Ommetje Roden
Geplaatst op: 22 maart 2012 Hoort bij: Drenthe 11 reactiesBrug in de Bruilweering over het oude Eelderdiepje:

Door spechten te grazen genomen berk, vlakbij die brug:

Verzameling rood geverfde nestkasten in tuin te Roderwolde:

Om het ooievaarsnest in Roderwolde dongen drie eiberparen, dit is een van die stelletjes:

‘Bloeiende ‘pispotties’ (zoals ze vroeger in Havelte werden genoemd) aan de rand van het Roderwolder Kleibos:

Nog meer in bloei:

Op de Weehorst, Roden:

Zwarteweg, Roden:

Een nikstaart over Peizermade
Geplaatst op: 19 maart 2012 Hoort bij: Drenthe vrogger, Onlanden 5 reactiesZoekend met de term ‘nikstaart’ in de krantenbank van de KB vind ik slechts zeven resultaten, waaronder een paar die slaan op het stukje land bij Glimmen. De mooiste melding echter, betreft een bericht dat zowel het Algemeen Handelsblad van 7 augustus, als De Tijd van 8 augustus 1891 haalde. Beide kranten namen het over uit de Nieuwe Groninger Courant, die het op zijn beurt weer ontving van een correspondent in Peize:
“Tal van personen hebben hier Vrijdag jl. ongeveer halfzeven des avonds een eigenaardig luchtverschijnsel waargenomen. Van het noorden bewoog zich in oostelijke richting eene groote windhoos, die langzaam voortschoof en daarbij zich kronkelde als eene slang. De personen, die een half uurtje ten N.O. van ons dorp vóór op de Peizermade in het hooiland bezig waren, hebben van meer nabij met het angstwekkend natuurverschijnsel kennis gemaakt. De hoos maakte een geluid, alsof men uit een stoommachine den stoom liet ontsnappen, zweepte het water uit de Gouw en de „baggerpetten” in het Broek met kracht in de hoogte, joeg het hooi uit het „zwat” al dwarlend opwaarts tot in de boomen, nam eene wring (landhek) op en wierp die op korten afstand weer neder, rukte een „tuin- of vredigingpaal” (een paal uit do omheiniog van het land) ter dikte van een arm uit den grond en smeet dien op ongeveer 50 M. afstand neer, en scheurde zelfs onder een geweldig gekraak een der stevig bevestigde „zwaarden” (schuine latten of planken) van eene nieuwe wring af. Paarden en koeien stoven verschrikt door het land, en verscheidene menschen vluchtten in de naastbijzijnde boerenwoning.
Een maaier, die in eenen hooiopper lag te rusten, zag ook het vreemde verschijnsel, hier algemeen „nikstaart” genoemd, naderen en besloot eerst te blijven liggen. Weldra veranderde hij echter van besluit. In allerijl staat hij op, neemt jas en vest, die naast hem liggen, op, en gaat de hoos uit den weg, zijne zeis en zijn etensaker met een lepel er in latende liggen. Onmiddellijk daarna wordt de zeis opgenomen, doch spoedig weer losgelaten; de aker echter verdwijnt voor zijne oogen. Het deksel en de lepel zijn teruggevonden, de aker is nog zoek. lemand, die op 10 min. afstands zich bevond, had die hoog in de lucht zien blinken.
Er zijn hier in de laatste dagen meer hoozen waargenomen; geene echter heeft zich zoo duchtig doen gevoelen als die van Vrijdagavond. Ook had geene zulke reusachtige afmetingen.”
Het Drentse woord nikstaart was dus tot op de grens van Groningen bekend.
Petretten van dag
Geplaatst op: 17 maart 2012 Hoort bij: Stad nu 9 reactiesVerkeersbegeleiders of slagboombedieners:

Filmer:

Zangeres:

Toehoorster:

Programmalezeres:

Toehoorder:

Theatermakers:

Dichter:

Zie ook die van vorig jaar.
Het patent van watermulder Wierts
Geplaatst op: 16 maart 2012 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 1 reactie
Nog zo’n archivalische zeldzaamheid: een patent voor het mogen uitoefenen van een beroep, in dit geval anno 1809 verstrekt door de rechter van het Westerkwartier, die hierbij optrad als plaatsvervanger van een (afwezig) gemeentebestuur.
Ik dacht altijd dat die patenten puur geld uit de zakklopperij waren van een overheid die permanent verlegen zat om geld voor haar vele oorlogen, maar uit de zinsneden a) dat er geen redenen waren om het patent niet te verlenen en b) dat de vergunninghouder zich aan de wet moest houden, kan je afleiden dat de verlening niet helemaal een routineuze formaliteit was. Afgaande op zulke passages kon een overheid immers ook een patent weigeren en iemand zo een beroepsverbod opleggen, een tamelijk geschikt middel om het gros van de mensen hun mond te laten houden.
Het afgebeelde patent werd uitgegeven aan Abel Wierts, ook wel geschreven als Wyrts, Wijrts en Wiertsema. Volgens het stuk was hij “houder van een watermolen” in Hoogkerk. Het ging om de Zuiderwatermolen en hoewel je zou kunnen denken dat Abel deze molen in eigendom had, was hij toch echt in loondienst. Dat blijkt ook wel uit het feit dat dit patent zich in het polderarchief bevindt: de door de ingelanden aangestelde volmachten betaalden kennelijk de 14 stuivers die het patent kostte voor hun molenaar.
Abel kwam in het najaar van 1807 bij hun in dienst voor een “maalloon” van een rijksdaalder per week, wat neerkwam op 140 gulden per jaar, Daar kon iemand van leven, al was het geen vetpot. Maar Abel woonde gratis in het huis bij de molen, en verdiende wat extra bij als er een molenmaker en diens werkvolk onderhoud pleegden aan de molen, want die logeerden dan meestal bij hem tegen een kostgeld dat de volmachten eveneens betaalden. Ik kan me voorstellen dat Abel ook wel eens anderen logies verschafte. Bovendien zal hij een moestuin op het erf hebben gehad, en mocht hij wellicht een visfuik in de molentochtsloot zetten, zodat hij al met al wat beter af was dan de armste arbeider.
—
Bronnen: Archiefbewaarplaats waterschap Noorderzijlvest, archief waterschap De Verbetering, inv. nrs. 40 (kwitanties Zuidermolenpolder), 37 (kasboek Zuidermolenpolder) en 1 (‘Prothocol der participanten van de watermolen tusschen de Onlanze dijk en het trekpad buiten der A poort’).
Wie het kleine niet acht, mist verhalen
Geplaatst op: 15 maart 2012 Hoort bij: Hoogkerk 2 reacties
Rekening van de zeilmaker J. Brands voor de volmachten van de watermolen “Bij heideweers”, ca. 1809.
Met dat Heideweers wordt bedoeld: Eiteweert, waar de Zuiderwatermolen van Hoogkerk tamelijk dichtbij stond. Stel nu dat we die echte naam Eiteweerd nooit overgeleverd hadden gekregen en alleen zouden weten van de verbastering Heideweers. Dan zag ook de verklaring van het toponiem er heel anders uit. Dan zou er gewezen worden op de heide, die hier in de buurt inderdaad aanwezig was, en ‘weer’ als strook land of als rijshouten visschutting. Op de herberg met overzet hier zou niemand komen.
Brands verstelde vier molenzeilen met negen el oud doek en drie el iets duurdere lapdoek. Ongetwijfeld was het effect dat de zeilen er ook opgelapt uitzagen. In onze tijd zie je zulke molenzeilen niet meer.
