Museumweekend zet op digitaal dwaalspoor

Mooie campagne met een foutje: het internet-adres staat verkeerd op de posters. Dat nationaal zit namelijk niet in de echte url.  Terwijl Henk & Ingrid nog wel zo dachten ook eens aan hun trekken te komen, moeten ze nu alwéér verstek laten gaan.


Ommetje Lettelberterdijk

Koetje op een kaal erf, Leegkerk:

Hek, Lettelberterdijk dichtbij de A7:

Bij het viaduct over de A7 tussen Lettelbert en Oostwold:

Ingepakt stel bomen bij het Aduarderdiep onder Hoogkerk:


Ommetje Engelbert

Schattig sleepbootje in de Finse Haven:

De pas gerestaureerde, barokke kansel van Heveskes, in 1781 gemaakt door de Groninger kistemaker Abraham Bekenkamp, heeft een plekje gevonden in de kerk van Engelbert:

En alweer sneuvelde een monumentale boom, dit keer bij Ruischerbrug:

Voortuintje met blauwe flessen in de Oosterbadstraat:


Vogels van de Onlanden

Scholeksters:

Wulp (beetje ver weg):

Fazant (niet schuw):

Graspieper:


Potemkin in Groningen

In een collectie documentatie van bedrijven en instellingen bij de Groninger Archieven, mapje Cinema Palace (een stad-Groninger bioscoop), bevindt zich dit originele programmaboekje dat verkocht werd voor de vertoningen van Pantserkruiser Potemkin. Zulke programma’s bevatten nooit vertoningsdata, waarschijnlijk omdat ze nog even mee moesten kunnen, maar dat chronologisch-onbestemde is de historicus een doorn in het oog, vandaar dat hij op zoek gaat naar een datum.

 De klassieker van Eisenstein bleek in Cinema gedraaid te hebben vanaf vrijdag 29 oktober 1926 – zie het bericht rechtsonder en deze filmladder die een dag eerder in de krant stond. Omdat hij om zijn communistische tendens in veel landen en steden verboden was, draaide hij in Groningen eerst op proef voor de stedelijke autoriteiten en de pers. Burgemeester Bosch van Rosenthal, een conservatief protestant, keurde de vertoning goed, zij het met dezelfde coupures als in Amsterdam toegepast waren. Desalniettemin werd Potemkin hier een “groot succes”, zo bericht het Nieuwsblad een week later en daarom prolongeerde Cinema de vertoning. Vooral ook de “schitterend verzorgde” begeleidende live-muziek maakte de film aantrekkelijk. Een paar maanden later draaide hij nog in het Luxor Theater te Uithuizen.

Zoals ik al verwachtte, bleek de opvallende, expressionistische voorkant van het programmaboekje identiek aan het filmaffiche. Het was een ontwerp van Dolly Rudeman (1902-1980), dat ze in augustus 1926 maakte, dus een paar maanden voordat de film in Groningen ging draaien. “Het affiche wijkt zeer af van de gewone filmposters”, zo schreef een landelijke krant: “Uit alles zien wij, dat hier een artist aan het woord is, bijna gelijkwaardig aan hen, die de film zelve in elkaar zetten. ”

Wie de film nu nog wil zien, kan op YouTube terecht. Hier is deel I, de andere delen vindt men in de zijkolom.


Politiek-mediaal complex

Afgelopen zaterdag oefende Bert Visscher in het Dagblad van het Noorden scherpe kritiek uit op rtv Noord, Hij vond de prestaties van de regionale omroep “erg mager”, vergeleken bij al het gemeenschapsgeld dat er heengaat. Bovendien bekritiseerde hij de versmalling van de doelgroep tot de grote gemene deler op het platteland, terwijl Noord er voor iedereen, ook cultureel hongerige stedelingen, zou moeten zijn.

Op beide punten heb ik niets aan Visscher toe te voegen en ben ik het glad met hem eens, zelfs na lezing van de repliek door Gijs Lensing, de directeur van rtv Noord, die voornamelijk de positieve kijk- en luistercijfers in stelling bracht en de versmalling van de doelgroep goedpraatte, omdat je niet iedereen terwille kunt zijn.

