Grunneger Toaldag
Geplaatst op: 17 maart 2013 Hoort bij: De actuele wereld, Taal 13 reactiesEen echtpaar bekijkt met Moi en ’t Pergram in de hand wat voor onderdelen het wil bezoeken. Kiezen is verliezen:

Zelf ga ik eerst maar eens naar de verjoardagsvezide boven. Daar zit Jan Kornelis Harms (80), oud-leraar Grieks & Latijn op het Willem Lodewijk Gymnasium in stad, op de versierde stoel en leest voor uit zijn verhalenbundel Dood struunt deur ’t Oldambt, tevens zijn debuut dat na zijn pensionering utkwam:

De luisteraar kan zich ondertussen laven aan harde en zachte suikerwaren:

Niet iedereen beleeft plezier aan verjaardagen. Melle Hijlkema, uit Marum, heeft een uitgebreide en sterk aan elkaar hangende familie en bezoekt er elke week wel een paar. Dan heb je elkaar op een gegeven moment weinig meer te vertellen, aldus Melle, die in een prachtige, naar het Fries zwemende variant van het Gronings schrijft:

Een enkele auteur is in eetbare vorm aanwezig:

Ook elders op de verdieping wordt voorgelezen – zoals in de uitgeverskamer:

Meester Kriet verrast beneden in zijn hoekje op de boeken- en informatiemarkt oud-kamerlid Marjo van Dijken met werk van eigen hand:

In de centrale hal of Muziekkroug treedt Arnold Veeman op:

Hij oogst een flink applaus voor zijn bekendste laid:

Mooie types in het publiek:

Deze ouwe baas was schipper en bevoer ooit Schelde, Maas en Rijn:

Als organisator ben je altijd een beetje bang dat je iets vergeten bent:

Kapsel onder constructie:

Volgens mij speelt haar liefie in Swinder. Heet ze misschien Annemarie?:

De organisator nu eens van de voorkant, met aan zijn zijde Aafke Steenhuis, de winnares van de Klaas ter Laanprijs (juryrapport)

Wat mij betreft de topact van de dag – Martin Korthuis en band:

‘As ik die wil zain‘, zijn vertaling van ‘If I needed you‘ (Townes van Zandt) blijft de hele dag in het hoofd doorzoemen:

Zijn Limburgse vriend Paul van Loo, vertaler van Ede Staal in het Limburgs, doet een paar nummers mee:

Het mooiste boek op de boekenmarkt, een reclame-uitgave uit 1927 met stadsgezichten van de later veel expressionister werkende Nico Bulder:

Bij het scheiden van die markt:

Schoenen sleten meer op Groninger plaveisel
Geplaatst op: 15 maart 2013 Hoort bij: Stad toen 2 reacties
Schoenmakers hadden in Groningen meer werk.
“De oplettenheid en de dagelijksche ondervinding leerden mij, dat een schoen geschikt voor de eene stad hetzelfde voorrecht niet hadt in de andere. Een schoen die draagelijk is in Den Haag, is minder goed te Amsterdam, en geheel onnut te Leeuwaarden, te Groningen, en overal alwaar de balsteenen (veldkeien, kinderkopjes HP), zonder gespleeten te zijn, dat is zoo als de heidevelden die opgeeven, gebezigd worden (…) of men moet door den tijd zig eene hebbelijkheid verkreigen om dat lastig gebrek door eene andere gangwijze voor te koomen.”
Bron: Petrus Camper, Verhandeling over den besten schoen (1781) pag. 4.
Als tichels in de Toren van Babel
Geplaatst op: 14 maart 2013 Hoort bij: Stad toen 6 reacties
Rond 1900 verkocht bakkerij Crebas in de Groninger Steentilstraat dozen bonbons met bijbelse voorstellingen op de dozen. Of Crebas echter zo bijbelvast was, dat zelfs doorgewinterde gereformeerden deze dozen van hem afnamen, is twijfelachtig.
Zo staat op Crebas zijn doos met de voorstelling van de Toren van Babel een bouwkundige ongerijmdheid, die de bijbelvasten dadelijk in het oog moest springen. Het betreft de enorme blokken natuursteen die op de voorgrond op maat schijnen te worden gezaagd, teneinde op het middenplan per paard en wagen richting de bouwplaats te gaan.
Gekkigheid! Onzin! Apekolder! Want daar op de laagvlakte van Sinear werd helemaal geen natuursteen gebruikt om de toren van Babel mee op te bouwen. De bouwers gebruikten gestreken tichelen, oftewel bakstenen, voor hun megalomane prestigeproject:

Overigens, nu ik het verhaal nog eens weer lees, vind ik het wel een beetje kinderachtig van die Heere God. De mensen trekken een symbool voor hun vurige eenheidsverlangen op, en wat doet Hij? Hij reageert als een kleuter die uit nijd en naijver het blokkendoosbouwsel van een andere kleuter omgooit. En de gelovige is daarmee gewaarschuwd: elk streven naar eenheid is bij voorbaat kansloos.
Mensen zullen altijd langs elkaar heen praten, wil het verhaal. Het elkaar niet verstaan zit er ingebakken, als tichels in de Toren van Babel.
En toch probeert de mens het telkens weer, tegen het Beter Weten in. Zo brengt hij zelfs de euvele moed op om een peuter de achterhaalde eenheidstaal Esperanto te leren:
Forum-club houdt niet van regiogeschiedenis
Geplaatst op: 10 maart 2013 Hoort bij: Stad nu 6 reacties1

2

Niet dat het Forum zich verwaardigde om op Twitter zelf te reageren, maar mijn beide tweets van gistermiddag over het Forum blijken er wel geland.
Ik werd er na afloop van StandvanStad op aangesproken. Dat gebeurde bij de uitgang van de zaal door een juffrouw die me iets toeriep over Twitter wat ik niet verstond, en op mijn gepuzzelde blik vroeg of ik Harry Perton was. Wat ze deed zonder zichzelf voor te stellen, zodat ik na mijn übervlotte bekentenis maar heb gevraagd wie zij dan wel was. Ze bleek van PR Forum dus.
Ze vond het maar vreemd dat ik op basis van dat gegeven zulke vergaande conclusies over het Forum trok.
Ik vond de steekproef juist wel representatief voor de belangstelling die er heerst, maar dat ontkende ze.
Ze vond ook dat ze genoeg deden aan regionale geschiedenis, wat ik dus bestreed. Mijn ‘er gebeurt geen flikker aan’ was weliswaar een beetje fors uitgedrukt, maar het komt toch een heel eind in die richting, en de desinteresse (en het dédain?) blijkt bij uitstek uit het lijstje van wat er op Twitter zoal gevolgd wordt. Dat is heel veel cultuur, ook een zooi politiek (met name GroenLinks) en heel weinig geschiedenis (die 5 % van de tweet), en nog minder regionale geschiedenis.
Ik ben altijd een gematigd voorstander van het Forum geweest, op conditie van die historische expositiefunctie. Mij is verteld dat ik daar maar niet teveel hoop op moest stellen. De aantoonbare desinteresse maakt mijn vertrouwen er niet groter op.
Bij de dood van Ypke Gietema
Geplaatst op: 9 maart 2013 Hoort bij: autobio, Oosterpoort, Stad toen 9 reacties
Ypke Gietema heb ik maar een keer of twee, drie gesproken. Niet echt vaak. Dit zijn dan ook wat losse, bijeengesprokkelde noties, van wat er is blijven hangen na al die jaren dat je hem alleen nog maar met zijn hond in de binnenstad zag lopen. Een oudgediende, waarmee het niet altijd goed ging.
Het was de man die in 1978 brak met de linkse meerderheidscolleges, waar ik toen nog behoorlijk in geloofde.
Midden jaren tachtig liet hij Rem Koolhaas de Brink-flats bouwen. De Oosterpoort, de buurt waar ik woonde, vond ze afschuwelijk en voerde actie onder de noemer van Ypjes LEGO-fonds. Ik was niet zo anti-hoogbouw en vond die flats juist wel gaan. De op de man spelende actie vond ik wat kinderachtig – die bekeek ik een beetje meewarig.
In ’87 wilde Ypke Gietema zo goed als de gehele Oosterpoort slopen, wat betekende dat ik zou moeten verhuizen. Op een bloedhete dag haalde hij in een stampvolle foyer van het Cultuurcentrum bakzeil voor het front van de verontwaardigde buurt, peentjes zwetend en op detailpunten steeds van spiekbriefjes voorzien door van achter naar voren rennende ambtenaren. Naderhand kwam er geld vrij voor een proef met casco-renovatie van twee blokken ongestapelde bouw.
Dat was veel te weinig vonden we, en onder de noemer ‘Oosterpoort klaar voor 2000’ vroegen we om geld voor het opknappen van de rest van de buurt. Vlak voor de raadsverkiezingen van 1990 zegde hij op een politieke wijkmarkt 1,6 miljoen op jaarbasis toe.
De museumkwestie speelde – alweer was ik niet zo’n tegenstander – en zijn partij ging terug van 18 naar 11 zetels in de raad. “Arme Ypke”, schreef ik sarrend in het GroenLinksblad: “in een wipke zomaar zeven zetels kwijt”.
Door het Buurtoverleg Oosterpoort maak je hem dan een paar keer mee: je leert hem waarderen als toch wel een aardige figuur, met humor bovendien. En naderhand dus die Kredietbankaffaire: anders dan de burgemeesters Batsen van deze wereld had hij tenminste wèl de ruggegraat om af te treden.
Kwade tongen beweerden dat hij zoiets makkelijk kon doen, omdat hij de vijftig al gepasseerd was en dus recht had op wachtgeld tot zijn pensioen. Wat mij betreft heeft hij dat wachtgeld echter ten volle verdiend. Begin jaren tachtig kende de stad Groningen immers nog een werkloosheidspercentage van 25 %. Dat ze uit dàt diepe dal kroop en er uiteindelijk zelfs beter dan gemiddeld afkwam, is in belangrijke mate de verdienste van Ypke Gietema en diens revitaliseringspolitiek geweest. Eigenlijk zouden we best wel weer zo iemand kunnen gebruiken.
De grote ontgoocheling
Geplaatst op: 8 maart 2013 Hoort bij: Stad toen 7 reacties“Na de bevrijding kwam al gauw de grote ontgoocheling. In de oorlog was je één. Communisten, katholieken, protestanten en socialisten of gereformeerden, je was één. En je dacht dat het zo zou blijven. Maar dat was een grote vergissing. De oorlog was nog maar nauwelijks afgelopen of er werd weer onderscheid gemaakt. In de oorlog was de De Waarheid een geweldige krant, na de oorlog leek het wel of je een melaatse was als je die krant nog steeds las. Nog een voorbeeld. Direct na de bevrijding ben ik oprichter geweest van de Eenheids Vakbeweging, de EVB. Met elkaar zouden we sterk zijn. Maar al gauw gingen er mensen uit omdat er ook communisten in zaten. Die linkse jongens kregen dus al snel de overhand. Op een gegeven moment waren er praktisch alleen nog communisten over die de naam hebben veranderd in Eenheids Vakcentrale, de EVC. Ik ben er toen ook uitgegaan.”
Aldus Gerard Sampon, NvhN 18 mei 1985.
Sake Elzinga, chroniqueur van Westerbork
Geplaatst op: 5 maart 2013 Hoort bij: Kunsten Een reactie plaatsenReclame in ‘De Groninger Winkelier’
Geplaatst op: 5 maart 2013 Hoort bij: Stad toen 5 reactiesVan De Groninger Winkelier, het orgaan van de Algemene Groninger Winkeliersvereniging, lijkt maar een handvol exemplaren bewaard te zijn gebleven, waarvan de oudste twee uit 1936 dateren.
De voorpagina was een soort passepartout waarin steeds andere advertenties konden worden afgedrukt. Hieronder zie je de kop van het blad. Let op de Martinitoren, gezet tegen een ster die zijn stralen werpt op de edele trekken van Mercurius, god van de handel:

Zoals wel vaker bij oude tijdschriften is de reclame het leukst. Advertentie van A.J. Polaks puddingfabriek aan de Viaductstraat:

Wits als het om witten ging :

Nooit geweten dat er voor de oorlog al koelkasten waren:

NASK was een bedrijf dat ook veel in de Groninger Adresboeken adverteerde:

Een gerenommeerd bedrijf, hofleverancier zelfs, was L. de Vries Hzn. aan de Brugstraat:

De naam van fietsenmaker Glaudé leeft voort in de aanduiding Glaudé-lokatie voor een stukje oude bebouwing aan het begin van de Hereweg wz. Tegenwoordig zie er nogal eens bakbrommers staan. Niets nieuws onder de zon, want Glaudé deed er al in:

Drexhage was het bedrijf dat ook de reclame in de Adresboeken verzorgde:

Ommetje Onlanden – Leegkerk – Slaperstil
Geplaatst op: 4 maart 2013 Hoort bij: Hoogkerk 7 reacties(Gister.)
De zilverreiger was er ook weer:

Aduarderdiepsterweg, het krimpje van een vervallen boerderij:

Kerkhof Leegkerk:

De kerk zat op slot. Vandaag vernomen dat de sleutel weg is:

Kleiwerd:

De andere kant van de Friesestraatweg, in de richting van de Zijlvesterweg of Noodweg:

De achterkant van stalhouderij Kuipers bij het Söllepad:

Een aanwinst voor de collectie ouwe schuren:

Gedumpt bij de Aduarderdiepsterweg
Geplaatst op: 3 maart 2013 Hoort bij: Hoogkerk 12 reactiesEen ware weldoener heeft het Groninger landschap nog verder willen verfraaien door er de restanten van zijn verbouwings- en redecoratie-activiteiten te deponeren. En dat gratis voor niets! Eigenlijk zouden wij hem er rijkelijk voor moeten belonen, want de boel knapt er zienderogen van op.

Gekheid terzijde: ik hoop dat deze gast eens flink bij zijn ballen wordt gepakt. De plek is aan de westkant van de Aduarderdiepsterweg, tussen de Tichelwerksbrug en de Nieuwebrug. Dat is op grondgebied van de gemeente Groningen, maar vlakbij de gemeentegrens met Zuidhorn, waar je per kilo voor je afval moet betalen. Vermoedelijk gaat het dan om iemand uit de gemeente Zuidhorn, die een paar luizige euro’s heeft willen uitsparen. Bij de gedumpte spullen bevindt zich onder meer dakmastiek, maar ook een redelijk herkenbare bloempot en lampekap. Bovendien ligt er een werkbroek bij, en verfspullen. In de berm zijn bovendien vrij dunne bandensporen zichtbaar.
Lokalo’s droegen het literaire leven
Geplaatst op: 3 maart 2013 Hoort bij: Kunsten 1 reactieDoordat het digitale archief van de UK nog steeds niet in orde is gebracht, zijn de links naar dat archief vanaf dit weblog al enige tijd zo dood als een pier. Daarom zal ik, als die links wat mij betreft doorverbinden naar essentiële informatie, die stukken hier als pagina’s op mijn weblog gaan plaatsen. Deze boekbespreking van Herman Sandmans Arcadia der Poëten is het eerste van die stukken. Ze verscheen in UK jrg. 37 nr. 33, eind mei 2008)
De boekhandelsloopjongen moest met een pak naar de woning van WF Hermans. Daar mocht hij doorlopen naar de studeerkamer van de bekende schrijver. De rekening bedroeg ƒ 67,50, maar Hermans betaalde ƒ 70,-. “Het is in orde”, sprak hij. Liefst een knaak fooi, de loopjongen was de koning te rijk.
Maar weer bij zijn baas bleek dat Hermans had gebeld. Of hij die knaak maar even terug wilde komen brengen. Dat deed hij, inwendig laaiend op die “luizebol”. Maanden later haalde hij zijn gram en keek hij voor het stoplicht Hermans vuil aan via het spiegeltje van diens cabriolet. Hermans spoot plankgas weg. Fietsers doken nog net op tijd de stoep op.
Die loopjongen, begin jaren zestig, was Kees van der Hoef. In Arcadia der Poëten, een journalistieke kroniek van het na-oorlogse literaire leven in Groningen, noemt Gezinsbode-journalist Herman Sandman zijn naam als enige in alle hoofdstukken. Ergens was Van der Hoef de tegenpool van WF Hermans. Had die weinig van doen met het lokale literaire leven, Van der Hoef werd daar dé gangmaker van.
Wat dat literaire leven is, definieert Sandman nergens, maar uit zijn exposé blijkt dat het hem vooral gaat om het sociabele aspect van literatuur: de gezamenlijke bladen en bundels, de voordrachtsavonden, manifestaties en café’s, kortom de sociaal-culturele infrastructuur. Daarmee ging het tussen 1945 en 2005 almaar beter, vindt Sandman. Verhuisden dragende figuren na ’45 naar het westen, zodat de kaalslag in het literaire leven op die van de fysieke stad leek, de schrijvers die in de jaren vijftig in Groningen woonden, gingen hun eigen gang. Pas eind jaren zestig begon er iets te veranderen, met efemere tijdschriften, bundeltjes en een heus artiestencafé in de vorm van de Vlaamsche Reus. Toch was het nauwelijks meer dan gezelligheid, dat schrijvers bond. Wel werkte het Groninger Springtij in de popmuziek na 1975 door in de letteren. De Nieuwe Tachtigers, literair café AaBC, Herfstschrift en de Van der Leeuwlezing kwamen tot stand. Maar echt bloeien ging het literaire leven pas in de jaren negentig, met een dichtersbend als Epibreren, diverse bloemlezingen, organiserende uitgeverijen en boekhandels, terwijl volgens Sandman de intocht in 2005 van Driek van Wissen, kersvers Dichter des Vaderlands, de “bekroning”vormde van “de opwaartse lijn die de stadse letteren in zestig jaar tijd doorliepen”.
Het literaire leven in Groningen, zo maakt Sandman duidelijk, werd gedragen door lokalo’s als Kees van der Hoef. Landelijk bekende auteurs voelden zich niet tot een voortrekkersrol geroepen. Toch weidt Sandman wel uit over bijvoorbeeld WF Hermans, Belcampo en C.O. Jellema, en gelukkig maar, want anders hadden we zijn genuanceerde relaas over het ontslag van Hermans bij de RUG moeten missen.
Het rijtje namen geeft al aan dat Groningen zonder de RUG weinig zou voorstellen als literaire stad. Maar de rol van de universiteit blijft lang passief. Pas vanaf de jaren tachtig geven RUG en aanhang actieve impulsen aan het lokale literaire leven, met onder meer de Van der Leeuwlezing, Flanor, diverse Usva-initiatieven en het RUG-Huisdichterschap.
Op wat foutjes na, zoals de klassieker ‘episch centrum’ (pag. 227), schreef Sandman een aangenaam onderhoudend geschiedverhaal. Weliswaar waren flinke gedeelten me bekend van Ab Visser en Kees van der Hoef, maar ik las ook nogal wat nieuws. In elk geval las ik het boek met veel vermaak.
Harry Perton
—
Herman Sandman – ‘Arcadia der Poëten, Het literaire leven in Groningen 1945-2005′ , uitgeverij Passage, 356 pagina’s.
Circusprogramma’s van een halve eeuw her
Geplaatst op: 1 maart 2013 Hoort bij: Stad toen 1 reactieZo’n gemeente-archief herbergt soms onvermoede zaken. Zoals programmaboekjes van circussen uit het begin van de jaren ’60.
– Circus Toni Boltini (1962). Een paar jaar eerder nog op toernee onder de naam Italiaans Nederlandse Circuscombinatie:

– Circus Krone (1962):

– De Belgische clown Peter Bento van dat circus ging door voor “ein Spaßmacher von internationalem Format”:

– Het affiche van Circus Jos Mullens uit 1960:

Bron: RHC Groninger Archieven, toegang 1841 doos 28.
Een lynx te Versailles
Geplaatst op: 28 februari 2013 Hoort bij: Geschiedenis 5 reacties
De lynx van Buffon
“VERSAILLES den 26 Juli. De Vicomte de Carbonnières had gisteren de eer van aen den Koning , de Koninginne en de geheele Koninglyke Famiellie te vertoonen en aan Zyne Majesteit te vereeren een Linx. Dit zeldzaam Dier, welk geslagt men reeds geloofde dat in Europa verlooren was, is gevonden in het Pyreneesche Gebergte, volgende deszelfs moeder, welke door een Boer met een snaphaanschoot gedood werd. Het was niet meer dan 8 of 10 dagen oud toen het in handen van den Jager viel, welke het omtrent 8 Maanden geleeden verkogt aan den Grave de Carbonniers. Dit Dier is volkomen gelyk aan de beschryvlnge, die de Graaf de Buffon daar van in zyne Natuurlyke Historie gegeeven heeft. De Koning heeft bevel gegeeven om het in de Menagerie te brengen.”
Bron: Groninger Courant 5 augustus 1777.
De Grens bevestigt vooroordelen
Geplaatst op: 28 februari 2013 Hoort bij: De actuele wereld, Media 4 reactiesIk zag her en der loftuitende berichten over de eerste aflevering van ‘De Grens‘, de VPRO-serie waarin Tommy Wieringa de grenzen van Nederland verkent.
Om positief te beginnen: ik ben er in één opzicht wijzer van geworden. Ik wist niet dat er tienduizenden Russen waren afgeknald in de Emslandlager. Dacht dat het puur kampen voor politieke gevangenen waren.
Maar verder viel er weinig te ontdekken en vond ik het programma sterk teren op vooroordelen, die het zelf nog maar eens bevestigde. De Drentse venen kenden niet alleen drankzucht, zoals gesuggereerd werd, maar ook geheelonthouding. En armoe was er alleen vanaf de jaren twintig, toen de kolen de turf helemaal verdrongen als huisbrand. Daarvoor waren de Drentse veenstreken, zoals historisch onderzoek heeft aangetoond, helemaal niet zo arm. Dat zijn ze maar een beperkte periode geweest, hun laatste periode..
En sinds wanneer zijn tokkies die met illegale zenders in een bos zitten te klooien en lui die Duitse bierfeesten naäpen compleet met Dirndl verkiezingen, eigenlijk representatief voor die streek?
Zo’n prins mocht lekker dikkedakken
Geplaatst op: 26 februari 2013 Hoort bij: Geschiedenis 2 reacties
Als de in zijn macht herstelde stadhouder Willem V in september 1791 Drenthe bezoekt, houden de Drentse Staten, die als zijn gastheer optreden, hem en zijn hofhouding natuurlijk vrij qua eten en drinken. En omdat je zo’n doorluchtig vorstelijk personage uiteraard geen brune boon’n kon voorzetten, of andere in Drenthe gangbare kost, ontboden ze per ijlbode een gerenommeerde kok uit Muiderberg, die naderhand voor het middagmaal in Assen, de twee ontbijtjes in Assen en Meppel en een stuk of wat liflafjes voor onderweg een rekening indiende van ruim 1400 gulden, waaruit bleek dat de prins en zijn gevolg tamelijk veel vlees en gevogelte soldaat maakten. Dit is die nota:
Amsterdam den 19 7ber 1791
De Wel Ed. Mogende Heeren Gecommiteerden weegens ’t Landschap Drenthe resideerende te Assen Debt aan S.A. Oosterlinck,
Voor een Middagmaaltijd ter Onthaling van zijn Doorl. Hoogheid bestaande in ’t volgende
1 Consommé met groenten
1 dito met rijst en 1 Capoen
1 Soupe à la reine
1 Puree van Erwten
1 groote Osselende
1 Ham met Spinage
1 Schaapenbout met aardappels
1 Kalfsnierstuk à la Crême
1 Capoen met Vogelnesjes
1 Calkoen met truffels
4 duiven geglasseert met morilles
2 Kuikens met Sweserik
1 Gans met Uyen
3 patrijsen met Salpicon
1 Corhoen met augurkjes
1 Salmy van Watersnippen
1 fricassié van kuikens haanekam
1 Kalfskop als schilppad
4 Terines Steur
Matlotte van paling
4 groentens met garnituuren
1 Tourte van Makcarony
1 do (dito HP) van Kuikens
Witte en Swarte Beuling van Capoenen
Rissolles
1 roompodding
Pastijtjes met salpicon
Warm pastij van faisant
Dito van Lamscôteletten
2 pastijen van porrigor
1 koud pastij van Ossehaas
1 Capoen in geleé
1 marbré in geleé
Zult van Speenvarken
Duiven in geleé
Zalm blauw gekookt
1 roulade van paling
1 Rhoe simmel
1 Ossehaas
1 Calkoen
2 Kuikens
1 Capoen
1 faisant
1 Pulpitade
1 pipgans
Geleé van hartshoorn
Blanc manger van Vanille
1 compoTte van Persikke
Gelee van Bessen
Artichokken
1 ragout van hanekammen
Gefarseerde Morilles
Geglasseerde Zweserik
Asia Agurkjes Cappers &ca.
S’anderendaags Ontbijt
1 gerookte Hamburgsche rib
1 Ham in gelée
1 gebr[aden] Kalfsrib
1 do Zuiglamsbout
2 Capoenen gebraden
1 do faisant
4 Kuikens
8 Kwartels
1 Pulpetade
1 pipgans
1 calkoen
Roulade van Kalfsvleesch
1 do van Ossevleesch
1 do van Paling
1 Hom Carper au bleu
1 marbré
Zult van Speenvarken
2 Kuikens met gelée
1 Capoen do
4 duiven do
2 Endvogels do
1 Koud pastij van Rheboud
1 do van Calkoen
1 gebr. Ossehaas
Lams Coteletten
Gelee van Hartshoorn
Blanc manger van vanille
Compot van persikkes
Geleé van bessen
Voor de Suite van Zijne Doorl[uchtige] Hoogheid
1 gebr. Kalfsrib
4 Capoenen
8 Kuikens
1 Varkens rib
1 ger[ookte] Ossetong
Ontbijt te Meppel voor Zijne Doorl. Hoogh.
1 gebrade Kalfs ribnierstuk
4 Capoenen
2 Kuikens
1 Varkensrib
1 faisant
1 koud pastij van Ossehaas
1 Calkoen in gelee
1 gerookte Ossetong
1 Marbré
2 gebak
8 Annenassen
Witte en blauwe druiven
8 Canteloupen
80 persikken
4 differente Soorten van Peeren
Groene pruimen
Blauwe dito
Klijne en groote Nooten
Liquide en drooge Confituren
8 differente soorten Sucrades
Banquet in Soorten
200 Sitroenen
Orgeade
Waschligt
6 flessen Champagne roseé
Olie en azijn
Dagloon van 3 knegts en 2 meiden
Schuytevoerders en sleepers
Voor een Decoratie met zijn apendependentie
Voor ’t gebruik van porcelein glas christal zilver en andere werken tafelgoed &c
Differente klyne onkosten en verversching op de reis
Gebroke Porcelein en glaswerkIs te Saamen ƒ 1418-9—
Voldaan den 1ste maart 1792
Door Schuit,
S. A. Oosterlinck
Bron: Drents Archief, Oude Staten Archief inv.nr. 1775, rekeningen Ontvanger–Generaal (J.H. Oosting) 1791/2-IV, bijlage ad fol. 58 (kosten stadhoudersbezoek 26 en 27 september 1791), kwitantie nr. 73 voor de rekening van S.A. Oosterlinck, kok te Muiderberg, per experesse (ijlbode) naar Drenthe gehaald en hier per schip gekomen om de maaltijden voor de stadhouder, prins Willem V en diens consorten te verzorgen.
De spotprent van de uitbuikende prins komt uit de collecties van het British Museum.

Recente reacties