De eerste vier bedragen – voor doek, garen, lijn en naalden – waren in stuivers, het laatste, voor arbeidsloon, in guldens. Tel je nu die 47 stuivers van de eerste posten en de 6 gulden van de laatste op, dan kom je op 8 gulden en 7 stuivers in plaats van de 13 gulden en 11 stuivers als eindbedrag op de rekening. Kon de zeilmaker niet rekenen? Nee, dat was het niet zoals uit het controlesommetje door de boekhouder van de watermolen, linksonder op de nota, blijkt. Van de ellewaren schreef de zeilmaker de prijs per el op, niet de totaalbedragen. Wat zeker geen usance was in deze tijd. Brands had beslist niet lang doorgeleerd, maar dat blijkt ook wel uit zijn ‘langzame’ handschrift. Je ziet bijna hoe hij zijn best doet, ’s avonds bij wat spaarzaam kaarslicht, met het puntje van zijn tong buiten de mond.
En zo kan je dan allerlei bijzonderheden ontdekken aan een tamelijk onbeduidend stukje papier. Tegenwoordig wordt dit soort rekeningetjes bijna altijd weggegooid bij het verwerken van archieven. Dat is voorschrift. Begin jaren zeventig is dat zelfs eens bijna gebeurd met de bijlagen bij de Groninger stadsrekeningen uit de 17e en 18e eeuw. Dat zulke notaatjes bewaard zijn in het archief van waterschap ‘De Verbetering’, zoals dat berust bij het Noorderzijlvest, mag daarom een klein wonder heten en is een compliment aan de waterschapsarchivarissen waard.
De watermolens van Hoogkerk (1812)
Geplaatst op: 14 maart 2012 Hoort bij: Hoogkerk 8 reactiesHoogkerk telde in 1812 maar liefst 19 watermolens. De twee grootste waren collectieve die aanzienlijke gebieden ten noorden en ten zuiden van het Hoendiep drooghielden, elk ruim 2000 grazen groot (een gras is iets meer dan 0,4 hectare). Dan had je nog een kleinere collectieve van de Zwitsers-doopsgezinde familie Leutscher (200 grazen) en verder waren het allemaal particuliere molentjes die poldertjes van 10 tot 123 grazen bemaalden, waarschijnlijk steeds het land van een enkele boerderij. Omdat de originele lijst niet naar adres, maar in willekeurige volgorde lijkt te zijn opgemaakt, heb ik die hieronder maar even gesorteerd op de grastallen, dus de grootte van de bediende arealen:
10 – Gertrude (= Geertruid) Franke
24 – Albert Hindriks Klein
25 – erven Thys Martens
29 – Albert Gerrits Oosterling
30 – Thies Thiesen Veenhuizen
42 – wed. Jacob Jans Jager
44 – wed Barteld Harms Staal
50 – Jan Gerrits Anken
50 – Luitje Willems Dijkhuis
68 – wed. Jacob Duurts Diepinga
70 – Klaas Cornelis Geertsema
72 – Jan Matthies Veenhuizen
80 – Gerrit Klaasen Huisinga
89 – Hermannus Pieters
100 – Pieter Cristiaans Gerber
123 – Albert Hindriks Hoiting
200 – Jannes Izaacs Leutscher in comp.
2286 – Eigenaars ten zuiden van het Hoendiep (Zuiderwatermolen)
2471 – Eigenaars ten noorden van het Hoendiep (Noorderwatermolen of Oude Held)
Van beide grootste watermolens zijn de lokaties nog zichtbaar. Die van het Hoendiep noordzijde, doorgaans de Noorderwatermolen genaamd en later De Oude Held, stond aan de oostkant van het Aduarderdiep, daar waar je halverwege Vierverlaten en Nieuwbrug op de westoever van het Aduarderdiep, dus ertegenover, een bosje met een inrit en een parkeerplaats hebt. Vanaf de molenlokatie loopt de molentocht nog steeds naar het oosten. De molentocht van de Zuiderwatermolen, de zogenaamde Avondsloot, bestaat nog ten zuiden van de Gabriëlflat en verder naar het oosten bij het Hegepad. De lokatie van deze molen zelf is tegenwoordig aan de andere kant van de A7, temidden van de vloeivelden van de suikerfabriek nabij Eiteweert.
—
Bron: RHC Groninger Archieven, archief van de voormalige gemeente Hoogkerk (toegang 1493) inv. nr. 1527: Staat windmolens 1812 (in het Frans). Deze staat negeert de korenmolen(s), en noemt verder alleen een houtzaagmolen.
NB: Een jongere watermolen is De jonge Held.
Rondje Ezinge
Geplaatst op: 11 maart 2012 Hoort bij: Ommelanden 3 reactiesAduarderdiep bij Nieuwbrug:

Een Belgische Chevrolet voor Café Nieuwklap:

Een erfopruiming tussen Den Ham en Saaksum:

Feerwerd, waar de molen weer in vol ornaat is:

Ravage aan de Eekhoornstraat
Geplaatst op: 10 maart 2012 Hoort bij: Drenthe 9 reactiesDe afgelopen dagen was de Eekhoornstraat achter Eelde gesloten voor verkeer. Wegens de baanverlenging van het vliegveld worden alle bomen in de omgeving gekapt. Dat moest nog even snel voor het broedseizoen gebeuren, anders kregen ze weer juridische procedures en uitstel. Eekhoorns zal je hier dus ook niet meer zien. Maar kijkers waren er volop, het was er nog nooit zo druk als vandaag.
En dat voor een kale boel:

Ze waren nog steeds bezig met het versnipperen van hout:

Je hoort mij niet zeggen dat het landschap hier fantastisch fraai was, maar een aardig laantje had je hier toch wel:


Aan de zijwegen vind ik het erger. Daar viel meer aan te beleven:

Wat er van de Bunnerzandweg over is:

Restant boomhut:

Alles moet weg, er verdwijnen ook nog vijf huizen die meest al leeg staan. Opgeruimde afrastering:

Ivanhoe-stadium
Geplaatst op: 9 maart 2012 Hoort bij: autobio 7 reactiesMijn weg tot de historie kende een Ivanhoe-stadium:
Van Rode Weg tot Kikkerstreek
Geplaatst op: 7 maart 2012 Hoort bij: Hoogkerk, Veldnamen Een reactie plaatsen“Voor een goede 60 jaar bestond de grintweg bijlangs het Hoendiep reeds. Deze weg is gelegd omstreeks 1847. Vóór dien tijd was de weg bepuind, vandaar de benaming „roode weg”. Op de scholen leerde men b.v. Het Westerkwartier heeft 10 gemeenten, daarvan liggen 4 ten zuiden en 6 ten noorden van den „rooden weg”.
Door het dorp Hoogkerk lag een straat van veldkeien. Toch reikte die straat niet geheel tot aan het kanaal, terzijde was nog zooveel ruimte, dat men op een eenigszins verhard gedeelte met paarden en wagen kon rijden, wal menigeen dan ook liever deed dan op de dikke steenen te hotsen. Evenwel — het was niet zonder gevaar; omdat men zoo dicht op den kant van het Hoendiep kwam.
Wij behoeven niet te zeggen, want het spreekt haast vanzelf, dat de Leegeweg, anders gezegd „de Kikkerstreek”, de weg over de klapbrug of de Zuiderweg, die verderop op de Drentsche Laan uitkwam, alsmede de weg bijlangs het Aduarderdiep bij herfst en winter gewoonweg grondelooze modderpoelen waren; zoodat dè toenmalige Herv. predikant van Hoogkerk, die te Leegkerk woonde, als hij des Zondags in eerstgenoemde plaats moest prediken, of er in den winter catechisatie moest houden, genoodzaakt was groote kaplaarzen aan te trekken en tochten had op de wijze als Van Koetsveld ons in „ de Pastorie van Mastland ‘ beschrijft.”
Bron: Vredewoldius, Uit Vredewold en omgeving LII, Een halve eeuw geleden IV, in: Nieuwsblad van het Noorden 6 juli 1915
NB: Een Kikkerstreek bestond ook op De Poffert. Deze werd gevormd door de laaggelegen huisjes, vanuit Groningen voorbij de brug richting Enumatil. In Zuidhorn had je bovendien een Kikkersteeg. Het gemeenschappelijke kenmerk van al deze woonplaatsen zal een relatief lage ligging ten opzichte van de omgeving zijn geweest. En waarschijnlijk ook een wat minder hoge status van de bewoners.
UNCTAD III en de mondiale bewustwording
Geplaatst op: 6 maart 2012 Hoort bij: autobio 1 reactie
Deze sticker kwam onverwacht tevoorschijn uit een plaatjesboek over Azië en Oceanië. UNCTAD III nu veertig jaar geleden, was een conferentie over de ongelijkheid in de wereld, de onrechtvaardigheid in de wereldhandel, het met tariefmuren buitenspel zetten van ontwikkelingslanden.
De sticker is me verkocht door een klasgenote die actief was voor de Wereldwinkel in Meppel. Jongeren van nu zal het vreemd voorkomen, maar het vrij abstracte en ingewikkelde UNCTAD III was hèt gespreksonderwerp in die tijd. Daar hield je je mee bezig, of werd je geacht je mee bezig te houden, als jongere in 1972: Daar discussieerde je over onderweg naar en vanaf school en ook in de klas, zelfs met sommige leraren.
Voor menigeen was Salvador Allende, de gastheer en porder van de conferentie, een held, Maar er waren er zeker ook, die daar anders over dachten. In elk geval kreeg de president van Chili zijn zin niet. Wat UNCTAD III opbracht, was voornamelijk een gevoel van teleurstelling. Ook bij ons.
Haring, vanouds als vaderlandse kost bekend
Geplaatst op: 2 maart 2012 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactie







Geit in bedstee
Geplaatst op: 2 maart 2012 Hoort bij: Stad toen 4 reacties
“Onze afbeelding, een reproductie van een keurige penteekening van den heer P. Sennema, teekenleeraar hier ter stede, is het oude moeskershuis, dat tot voor eenige laren in de Moesstraat stond, direct bij den overweg. Dit oud, aardig Moesstraathoekje moest bij den aanleg van de Fruitstraat worden afgebroken, ’t Was een mooi type van een boerenwoning, zooals er maar weinige meer zijn. De blauwgrijs gepleisterde muren van het voorhuis, de schuine daklijnen, de helderroode pannen gaven het boerenhuisje een bijzonder warme bekoring.
Lange jaren, van ongeveer 1850 tot ruim 1880, woonde hier de familie Severien, aan wie ook de groote achterliggende tuin behoorde. Vóór 1880 reeds werd de schuur als woning ingericht. Bij het leggen van den spoorweg Delfzijl— Groningen moest de kruin van den Hondsrus voor een deel woeden weggegraven, zoodat het scheen, of het huis op een hoogte was gebouwd. Daarom werd het dan ook „’t huis op de hoogte” of alleen „de hoogte” genoemd.
In de achterkamer van dit huis woonde een dertigtal jaren geleden een oude turfventer: „Pait Zand”. Hij was weliswaar arm, maar was toch in ’t gelukkig bezit van een geit. die gestald was in een der hokken hij ’t huis. De jongens van de Moesstraat — jongelui kunnen in hun overmoed soms zoo wreed zijn — plaagden steeds maar weer het arme dier van Zand. „Pait en vrouw” besloten daarom de geit in de woonkamer, in een leege bedstede te stallen…”
Bron: T. (Jacob Tilbusscher), ‘De Moesstraat te Groningen‘ in het bijblad Ter Verpoozing van ‘t Nieuwsblad van het Noorden d.d. 15 december 1928.









Recente reacties