Perton in Jappenkamp

Geplaatst op 16 augustus 2011

Het Nationaal Archief heeft gister een hele reut stamkaarten van KNIL-militairen in Jappenkampen online gezet. Een van die soldaten blijkt de reserve eerste luitenant en gasofficier Jan Heike Perton, Hij zat gevangen in Tjiandjoer op West-Java en zal er aan de spoorweg hebben moeten werken.

Jan Heiko Perton was in 1911 te Hengelo geboren en mogelijk zoon van de H. Perton die een paar jaar later in Enschede een fatale baal katoen op zijn hoofd kreeg. Het was al met al nogal een ongelukkige tak van de familie, die Twentse.


Avondrondje Peizermade

Windstil weer. Voor het eerst sinds tijden weer eens de geur van een verkillende zomeravond geroken. Op de heenweg veel joggers en wielrenners. Op de terugweg volmaakte rust, want wegwerkers zijn bezig met de autoweg tussen de stad en Peize, dus daar rijdt hooguit nog een aanwonende langs. Gelukkig trouwens, dat muggen mij niet lusten, want het waren er behoorlijk veel. Iemand anders zou lekgestoken zijn.

Grazige wei in strijklicht:

Geplaatst op 15 augustus 2011  a

De laatste wolkjes:

Geplaatst op 15 augustus 2011  b

Kwijnende boomcingel in tegenlicht:

Geplaatst op 15 augustus 2011  c

En ach, doet u er ook maar een zonsondergangetje bij:

Geplaatst op 15 augustus 2011  d


Rondje Leegkerk

Tegenover de suikerfabriek, aan de noordkant van het Hoendiep,  komt de grootste biovergister van Noord-Nederland, die suikerbietenpulp gaat verwerken:

Geplaatst op 14 augustus 2011 a

Rooie blaarkop bij vervallen schuurtje, oostkant Aduarderdiep:

Geplaatst op 14 augustus 2011  b

De blaarkop hoorde bij een kudde

Geplaatst op 14 augustus 2011  c

En de boer dreef die kudde naar de melkstal:

Geplaatst op 14 augustus 2011  d

Er nog wat verder op inzoomend:

Geplaatst op 14 augustus 2011  e

Voorbij de boerderij dit blaarkopkalfje:

Geplaatst op 14 augustus 2011  f

In de sloot een soort kroos waarop dkke waterdruppels blijven liggen:

Geplaatst op 14 augustus 2011  g

In de omgeving waren drie ooievaars aan het fourageren. Dit is er een van:

Geplaatst op 14 augustus 2011  h


Bijzondere instellingen

Aaa


Van Tjerk Vermaning naar Joseph Schmidt

Ik hoorde onlangs een anekdote over de uitvaart van Tjerk Vermaning. De grasmachineslijper en amateur-archeoloog was bij leven en welzijn nogal een operetteliefhebber geweest en indachtig deze muzikale voorkeur werd tussen de toespraken door een moppie operette gedraaid. Dit bleek: ‘Heut ist der schönste Tag in meinem Leben‘. Wat enig besmuikt gegrinnik opleverde bij aanwezigen die wèl Duits verstonden.

De gelinkte versie van het lied is een vertolking door de ‘Beukenlandse‘ tenor en filmster Joseph Schmidt, die gezien de lengte van de biografische artikelen over hem op de diverse Wikipedia’s vooral wereldberoemd was in Nederland. Wat waarschijnlijk ook samenhangt met zijn versie van ‘Ik hou van Holland‘.

Schmidt wist in het najaar van 1942, zo lees ik in zijn Nederlandstalige Wikibio, met heel veel moeite te ontkomen naar het voor joden potdichte Zwitserland, waar men hem in een kamp stopte en het werken verbood. Volgens Zwitserse medici simuleerde hij zijn hartklachten. Ze stuurden hem daarom terug naar het kamp. Daar kreeg hij prompt een fatale hartaanval. Een dag later kwam er alsnog een werkvergunning voor hem los, waardoor hij het kamp had mogen verlaten. Maar ja, toen hoefde het al niet meer.

Op YouTube staat ook een opname van een live-optreden, dat Schmidt in 1936 verzorgde op een zomerfestival van de VARA.  Ik ben zelf geen overdreven operetteliefhebber, maar erg mooi vind ik zijn versie van Tiritomba, oorspronkelijk een Napolitaans volksliedje, waarvan later de meest afgrijselijke versies zijn geproduceerd.


Hoe het weerbericht in Warffum begon

Geplaatst op 12 augustus 2011

(Bron: Schager Courant, 23 mei 1882.)


Verradersloon

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Kapittel: ‘Van Misdaat tegen ’t gemeene best of Hooge Overigheidt’. Artikel I:

‘Verraders ende haare helpers, die heeren, Stadt of Land verraden, sal men levende het hert uit het lijf nemen, voorts in vier quartieren houwen, ende op verscheiden plaatsen hangen en setten het hooft op een staak, ter poorten uit, daar sij het verraat wilden gedaan hebben.’

Van dit draconische, om niet te zeggen bloeddorstige artikel verbaast vooral de volgorde ‘heeren, Stadt of Land’. De trouw aan personen lijkt belangrijker dan die aan de plaats van inwoning. Maar vergeet niet dat internationale politiek zich in deze tijd (1725) voornamelijk aan vorstenhoven afspeelde en dat het nationalisme nog uitgevonden moest worden. Als iemand het hier over zijn vaderland had, bedoelde hij vooral de stad. Of hooguit de provincie.

Dat het hoofd van een verrader buiten de poort op een staak werd gezet, op een plek waar hij zijn verraad zou hebben gepleegd, hangt samen met een oorlogsvoering die gericht was op het veroveren van vestingen. Daar was Groningen er een van. Men kon zich hier geen ander verraad voorstellen dan verraad dat de zwakke plek in de verdedigingswerken aanwees. Op die aanwijsbare lokatie kwam de staak met de lelijke verraderskop te staan.

In de periode van de Munsterse oorlogen, de jaren 1660, 1670, is er in Groningen zeker een kwartet ‘verraders’ terechtgesteld. Waarschijnlijk vormde die ervaring de achtergrond voor dit artikel in de criminele ordonnantie van 1725.

Welk artikel overigens een volkomen dode letter bleef. Groningen was dan wel een vesting tot 1874, maar werd in deze periode nooit meer belegerd. Vanaf 1798 golden er sowieso andere, nationaal-Nederlandse wetten. Bij de politieke twisten van na 1780 betichtten partijen elkaar naar hartelust van verraad, maar als een van hen aan de macht was, ging ze er niet toe over om letterlijk koppen te laten rollen. Voor verraad werd je te onzent hoogsten nog gegeseld, verbannen, en/of opgesloten.

 


Een mijnwerkerskop in de Pelsterstraat

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Onlangs zag ik deze mijnwerkerskop, gedreven uit een rechthoekig stukje koperplaat, in een etalage aan de Pelsterstraat staan. Heb de eigenaar nu meermalen gebeld, maar hij neemt op geen van zijn beide nummers op, Had graag van hem willen weten wat hij voor het plaatje vroeg, omdat het van Constantijn Meunier is, een Belgische kunstenaar die ook het beeld maakte dat op het graf staat van Nieuwsblad-courantier Ruurt Hazewinkel. Het zou zelfs een voorstudie voor dat beeld kunnen zijn. Maar ach, dat zal de eigenaar ook wel weten.


Fortuna tegen de wind in

Als vrouwe Fortuna met haar zeil op bijvoorbeeld een gevelsteen wordt afgebeeld, dan komt de wind gewoonlijk vanachter haar rug en heeft ze haar bollende zeil voor zich, ten teken dat het haar voor de wind gaat:

Er zijn echter zeldzame uitzonderingen, zoals deze Fortuna in Heusden, die tegen de wind in moet.

De symboliek daarvan zal niet de bedoeling van de maker zijn geweest, en benadrukt dus diens naïviteit


Eerst Groningen zien en dan sterven

Geplaatst op 8 augustus 2011

(Bron: Schager Courant 27 augustus 1882)


Luchtland bij Leegkerk en Lagemeeden

Geplaatst op 7 augustus 2011 a

Geplaatst op 7 augustus 2011  d

Geplaatst op 7 augustus 2011  c

Geplaatst op 7 augustus 2011  b


Waar is oma? Waar is de jager?

Waar is oma

Dat Friesche Vlag voor een pakketje van vier plastic knijpzakjes à 90 gram halfvolle kwark bijna 2 euro in de winkel durft te vragen, is tot daar aan toe. De wereld wil nu eenmaal graag bedrogen worden. Onvergeeflijk echter, is de revisionistische versie die de Friesche Vlag van Roodkapje geeft.

Zo noemt de Wolf in deze versie Roodkapje meteen al Roodhapje, waarmee hij zijn vileine bedoelingen èn de algehele plot van het verhaal bij voorbaat prijsgeeft. Ook blijkt Roodkapje zijn naam reeds te weten. Ze kent hem ook qua karakter al langer dan vandaag, want hij heeft weer eens honger. Dankzij al deze voorkennis weet deze Roodkapje waar de Wolf op uit is en troeft hem af met een kwarksnack. Zodoende wordt zij zelf geen Roodhapje, aldus de versie van de Friesche Vlag.

Van het enorm naïeve wicht in het oorspronkelijke sprookje, maakt de Friesche Vlag een gisse meid, die op alle eventualiteiten is voorbereid. Waar Roodkapje in het echte werk onverbiddellijk opgepeuzeld wordt door de Wolf, die haar als lekkerste voor het laatst bewaart, valt er in deze tandeloze remake geen druppel bloed. De Wolf wordt ook niet opengesneden, er gaan geen stenen in zijn maag en hij kiepert niet voorover in de put, om er nooit meer uit te komen, zodat niemand ooit nog wat van hem hoort. Nee, de Wolf blijft leven. En er valt warempel ook mèt hem te leven. Het is weliswaar een vervelende kwast, maar met een kwarksnack heb je geen kind aan hem.

In zekere zin zou je dit aspect van de herziene versie ook wel kunnen duiden als een vorm van gerechtigheid, omdat de Wolf in de oorspronkelijke versie met bijna bewonderenswaardig geduld het vervullen van een noodzakelijke behoefte tot het uiterste wist uit te stellen. Hij had immers Roodkapje ook wel dadelijk in het bos kunnen verorberen, maar dat wilde hij duidelijk niet en dat is maar goed ook, want dan hadden we helemaal geen verhaal gehad. Met de genade voor de Wolf, toegepast door Friesche Vlag, zouden we eventueel nog wel vrede kunnen hebben.

Wat echter zwaar op de maag ligt, is dat de zuivelgigant oma en de jager helemaal uit het verhaal heeft geschreven! In plaats van vier personen zijn er in de versie van Friesche Vlag nog maar twee. Nu was de rol van oma, toegegeven, in de oorspronkelijke versie al een tamelijk passieve, zij het dat haar personage naderhand nog werd opgeroepen door de Wolf, die zijn acteerwerk met een dusdanig talent deed dat Roodkapje er met huid en haar in stonk. Van deze passieve, maar cruciale rol van grootmoeder blijft nu niets over. Bovendien merken we niets meer van de jager, die met zijn handelende optreden een zeer gelukkige wending aan het oorspronkelijke verhaal wist te geven.

Het uit de vertelling mikken van oma en de jager, lijkt ons symptomatisch voor de huidige tijd. Mannen als de jager doen er niet meer toe met hun probleemoplossende vermogens. En het negeren van oma is de zoveelste manifestatie van de gerontofobie, waarmee onze samenleving, treurig genoeg, steeds meer behept is.

3729658f29


Rondje Zevenhuizen

Gister eerst voor Stad & Lande een archeoloog te Roden geïnterviewd, daarna in Midwolde voor het Historisch Jaarboek wat objecten in de kerk gefotografeerd. Onderweg kom je dan langs Zevenhuizen.

Het tolhuis van Peizerwolde onderging een opknapbeurt:

Geplaatst op 6 augustus 2011  a

Schuurtje aan de Poolswijk tussen Nieuw-Roden en Zevenhuizen:

Geplaatst op 6 augustus 2011  b

Keuterijtje aan het Blaauw bij Zevenhuizen:

Geplaatst op 6 augustus 2011  c

Afgedankte weckflessen bij Zevenhuizen:

Geplaatst op 6 augustus 2011  d

Kapschuur op de hoek van het Zevenhuister Hoofddiep en de Jonkersvaart. De boer, die in de tuin werkte, vertelde dat zijn vader deze schuur in 1963 bouwde bij diens boerderij in Lieveren, omdat hij kampte met een tekort aan opslagruimte voor hooi. De staanders waren bomen, zo uit het bos. Drie jaar later nam de zoon de schuur over, en bouwde hem weer op bij Zevenhuizen, waarbij de stijlen van onderen een stuk werden ingekort:

Geplaatst op 6 augustus 2011  e

Erf op Oostindië tussen Zevenhuizen en Leek:

Geplaatst op 6 augustus 2011  f

Tuin en boomgaard op het Baggelveld bij Ter Heyl:

Geplaatst op 6 augustus 2011  g

Visser aan de Munnikevaart tussen Oostwold en De Poffert:

Geplaatst op 6 augustus 2011  h

De leencamera, een oude Nikon spiegelreflex, bevalt me maar matig qua kleuren, zoombereik en scherpte. Kennelijk kan een kwalitatief goede compactcamera daarin een spiegelreflex met kitlens overtreffen. Vooral vanwege het fantastische zoombereik (30 x) zit ik nu weer een compactcamera te overwegen, de Sony DSC-HX100V. Heeft iemand ervaring met die camera?


Een paardenbijter voor de deur

Glassnijder 

Vanmiddag op het balkon pal voor mijn voordeur: een ongeveer 7 centimeter lange glassnijder paardenbijter met een deels weggeslagen voorvleugel. Leencamera gepakt, foto's geschoten. Toen ik terugkwam uit de stad lag ze er nog. Met stoffer en blik heb ik haar opgeveegd – ze spartelde wel tegen, maar vloog niet op. Heb haar over de reling gezet en zag haar wel even vliegen, maar erg lang zal ze niet meer te leven hebben, dacht ik. Vind het achteraf jammer dat ik er voor de fotografeerderij niet even een blad wit papier onder heb geschoven.


De Matsloot even voor de bui

De foto’s van gisteravond zijn in elk geval gered.

Deze dames bleven op de drempel van hun stal staan:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Richting Leekstermeer:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Behalve wat opvliegende eenden was er geen sterveling te bekennen:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

De weg naar Sandebuur:

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA