Exponent van een tijdgeest: het rode boekje voor scholieren
Geplaatst op: 16 november 2014 Hoort bij: autobio 5 reacties
Leraar wil stukje voorlezen uit het rode boekje voor scholieren, maar merkt dan dat het een ander rood boekje is, dat van de Chinese dictator Mao. Beetje flauw mopje, dat komt uit het januari-nummer 1971 van de Kruisband, de schoolkrant van de Rijks HBS aan de Grote Kruisstraat in Groningen:
Dat rode boekje voor scholieren (inderdaad: zonder hoofdletters in de titel), verscheen vier maanden eerder naar Deens voorbeeld. Het was een exponent in optima forma van de tijdgeest en bepleitte onder meer democratisering van het onderwijs, gelijkheid tussen leraar en leerling en openheid in het seksuele. Maandenlang was er zeer veel discussie over tussen kritische en behoudende krachten.
Mijn eigen exemplaar kocht ik voor de adviesprijs van een rijksdaalder bij boekhandel Appelo in Meppel. Stom genoeg deed ik dat niet van mijn zakgeld, maar liet ik het op de rekening van mijn schoolbenodigdheden zetten. Die rekening ging naar mijn vader en hij bleek niet zeer ingenomen met deze ene post.
Dat exemplaar heb ik nog steeds. Het valt op drie plekken open: bij het hoofdstuk over leraren, bij het hoofdstuk over tabak, alcolhol en drugs en uiteraard bij het hoofdstuk over seks. Ik denk dat het geschriftje op die twee laatste punten het meest invloedrijk geweest is – die democratisering had veel minder de aandacht, leerlingenparlementen verliepen ook al gauw.

Op speciaal verzoek nog even de – naar het zich laat aanzien – meest gelezen bladzijden:


Inkle en Yariko, of: liefde staat boven slavernij
Geplaatst op: 15 november 2014 Hoort bij: Geschiedenis, Kunsten Een reactie plaatsen
In de portefeuille van de heer Wolthers zit ook deze Duitse prent naar een tekening van de Neurenberger edelsmid Johann Samuel Vigitill (1733-1789), die dat ontwerp op de drukplaat liet brengen door zijn stadgenoot Christoph Daniel Henning (1734-1795). De prent toont in silhouet vier dames in verschillende poses links en rechts van een schildersezel met daarop een voorstelling. “Wie verschieden ausert sich nicht der Eindruk den einerlei Gegenstand auf das menschliche Gefühl macht”, staat er ter toelichting in sierlijke krulletters onderaan de prent. Vertaald: “Hoe verschillend uit zich niet de indruk die één en hetzelfde onderwerp op het menselijke gemoed maakt”. Daar weer onder vinden we nog een Latijnse spreuk in blokletters: “Non omnes pariter tanta infortuna terrent”, wat zoveel betekent als: “Niet iedereen schrikt even erg van ongeluk”.
De prent intrigeert, omdat ze haar strekking ondanks de toelichting niet meteen prijsgeeft. Uiteraard zien we wel meteen, dat de vier dames op de voorgrond met verschillende gemoedsaandoeningen behept zijn, immers: de meest linkse wringt haar handen in wanhoop, de tweede heft haar vuisten in woedende onmacht, de derde en oudste bekijkt min of meer verbaasd nog eens het tafereel op de schildersezel door haar lorgnet en de vierde wendt zich in afschuw daarvan af, met haar zakdoek paraat voor de tranen die mogelijk komen.
Uiteraard worden de emoties opgewekt door de voorstelling op de schildersezel. Zoomen we daarop in:

dan zien we getuige het fort en de schepen een koloniaal tafereel, met twee heren, waarvan de linker geld geeft aan de middelste die tegelijk wijst naar een geknielde, smekende, donkergekleurde vrouw, terwijl achter haar een man met handboeien klaar staat. Als niet ook onder deze voorstelling tekst had gestaan, zou de hele prent een raadsel gebleven zijn, maar dankzij de namen Ynkle und Yarcko (boven), en de verwijzing naar het eerste deel van Gellerts Fabeln und Erzaelungen, bladzij 29 (onder), komen we er uit.
In het Duits verscheen dat werk van Gellert, het eerste van een zeer populaire trilogie, voor het eerst in 1746. Een geïllustreerde Nederlandse vertaling volgde in 1772, en die versie staat op Google Books, met een plaatje dat sterk doet denken aan de geëzelde voorstelling op de Duitse prent:

In Gellerts omlijstende verhaal reist de zeer op winst beluste Britse koopman Inkle, wiens voornaamste deugd zijn rekenkunde is, naar Amerika. Vlak voor de kust belandt zijn schip echter in een storm en het breekt op een strand. Inboorlingen vallen er op de overlevende bemanningsleden aan – Inkle is de enige die in het oerwoud weet te ontkomen. Na dagenlang rondzwerven vindt Yariko, een “jonge negerin” hem daar en prompt raken ze verliefd op elkaar. Yariko vangt Inkle op in een hutje, waar ze hem liefdevol in leven houdt. Van zijn kant belooft hij haar gouden bergen, als hij eens met haar naar Londen weet te ontkomen. Daarom kijkt zij voor hem uit naar schepen en inderdaad verschijnt er op een dag een aan de horizon. Hand in hand gaan ze aan boord, het schip zet koers op Barbados, maar eenmaal weer aan wal vergeet Inkle zijn plechtig beloofde eeuwige trouw. De oude winzucht komt weer in hem boven en hij verkoopt Yariko als slavin. Dat ze hem smekend voor de voeten valt en roept dat ze van hem zwanger is, kan hem niet vermurwen. Het haalt alleen maar uit dat hij een nog hogere prijs voor haar bedingt.
Deze hufterige rotstreek is het dus, die bij de dames op de Duitse prent de emoties wanhoop, woede, verbazing en afschuw oproept.
Gellert was destijds een veel gelezen auteur, maar van het verhaal over Inkle en Yariko bestond ook een Nederlands toneelstuk (1781) dat op zijn beurt weer aanleiding gaf tot het maken van prenten. Volgens een bespreking in de Vaderlandsche Letteroefeningen van 1789 had Gellert het verhaal ook niet zelf verzonnen, maar ontleend aan een Engelse Spectator. Inderdaad staat het verhaal in de Spectator van Steele, jaargang 1711. Het werd vanaf 1787 tevens opgevoerd als opera in Londen. Naar het zich laat aanzien bleef dat stuk in Engeland nog lang populair, zo is er nog een affiche uit 1799 van een theater in Bristol. Overigens bleek Steele het verhaal evenmin van zichzelf te hebben, hij ontleende het weer aan een geschiedenis van Barbados uit 1657, waarin het wordt opgevoerd als waar gebeurd.
In elk geval vormden Inkle en Yariko voor geletterden uit het laatste kwart van de achttiende eeuw een uiterst bekend motief. Voor hen viel de prent meteen te begrijpen. Door de hevige emoties van de dames op zijn prent laat de Duitse maker zien dat voor menige vrouw de liefde van een hogere orde was dan de slavernij.
Maar of invloedrijke mannen er ook zo over dachten? “Toevallig” werd in 1789 in Engeland een eerste wetsontwerp ingediend tot afschaffing van de slavenhandel, dat het Lagerhuis nog met tweederde van de stemmen verwierp. Eenzelfde ontwerp haalde drie jaar later wèl de meerderheid, maar werd tandeloos gemaakt door een amendement dat die afschaffing héél geleidelijk wilde laten plaatsvinden.
Intussen kwamen Inkle en Yariko ook voor op politieke prenten welke inspeelden op een happy eind aan het drama:

Welvaart bracht schik in het ornament
Geplaatst op: 14 november 2014 Hoort bij: Geschiedenis, Kunsten 3 reacties
Dit vignetje bevindt zich in een portefeuille met schetsen, tekeningen, aquarellen en gedrukte prenten van Wolter Wolthers (1814-1870), een jurist van zeer notabele komaf die het tot burgemeester van diverse Groninger gemeenten zou brengen. In het vignetje kruist boerengereedschap en visgerei achter een zonnehoed met een slinger van rozen. We zien een visnet, een zeis, een hengel met een vis, een schoffel, een ‘rieve’, een fluit, een dorsvlegel, een korenschoof en een schop. Een soortgelijke voorstelling meen ik ook eens gezien te hebben in op de voorgevel van een grote boerderij, ergens in Groningerland. Maar waar?
Mogelijk niet in het Oldambt, zoals ik eerst dacht. Hoewel je daar wel soortgelijke voorstellingen op de voorgevels van grote boerderijen ziet:
– Ceres met korenschoven, een bijenkorf en boerengereedschap te Finsterwolde:

– Een boerenwagen, een ploeg, een bijenkorf en gereedschap te Midwolda:

– Korenaren, en een zonnehoed met bloemen en gereedschap te Nieuw-Beerta:

– Vaas met overvloedig fruit aan de Scheemder kant van Midwolda:

Wat de voorstellingen zeggen: hoe genoeglijk is het landmansleven. Het vignetje van Wolter Wolthers zou biedermeyer kunnen zijn (ca. 1840). Wat er op de gevels zit is mogelijk van iets later datum, uit het derde kwart van de negentiende eeuw, oftewel de Champagnejaren voor de Groninger graanboeren. Voorheen waren die landbouwers nogal sober geweest, maar met de welvaart kwam de schik in het ornament.
Naschrift 22 november 2014:
Ik denk dat ik het gevonden heb, in Blijham aan de Winschoterweg:

Martinitoren voorbij de mistbank
Geplaatst op: 13 november 2014 Hoort bij: Stad nu 3 reacties
Vanochtend vroeg lag er een in oppervlakte beperkte, ongeveer twee meter hoge mistbank boven de weilanden aan de oostkant van de Johan van Zwedenlaan. Ook de toren van de Akerk stak er bovenuit:

‘Vier het samen met je vrienden’, of: de pessimistische lotenkoper
Geplaatst op: 12 november 2014 Hoort bij: autobio 4 reacties
De Staatskloterij denkt dat je een dik feest kunt bouwen van 7,5 euro. Dat moeten ze me dan maar eens even komen voordoen. 🙂
Dit is mijn zoveelste prijs, moet ik zeggen. Heb bij de Postcodeloterij een keer 2250 euro gewonnen, meermalen bedragen van 10 à 50 euro, en minstens drie keer de ijsprijs. Vandaar dat ik er maar mee gestopt ben. Zoveel geluk op één enkele postcode kon vast niet veel langer voortduren.
Daarom ging ik over naar de Staatsloterij, Maar daar heb ik nu ook verschillende kleine prijsjes gehad. Denk dat ik daar nu ook maar mee ophou. Of mijn loten voortaan elders koop. Bij mijn wederverkoper in Hoogkerk heeft namelijk laatst iemand een miljoen of wat gewonnen, daar hoef je dus voorlopig ook niets meer te verwachten.
De doofstomme aanrander
Geplaatst op: 11 november 2014 Hoort bij: Geschiedenis 2 reactiesKloosterburen, 1 januari 1818, zes uur ’s avonds. Bij pikkedonker loopt een dagloonster naar huis. Opeens duikt een man op, die haar probeert te kussen. Zij weert hem af, maar hij houdt aan en ze glijden uit in de klei. Daar slaat hij haar de rokken over het hoofd en ontbloot zo haar onderlichaam. Terwijl hij bovenop haar kruipt, schreeuwt en vecht ze uit alle macht. Omdat hij niet zo sterk blijkt dat hij haar met één arm in bedwang kan houden, krijgt ze tot vier maal toe haar rokken weer omlaag. Dan, eindelijk, daagt er hulp op. Met een laatste krachtsinspanning vlucht ze in een huis. Maar ook daar belaagt hij haar nog. Minutenlang beukt en schopt hij tegen de deur aan, tot hij er al brommend vandoor gaat.
De verdachte, Berend Jans Smid uit Groningen (28), is gauw gevat. Want in de omgeving kent men hem wel. Al jaren komt hij er zo nu en dan bedelen om voedsel, drank en nachtverblijf. En omdat hij doofstom is, heeft hij daar redelijk succes mee, want voor doofstommen koestert men medelijden, zeker als ze zo schrander zijn als Berend.
Maar Berend zat niet lang op school, getuige zijn verhoor door Charles Guyot van het Groninger Doofstommeninstituut, die het gerecht ook een rapport over Berend levert. Een blauwe maandag was Berend leerling op ’t instituut, maar telkens liep hij weg. De laatste keer ontsnapte hij zelfs dwars door het dak. En steeds ving zijn moeder hem op. Volgens Guyot vertroetelde die moeder Berend. Bij haar, de gescheiden vrouw van een turfschippersknecht, is Berend ook nog regelmatig thuis, als hij niet rondzwerft.
Guyot acht Berend toerekeningsvatbaar. En inderdaad blijkt Berend schuldbewust. Hij bekent dat hij “zijn geweer” al bij “de schaamte” van de vrouw had, maar dat hij hem er niet in kon brengen, doordat ze zo tegenstribbelde.
Wegens aanranding met geweld veroordeelt het Hof van Assissen hem tot twee jaar tuchthuis.
Sint Maarten in Heveskes (ca. 1920)
Geplaatst op: 10 november 2014 Hoort bij: Geschiedenis 3 reacties“S.: Met Sint Maarten liepen we met een uitgeholde biet…
De B.: Altijd met een uitgeholde biet! Om vier uur begonnen we daarmee buiten het dorp. Als het dan een beetje donker werd, kwamen we ermee in het dorp. Bij bepaalde huisjes, zoals bijvoorbeeld bij Heddema, gingen we drie of vier keer aan.
S.: Ja, die had het toch niet in de gaten.
De B.: Dan stond je wel met tien man bij de deur, hè, en ging je zo… zo… je hand uitsteken en dan kreeg je er een oude appel in, of een peer…
S.: Ja je zong… geef me n appel of een peer…
De B. Of een cent, maar ook niet méér dan een cent! En dan kwam er weer een nieuwe groep en als kwajongens gingen we daar ook weer mee. (…)
[Afdwaling naar ander onderwerp.]
De B.: Om nog even op Sint Martinus terug te komen: je ging toch meer naar de welgestelde mensen toe. De middenstand en de boeren. Bij de arbeidersbevolking kwam je beslist niet. Later is dat veranderd. De arbeiderskinderen liepen wèl mee.”
Bron: B. de Boer Rzn. (geb. 1910) en A. Smedema-van Clooster (geb. 1911), ‘Onze jeugdjaren in Heveskes’ in Corrie A. de Groot-van der Meulen (red.), Weiwerd, Heveskes, Oterdum: de verdwenen dorpen van de Oosterhoek (Bedum 1991) pag. 204/205.
Rondje Leutingewolde – Lettelbert
Geplaatst op: 9 november 2014 Hoort bij: Drenthe, Ommelanden 4 reactiesGras groeit op rollen hooi. Onder het talud van de A7 bij de Bornstertol:

Bij het Omgelegde Eelderdiepje:

Eelderma – ganzen, ganzen, ganzen:

Het Achterstewold, Peize:

Schotse Hooglanders bij de Turfweg tussen Leutingewolde en Nietap:

De Groeve tussen Nienoord en Midwolde:

Bij het Lettelberterdiepje – vergezicht op de stad:

De brug over het Hoendiep van bedrijventerrein Westpoort:

Dialectiek der toponiemen
Geplaatst op: 9 november 2014 Hoort bij: Ommelanden, Veldnamen 2 reactiesOp een dam aan de Lopsterweg onder Stedum ziet men dit plaatsnaambord:


Het bord, zo blijkt uit een stuk in De Stedumer van mei 2011 (pag. 8 e.v.), is een restant van een oudejaarsstunt van een paar jaar eerder. Een eindje verder ligt namelijk de buurtschap Juist onder Loppersum en de initiatiefnemers vonden het kennelijk nodig om zich hierbij aan te sluiten, onder gelijktijdige beklemtoning van de lokale eigenheid.
Het bord schijnt vervaardigd te zijn door het bedrijf dat ook officiële plaatsnaamborden maakt. Een van de initiatiefnemers wist de weg – hij werkt bij de gemeente Groningen als facility manager.
Ommetje Slochteren – Schildwolde – Stedum
Geplaatst op: 8 november 2014 Hoort bij: Ommelanden 3 reactiesBlauwe reiger bij Niemeijer in de sloot, Peizerweg:

Het fietsparkeren rukt langs het spoor op naar het westen:

Duidelijke directieven tussen Harkstede en Schaaphok:

Elke richting rood:

De rechtervleugel van de Fraeylemaborg in Slochteren:

Ik was er in twaalf jaar niet binnen geweest en genoot er vooral van het uitzicht:

Eigenlijk kwam ik er om het portret van de geleerde Hyleke Gockinga te fotograferen, maar dat hing er helaas niet meer. De rode kamer:

Nog een uitzicht:

Heksenkring van vliegenzwammen in Schildwolde:

Stookhut op oud boerenerf, Meenteweg bij Schildwolde:

Zijweg het land in, bij de Meenteweg tusen Schildwolde en Ten Post:

Oosterpaauwenweg, buitengebied Schildwolde:

Boomsingels bij de Westerpaauwenweg:

Luddeweerstersloot:

Stedum:

Station Stedum:

Gebouw DvhN staat te koop
Geplaatst op: 8 november 2014 Hoort bij: Media, Stad nu 4 reactiesLübeckweg 2, het pand waarin de redactie en voorheen de pers van het Dagblad van het Noorden zijn ondergebracht, en dat een jaar of twintig geleden ook gebouwd is voor de krant, staat te koop. Voor bijna zeven miljoen euro is dit krantenbolwerk van u:

Ben intussen benieuwd wat het nieuwe onderkomen van de redactie wordt. Iemand?
Vrijkaartjes te win voor concert in Haarlem
Geplaatst op: 8 november 2014 Hoort bij: Muziek, Stad nu 2 reactiesIn het hol van de leeuw, op een plek aan het Zuiderdiep waar vanwege een bepaalde koffieshop horden Groninger popmuzikanten langskomen, profileert Haarlem zich in een rijtje mupi’s als popstad:

Door ze een mailtje te sturen met je gegevens, kan je vrijkaartjes winnen voor concerten als van Will and the People, Miss Montreal of Spinvis. Voor zo’n concert moet je natuurlijk wel naar Haarlem. Maar dat lijkt me geen straf.
Hoe de exploitatie van ons aardgas begon (1963)
Geplaatst op: 5 november 2014 Hoort bij: Geschiedenis 2 reactiesBeeld en Geluid heeft een stel aardgasvideo’s online gezet. Groningen komt daarin uiteraard nogal eens ter sprake.
Stop tijdig!
Geplaatst op: 4 november 2014 Hoort bij: Kunsten, Stad toen 7 reacties
Deze foto is als bladvuller te vinden in de jaargang 1966 van Kruisband, de schoolkrant van de Rijks HBS aan de Grote Kruisstraat in Groningen.
Het is najaar op de foto. Het waait en het regent en het asfalt glimt. Een brommer van het type buikschuiver – populair onder de zogenaamde nozems – houdt halt voor een lange zebra over een dubbele rijbaan die de helft van een stedelijke weg vormt. Mensen steken over. Op de andere helft van de weg staan auto’s uit de jaren zestig te wachten voor een stoplicht. Verderop zien we een man in een bushokje, een plein en nog heel wat verder weg staan lage flats.
Terwijl ik de foto bestudeer, rijst er twijfel of de foto wel in Groningen genomen is. De situatie komt me hier niet bekend voor. Maar is de foto dan wel gemaakt door een leerling van de Rijks HBS? De compositie en de focus op het licht komen ergens als professioneel over: een Cas Oorthuys of een Ed van der Elsken zouden zich niet voor deze plaat hebben geschaamd.
Bovendien bevatten de Kruisbanden uit de jaren 60 vrij weinig foto’s. De redactie plaatste wel eens beeldmateriaal van popsterren als Cuby en Ramses, maar dat betrof duidelijk gratis verkregen publiciteitsfoto’s die me bekend voorkwamen uit andere bron. Zèlf foto’s maken daarentegen, was nog vrij duur. In de Kruisband stond wel eens wat propaganda voor een fotocurusus, een enkele leraar zal fotograferen als hobby hebben gehad, maar bij leerlingen moest je zulke wat meer ambitieuze amateurfotografen met een lantaarntje zoeken. Als leerlingen überhaupt al foto’s maakten, waren dat vakantiekiekjes en geen foto’s met de kwaliteit van bovenstaande.
Deze overwegingen zorgen ervoor, dat ik toch maar even ga googelen op het onderschrift in de Kruisband, te weten: ‘Stop tijdig!’
En dan blijkt dat er onder die titel in 1966 een campagne van Veilig Verkeer Nederland was, om de veiligheid van zebrapaden te vergroten. In de jaren 60 democratiseerde het gebruik van motorvoertuigen als brommers, scooters en auto’s in rap tempo, wat in de steden, naast veel stank, veel ongelukken met voetgangers op zebrapaden ten gevolge had.
Het lijkt erop dat die campagne hielp, want getuige de kleine berichtjes in de krant verminderde het aantal ongelukken op zebra’s. Op basis van dezelfde berichtjes in ons huidig tijdsgewricht durf ik wel te beweren dat de laatste jaren het aantal ongevallen op zebra’s weer flink toeneemt. Eigenlijk is de tijd weer rijp voor zo’n campagne en deze plaat zou zo weer kunnen worden ingezet, alleen zou ik de brommer en de auto’s dan verruilen voor iets hedendaagsere exemplaren.
Sneak preview van de GADO-tentoonstelling
Geplaatst op: 3 november 2014 Hoort bij: Stad nu 8 reacties
Vanaf aanstaande vrijdag is er een expositie over de GADO bij de Groninger Archieven. Dit ter gelegenheid van het feit dat het archief van deze voormalige busmaatschappij toegankelijk is gemaakt met een inventaris. Meer info.

Recente reacties