Porseleinkaarten
Geplaatst op: 27 november 2011 Hoort bij: Geschiedenis 2 reacties
Porseleinkaarten, zo genoemd naar hun bijzondere glans, zijn gelithografeerde reclamedrukwerkjes op karton met een laagje kaolien en (giftig) loodwit. Ze werden vooral in het midden van de negentiende eeuw gemaakt. Waarschijnlijk kwam ook dit Groningse voorbeeld uit België, het centrum van de Europese productie, waar momenteel een tentoonstelling over porseleinkaarten plaatsvindt. >>>
Stichter van Ol Grait
Geplaatst op: 27 november 2011 Hoort bij: Geschiedenis Een reactie plaatsen
Gister kwam voor de derde maal deze week Ol Grait op mijn pad. De eerste keer was in een reactie van Dick Bolt, de tweede keer betrof het de film van Tiddens, en bij deze derde keer ging het om een koperen plaquette in de Tramwerkplaats te Winschoten.
Deze plaquette, aan de belettering te zien uit de vroege jaren dertig, eert Dirk Bos, de fractievoorzitter van de vrijzinnig-liberale VDB in de Tweede Kamer, die in 1913 bijna de formateur was van het eerste kabinet met socialistische ministers, ware het niet dat SDAP-partijleider Troelstra dat niet zag zitten. Bos, van origine leraar wiskunde, stond aan de basis van allerlei instellingen in Oost-Groningen, waaronder dus de Stoomtramwegmaatschappij Oostelijk Groningen, die in de volksmond Ôl Graaitje heette.
Tiddens en de zomer van ’40 op Groningerland
Geplaatst op: 26 november 2011 Hoort bij: Geschiedenis, Ommelanden 5 reacties
Het GAVA, dat de film deze week op zijn Vimeo-site zette, spreekt van een “klassieker”. Sommige shots van deze toeristische promotiefilm van C.R. Tiddens uit 1940 zijn inderdaad al eens te zien geweest in historische programma’s op TV Noord. Integraal, voor het volle halve uur, zag ik hem nu echter pas voor het eerst.
De film is een tour over het Groningerland gedurende de zomer. Er wordt nog met de hand gemolken en koren ingehaald. Toch zijn er voor het melken, ploegen en dorsen ook al ‘moderne’ landbouwmachines, waarvan een goed bezochte demonstratie in beeld komt.
Het toertje van Tiddens gaat langs slikken, wierdedorpen, boerderijen en middeleeuwse kerken. Maar ook doet hij Delfzijl met zijn haven en strandje aan en tussendoor krijgen we bovendien zicht op de opgraving (door Van Giffen) van de abdij in Aduard (“De leerschool van de spade”).
Eindelijk in Oost-Groningen beland, verlaat Tiddens pijlsnel Winschoten in zuidelijke richting, waar hij beelden schoot van Ol Grait, het slot te Wedde, het kerkje van Sellingen met zijn plafondschilderingen, een kronkelende dorpsstraat met paard-en-wagenverkeer, het klooster Ter Apel en een Westerwolds keuterijtje.
De beelden van de monumenten zijn als altijd tijdloos, en kunnen nu nog zo ongeveer gemaakt worden. Die kan je dus eigenlijk wel overslaan. Jammer dat Tiddens geen statief gebruikte. Het zwartwit hoort bij de tijd, maar oh wat zou deze film aan kleur veel gewonnen hebben.
Groot op je scherm zetten en genieten maar.
‘De koude van Nova Zembla gelyk’
Geplaatst op: 25 november 2011 Hoort bij: Geschiedenis 3 reacties
Drie strenge winters uit de Kleine IJstijd.
“Gevoelde men niet alleen in deze gewesten, maar in geheel Europa, een zeer harden winter, blyvende de strenge vorst tot in de maand May aanhouden, waar door het gezaayde in de grond bedurf en de groene weyden als verbrand waren, waar uit een bekommerlyke dierte van leeftogt voor menschen en beesten (=vee) volgde. De koude was zo doordringende dat meenige menschen dood vrooren. zelfs op hun bed, en veele beesten stierven, die als versteent op de stallingen dood gevonden wierden.”
“Den 2 November begost het hier zo sterk te vriezen, als zedert het jaar 1709 niet gedaan hadde, ’t welk aanhielt tot den 12 Maart des volgende jaars, zynde door de strenge koude niet alleen alle binnen wateren tot eenige voeten dikte toegevroren, maar was zelfs de Zuiderzee zodanig met ys bezet, zo verre men met ’t oog konde beschouwen, en tusschen Staveren en Enkhuizen had men een reguliere sleejagt, zonder gevaar voor ’t breeken van ’t ys. Verroorzakende deze langdurige vorst een groote armoede en elende in deze Landen.”
“In de maand October des vorigen jaars begon ’t te vriezen, ’t welk niet alleen aanhielt tot het einde van ’t jaar, maar in ’t begin van dit jaar hoe langer hoe felder wierde en eindelijk tot dusdanigen strengheit kwam, dat verre de koude van 1709 overtrof, zynde op zondag en maandag den 10 en 11 January de vorst zo vinnig, als niemant ooit in deze gewesten heugen mag, staande de Termometers bykans twee graden onder 0 (Fahrenheit, dus –2 = –19,8°C) of de felste koude, ’t welk acht graden kouder is als ’t winter van 1709, en drie graden kouder als men ’s winters in Lapland gemeenlyk gevoelt, zodat het de koude van Nova Zembla gelyk was. De wind was als in ’t oosten gekluistert, waar door de bittere koude en vorst en ’t sneeuwen bleef aanhouden tot in ’t laatst van April, wanneer de wind na ’t Noorde Oosten draaide, dog maakte even schraal en onguur weer tot diep in de maand Juny, zodat men zelfs byna geen zomer dit jaar had. De schrikkelyke onheilen en elenden door deze overfelle winter aan land, menschen en beesten veroorzaakt, is onuitspreekelyk. De aarde was ter diepte van veele voeten bevrooren en zo hard als yzer geworden, waar door alle groeyzaamheid als ten eenemaale weggenomen was. Veele menschen en ontallyke beesten vond men door de felle vorst verstyft en dood, de eetwaren en ’t brood waren gelyk steen geworden, en alle dranken en vogtigheden als baar ys. Alle binnen wateren en de snelstromenste Rivieren gebruikte men als gemeene (=gewone) weegen met de zwaarste lastwagens. Niet alleen de Eems tusschen Delfzyl en Oostfriesland wierde veilig met sleeden overgetrokken, maar ook de Zuider Zee tusschen Staveren en Enkhuizen was diermaten slegt (= vlak) en effen toegevrozen, dat zonder gevaar en met gemak dezelve gebruikt wierde, ’t welk nooit van te voren meer gezien was (…). De aanhoudende strenge koude maakte alle levensmiddelen en brand stoffen schaars en drie voud dierder als gewoonlyk, waar uit een onbeschryflyke nood en gebrek onder de geringe menschen ontstond, en schoon de mildadigheit der grooten en begoedste burgeren omtrent de armen en behoeftigen groot was, zyn des niet tegenstaande de diaconyen met het onderhoud van veele honderden nootdruftigen meer als gemeenlyk bezwaard geworden. Door de koude en gebrek van voedzel stierf een meenigte beesten, waar door veele boeren geruineert zyn, het hooy ontbreekende moest men stroo aan ’t vee ten eeten geven, dit ook niet meer te vinden zynde, hielt men de rietdakken van de boeren huizen af, om ’t de beesten voor te werpen, die het door honger gedwongen aten dat hen ’t bloed ten bek uitkwam. Het gezaaide koorn en ander veldgewassen dagt men, dat door de harde vorst ten eenemaal bedorven was, dog tegen verwagting was het ten meesten deele behouden, om dat het misschien zeer diep onder de sneeuw bedekt is geweest. Verdere bezonderheeden zullen wy niet melden, wyl deez droeve winter tyd ieder een thans nog genoeg in geheugen legt, als alleen dat God Almachtig geliefde door deeze over groote koude onz van de droevige kwaal en plage der paalwormen te verlossen.”
—
Bron: [Henricus Hofsnider] Kronyk van Groningen en de Ommelanden, vervattende een beknopt historisch verhaal van ’t merkwaardigste zedert deszelfs alleroudste geheugen voorgevallen, zo van derzelver als in der inwoonderen oorspronk, voortgang, eerste Kristendom, verwoestingen, oorlogen, verderfelyke binnenlandsche onlusten en andere zware rampen, beneffens de grondlegginge en weder afbreekinge van kerken, kloosters, kasteelen, Heeren huizen en Adelyke gebouwen, enz. tot op dezen jare 1743 (Groningen bij Warnerus Febens, 1743) 275, 283, 296-298. (RHC Groninger Archieven 1759-26)
Bij een totoformulier uit 1969
Geplaatst op: 23 november 2011 Hoort bij: autobio 7 reacties
Hoe menigmaal heb ik niet op regenachtige woensdagavonden tussen zeven en acht een dergelijk formulier naar de voetbalkantine gebracht. Ik weet nog dat het op een bepaalde manier naar carbon rook. Want een doorslag hield je zelf, voor de zondag als Frits – NunlllNulll – van Turenhout op de radio de uitslagen voorlas. Een tweede doorslagje behield de dorpsclub, die met de distributie van de formulieren iets verdiende.
Dat er zegels op werden geplakt ben ik totaal vergeten. Wij vulden altijd maar twee rijtjes in, want het gokken moest nou ook weer niet te gek worden. Menigmaal fantaseerde mijn moeder over de honderdduizend die je ermee kon winnen als je alle dertien goed voorspeld had. Ik geloof niet dat we ooit verder zijn gekomen dan acht.
Gelukkig maar, want onlangs hoorde ik hoe het Hindrik Schuitema uit de Poffert verging, toen die ooit eens de voetbalpool won. Hij is moeten vluchten, zoveel behoeftigen kwamen er bij hem aan de deur.
Een nep-Arabier in de Folkingestraat
Geplaatst op: 22 november 2011 Hoort bij: Stad nu, Stad toen 7 reacties
In de etalage van antiquariaat Albert Hoogeveen in de Folkingestraat ontwaren we dit miniatuur draaiorgel. Er zit een bordje op met een naam: ‘De Arabier’. En dat zal het hart van menig Groninger sneller doen kloppen, want menig Groninger vindt het nog steeds doodzonde dat het echte draaiorgel De Arabier naar Amsterdam verhuisde.
Maar lijkt dit miniatuur-draaiorgel ook wel op de echte Arabier? Neen, kunnnen wij constateren. In de verre verte niet. Zo ontbreekt zelfs het meest kenmerkende element, de schildering van een arabier op het linker frontpaneel. Ook de schildering van een haremdame op de rechterkant ontbreekt, om nog maar te zwijgen over de vier poppen ertussen:

De conclusie moet dan wel luiden dat de Arabier in de Folkingestraat een nep-Arabier is.

Tot slot van dit item nog twee moppies die menige Groninger pijn aan de oren zullen doen en die ze daarom maar moeten overslaan: Aan de Amsterdamse grachten en Tulpen uit Amsterdam.
Serengeti bij de Bruilweering
Geplaatst op: 21 november 2011 Hoort bij: Onlanden 10 reacties(foto’s van gister.)
Een handvol Groninger straattypes
Geplaatst op: 21 november 2011 Hoort bij: Stad toen Een reactie plaatsenKröddejubileum in petretten
Geplaatst op: 20 november 2011 Hoort bij: Stad nu 6 reacties’t Grunneger literaire tiedschrift Krödde bestaait datteg joar en redactie vierde dit gusternommedag mit schrievers, dichters en abonnees. Schrievers en dichters lazen veur oet aigen waark, abonnees luusterden tou. Henk Scholte laaide mirrig, tuzzndeur was d’r een optreden van Hendriktje mit fado ien t Grunnegs, en ant ende kreeg Hanny Diemer ’t eerste exemploar van een spezioal jubileumnummer. Omdat Henk mie vruig wat petretten te moaken, was ik er ook bie. Hieronner een serie met o.a. Jan Siebo Uffen, Lammert Voos, Henk Puister, Fieke Gosselaar en Hanny Diemer:
Impressies veemarkt Groningen (1969)
Geplaatst op: 18 november 2011 Hoort bij: Stad toen 9 reacties
EAB van Rouveroy Nieuwaal maakte de film, nu in bewaring bij het GAVA, in november of december 1969, op een zonnige maar koude dag, want sommige koeien dragen dekken en ademen damp uit. Het moet een van de laatste keren geweest zijn dat er veemarkt was op die plek, aan de rand van de Groningse binnenstad, daar waar nu het Cultuurcentrum Oosterpoort en een stel kantoren staan.
We zien het Trompbruggetje met de Martinitoren op de achtergrond. De markt is nog leeg, er staan wat mannen met hoeden af te wachten. De camera zwenkt, er komen veewagens in beeld bij het poortgebouw aan de Trompsingel. Een glimp van de klok. Het is zes uur ’s ochtends, het hek gaat open, de eerste koeien worden vanuit de vrachtwagen de markt opgetrokken, ze zijn onrustig en balsturig.
Een verkeersagent regelt het nu allengs drukker wordende verkeer. Mannen kopen kaartjes bij een loket, ik denk voor de waag waar je vee kon laten wegen. De marktmeesters ginnegappen wat met elkaar. Een jongen kan ternauwernood een koe in bedwang houden, maar het lukt hem en hij blikt met een mengeling van verbazing en trots de camera in.
Een trio kalfjes van misschien een paar week oud lijkt gemakkelijker te hanteren, maar dat valt tegen.
We krijgen even een overzicht nu vanuit het bovenraam van café de Koophandel, op Veemarktstraat 5. Dan zijn we weer beneden, op het plein met de goten en rijen palen met stangen waaraan ze koeien met touwen vastzetten. Iemand melkt een koe leeg en giet de schuimende melk in een bus. Diverse voorbeelden van palmslag, het handjeklap van eeltige handen die steeds harder op elkaar inslaan tot de koop besloten is. Geluk!
Bekrachtiging van de koop bij Jan J. de Vries, Tapvergunning. Er gaan tien briefjes van honderd ouderwetse guldens over de tafel. Nadrukkelijk wordt het geld geteld. iemand dronk een schone met suiker, anderen houden het bij cola en koffie. Maar iedereen, pet of hoed, rookt sigaren.
De trotse jongen van daarnet krijgt de koeien ook weer de wagen in. Een impressie van de drek na zo’n ochtend handel. De schoonmakers van de milieudienst gaan aan de slag met sproeiwagen en veegkar. We kijken nog een keer vanuit het bovenraam van café de Koophandel en nemen afscheid van de nu weer lege veemarkt:
Scheuvelderij
Geplaatst op: 16 november 2011 Hoort bij: Taal 10 reacties
Tussen mijn mede-redacteur en mij was er enige discussie over de vraag in hoeverre het woord scheuvel (voor schaats) wel typisch Gronings (of Nedersaksich) was. Dit naar aanleiding van een lijstje met Winschoter woorden uit 1808, waarop de term voorkwam. Mijn collega betwijfelde of het wel typisch streektaal was, want ‘honderd jaar geleden was scheuvel ook gewoon Nederlands’.
Ik kijk in zo’n geval altijd even in de moeder aller woordenboeken, het WNT. En dat zegt in een uit 1923 daterende woordverklaring dat dat term scheuvel indertijd gangbaar was in Groningen, Drenthe en Overijssel.
Bij mededeling van deze quick reference, meldde mijn collega dat zijn uit Almelo afkomstige grootmoeder het woord altijd gebruikte:
‘En hoewel ze wel degelijk Twents kon spreken, deed ze dat als meisje uit de nette burgerij nooit. Ze sprak een vrijwel accentloos correct Nederlands.’
Volgens mijn collega zou het ook Nederduits genoemd kunnen worden. Met hetzelfde recht kan je dan wijzen op een verwantschap met het Engels, want scheuvel hangt samen met het oude schoven voor: schuiven. En dat schoven brengt ons dichtbij het Engelse werkwoord to shove voor dezelfde beweging over een oppervlak.
Intussen raakte ik toch nieuwsgierig en ik besloot vanavond eens wat verder te kijken, om aan de weet te komen wat het nou is, dat scheuvelen: Nederlands of streektaal? Een aangewezen website om zoiets uit te vogelen is de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (DBNL), met duizenden historisch-literaire teksten en een karrevracht aan geleerde naslagwerken op het gebied van onze taal.
Welnu, mijn query scheuvel OR scheuvels leverde in de DBNL slechts 28 meldingen op. Zo weinig, dat dit magere resultaat alleen al eerder wijst op een regionaal gebruik van het woord scheuvels, dan op een algemeen-Nederlands gebruik. Bovendien zijn die meldingen dan nog niet eens allemaal bruikbaar , omdat het woord in het Vlaams, bijvoorbeeld bij Stijn Streuvels, een aanduiding is voor gespuis.
Maar leggen we zulke ‘valse” meldingen en de doublures terzijde, dan blijven er toch nog wel wat relevante over. Deze presenteer ik hieronder in een chronologische volgorde, om eventuele verschuivingen te kunnen constateren. Woorden kunnen zich immers verbreiden over een groter taalgebied, maar ook terugtrekken in een bepaalde regio.
1756 Friesland; 1844 Nederland
In 1756 verscheen te Leeuwarden een dichtstuk over de winter door ene Bornius Alvaarsma, dat in 1844 samengevat wordt door Van der Aa:
‘Het vriest dat het knipt, zeggen de Friezen. De schaatsen of scheuvels worden door de liefhebbers opgezocht, en naar de smid gebragt.’
Dit is een latere parafrasering en daarmee is het onzeker of het woord in 1756 werkelijk in de Fries-Nederlandsee context gebruikt werd. De latere weergever kan hierin zijn eigen inbreng gehad hebben. Dan nog valt op dat scheuvels in het citaat op het tweede plan komen. Of de parafraseur van 1844 of de Friezen van 1756 gebruikten het woord als minder frequent alternatief voor schaatsen.
Ca. 1860, Groningen
P.J. Harrebomée geeft in zijn driedelige Spreekwoordenboek der Nederlandsche taal, dat rond 1860 verscheen, twee spreekwoorden met scheuvels. Het eerste:
‘Op scheuvels gaan, staat, in Groningen, tegenover: door dik en dun loopen. Scheuvels zijn schaatsen.’
‘Hij heeft eene scheuvel aan. [Men zegt dit in Groningen voor een weinig dronken zijn.’
Dat Harrebomée het woord meent te moeten verklaren, geeft al aan dat het geen algemeen Nederlands is, integendeel, het was in zijn compendium Gronings.
1861 Overijssel, Drenthe, Groningen
In een Taalgids-artikel over ‘Overijselsch taaleigen’ schrijft TH Buser anno 1861:
‘Scheuvels voor schaatsen, heb ik te Zwolle wel eens gehoord, doch gewoonlijk zegt men schaatsen en schaatsen loopen voor schaatsrijden; vergelijk op slieren. Scheuvels is echter inheemsch in Groningen en Drenthe, waar men (in Groningen) ook scheuvelen en scheuvelloopen, en in Drenthe (bepaaldelijk te Emmen) scheuveljagen voor schaatsrijden hoort zeggen’ (volgt een lijst bronnen)
1872, Hunsingo
In zijn woordenlijst van het Hunsingoër Gronings neemt J. Onnekes uit Ulrum het woord als typisch streektaal op.
Tweede helft 19e eeuw, Groningen
Het enige literaire (of literair bedoelde) werk met scheuvels in de titel is de Haardriederij op scheuvels van de Zeerijpster schoenmaker Ane Kuipers (1833-1905) een ‘rijmer in de Gron. volkstaal’. Wel past hier een slag om de arm, de melding in de DBNL komt uit K. ter Laans Letterkundige woordenboek voor Noord en Zuid, en er zou sprake kunnen zijn van een bias. Van deze auteur kan je namelijk verwachten dat hij een beter inzicht heeft van wat in het Gronings verscheen, dan in de totale Nederlandse literaire productie. Hoewel je die bias voor deze literaire veelvraat ook weer niet zou moeten overdrijven, dat zeker niet.
1880, Groninger Veenkoloniën
In een woordenlijst van woorden uit de zuidoosthoek van Groningerland noemt Van Ankum scheuvels voor: schaatsen. ‘Op scheuvels wezen’ betekent aldaar: de kluts kwijt zijn.’
Jaren 1880, Drenthe en Overijssel
Taco H. de Beer noemt in zijn ‘Woordenlijst van de Taal, welke in de Saksische streken van Nederland gesproken wordt’ eveneens scheuvel, als woord dat in Overijssel en Drenthe gebezigd werd voor: schaats. Een burleske quote:
”t īs is glad, zèj Harmen tègen Ba(r)telt, / As īj geen scharpe scheuvels hebt, Dan rol ij dat ij spa(r)telt.’
Eind 19e eeuw, Groningse context
Eind negentiende eeuw heet het in ‘De vrijaadje van een Groninger kofkapitein’, een verhaal van Werumeus Buning:
‘We waren met een lading hout uit Noorwegen gekomen, maar door de strenge vorst waren we vastgevroren en we konden niet lossen. Nu, toen maakten we natuurlijk maar pleizier, zooveel als we konden, en we liepen den heelen dag op ’t ijs op scheuvels, zooals we in Groningen zeggen …..’
1933 Nederland, 1901 Fivelgo
Een artikel in Onze Taaltuin, jaargang 1933/1934, signaleert het gebruik van het woord scheuvels in Fivelgoër landleven van AS de Blécourt, een werk uit 1901. Het artikel geeft een citaat over een goed stel ijzers:
‘’n Poar beste scheuvels (= schaatsen), smidsiezers; zuls (= zelf) moakt en over viefteg joar bruukt.’
De vertaling tussen haakjes maakt duidelijk dat het woord scheuvels indertijd beslist geen algemeen Nederlands was. Een generatie eerder was het woord bekend in Fivelgo.
1938, Drenthe
Redacteur Anne de Vries associeert in De Nederlandsche volkskarakters (1938) het woord scheuvels met zijn geliefde Drenthe:
‘Reizen deed een Drent slechts ’s winters, als hij de tijd had en op scheuvels, dan kostte ’t hem ook geen geld.’
Conclusie:
Als we de eerste melding buiten beschouwing laten als zijnde ambigu, dan valt op dat het woord scheuvels louter en alleen in Noordoost Nederland gebruikt werd. In verreweg de meeste gevallen is de context Gronings. Drenthe komt er een heel eind achteraan qua meldingen. In Overijssel kent men het woord wel, maar wordt het niet zo vaak gebruikt.
De verwoesting van de laan bij Nienoord
Geplaatst op: 15 november 2011 Hoort bij: Ommelanden 20 reactiesHet leek zondagmiddag wel of half Leek was uitgelopen om de verwoesting van de laan bij Nienoord te aanschouwen.
Heb alle stompen en gekapte stammen vluchtig bekeken. Ongeveer een kwart van de beuken was aangetast, hooguit bij 5 % ging het om gevaarlijke uithollingen. Achteraf bekeken had het gros nog rustig een tijdlang kunnen blijven staan. Veel mensen waren dan ook verontwaardigd.
Hoe dichter bij Nienoord, hoe zieker de bomen waren. Het gedeelte van de laan voorbij de s-bocht, dat het dichtst bij Midwolde ligt, zou nog aan de beurt komen. Mijn prognose is dat daar nog minder stammen aangetast zijn. Daar hangen nu dus allemaal sjaals om, uit protest. Als dat gedeelte inderdaad ook gekapt wordt, zoals het er nu naar uitziet, is de lol helemaal af van die laan. Ik denk dat ik die de eerste jaren dan maar mijd.
Rondje Leutingewolde
Geplaatst op: 13 november 2011 Hoort bij: Drenthe, Hoogkerk, Onlanden 7 reactiesShovel in de weer met bieten bij de suikerfabriek:

Boerenwagen met rotzooi bij Oostwold:

Eiken langs het fietspad tussen Leek en Roden:

Peinzend paard bij Leutingewolde:

Het voederen van de stier, Foxwolde:

Koe observeert kip, Roderwolde:

Laantje met slootje, westkant Peizermade:

Peizerdiep, even ten zuiden van Eiteweerd:

Morgen iets over de toestand, aangetroffen bij Nienoord.


Recente reacties