Bij een enkele passage van Visscher, waar Lensink niet op reageerde, wil ik echter nog even stilstaan, omdat ze voor mij onthutsend herkenbaar was. Het betreft deze:

“We hebben het er vaak over gehad, onderling, met kennissen, met professionals die te maken hebben of hebben gehad met RTV Noord en mensen die ook ervaring hebben met andere omroepen. Vaak kwamen we er op uit dat dit een keer moest worden gezegd. Iedereen had zo zijn reden om dat niet te doen.”

Met andere woorden: de waarheid mocht niet worden gezegd. Niemand durfde zijn mond open te trekken over rtv Noord, omdat iedereen bang was voor de gevolgen.

Zelf heb ik helaas ook enige ervaring met de quasi-onaantastbare positie van rtv Noord, want toen ik een jaar of negen geleden eens een serie jaarverslagen van de omroep wilde inzien bij de provincie, zei de dienstdoende archivaris/bibliothecaris/documentalist dat ik hiervoor eerst toestemming bij rtv Noord moest vragen. De omroep werd met al zijn subsidie dus ambteljk uit de wind gehouden.

Een klacht, later bij alle statenleden gedeponeerd, over een journalist die zijn positie bij Noord misbruikte om stiekeme propaganda te bedrijven voor een eigen politieke desideratum, leverde ook niet of nauwelijks respons op. Zo beducht waren onze ruimhartig subsidiërende volksvertegenwoordigers ervoor om iets, wat dan ook, hierover te zeggen.

Er bestaat dus, wil ik maar zeggen, ook nog eens een zeer ongezond politiek-mediaal complex in onze provincie.

En daar mag best eens de bezem door.


NSB-insignes in hal Groninger Archieven

Vier woensdagochtenden achter elkaar komen er groepen scholieren naar de Groninger Archieven, waar ze lokale ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog spreken en voorwerpen en stukken uit de oorlog kunnen zien. Die stoffelijke herinneringen liggen in vitrines in de hal, op andere dagdelen ook te bekijken door de overige bezoekers. 

Zo heb je er wat insignes van de NSB:

Het embleem van de Jeugdstorm, waarop dat van de PVV zo sterk lijkt (hoewel die club een hekel aan meeuwen zegt te hebben):

Speldjes van de Winterhulp:

En een helm die duidelijk maakt hoe het kon aflopen met iemand die zwoer bij dergelijke symbolen:


Dotterbloem

In een veenweidesloot hier vlakbij, op de rand van het water, staan momenteel prachtige pollen dotterbloemen te bloeien:


Delfzijl-Winschoten met de wind in de rug

Ik dacht dat het vanmiddag was, de presentatie van het boek van Albert Haan over de kerken van Woldendorp. Stond om even voor half drie voor de kerkdeur en geen teken van leven. Maar even bij de sleutelbewaarder langsgegaan, om te vragen of het misschien op een andere plaats was. Bleek dat ik me een maand vergist had. De presentatie is pas eind april.

Kwam er, voortgestuwd door de strakke noordwester wind in de rug, op de fiets vanaf station Delfzijl en heb me vanaf Woldendorp maar door de Reiderwolderpolder naar Finsterwolde laten blazen en vervolgens langs de Klinkerweg en de Blauwe Stad naar Winschoten. Het zonnetje kwam er net mooi door, maar de pet is me wel drie keer van de kop gewaaid.

Moet je ook maar niet zoveel opzij kijken. Onderweg gezien:

– Een remake van een oud waarschuwingsbord, havengebied Delfzijl:

Vraag me nu af of er wel een modern equivalent van is.

– Het door industrie omsingelde kerkje van Heveskes:

– Ganzen op een winterfourageringsstrook in de Reiderwolderpolder

– Sticker met het logo van een curieuze motorclub in Finsterwolde:

Vraag me af hoe de ontwerper van de Groninger vlag, die eveneens afkomstig was uit Finsterwolde, tegen die Duitse legerkruisvorm aangekeken zou hebben. Hij hield niet zo van Duitse soldaten, meen ik. Overigens heeft de motorclub een gedicht van Fieke Gosselaar op zijn site staan.


Fratersloot, Fraterland; Simonssloot, Simonsvenne

Toen in 1800 de Zuiderwatermolen van Hoogkerk gebouwd en de bijbehorende polder ingericht werd, liet het polderbestuur, “ter bekoming van een waterloop naar de molen” een dam weggraven tussen de landerijen van de weduwe Jacob Bolt. Haar percelen lagen ten zuiden van het Hoendiep, bij “de zogenaamde Fratersloot”. In plaats van de dam liet de weduwe Bolt een “batterij of brugje” leggen, maar blijkbaar stak het haar dat ze op kosten gejaagd was, want tien jaar later, in 1810 dus, kreeg ze alsnog 50 gulden schadevergoeding van het polderbestuur. Het bestuur en de weduwe Bolt spraken daarbij af dat de weduwe het bruggetje voortaan helemaal zelf “in een goeden bruikbaren staat” zou onderhouden, zonder ooit nog eens aanspraak te maken op een vergoeding door het polderbestuur.

Wat in het stuk over de eenmalige schadevergoeding intrigeert, is de naam Fratersloot. Waar lag deze waterloop, waar moeten we de dam en de het bruggetje van de weduwe Bolt situeren en waar komt dat Frater uit de naam vandaan?

De eerste stap tot het antwoord op deze vragen is de verhuur bij opbod, namens de weduwe Bolt, van in totaal 130 grazen land, welke verpachting plaatsvond op 21 april 1812 in een herberg te Hoogkerk. Een deel van de te verhuren percelen wei- en hooiland lag volgens de krantenadvertenties “ten zuiden van het Hoendiep, onder Hoogkerk, en om en by de Drentsche Laan”.(= Peizerweg). Omdat notaris Abresch uit Zuidhorn de verpachting registreerde, kunnen we bij diens acte te rade gaan voor een nadere plaatsbepaling. Van de eerste zeven percelen die onder de hamer kwamen, heet het dat ze deel uitmaakten “van het (zogenaamd) Fraterland”. Deze percelen lagen volgens de opgegeven perceelgrenzen in een lange strook tussen het Hoendiep en de Drentse Laan en de nummers 1, 2, 3, 4 en 7, die in het verlengde van elkaar lagen, hadden allemaal als westzwet de Fratersloot.

Gewapend met deze kennis kunnen we het digitale kadaster (oftewel Hisgis) in om te bepalen waar dit land in 1832 ligt. Via de kaartlaag eigenaren in Hisgis blijkt dat een koud kunstje. De erven Bolt hebben dan namelijk nog steeds de percelen Fraterland tussen het het Hoendiep en de Drentse Laan. Op het onderstaande kaartje heb ik, naast enkele omringende toponiemen ter oriëntatie, de zeven perceelnummers van de veiling uit 1812 aangebracht. De Fratersloot  voorzag ik van een heldere kleur blauw.

Inderdaad doorsneed de molentocht van de Zuidermolen de Fraterlanden van de familie Bolt, zoals op het volgende kaartje blijkt. De dam en het latere bruggetje zullen zich bevonden hebben op de plek waar de Molentocht licht versprong tussen enerzijds perceel 3 en anderzijds de percelen 4 en 5 (zie de pijl), midden in het land van de weduwe Bolt dus:

Kijken we nog weer eens naar de Fratersloot en omgeving op het eerste kaartje, dan blijkt deze watergang met de sloot langs de Wolvedijk de enige die in een rechte lijn van de Peizerweg naar het Hoendoep loopt. Bovendien valt op dat je aan de westkant van de Fratersloot een oostwest-georiënteerde Blockflur-verkaveling hebt, terwijl je aan de oostkant langwerpige, noordzuid-georiënteerde ontginningskavels aantreft. De laatste zijn over het algemeen een stuk jonger. Wellicht is een flink deel van die ontginningskavels tegelijkertijd in cultuur gebracht

Mogelijk gingen er meer percelen dan die van de familie Bolt door voor Fraterland, al durf ik niet gissen hoever dat land zich naar het oosten uitstrekte. De namen Fratersloot en Fraterland duiden erop, dat de grond hier ooit het bezit van het Frater- of Klerkenhuis is geweest. Dit was het onderkomen in de stad Groningen van de Broeders des Gemenen Levens, een geestelijke beweging ofwel semi-kloosterorde, die zich vooral bezighield met onderwijs. Het Fraterhuis in Groningen dateerde uit de jaren 1430. In 1517 kreeg het inderdaad 6 grazen land  in Hoogkerk, terwijl het op dat moment al 6 belendende grazen bezat. Mogelijk bezat of kreeg het nog meer, gezien de hoeveelheid Fraterland van de familie Bolt, later. In de oorkonde uit 1517 wordt gezegd dat het geschonken land in de Simonsvenne ligt, en daarmee komen we ook op een alternatieve naam van de Fratersloot, want die heet op een kaart van het Westerstadshamrik uit de 18e eeuw de Simonssloot, een benaming welke we eveneens tegenkomen in het proefschrift van Jan van den Broek (255, 366) voor de waterstaatkundige grens tussen het Westerstadshamrik en de Schepperij van Hoogkerk.

Met de naamgever Simon voor sloot en land hebben we mogelijk een nog oudere eigenaar dan de Fraters te pakken, misschien zelfs de man die det land hier ontgon of liet ontginnen. Maar het zou ook maar zo kunnen zijn dat Simon zelf een Frater was, zodat beide benamingen slaan op een en dezelfde laat-middeleeuwse figuur.

Sinds de tijd van Simon en de Fraters is er veel veranderd in de omgeving. Zo kwamen er de vloeivelden van de Groninger suikerfabriek en ligt er nu de Johan Van Zweedenlaan, die veel verkeer om Hoogkerk heenleidt. Een gedeelte van de Fratersloot en enkele percelen Fraterland zijn echter nog steeds in het overhoop gehaalde landschap zichtbaar. Aan de noordkant van de Peizerweg ligt een onooglijk, bijna dichtgegroeid slootje tussen het meest westelijke huis en een gemeentelijk trapveldje. Dat is hem, de Frater- of Simonssloot. Hij loopt in noordelijke richting door naar de vloeivelden, die het grootste deel van het Fraterland of de Simonsvenne hebben opgeslokt.

Bronnen:
– Archiefbewaarplaats Noorderzijlvest, archief waterschap De Verbetering, inv. nr. 56.
– Advertenties in de Groninger Courant van 10 en 14 april 1812.
– RHC Groninger Archieven, toegang 99 inv.nr. 8, acte notaris Abresch Zuidhorn d.d. 21 april 1812 (nr. 69).


Op een mistige ochtend naar Roden

Het gebeurt niet vaak dat ik om half acht al op pad ben, maar ik had vandaag met collega’s een ict-cursus in de Roder sterrenwacht en met het weer van de laatste dagen is de fiets dan de aantrekkelijkste vervoersoptie.

De damp sloeg de sloten en kanaaltjes uit, zoals hier bij het Omgelegde Eelderdiepje ter hoogte van het transferium Hoogkerk:

Zelfde lokatie, iets zuidelijker:

Langmadijk:

De Onlanden voorbij het Peizerdiep:

Bij Roderwolde:

Slootje, Foxwolde:

Weehorsterweg ten oosten van Roden, kijkrichting Oude Diepje:

Het bekende punt op de Weehorst:


Van Puinstad tot Tuinstad

Het was me nogal een eerbetoon aan Jan Tuin, eind maart 1965. Bij zijn afscheid kreeg de bescheiden, maar zeer geliefde burgemeester van Groningen in vier dagen tijd maar liefst drie dëfilé’s voor zijn kiezen: een van de politie (op de Vismarkt), een van de brandweer (op het Zuiderdiep) en een van duizenden Groningers en hun organisaties (op de Grote Markt). En dan betuigde de gemeenteraad in een apart belegde vergadering nog eens zijn waardering voor deze bestuurlijke spil van de Groninger wederopbouw. Geen fractie of ze had lovende woorden voor de scheidende stadhuisbaas, die weliswaar prominent lid van de PvdA was, maar zich in Groningen altijd boven de partijen had opgesteld.

