerman bij een aanwakkerende storm bezig om een dak af te dekken met een dekkleed, Terwijl hij daarmee bezig was wierp een rukwind hem met dat dekkleed en al over het dak heen. De zwaar gewonde man kwam eerst in een ziekenhuis in Groningen terecht en werd naderhand langdurig verpleegd in Amsterdam. Toen hij met de kerstvakantie dat jaar tien dagen “met verlof in zijn gezin aanwezig” was, gaven de drie vrouwenverenigingen hem een radio, een radiotafeltje en een gratis abonnement op de VPRO-gids Vrije Geluiden. “Dat deze verrassing zeer op prijs werd gesteld, is te begrijpen,”


Een toverheks op de Veendijk (1879)

“Op de eerste maandag van het nieuwe jaar, dat was vroeger gebruikelijk in Havelte, waar mijn ouders op de Veendijk een boerderij hadden, werden een paar manden met aardappels klaar gezet voor de armen die daar wat van konden komen halen. Bij het dorp woonde een oude vrouw die algemeen de “toverheks” werd genoemd. Wij als kinderen, ik was toen zeven jaar, waren bang voor haar. Zij kwam aardappels halen en riep mij bij zich.

Ik weet nog dat ik het even benauwd had. “Loat mien oe handtie ies eem zien”, zei ze, en streek met haar vingers over de lijnen in mijn hand. “Ie wurden later dominee!”, zei ze. Mijn vriendje, ook een boerenzoon, keek ze ook in de hand: “En ie zullen later burgemeester wurden”.

Ik geloof nu nog altijd dat het een echte toverheks is geweest, want ik wérd dominee en mijn vriend is een poos loco-burgemeester van Havelte geweest.”

Aldus de emeritus-predikant Hendrik de Groot (95), een paar maanden voor zijn overlijden in de rubriek Noorder Rondblik van het Nieuwsblad van het Noorden, 13 februari 1967. Het geval dat dominee zich zo levendig herinnerde moet zich dus in 1879 hebben afgespeeld.


Busstation Grote Markt in de winter (1961)

img140blog

Deze kaart kwam een tijdje geleden tevoorschijn uit een door mij aangeschaft tweedehands boek. Op de binnenkant staat een menu uit 1961 voor een diner, gegeven ter ere van ene Jaap die veertig jaar bij het Gemeentelijk Vervoersbedrijf werkte. Op Jaaps werkkring is de voorstelling behoorlijk toepasselijk, want de kaart toont ons het toenmalige busstation aan de noordzijde van de Grote Markt in Groningen.

Ik vind het eigenlijk wel een mooi plaatje. Het wintersfeertje zit er goed in, waarbij ik me afvraag of die bovenleidingen van de rode trolleybussen niet link waren wegens ijsval. De mensen rechtsvoor op de glimmende stoep lijken zich echter niet  bewust van het gevaar.  Zij kuieren doodgemoedereerd richting Zwanestraat. Alleen de blauwe auto links – een Renault? – is wat mij betreft perspectivisch minder geslaagd.

De maker van de voorstelling was Ronald Frijling (1917-1997), die wel meer van dergelijke winterse stadsgezichten produceerde. Hij groeide nota bene op op Bali en illustreerde in de jaren ’40 en ’50 tal van Nederlandse jeugdboeken die over Nederlands Indië gingen. Ook gaf hij wel tekenlessen en accepteerde hij opdrachten als een wandschildering bij Defensie, maar mislukte desalniettemin als vrij kunstenaar. Zo schreef ene G.K. (van ’t Reve?) anno 1946 in De Waarheid:

“Het werk van Roland Frijling komt niet boven het illustratieve uit. Zijn tekeningen zyn academisch en missen iedere spanning. Hy schynt ons te weinig artist om van zyn vakmanschap ten volle gebruik te kunnen maken.”

Vanaf ongeveer 1956 was Frijling (daarom) voornamelijk actief in de kerstkaartenbranche. Zijn productie lag op enkele honderden stuks per jaar en hij kon heel genoeglijk over de trends in deze branche vertellen, zoals onder meer blijkt uit interviews in de Leeuwarder Courant (1966)  en het Nieuwsblad van het Noorden (1976). Zijn ommezwaai naar commercieel werk, in die idealistische era ongetwijfeld afgekeurd door collega’s die liever van de contraprestatie leefden, verdedigde hij met uitspraken als deze:

“Jaren heb ik geprobeerd als een bohemien te leven, maar dat lukte niet. Ik kan niet slapen als ik mijn rekeningen niet heb betaald. Van een beetje luxe houd ik wel.”

 


Zeemeermin sterft in visnet

Meermin - VVAG

Gevelsteen Amsterdam

Nykiobbing op het Eyland Moors in Jutland den 15 Augusty. Deeze Plaats heeft thans de Eer de Nieuwsgierige Weereld een singulier Voorval te berigten, van yets ’t geen van veelen voor ongelooffelyk en maar voor bloote vertellingen word gehouden, waar van de waarheyd egter gansch duydelyk blykt. Namentlyk niet verre van hier aan de West-Kust geleegen streeks Lands, Haarbot genaamd, hebben 4 Visschers in den nagt tusschen den 11 en 12 deezer Maand, in hun Net teegens alle vermoeden een zoo genaamde Meer-Min of Zee-Wyf gevangen en opgehaald. Dit Zee-Wonder, is van boven een Mensch gelyk, dog van onder een volkoomen Visch. De Couleur van het boven Lyf is wat geelagtig en blas. Het heeft zeer kleyne en byna toegeslooten Oogen, en op het Hoofd lang Zwart Hair, de Leeden die de Handen verbeelden, zyn tusschen de Vingeren met een huyd, als de Ganse-Pooten, te zaamen gegroeyd: Dog op het Land getrokken zynde was dit Schepzel reeds gestorven.”

Bron: Groninger Courant 9 september 1749.

Volgens dit boek (waarin ik zocht op Nykøbing) was het wijdverspreide nieuws afkomstig uit een Kopenhagense krant en kwam er een ongekende massa boeren, schrijvers en schilders op de zeemeermin af. Overigens wordt het wezen meestal voor een wat onbekendere soort zeerob gehouden.


De helse reis van een slavenschip

“GRONINGEN den 22 Maart. Men heeft hier tyding dat Kapiteyn Juriaen Gustaaf Lindenborg, gelaaden met Slaaven in 4 Maanden en 20 daagen van Argoin op de kust van Guiné in Africa, den 28 December des voorleden Iaars behouden te Suriname gearriveert was, zynde onderweegs 71 Slaaven gestorven.”

Bron: Groninger Courant 23 maart 1745.


Selfie met lap voor het oog

selfie met lap voor het oog (1972)

Deze kwam tevoorschijn uit een doos met ouwe foto’s.

Ik heb hem gemaakt met mijn Agfaatje, in het voorjaar van 1972.  Omdat ik een lui rechteroog had en behoorlijk loensde, onderging ik een operatie waarbij een stukje oogspier achter dat luie oog weggenomen werd.  Niet dat dit op termijn geholpen heeft. Mijn ogen hebben nooit echt samengewerkt en ik heb dan ook nooit goed diepte kunnen zien. Het linkeroog werd vanzelf weer dominant en het rechter is opnieuw afgetakeld.

Op zich stelde die operatie niet veel voor, ik hoefde er maar een week voor in het ziekenhuis te liggen. Wat me voornamelijk heugt is de enorme misselijkheid, waarmee ik uit de verdoving bijkwam. Verder staat me bij hoe teleurgesteld ik was dat er niemand uit de klas even op bezoek kwam, terwijl sommigen het nog zo hadden beloofd.

Enfin, ik maakte dus een selfie, lang voordat mobiele telefoons en digitale camera’s een dergelijk fotografisch zelfportret gangbaar maakten. Een selfie maken was destijds ook wat duurder dan nu, dat deed men niet zo gauw.


Winterwelvaart 2013

Vanmiddag even het Lage en het Hoge der A afgelopen, dit weekend het terrein van het ouweschepenfestival Winterwelvaart:
2013-12-20 010
De gerestaureerde koftjalk Tromp lag er:
2013-12-20 013
Visserschuiten bij de Hoek van Ameland:
2013-12-20 016
Netten bij de Sleutel:
2013-12-20 019
De schipper van de Nescio uit Feerwerd:
2013-12-20 023
Overzichtje vanaf de Vissersbrug:
2013-12-20 024
De Pelikaan:
2013-12-20 030
Nog zo’n karakterkop:
2013-12-20 032
‘De Jade:, een rivierklipper:
2013-12-20 038
Er kwam net een Anna voorbij, een sleepbootje uit een serie van wel 7 Anna’s:
2013-12-20 041
Een ouwe kennis uit de Oosterpoort, Frits Casparie, bijgenaamd ‘de Linoleumman’, verkocht er zijn prenten:
2013-12-20 045
Losse tros.
2013-12-20 050


Je bent een rund…

Deze keiharde waarschuwingscampagne is van 1996. Niet dat het afdoende geholpen heeft. Het jong geleerd en oud gedaan geldt helaas ook voor het je ziende blind en het je horende doof houden.


Ommetje Harssens

Grenspaal van de Heerlijkheid Harssens bij de Oude Nadorst aan de Oude Adorperweg. In velden noch wegen waren de geruchtmakende Oost-Pruisische huurlingen te zien – deze Teutoonse horden hielden zich vast en zeker schuil in het Harssensbosch:
2013-12-18 013
Bij de Koningslaagtemolen staat een oude Hunzemeander blank. Er zwom een flinke groep zwanen:
2013-12-18 018
Boven hetzelfde water dit tegen de wind in biddende torenvalkje:
2013-12-18 022
Verderop, bij de Wolddijk, nog veel meer water op het land:
2013-12-18 031


“Een goede stijl zal tot bijzondere aanbeveling strekken”

NvhN 7 februari 1914

Bron: Nieuwsblad van het Noorden 7 februari 1914.

Journalisten werden dus via rubrieksadvertenties geworven. In eenzelfde soort advertentie van vier jaar eerder vergde de directie nog een voltooide HBS- of gymnasiumopleiding van het tot verslaggever op te leiden jongmens. De opleidingseis was dus al afgezwakt. Een goede stijl hangt ook niet noodzakelijkerwijs samen met een hogere opleiding.


Harssens plaatst palen

Een fraai wapen is het wel, dat van de zogenaamde Heerlijkheid Harssens:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Vandaag echter, plaatsten de zich noemende Heren van dit feodale relict zes grenspalen met dit wapen op strategische posities rond hun vermeende domein.  Naar bij geruchte kon worden vernomen, hebben ze zich duchtig bewapend en voorzien van Oost- Pruisische huurlingen. Binnenkort roepen ze de onafhankelijkheid uit en gaan ze over tot het aardgaswinningsvrij verklaren van hun gebied. Zeker zullen ze daarvoor vele handen op elkaar krijgen, maar het is de vraag of onze provincie gebaat is bij dit interne separatisme, nu er juist eenparig en met één stem gereageerd moet worden op de Hollandse plunderzucht. Voorlopig achten wij daarom dit paalzet-initiatief betreurenswaardig. Verdere stappen van het gezelschap  zullen we dan ook met argusogen in de gaten houden, bijlo.


‘Hou zadel’ – strip over de fiets in oorlogstijd

In juni 1945 verscheen bij uitgeverij Kompas in Den Haag een boekje met tekeningen en rijmpjes die reflecteerden op enerzijds de energievoorziening en anderzijds de rol van de fiets in de oorlog. Vooral ‘Hou zadel’, de strip in het boekje die over de fiets gaat, spreekt me aan omdat deze op absurde wijze de vooroorlogse ‘normaliteit’ confronteert met de maatregelen van de bezetter en de reactie daarop van de Nederlanders:

img126

img128

img130

img131

img132

img133

img134

img135

img136

img137

Door het laatste plaatje realiseerde ik me opeens welke herinneringen de Hoogkerker en stad-Groninger suikerbietenlucht opriep bij mensen die de Hongerwinter meemaakten. Ook in Groningen werden toen nogal wat suikerbieten gegeten.