Even in Warffum
Geplaatst op: 9 november 2011 Hoort bij: Ommelanden 8 reactiesMoest even iets ophalen in Warffum.
– Bij het station:

– Huisje op het achtererf van Openluchtmuseum Het Hoogeland:

– Aan de voorkant van dat Openluchtmuseum deze gevelsteen van het uit de stad Groningen afkomstige Vrouw Fransensgasthuis:

– De stationskat:
Het beest miste een achterpoot, en met zijn voorpoten liet hij een paar flinke vlekken achter op mijn broek.
Een nieuw ‘klokhuis’ te Leegkerk
Geplaatst op: 8 november 2011 Hoort bij: Geschiedenis, Hoogkerk 6 reacties
Op 20 mei 1696 lieten de kerkvoogden van Leegkerk de timmerman Geert Roelefs van Peize naar Leegkerk komen, “om de toorn te verbeteren dat die niet schuddede in ’t luiden”. Met die toren, zo blijkt naderhand, werd een dakruiter bedoeld, die bovenop de kerk stond. Roelefs onderzocht deze, en bevond dat “het holt al in ’t vergaen was”. Geen wonder dus, dat deze toren schudde bij het klokluiden.
De kerkvoogden besloten, dat er aan de westgevel van de kerk “van nieu eijken holt een klockhuis ofte Toorn zou komen”, waar de klok naar toe moest verhuizen. De oude dakruiter zou dichtgetimmerd worden. Geert Roelefs nam het werk aan voor 65 gulden als de kerkvoogden het eikenhout uit een bos in Drenthe kochten. Maar als zij “besneden holt” uit de stad Groningen zouden laten halen, zou hij slechts 55 gulden krijgen. Dan hoefde hij immers niet meer die bomen te laten bewerken tot bruikbaar hout.
De aanbesteding vond plaats in een herberg bij de Nieuwe Brug, waar de kerkvoogden de verteringen betaalden. Deze liepen op tot een rijksdaalder.
De aanneemsom gold dus alleen de arbeidslonen – de materialen moesten de kerkvoogden zelf kopen. In juni kochten ze voor 56 gulden en tien stuivers vijf eiken in het bos van Peize. Hoewel deze eiken in augustus werden gekapt, zouden ze daar nog maandenlang blijven liggen, omdat ze “uit oorsake van langduirende regen en onbruikbaerheijdt van de wegen” niet naar Leegkerk konden worden vervoerd.
Dat transport gebeurde pas op 21 december 1696 door “de Caspeluiden van Peijse met sleeden over ijs”, waarvoor deze Peizenaren een hele ton kluin (Groninger bier) als beloning kregen
Uit een soortgelijke post voor “een halve tonne kluin tot richtelbier van de Toorn ofte Klockhuis”, waarvoor de Leegkerker schoolmeester op 8 mei 1697 de impost betaalde, blijkt dat toen ongeveer het balkenstel aan de gevel bevestigd zal zijn. In juli betaalden de kerkvoogden de timmerman voor zijn werk en de smid voor het gebruikte ijzerwerk en spijkers. Dat zal na de oplevering zijn geweest.
Al met al waren de kerkvoogden zo’n 166 gulden kwijt voor de nieuwe aanbouw.
—
Bron: RHC Groninger Archieven, toegang 547: familiearchief Lewe, inv. nr. 502: rekeningen kerkegoederen Leegkerk
Mijn glanzende OV-kaartdebuut
Geplaatst op: 3 november 2011 Hoort bij: autobio, De actuele wereld 15 reactiesLaat ik vanmiddag 50 euro op mijn ov-dalurenkaart zetten, zegt de dame achter de kassa dat die kaart niet meer geldig is als dalurenkaart. Hetgeen betekent dat ik geen recht meer heb op 40 % korting en dat ik het volle pond voor iedere treinreis moet betalen. Het beste kon ik maar klantenservice bellen.
De NS trekt ieder jaar met oud en nieuw volautomatisch 50 euro van mijn bankrekening af, het ongeldig verklaren van mijn dalurenkaart kan ik derhalve niet anders zien dan als diefstal. Dus in een opperbeste stemming klantenservice gebeld. Blijkt dat ik weer naar het station toe moet, om daar bij een kaartjesautomaat “een bestelling op te halen”. Ik heb geen bestelling geplaatst, sterker nog, ik heb al lang en breed voor mijn nu waardeloos blijkende “NS-produkt” betaald, maar enfin, ik laat me maar weer naar het station sturen en doe braaf wat er van me wordt gevraagd.
Doet de ene automaat het niet. Geeft de raad om maar naar een andere automaat te gaan. Die lijkt aanvankelijk mee te werken. Halverwege de procedure heet het echter: “”Er staat geen bestelling voor u klaar”.
Wel #%^&*&()(+_*_*(&%(&$%^# Heb het nog eens geprobeerd, maar helaas: lauw loene. Dus met een wederom blakend humeur thuis nogmaals klantenservice gebeld. Dit keer neemt een overduidelijk Groningse naam op. “Ja meneer, zoiets komt in enkele gevallen voor.” Een collega van hem zal regelen dat mijn ongevraagde bestelling alsnog voor me klaar staat. Over drie dagen moet die automaat het dan doen. En daarmee mijn kortingskaart.
Voor het intussen moeten reizen voor het volle pond, de tijd die is gaan zitten in deze van-het-kastje-naar-de-muurstuurderij en de hieruit voortgevloeide humeurverbetering krijg ik nog twee NS-dagkaarten toegezonden. Dat dan weer wel. Binnenkort maar eens naar Zeeland en Limburg.
Het uitkramen van lectuur
Geplaatst op: 2 november 2011 Hoort bij: Geschiedenis 1 reactie
“Ha zie zoo ik heb ook meden,
nieuwe dubbelde Almanak
om den avond te besteeden
als gy zit op uw gemak.
In het hoekje van den haart
is dit Boek een Daalder waard!”“Zoo heb ik van alle dingen,
Koop by Fransje Koop tog wat,
Ik heb ook Liedjes om te zingen,
welk een zoet de min bevat,
hoe het lieve Jonge paar,
moet verkeeren met malkaar.”
Regels uit: De kramer, welk lied te vinden is in Het vrolyke landmeysje, zingende in de polder der blyschap (1798). Kramers deden naast allerlei klein gerei ook wel in populair drukwerk. De Franse kramer op het plaatje was er zelfs in gespecialiseerd.
De begrafenis van Jacob Pantjes
Geplaatst op: 2 november 2011 Hoort bij: Stad toen 2 reacties“Omstreeks kwart over negen vertrok de stoet van het sterfhuis door de van Sijsenstraat, Nieuwstraat. Frederikstraat, Oosterweg, langs Verbindingskanaal, Heereweg naar de Zuiderbegraafplaats. Overal waar de stoet waarin naar schatting 3000 menschen meeliepen, langs kwam stond het zwart van volk. Wanneer de lijkwagen voorbijging, gingen alle hoeden af en vrouwen weenden. Zoo bracht men hulde aan den gevallen kameraad, den medestrijder, den lafhartig vermoorden medemensch. Merkwaardig was het dat de menschen zelf langs den kant van den weg bleven staan en de rijen in orde hielden zonder dat de politie er bij te pas behoefde te komen.”
Bron: Nieuwsblad van het Noorden 8 mei 1922
Achtergrond: De moord op Jacob Pantjes
Een molen, een schans en een zijl van boven
Geplaatst op: 1 november 2011 Hoort bij: Drenthe, Ommelanden 3 reactiesKapturer is de laatste tijd weer goed bezig met zijn vliegerfotografie:
Vogeltjesland en andere matten en maden
Geplaatst op: 30 oktober 2011 Hoort bij: Drenthe vrogger, Familie, Onlanden, Veldnamen 4 reacties
”De stukken, waarin het lage land verdeeld is, zijn zeer ongelijk van grootte en vorm. Om ze uit elkaar te houden, heeft men voor ieder perceel een eigennaam bedacht, die nu eens ontleend is aan de grootte, dan weer aan den aard van den grond of de vruchtbaarheid, soms aan den vorm of aan den prijs waarvoor een stuk gekocht is, enkele malen aan bloemen, of wel aan dieren: paarden, of koeien enz. Het is eigenaardig die namen eens te hooren:
- Aan den vorm: Langema, Zwanenhals, Hoekstuk, Lange Zeven (nl. zeven mat);
- Aan de grootte: De Zestien, De Acht-, De Tien-, De Drie(mat), Het Grootstuk, De Twee-en-veertig (mat);
- Aan den prijs: Het Drie-Schellingsland (omdat het voor 3 Schellingen zou gekocht zijn);
- Aan bloemen: Het Viooltjeland;
- Aan dieren: Aalloop, Hingstkamp, Koeven;
- Aan de geaardheid enz.: Onland (nietswaardig land), Ossenweide (heel best land; zoodat men er wel ossen kan vet weiden), Hoogemat, De Lage stukken, Hoogstuk;
- Verder heeft men nog: Gouwland, Botersloot, Molenstuk, Padstuk, Bakkerswinne, Riesvin, Stokersland, Blauwven, Stoetenland, enz.;
- Zelfs heeft men de namen van steden niet vergeten, als: Groningerland, Dresden, en Bremerland.
De boeren kennen al deze stukken op een prikje en weten precies, wat soort gras er wast, of ze „overkleid” zijn of niet, enz., wat natuurlijk lang niet min is.
Het Peizerdiep met zijn zijstroompjes doorkronkelt deze onafzienbare grasvlakte, Deze streek is het land der vogels, bepaaldelijk van de watervogels en steltloopers: kieviten, kemphanen, sterretjes, pluvieren en derge[lijke] en in het voorjaar is zij het „Beloofde Land” van de zoekers naar kievitseieren om in den herfst hetzelfde te worden van de jagers op waterwild: snippen, wilde eenden en zelfs wilde ganzen. Het is de vraag, of vele stukken niet konden worden gebruikt voor bouwland, waardoor zij bij een oordeelkundige bemesting veel meer zouden opleveren dan thans. Maar daarvoor zou het noodig zijn het geheele terrein in te polderen en het dus ook des winters boven water te houden. Zooals de toestand tegenwoordig is, vormt de geheele streek van den laten herfst tot het vroege voorjaar één groote watervlakte, kortheidshalve „de Vlakte” genoemd.”
(…)
“Van Roderwolde loopt door het bovengenoemde lageland een weg naar Vierverlaten, in de wandeling „Roderwolder-dijk” genoemd. Deze weg, die op sommige plaatsen zeer week en los is, zoodat men in de wagensporen hier en daar vroeger takkebossen moest leggen, omdat de wagenraden anders te diep wegzakten, kan alleen in den zomer gebruikt worden. In den winter staat hij onder water.”
Bron: Vredewoldius – Uit Vredewold en omgeving, deel XXXI, NvhN 7.12.1912.
De serie artikelen van Vredewoldius schijnt nooit verboekt te zijn. Ik zou er voor willen pleiten om dat alsnog te doen. Nog een opmerking over dat Osseweide: zo heette de boerderij op de Dijkstreek ook, waar mijn overgrootouders Kroeze woonden. Dat was dus “heel best land”.
Nog een pagina met veilingen van topgras en naweide op de hooilanden tussen Matsloot en Roderwolde.
Puttervangst op Blauwborgje
Geplaatst op: 29 oktober 2011 Hoort bij: Geschiedenis 5 reacties
Het was de toegift op een lang gesprek over de Pannekoek. Ik had mijn schrijfbloc al bijna in mijn tas zitten, toen Barteld Staal, de laatste bewoner van het oude boerderijtje bij de Poffert, begon over de vader van een vriendje van hem
Deze Hindrik Schuitema – het zal omstreeks 1948 geweest zijn – woonde op de Poffert, maar kwam van het Blauwborgje, de bekende hangplek voor Ploegschilders bij het Reitdiep onder Paddepoel. Daar woonde nog steeds zijn broer Stoffer Schuitema. Bij die Stoffer kwam Hendrik nog vaak op het erf om vogels te vangen: voornamelijk putters.
Bij Barteld thuis, op de Pannekoek, hadden ze konijnen: “Dikke Lotharingers. Die moesten wel eens naar de ram op Blauwborgje”, vertelt Barteld, “en zodoende kende ik de omgeving daar wel een beetje”. Met zijn vriendje ging hij er kijken hoe diens vader putters ving. Die kon de jongens daar eigenlijk helemaal niet bij gebruiken: “Hij wou ons er niet bij hebben, we mochten geen lawaai maken en pas naar buiten komen als hij het net naar beneden trok.”
Een putter heet niet voor niets een distelvink. Hij lust graag distelzaden. Ter voorbereiding op de puttervangst waren ’s zomers “dikke stiekels” van het land gehaald die in bosjes gedroogd werden in de schuur. Als Hendrik puttertjes vangen wilde, dan werden er wat van die gedroogde distels in de grond gestoken. En daar ging dan een net overheen, met touwtjes die naar de verdekt opgestelde Hendrik toeliepen..
“Hij miste ze ook wel eens”, zegt Barteld over de vogelvangkunsten van zijn vriendjes vader. Hoe groot de vangst gewoonlijk was? “Een of twee per keer dat hij het net liet vallen.”
De putters gingen in kooitjes die achter de muur van het achterhuis kwamen te hangen. “Dat deed hij om ze in te burgeren”. Je bedoelt dat ze dan konden wennen aan mensen? “Ja”, beaamt Barteld, “daar werden ze minder schuw van.”
Af en toe deed Hendrik het ook wel op de Poffert. Maar dat was minder een biotoop voor putters: “Daar waren er lang niet zo veel, het was net of daar bij Blauwborgje de grote trek was bij winterdag. Op de Poffert ving hij weinig, bij Blauwborgje veel meer,”
De vogelvanger was overigens niet eenkennig: “Sieskes vong Hinderk met liemstokken”. Zijn broer Stoffer deed er ook wel eens aan mee, maar niet zoveel: “De ene was wat dat betreft brutaler dan de andere”. In deze na-oorlogse jaren waren zangvogels als putters en sijzen allang beschermd. “Als ze je pakten, dan was het niet best, dat werd beschouwd als stropen.”
Een hypotheekakte van de Achterweg
Geplaatst op: 28 oktober 2011 Hoort bij: Familie 4 reactiesZocht vanmiddag in het repertorium van notaris Vink uit Zuidhorn, of ik daarin een koopacte van de Pannekoek vinden kon. De Pannekoek, in die tijd een kleine boerderij bij de Poffert, moet in 1925 of 1926 verkocht zijn en omdat Vink zitting hield in café’s in de omgeving, dacht ik dat de kans groot was dat de akte door hem zou zijn opgemaakt. Maar helaas, ik moet verder zoeken.
Wel vond in Vinks’ repertorium onder nummer 1926-202 een hypotheekakte van mijn overgrootvader Hendrik Vondeling. Die stond voor 500 gulden tegen 5,5 % rente in het krijt bij een rijkere dorpsgenoot in Zuidhorn, met als onderpand zijn huis aan de Achterweg aldaar. Die naam Achterweg bestaat niet meer, blijkbaar vond men die toch wat te veel rieken naar achterbuurt. Tegenwoordig heet hij Jellemaweg. Mijn overgrootvader woonde daar als bode van de begrafenisvereniging naast de opgang naar het kerkhof, die Vondelings ree heette, een naam die al helemaal niet in het straatnamenboekje van Zuidhorn terecht mocht komen.
Scheepswerf De Poffert
Geplaatst op: 27 oktober 2011 Hoort bij: Hoogkerk 24 reactiesBijna honderd jaar geleden gesticht door een Apol uit Appingedam, een jongere broer uit de familie die model stond voor een roman van Thomas Roosenboom. Volgens de huidige eigenaar maakte Apol minder schepen als rondhout in de vorm van (hei-)palen voor beschoeiingen etc. Advertenties in oude leggers van het Nieuwsblad lijken deze stelling te ondersteunen.
Lens flare met flair
Geplaatst op: 24 oktober 2011 Hoort bij: Stad nu 2 reactiesOnder het viaduct bij de meubelboulevard Peizerweg, in het verlengde van de busbaan naar het transferium Hoogkerk.
Retour Tinallinge
Geplaatst op: 23 oktober 2011 Hoort bij: Ommelanden 15 reactiesSteentil vanaf Nieuwklap:

Fietspad naar Aduard:

Boeddhistisch paard bij Den Ham:

Tussen Ezinge en Oldehove:

Hij staat er nog steeds, de afgedankte melkmachine bij Winsum:

Tinallinge:

Tinallinge, achterzijde boerderij:

Abbeweer:

Gevelsteen in dat pand:

Landje bij Winsum:

Zonsondergang voorbij het Van Starkenborgkanaal:

De avond valt op Hoogkerk:

Een opknappertje aan de Lettelberterdijk
Geplaatst op: 23 oktober 2011 Hoort bij: Ommelanden 9 reacties
Kwam gister ook voorbij dit huisje, het eerste aan de Lettelberterdijk. Het staat te koop voor nog geen anderhalve ton, zo te zien omdat de vorige eigenaar zijn verbouwingsplannen niet helemaal tot een goed einde heeft kunnen brengen. Het is dus wel een opknappertje, maar op een pracht van een plek.


Recente reacties