De socialistische krant Het Vrije Volk wijdde een speciale huis-aan-huiseditie – ‘Van Puinstad naar Tuinstad’ – aan Tuins afscheid, en verspreidde deze uitgave in maar liefst 55.000 exemplaren in en om de stad  Ook het Nieuwsblad van het Noorden pakte uit. Zo wijdde de Groninger schrijver Jan Boer in deze krant een column vol loftuitingen aan Tuin. Aan het eind sprak Boer de verwachting uit, dat de Groningers deze burgemeester niet licht zouden vergeten.

Maar dat bleek nogal een misrekening. Voor Tuins afscheidscadeau hield men een collecte, die maar liefst 90.000 gulden opbracht.  Op aandrang van Tuin ging deze som het startkapitaal vormen voor een jongerencentrum, dat men naar hem het Jan Tuincentrum noemde. Na een tumultueuze periode met conflicten, geweld en drugs, raakte dit centrum in de jaren zeventig in zweverig vaarwater en uiteindelijk ging het als ‘De Tuin’ omstreeks 1990 definitief dicht. Waarmee de naam  van Jan Tuin qua gebouwde omgeving in de vergetelheid raakte, want een straat is er nooit naar hem genoemd..

De vergetelheid kwam nog in een ander opzicht. Terwijl Ter Laan in zijn oude Groninger Encyclopedie (1954) de hele carrière van Jan Tuin nog opsomde, zal in de Nieuwe Groninger Encyclopedie (1999, 2000) tevergeefs een lemma Jan Tuin zoeken. Wel bevat die laatste Encyclopedie allerlei efemeriden, in het verschijnjaar toevallig bekend van de regionale radio en tv, maar mensen als Tuin die als boegbeeld van een hele era kunnen gelden, werden er rücksichtlos door de redactie uitgesodemieterd.

Vanmiddag heb ik in verschillende bibliotheken en archieven gezocht naar ‘Van Puinstad naar Tuinstad’, de bovengenoemde huis aan-huiskrant van Het Vrije Volk. Ondanks de toenmalige oplage van 55.000 exemplaren is deze nergens meer te vinden. Ook in de HVV-leggers bij de Groninger Archieven zit hij niet. De titel levert evenmin hits op bij antiquarische websites als Boekwinkeltjes en Antiqbook. Hij lijkt van de aardbodem verdwenen.

Ware het niet dat ik hem een keer gezien heb bij een aangetrouwde neef van mijn vader. Dat exemplaar was afkomstig van zijn schoonmoeder, een zus van mijn opa. Van beide was Jan Tuin de neef.

De erfgenaam van mijn vaders neef heb ik vanavond maar eens gebeld, en hoogstwaarschijnlijk heeft hij ‘Van Puinstad naar Tuinstad’ bewaard. Ware er geen familietrots, dan kon de geschiedenis het wel schudden.


Rondje Tolbert

Boekenmarkt in de kerk van Den Horn, waar ik een paar Groningana op de kop tikte:

Berk met nogal veel groeistoornissen aan de Traansterweg:

Lam met koeientekening, op ’t Kret:

De boerderij van Fredewalda in Tolbert heeft een nieuw dak:

Vond de thermometer van de binnengekomen giften daar niet zo hoog staan.


Het witte goud

Documentaire van Piet Hein van der Hoek (2011) over de chilisalpeter, een soort kunstmest uit Chili die vooral de Veenkoloniën goed deed, voor de oorlog:

Helaas is het filmpje verwijderd.


Ommetje Eelde, Donderen, Haren

Eelderwolde, deze jongens hadden zoveel lol dat die ene met fiets en al omviel:

Elsburger Onland:

Schapensiësta bij de Weeakkerweg, Eelde:

Geitenschuur, te zien vanaf De Drift:

Bunnerzandweg, een voor de baanverlenging gesneuvelde ANWB-paddestoel:

Een van de vijf woningen die voor de baanverlenging moest wijken:

Coulissen bij Donderen:

Keuterij achter Haren: