De plaag van nieuwjaarslopers uit de achterbuurten (ca. 1860)
Geplaatst op: 3 januari 2014 Hoort bij: Stad toen 3 reacties“Een grote plaag echter was het Nieuwjaarlopen van het volk uit de achterbuurten, o.a. uit het Olde Bosch, de afgebroken buurt waar zich nu het Emmaplein bevindt. Deze lieden gingen van deur tot deur. Niemand weigerde hen enig geld, want er zou een grote oploop uit voortvloeien. Het was zelfs niet uitgesloten dat de glazen werden ingegooid als de ontevredenheid van deze Nieuwjaarwensers werd opgewekt. En als er nu maar brood en turf voor het geld gekocht werd, was het nog tot daar aan toe. De opbrengst van deze ergerlijke bedelpartij werd omgezet in sterke drank zonder dat vrouw en kinderen er profijt van konden trekken. De overlast werd tenslotte zo groot, dat de burgemeester het Nieuwjaarlopen verbood.”
Bron: A. Pathuis, ‘Uit Groningens historie; wintergenoegens van onze voorouders’, Nieuwsblad van het Noorden 28 december 1957.
Commentaar: Pathuis schreef over toestanden van “een eeuw geleden”, dus over de periode 1850-1860. Wanneer het nieuwjaarslopen in de stad Groningen precies werd afgeschaft, ben ik nog niet gewaar kunnen worden, maar op het platteland werden in genoemd decennium vele Nieuwjaarscommissies opgericht, die geld voor de armen gingen inzamelen, een praktijk die gepaard ging met het gelijktijdige verbod op het Nieuwjaarslopen door armelui ter plaatse.
Reclame voor diverse vermakelijkheden
Geplaatst op: 2 januari 2014 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenHet begin van de filmvertoning in Groningen (zie het artikel van Frans Westra en Karel Dibbets in de laatst verschenen Stad & Lande):

Nieuwsblad van het Noorden 28 december 1895.
Bedum had ooit een eigen fietsenfabriek – VEENO – waar ze toen al deden in opoefietsen:

Nieuwsblad van het Noorden 22 mei 1925.
Curieuze vacantie-aanbieding van Zwartsenberg:

Nieuwsblad van het Noorden 27 juli 1926.
Dit fonds, Festa in Winschoten, opgericht in 1923 als niche van muziekhandel Hekman, bestaat formeel nog steeds.

Drentsch Dagblad 28 juli 1944.
Vraag me gezien de datum af of het ook aangesloten was bij de Kultuurkamer. Veel zal het niet om hakken hebben gehad, Na de oorlog adverteerde het rustig door.
Winterliederen over de grup
Geplaatst op: 2 januari 2014 Hoort bij: Muziek Een reactie plaatsenLinde Nijland, Henk Scholte en Bert Ridderbos waren tussen Kerst en Oud & Nieuw even over de grup. Ze deden drie van hun winterliederen in het live-progamma Noardewyn (Noordenwind) van Omrop Fryslan:
Nieuwjaarswens van de Drekmenners (1852)
Geplaatst op: 1 januari 2014 Hoort bij: Oosterpoort, Stad toen Een reactie plaatsenWat we nu de Oosterpoort noemen, lag voor de ontmanteling van de vesting Groningen buiten de Oosterpoort van deze stad. En daar had je, zo’n beetje tussen het huidige cultuurcentrum en het tegenwoordige Zuiderpark in, een belangrijke stedelijke voorziening, namelijk de Drekstoep, oftewel de plek waar straat- en huisvuil, menselijke fecaliën en mest werden gemengd voor verzending naar de veenkoloniën.
Bij deze voorziening kon het behoorlijk stinken. Dat gold ook voor de mannen die er al het vuil heenbrachten, verwerkten en inlaadden. Drekmenners of Gele Rijders werden ze wel genoemd, en hun wagens heetten ook wel ironisch Boldootkarren.
Quasi uit naam van deze mannen nu, is een nieuwjaarsgedicht geschreven, dat ik aantrof op de eerste pagina’s van het Groninger tijdschrift De Huisvriend, jaargang 1852. Hoogstwaarschijnlijk was deze pastiche, die alle conventies van het toenmalige nieuwjaarsgedicht volgt, het werk van de bekende Jan Goeverneur. Als redacteur van De Huisvriend plaatste hij een noot bij het gedicht, waarin hij verantwoordde dat hij het bewuste ingezonden stuk plaatste in het vertrouwen, “dat niemand onzer Lezers uit dit stuk een booze lucht toewaaijen zal”.
Goeverneur hoopte dus, dat de lezer hem de plaatsing niet kwalijk nam. In zijn gedicht dringen de drekmenners namelijk aan op het verwijderen van wat resterende luchtjes uit de Groninger burgerhuizen en boerderijen – geurtjes die samenhingen met allerlei minder fraaie menselijke eigenschappen als twistzucht, drankzucht, eigenwaan, gokzucht, politieke en religieuze partijzucht, trots, behaagziekte en geldzucht. Hier is het gedicht:
OOK NOG VUIL IN HUIS?
——-
EEN NIEUW LIED,
AAN DE ACHTBARE BURGERS IN STAD EN LAND
BIJ DEN AANVANG VAN DIT NIEUWE JAAR
DOOR HUNNEN ONDERDANIGE DIENAARS
DE ASCH EN KARRELUI
EERBIEDIG OPGEDRAGEN.Welvroede Mannen! van wat kleur,
Wat deeg of stof gij ook mogt wezen;
Wel schoone Vrouwen! als de geur
En bloem van de aard met regt geprezen:
Kortom, zeer achtbre Burgerschaar!
Gelijk al menig duizend jaar
De koopliên uit het Oosten kwamen
En bragten wierook, aloë,
Met kostelijke mirrhe meê,
Zoo ziet ge ons, aschliên, thans te zamen,
Optreên uit ons òòk riekend oord,
Gelegen buiten de Oosterpoort,
Waar de uchtendzonne bloost en gloort,
Om, zij ’t geen geur van specerijen,
Toch op den eersten dag van ’t jaar,
Als onze gave op ’t feestaltaar,
U heil en groet en beê te wijën.——-
Gij weet, van tweeden nieuwjaarsmorgen
Tot ultimo December toe,
Betoonden wij ons ’t werk niet moe,
Maar zaagt ge ons onverdroten zorgen,
Dat wat in huis en stad niet hoort
Gebracht werd buiten de Oosterpoort.Potscherven, lompen, lorren, vodden,
Tuig, afval, ’t vuile beddestroo,
Omballing, heel uw rommelzoô
Van oude sloffen, flarden, todden,
Gootmodder, asch, vuil en zoo voort,
Wij bragten ’t buiten de Oosterpoort.Al wat ge onnuts, wat – met permissie! –
Ge vuils, naars, goors en stinkends vondt,
Met wat u stuitte of tegenstond,
Met heel uw smerige commissie
Belastet ge ons tot aan den boord,
En dan – ’t ging buiten de Oosterpoort.Wat moet dus ’t geurig bij u wezen!
Wat moet, welk huis we ook binnengaan,
Een zoete lucht ons tegenslaan,
Nu al, wat kwaden reuk doet vreezen
En ’t rein van d’atmosfeer verstoort,
Gebragt is buiten de Oosterpoort!Dus mijmerden wij, karremannen,
Toen wij, ons zondagspakjen aan,
Dees morgen kwamen aangegaan;
We waanden allen stank verbannen,
En toch…. uit menig huis komt voort
Een luchtje als van onze Oosterpoort.Hoe, Burgers! kan dat mooglijk wezen?
Hoe Burgeressen! kan dat zijn?
Och, – wordt niet boos, weest niet sjegrijn,
Als we u in ’t kort de les reis lezen! –
Niet AL, wat bij u thuis niet hoort,
Gaaft gij ons mee naar de Oosterpoort.Twist, Tweedragt, Ruzie, Kijverijen,
Verschil staag tusschen man en vrouw,
Rook ’t niet dààrnaar in dit gebouw,
We zouden de eigenaars benijen,
Och menschen, wat uw rust zoo stoort,
Geeft ’t mee, geeft ’t mee naar de Oosterpoort!Drank! – Goede God! die stank der stanken
Verpest hier zoo de lucht in huis?
Kapot de flesch! Het glas in gruis!
Ge zult in eeuwigheid ’t ons danken.
Weg met de pest van de ergste soort!
Geeft ze ons mee buiten de Oosterpoort.Mijnheer! we willen graag gelooven,
Dat wat gij denkt, schrijft, leert of speekt,
Goed is; doch: “Wijs- en waarheid steekt
Alleen in mijn begrip!” te boven
Gaat dat ons dom verstand. – Och voort
Met zulk een Waan naar de Oosterpoort!Gij die bij dagen en bij nachten
Bij jas of lanter nederzit,
Slechts uit den Kaartenbijbel bidt,
En vrouw en kindren laat versmachten,
Och, eer soms ge in den grond u boort,
Geeft mee dat vuil naar de Oosterpoort!En gij die, om gaauw rijk te wezen,
In ’t Koninklijk Hazardspel deelt,
Dat talloos tal van jammren teelt,
Och, ook uw hoopen en uw vreezen,
Dat u de rust der ziel vermoordt,
Geeft ons ‘t, geeft ons ’t voor de Oosterpoort!Hier staan we voor een boerenwoning;
Had Praalzugt, Trots, Hoovaardigheid
Er niet zoo’n booze lucht verbreid,
Men zou er huizen als een Koning.
Mijnheer! Mevrouw! och hoort ons woord:
Geeft mee dat vuil naar de Oosterpoort.Kabalen links; regts ook kabalen!
Het kuipen groot, de ambitie flaauw, –
Veel kiezers aan hun pligt ontrouw, –
Getob om stemmen op te halen, –
Och, jeetje! wien dat ook bekoort,
Wij wenschen ’t buiten de Oosterpoort.Mejuffers die met gekke snufjes
Ons mannen, naar ge meent, behaagt,
Die roemt op wat ge al uitbaks draagt,
Niet op wat ge inbaks hebt, och nufjes!
Koketterij…. vertrouwt ons woord!
Wordt eens oud vuil voor de Oosterpoort.Hier woont er een die al zijn dagen
Den snooden Mammon heeft gewijd.
Ligt, dat hem menigeen benijdt;
Maar wij, we moeten hem beklagen.
Geld-, Gouddorst, Woeker, al dat soort
Hoort thuis bij ons vòòr de Oosterpoort.Religietwist, Verkettring, Hating
Van wie niet bidt, gelijk Gij bidt.
Van wie in andren kerkstoel zit,
Stank, stank is daarvan de achterlating;
Wàt ge ook gelooft, gelooft ons woord:
Die stank moet buiten de Oosterpoort.Och, wat nog drek en vodderijen!
Wat kunnen we, eer het overal
Schoon, rein en geurig wezen zal,
Nog niet een vuil en modder rijen!
Dus Burgers! luistert naar het woord
Der mannen van uit de Oosterpoort:——-
Elk huis in deze stad moet net en zind’lijk wezen;
Geen lucht waaije er, die er niet hoort!
Dat we onzen pligt niet doen, wilt, Burgers! dat niet vreezen,
Onze aschkar rolt bestendig voort;
Doch, ligt nog kwade stof bij genen of bij dezen,
Om ’t even maar van wat voor soort,
Geeft een nieuwjaarsfooi ons, voor ’t rijm door u gelezen,
En gooit ons al dat tuig aan boord.
We wenschen dat alom eens deze stad geprezen
Zij, als heel Neerlands geurigst oord,
Waar de allerfijnste neus op zijn gemak kan wezen,
Behalve…. buiten de Oosterpoort.
Hoe in Hoogkerk een eind aan ’t nieuwjaarslopen kwam
Geplaatst op: 1 januari 2014 Hoort bij: Hoogkerk Een reactie plaatsen“Te Hoogkerk is ook nu weder, even als het vorige jaar vanwege het Dep[artement] tot Nut van ’t Algemeen, eene kollekte gedaan ten behoeve der armen, ter vervanging der gewone nieuwjaarsgiften en tot voorkoming der bedelarij, met dat goed gevolg, dat ook thans niet alleen het hoogst schadelijk rondloopen langs de huizen op nieuwjaarsdag kan worden voorgekomen, maar ook eene meer doelmatige tegemoetkoming ter herinnering nan dien dag kan worden bewerkt.”
Bron: Groninger Courant 24 december 1852.
“Denk niet dat alle koeken van eenerlei maaksel zijn”
Geplaatst op: 1 januari 2014 Hoort bij: Drenthe vrogger Een reactie plaatsen“Brandewijn met boonen” is niet typisch Drentsch, omdat het velerwege in mode is. Maar wat zeker nagenoeg alleen den ouden Drentenaar eigen is, is het gebruik van een ouderwetschen zilveren “kop” (= brandewijnskom, HP) en dito lepel, welke beide traditioneele oudheden hier en daar op Nieuwjaar lustig rondgaan, d.w.z. alle dan aanwezigen nemen telkens, op de beurt af eenen hap met bedoelden lepel uit den “kop”. Reeds vroeg in den morgen wordt daarmee het nieuwe jaar ingewijd.
Maar laat ik eerst al de drukte beschrijven, welke dien gewichtigen morgen en dag voorafgaat. Als ge, lezers, tusschen Kerstmis en Nieuwjaar vele Drentenaren bezoekt, vindt ge er stellig ettelijke meisjes en jonge mannen aan ’t bakken van Nieuwjaarskoeken, en niet slechts eenige dozijnen, maar in vele huisgezinnen hebben een paar jongelui een vollen dag druk werk met dat bakken. Dikke stukken keenhout worden vroeg in den morgen aan ’t vuur gelegd; een stuk spek afgesneden, gedoopt in olie en vastgestoken aan eene vork om zoo te dienen tot het telkens smeren der nieuwjaarsijzers; de eerste mengselpot wordt bereid en men vangt den arbeid aan. Diezelfde mengselpot wordt meermalen aangevuld, nu eens voor kwaliteit van zoo-zoo voor de echte “loopers”, dan weer voor het betere soort met het doel daarop buren en familie te trakteeren.
Want denk niet dat alle koeken van eenerlei maaksel zijn. Anijs en stroop zijn vaste ingrediënten, maar meer of minder stroop, daar zit ‘m de knoop der welsmakendheid en dan … de meelsoort, die van rogge, gerst of tarwe kan zijn, de eerste beide vooral.
Is het spek aan het einde van den dag niet afgeslreken, dan worden de laatste koeken van superieure kwaliteit, nl. dikke spek-nieuwjaars-koeken, die zich goed laten smaken.”
Bron: Drenticus (te B. = Borger?), ‘Zeden en gewoonten in Drente’ 1: Nieuwjaarsgebruiken, Nieuwsblad van het Noorden 7 januari 1900.
Ondanks het decemberdipje bestaat er geen reden voor ontevredenheid
Geplaatst op: 1 januari 2014 Hoort bij: Webdinkies 1 reactieDe ontwikkeling van het aantal pageviews per maand, vanaf het begin van Groninganus in september 2011. Het incorporeren van de Gelkinghe-logjes in februari 2013 zorgde voor een flinke boost. Terugvalletjes zijn er in de vakantieperioden, als er vooral minder scholieren komen kijken:

Een gezond en voorspoedig 2014 !
Geplaatst op: 1 januari 2014 Hoort bij: Stad toen 8 reacties
De kaart komt bij Harm Renkema vandaan, die er nog meer van dezelfde uitgever op zijn warm aanbevolen Flickr-site heeft staan.
Slechts in de achterlijkste uithoeken werd nog gepaft
Geplaatst op: 31 december 2013 Hoort bij: Drenthe vrogger Een reactie plaatsenDe traditie van het Nieuwjaarsschieten was zelfs in Drenthe niet continue:
“Het gevaarlijke schieten met pistool en geweer geraakt uit de mode. Eensdeels omdat het jongvolk vermindert, anderdeels door toeneming van het moderne verkeer, is in de laatste jaren verzachting van zeden te bespeuren en zijn het nog alleen de geïsoleerde dorpen, waar men zooal niet met vrees, dan toch met eenige ongerustheid over den afloop den Nieuwjaarsdag tegemoet ziet.”
Bron: Nieuwsblad van het Noorden 20 september 1908, ‘Uit Oost-Drente’ XXIV., Nieuwjaars viering.
Toch zijn we een poos van dat geknal afgeweest
Geplaatst op: 31 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsenDe traditie van het geknal met Oud & Nieuw is een onderbroken traditie. Ooit deed men het niet met vuurwerk, maar met vuurwapens, tot men verstandiger werd, zoals blijkt uit dit krantencitaat:
‘De goede Groninger hangt aan oude gebruiken, waar dat pas geeft, dat kan ieder zich voorgezegd houden. En alleen de minder goede tradities, het zij gesproken zonder hem een veer op den hoed te steken, laat hij schieten zonder er nog naar om te zien. Het oudejaarsgebruik dat van het oude in het nieuwe de verroeste pistolen wil doen knallen en de teertonnen ontsteekt, is ter ruste gegaan. Voor zoover bekend, is er dit jaar slechts één duim afgeschoten door een gesprongen moordgeweer, zoodat ook dit zaakje weer goed is afgeloopen.’
Bron: Nieuwsblad van het Noorden 4 januari 1903, rubriek ‘Los en Vast’.
Nieuwjaarslopen en de drankduivel in Veendam
Geplaatst op: 31 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis 3 reacties“De eenvoudige mededeeling, dat gisteren en vandaag ongeveer 400 groote en kleine bezoekers met meer of minder succes hunnerzijds, hun „veel zegen in ’t Nieuwe jaar” hebben afgekondigd ten huize van uw briefschrijver, mag als voldoende beschouwd worden om de lezers buiten de Veenkoloniën een denkbeeld te geven van den omvang, dien het „Nieuwjaarsloopen” hier nog steeds heeft. Ik voeg er dan ook enkel aan toe, dat uw briefschrijver in een dicht huis woont en laat den belangstellenden lezer zelf begrooten hoeveel bezoeken de winkels ontvangen.
Aangezien het veelal regel is, dat alleen „bekenden” iets tot nieuwjaar krijgen, hebben de nieuwjaarsloopers met bewonderenswaardige vindingrijkheid opgediept, welke relaties er kunnen worden aangewezen waaruit de „bekendheid” blijkt. „Veul zegen in ’t Neie joar” van den schoorsteenveger die bij ons de schoorsteenen veegt; van de vrouw die ons een enkelen keer kool of andere groenten verkocht heeft in den loop van het verstreken jaar; van den snikjongen, die hier een pakje heeft afgegeven; van „buren” die minstens een kwartier ver weg wonen, enz., enz.
’t Ligt voor de hand. dat er zulke dagen héél wat gegeven en ontvangen wordt, maar of de gaven wel altijd aan ’t rechte adres bezorgd worden, staat minstens te betwijfelen. Hoewel betrekkelijk weinig nieuwjaarsloopers in „kennelijken staat” op den openbaren weg verkeerden, mag nog niet worden aangenomen, dat het „spatje” vergeten is. De personen en de gewoonte in aanmerking nemende, moet veeleer het tegendeel gebleken zijn. Als de kracht van alle zegenwenschen samen kon dienstig gemaakt worden aan het „verlos ons van den drankduivel” dan zou 1895 voor honderdduizenden, ja voor ons geheele volk ten zegen zijn!”
Bron: Nieuwsblad van het Noorden 6 januari 1895 – E., ‘Brieven uit de Veenkoloniën’ VI, 2 januari 1895.
Nieuwjaarsviering in de Biedermeiertijd
Geplaatst op: 31 december 2013 Hoort bij: Geschiedenis 2 reactiesHet vieren van Oud & Nieuw, de schoolmeester van Zevenhuizen had er in 1828 weinig mee op, In zijn rapport voor de provinciale onderwijscommissie schreef hij:
“Vermaken en uitspanningen zyn hier niet weinig, vooral onder de jongelieden, niet alleen Paasch, Pinkster en Nieuwjaar: maar omtrent alle Zondags avonds en dat duurt tot aan den morgen, dit nog niet alleen, maar dan gaat het op een vloeken, schreeuwen, slagen en glazen in stukken slagen, ja het gebeurt menigmaal als ik des morgens naar school ga, dan zitten de kroegen nog vol.”
Zijn ambtgenoot in het even verderop gelegen Tolbert was er nauwelijks beter over te spreken.
“Vermaken en uitspanningen worden hier vele genoten, vooral door de jonge lieden, en wel dan 2den Kerstdag, Nieuwjaar, St Pieter, Paasch, Pinkster en veeltyds ook des zondags avonds, als wanneer jongens en meisjes zich in de herbergen begeven, en daar een groot gedeelte van den nacht doorbrengen.”
Nee, dan Haren. Daar was het er heel wat beter mee gesteld:
“Na nieuwjaar komen veelal des avonds de naburen by rondgaande beurten elkanderen bezoeken en houden dan de zoogenaamde Nieuwjaars visites, wanneer men den tyd door gepaste gesprekken en betamelyke vrolykheid zoekt te veraangenamen.”
Havelte in de jaren zestig
Geplaatst op: 31 december 2013 Hoort bij: autobio, Drenthe vrogger Een reactie plaatsenIk kon het natuurlijk weer niet laten om op de verzamelbeurs in de sporthal hier vlakbij weer wat prentbriefkaarten van mijn geboortedorp Havelte te kopen.
Allereerst een foto van het keuterijtje aan de Dorpsstraat dat in 1958 nog op de nominatie stond voor sloop, maar dat in 1959 gekocht en gered werd door juffrouw Mesdag, die er zelf in ging wonen. Deze dochter (1909) van een doopsgezonde graanhandelaar kwam uit Groningen, had na haar studie romaanse talen aldaar een poos in Italië gewoond, dreef jarenlang een huiswerkinstituut in Groningen, gaf ook wel eens een cursus Italiaans, was vanaf 1953 lerares Frans aan het gymnasium in Assen en mijn moeder keek zeer tegen haar op:

– Onze gebruikelijke hang out in de zomer, zwembad de Kerkvlekken. Van die hoge duikplank en ik maar één keer afgesprongen, toen durfde ik niet meer wegens hoogtevrees:

Het zwembad was van 1956 en oorspronkelijk een natuurbad, waar ik ook wel eens een salamander in heb zien rondzwemmen. De bassins en de randen waren geverfd in een heldere kleur blauw, wat een frisse indruk gaf. Fris was het ook bij mijn eerste zwemles, begin jaren zestig: 14 graden stond er op het bord. Midden jaren zestig werd het zwembad omgebouwd tot een circulatiebad met een filterinstallatie die er chloorwater inbracht.
Het Piet Soerplein, zoals het oude schoolplein vanaf 1967 genoemd werd:

De rechter kei lag oorspronkelijk bij de Oude Vaart (Beilerstroom), waarschijnlijk als grensmarkering tussen de marken (dorpsgebieden) van Havelte en Uffelte. In 1962 werd hij naar het oude schoolplein overgebracht. Die andere kei kwam er volgen mij later bij. De keien vormden een soort verzamelpunt voor als er bijvoorbeeld naar een voetbalwedstrijd in de buurt werd gefietst. Later schoolde er ook wel dorpsjeugd samen. Het winkelhuis rechts was van oud-smid en rijwielhandelaar Faber. Hij verkocht fietsen, potten en pannen en blikwerk. In een van die grote etalageruiten schoot mijn anderhalf jaar jongere broer eens een miniscuul sterretje met zijn katapult. Hij kreeg een ziedende Faber achter zich aan die bij ons in de bijkeuken schreeuwde dat al zijn ramen aan diggelen lagen.
Tot besluit een met rietmatten van een voormalige koestal afgeschoten zitje. Dit bevond zich bij het atelier van pottenbakker Dirk Staf aan de Brink. Blijkbaar had Staf ook een galerie die hij voor andere kunstenaars openstelde, want veel keramiek zie ik niet, terwijl de abstract-expressionistische, Cobra-achtige schilderijen juist zeer opvallen:

Mijn vader op het tuinpad (2)
Geplaatst op: 30 december 2013 Hoort bij: autobio Een reactie plaatsen
Koop ik warempel dezelfde prentbriefkaart nog een keer. Maar geluk bij een ongeluk: dit exemplaar is op 23 aprl 1958 afgestempeld. De foto blijkt dus niet op zijn vroegst van 1967 te zijn, zoals ik meende, maar is zeker tien jaar ouder. Zo lang kon een kaart blijkbaar lopen, zoals dat heet – courant zijn.
Nu pas valt me ook op, hoe smal de kennelijk pas aangelegde straat op de foto is. In 1967 werd deze verbreed tot vijf meter. Ook blijkt het slootje aan onze kant er nog te zijn. Dat was een soort open riool – er dreef een blauwachtig water in, dat ’s zomers met warm weer putachtig meurde. We hadden er een bruggetje overheen.
Met welke Oud & Nieuw mijn moeder de dikke eikeboom voor ons huis om liet zagen, ben ik intussen te weten gekomen uit een gedigitaliseerde krant. Deze euveldaad vond plaats in de vroege ochtend van 1 januari 1966. Naderhand kwam het Bevoegd Gezag nog bij ons naar het geval informeren, maar de kaken bleven natuurlijk stijf op elkaar. Het feit zal nu wel verjaard zijn, en ach, een boer die dat jaar stiekem 25 oude eiken velde, kreeg daar van de Kantonrechter maar 25 gulden boete voor en een voorwaardelijke gevangenisstraf (terwijl hij nog wel bestuurslid van Mooi Havelte was geweest). Die ene gulden als evenredige straf wil ik dan nog wel voor mijn moeder betalen, mocht justitie toch nog tot vervolging overgaan. De voorwaardelijke celstraf moet ze zelf maar uitzitten.
Even terug naar de kiek: links zie je niet zo’n bermsloot, maar wel het begin van een zijweg: de Molenweideweg (nu Hofweg). Het ontbreken van een bermsloot betekent volgens mij, dat aan deze kant van de straat nog geen woonhuizen stonden. Hier kwamen vrij stereotype woningwetwoningen – twee onder één kappers – net als in beide zijstraten. Het bouwplan voor deze woningwetwoningen dateert van juli 1956. Mijn grootouders van vaderszijde hebben in een ervan aan de Molenweideweg gewoond.
Medio jaren vijftig hadden de vrijstaande huizen aan onze zijde van de straat van voren dus nog een vrij uitzicht over weiland. Niet dat ik mij hier iets van herinner. Wel weet ik nog dat we àchter een vrij uitzicht hadden. De moestuin die er toen nog achter ons huis lag en waarin onder meer frambozenstruiken en aardbeienplanten stonden, was met prikkeldraad afgeschermd van het daar weer achter gelegen weiland. Bij dat prikkeldraad stonden wel eens koeien of kalveren die je dan kon aaien.
Hemelsbreed op een afstand van pakweg 130, 140 meter kon je de kruidenierswinkel van Vissia aan het uiteind van de Dorpsstraat zien staan. Meen dat daar ook nog een boerderij schuin tegenover stond. Bij donker zag je vanuit onze keuken de gele lichtbak van Vissia in de verte. Deze maakte reclame voor D.E. (Douwe Egberts). Begin jaren zestig raakten we dit riante uitzicht kwijt door de bouw van de Van Riemsdijkstraat en Olthuusweg.
Wel bleven in het holst van de zaterdagnacht de brommers hoorbaar, van mannen die in Havelte of Meppel het café hadden bezocht en langs de Van Helomaweg huiswaarts keerden. Het sonore geluid van hun Zündapps en Kreidlers stierf langzaam weg, leefde soms vlaagsgewijs weer op, waarna het stil bleef tot de eventuele volgende brommer voorbijkwam.
Niet willens en wetens belazerd?
Geplaatst op: 30 december 2013 Hoort bij: De actuele wereld Een reactie plaatsenNet op het Journaal – het nationale eerherstel voor de “Don Quichotte en charlatan” Meent van der Sluis, die dertig jaar geleden toch wel gelijk bleek te hebben gehad met het door hem geponeerde verband tussen aardgaswinning en aardbevingen, een verband dat de NAM en de politiek minzaam lachend wegwuifden.

Recente reacties